.

 


.

..

Hoofdstuk 21

 

1 Januari 2005

 

Nieuwjaarsdag - Het verregende grilfeest

 

   

 

Vanmorgen stond Shelly om half negen al op de stoep. Ik was met het eten voor vandaag begonnen. Vanavond zouden we grillen maar vanmiddag wilden we toch ook een hapje en ook hier was alles dicht. Maar het was zo gebeurd en we hadden nog zoveel over waar we lekkere dingen mee konden maken. Jeanine sliep nog en Shelly wilde ze wakker maken maar daar heb ik een stokje voor gestoken want anders was ze misschien straks vervelend omdat ze niet was uitgeslapen. Het is heel vreemd maar in landen zoals Brazilië gaan de kinderen gewoon met de ouders naar bed als ze tenminste vanzelf niet eerder omvallen van vermoeidheid. Ze hoeven ook ’s morgens niet naar school en slapen dan uit, want de scholen beginnen pas om half twee. Nadat ik mijn logboek weer had bijgewerkt zijn we om half elf naar beneden gegaan voor de gezamenlijke koffie. De ouders van Vera kwamen ook.

 

Na de koffie wilden we nog even naar Alto gaan ongeveer 10 minuten hiervandaan, want daar was een mooi plaatsje voor foto’s en er stond een kerststal die helemaal van plastic afval in elkaar was gezet. Je kunt het niet vertellen hoe zoiets er uit ziet, daarom wilden we hier ook foto’s van gaan maken. In eerste instantie wilden we eens een keertje de bus nemen, maar Maurice zei dat hij wel even mee zou gaan. Het zijn leuke foto’s geworden. Daarna zijn we weer naar huis gegaan. Het weer was nog mooi maar af en toe kwam er toch weer een donker wolkje overdrijven. Maurice besloot toen om toch maar ‘s middags te gaan grillen want je weet maar nooit hier in Brazilië. Het ene moment het mooiste weer van de wereld en het andere een stortregen. Inmiddels kwam de rest van Vera’s familie en zijn Maurice en Vera begonnen met het opmaken van de vleesschalen, de salades en het aansteken van de barbecue en een uurtje later kon het grilfeest beginnen. Jeanine en Shelly hadden de grootste lol in het zwembad en Shelly probeerde voor het eerst met een aanloopje in het zwembad te springen, wat haar overigens nog niet helemaal lukte. Ze sprong tegen Jeanine op en haar beschadigde haar neus en dat deed pijn, dus het was flink huilen, maar het leed was ook zo weer geleden. Toen begonnen ze weer met in het Hollands: “Even wachten, even wachten nog opa, oma  Pizza,” en ‘n lol dat ze weer hadden. Je merkt hoe goed ze het Hollands weer oppakken en dingen leren en antwoorden geven als ja en nee en slapen en eten. Het zit er ook in, ze zijn voor de helft Nederlands. Ook Samuel werd voor het eerst in het grote bad gepoedeld maar hij vond het allemaal maar niks denk ik, want hij trok een lipje en wilde gaan huilen, maar toen Pa hem naderhand met zijn voetjes erin en eruit deed vond hij het wel goed en toen had hij lol. Er was volop vlees en vis, lekkere salades, twee soorten rijst en aardappelsalade. We waren goed en wel aan het grillen toen we een klein donderslagje hoorden. We dachten: ”ach, dat gaat weer over want de zon schijnt nog volop, maar niks.” Opeens verschenen er grote donkere wolken en de eerste regendruppels begonnen te vallen. Met z’n allen hebben we de schalen dus weer naar binnen, naar de huiskamer gebracht en heeft Maurice de barbecue verhuisd naar het afdakje. Maar wat er toen gebeurde is echt niet te geloven. Het begint me toch te stortregenen, te donderen en te onweren zo hard, het leek wel oorlog. Er kwamen zelfs grote hagelstenen mee. Maurice zei: “dit is wel heel extreem, dit heb ik zelfs hier nog niet meegemaakt.” Het water klotste met een roodachtige massa van de bergen door de straten en dit duurde zeker wel drie kwartier aan één stuk door. Het werd niet echt koud, maar wat ‘n water en volgens de familie stond nu het centrum ook onder, ja dit was Brazilië. In ieder geval zijn we verder gegaan met eten en grillen en is de visite iets langer gebleven en is wat later naar huis gegaan. Rond ‘n uur of zes wilde ik toch ook wel even naar boven even iets anders aan doen, even wat dingetjes in de koffers stoppen en wat relaxen. Ik zei dat we om half acht weer terug zouden zijn. Toen we terug kwamen waren alleen Rosanne, Wilson en Camilla er nog maar die stonden ook op het punt om te gaan. En na het afscheid heb ik nog even Tamara gemaild en een Gelukkig Nieuwjaar gewenst van ons allemaal, kort maar krachtig.

 

 

 

Maurice heeft nog een paar programma’s voor mij gekopieerd en een uurtje computerles gegeven. Vera was helemaal op van de feestdagen en was samen met Shelly voor de t.v. in de slaapkamer prompt op bed in slaap gevallen dus na een uurtje zijn we ook maar weer terug naar boven gegaan. Jeanine vroeg steeds maar: “Oma slapen?” En natuurlijk mocht ze mee dus zijn we weer naar het huisje gegaan en hebben boven nog een paar potjes Amerikaans gejokerd. Jeanine vindt het leuk om kaarten aan te geven dus had ze ook nog hahaha. Tussen het delen door en het goedsteken van de kaarten maakte ze kleine tekeningetjes met hartjes voor ons, waar ze een boekje van probeerde te maken. Nu was ik toch in de veronderstelling dat we morgen al zouden vertrekken, maar Kees zei: “nee, het is pas zaterdag vandaag dus we hebben nog een dag.” Ik had dit langzaam ook aan Jeanine laten doorschemeren en ze wees op de kaarten op het kastje en zei toen: “Oma nee.” Ze bedoelde dat we morgen niet meer zouden kaarten en ze begon te snikken en hield ons vast Ze was helemaal nat van de tranen, nou dan breekt je hart wel even. Maar goed we hebben haar uitgelegd dat we nog een dag extra hadden en dat we morgen nog een keertje zouden kaarten en toen was het goed maar ze knuffelde ons nog eens en zei: “Bonna noche” en “welterusten opa en oma” en ze was toen zo vertrokken. Ja Jeanine zal ons heel erg missen, die is veel gevoeliger dan Shelly. Shelly is een kleine rauwdouwer die zegt gewoon, nu gaan ze weg dan ga ik mee. Goed we zijn ook met gemengde gevoelens gaan slapen. Gelukkig waren we allebei ook doodmoe van deze twee dagen en waren ook wij zo vertrokken.

 

 

Hoofdstuk  22

 

2 Januari 2005

Het kerstplein en de knuffels uit Holland

 

         

 

Om half acht opgestaan. Ik was gewoon wakker en kon niet meer slapen en ben na het douchen koffie gaan zetten en mijn logboek gaan bijwerken. Kees werd om negen uur wakker en toen was ik al een heel eind op dreef. Jeanine sliep nog lekker en het was nu wachten tot Shelly haar weer wakker kwam maken, maar misschien zou het nu iets langer duren want Maurice had een nieuw spelletje op de computer geïnstalleerd waarvan ze allebei al heel vlug wisten hoe het in elkaar zat en als ze wakker werd dan vloog ze meteen achter de computer. En inderdaad, ook Shelly was laat vandaag en kwam pas om half elf naar boven en wilde niet meer terug. Ze hebben samen zitten kaarten en kleuren en kraaltjes zitten rijgen en ik heb een tosti voor ze gemaakt. Om 1 uur wilden ze dan toch gaan douchen beneden. Opeens zei Jeanine: “Oma, Shelly zegt je gaat vandaag nog niet weg”. Ik zeg: “nee lieverd, morgen pas.” “Hoi, hoi” zegt ze en ze danste door de kamer. Ze geloofde het nog niet helemaal denk ik na het voorval van vannacht. Ik ben heel blij dat ik deze drie weken zo’n fijn contact net de kinderen heb gehad, zo close en ik geloof ook dat ze ons nu niet meer zullen vergeten. Om half twee zijn wij ook gegaan en even met Maurice naar de bank  voor de laatste centjes. Vera had een afspraak met Rosannne en oma gemaakt. Om half drie bij Rosanne en om vijf uur bij oma en daarvoor zijn we nog even langs een bloemenzaak gegaan om voor beide een plantje te gaan kopen. Rosanne zat al te wachten met een gedekte koffietafel en verse broodjes en we zijn er tot vijf uur gebleven. Een beetje praten, zo goed als het kon met Maurice en Vera als tolk. Rosannne is echt een schat, zo hartelijk en lief en haar man ook. Oma woont naast Rosannne en daar zijn we om vijf uur heen gegaan. Die dacht al dat we niet meer kwamen en ook daar werden we weer eens doodgeknuffeld. Ze wilde een foto van ons hebben samen met haar, die ze in de kast kon zetten, dus die werd gemaakt en Maurice zou hem voor haar uitprinten. Natuurlijk moest ik haar huisje weer bekijken. Dat had ik vorig jaar ook al gezien, maar goed wat wil je, 85 jaar. We hebben een stukje film gedraaid want dat wilde ze dan ook wel eens zien. Ook buiten hebben we nog een stukje film gemaakt van de bergen en het huis en toen moesten we weer crackers met kaas eten en koffie drinken. Om ‘n uur of zeven zijn we weer naar huis gegaan en heeft Maurice de gril nog maar eens aange-stoken want er was nog behoorlijk veel vlees over van de dag tevoren. Die mannen hadden er verder geen moeite mee dat ging er wel weer in. Ik heb me bij een stukje kip en een stukje vis gehouden en toen zat ik vol. Ik ben zeker niet veel, of misschien wel niets aangekomen. Mijn kleren zitten nog net zo lekker als toen ik kwam, maar ik heb wel opgelet met wat ik at. Misschien een of twee kilo van het glaasje wijn ‘s avonds maar dat is ook alles en in Holland hou ik me er weer netjes aan en zijn de wijntjes weer taboe, maar hier moest het af en toe kunnen.

 

 

De kinderen wilden nog zwemmen maar Maurice zei in eerste instantie nee omdat hij dacht dat het te koud was, maar toen hij de temperatuur van het water ging meten toen bleek dat het nog 26 graden was en toen zei hij: “nu vooruit dan, een half uurtje dan nog en ze sprongen er dan ook meteen in om maar geen tijd te verliezen. Om ‘n uur of negen vroeg Maurice of ik nog naar het Kerstplein wilde om wat foto’s te maken en een stukje te filmen. Ja, dat zou nog wel leuk zijn. Het plein was helemaal verlicht in Kerstsfeer en we waren er alleen maar overdag geweest en hadden de lichtjes dus nog nooit zien branden. Ook de kerk was helemaal verlicht. Kees zei dat hij thuis zou blijven. Ik ben met Maurice, Vera en de kinderen er eventjes een klein uurtje naar toe geweest en we hebben echt hele mooie foto’s kunnen maken en een stukje film. Er was een Braziliaanse muziekband die daar probeerde iets weer te geven met trommelmuziek. Het was niet echt mooi maar volgens Vera wel echt Braziliaans, maar zij hield er niet zo van. Om tien uur waren we weer thuis en had Kees net de rest van het vlees alweer op de gril gelegd en hebben ze de restanten opgegeten. Zij onder het genot van hun geliefde pilsjes en wij dan nog maar een glaasje wijn. Shelly kwam naar me toe en zei in accentloos Nederlands: “Oma, Shelly boven slapen, nu?” Ik moest zo lachen en Maurice zei: “je mag boven slapen Shelly,” maar voor oma is het nog te vroeg die hoeft niet om half elf naar boven de laatste dag. Dan ging ze nog wel even met Jeanine een film kijken. Maar na vijf minuten lag ze op de bank te slapen en heeft Maurice ze naar bed gebracht. Jeanine ging opeens een hoop knuffels halen die ze ooit van ons had gekregen en waar ze heel erg aan hing en daarmee wilde ze zeggen, ik heb ze nog en ik bewaar ze als een herinnering. Niemand mocht eraan komen en volgens Maurice was het voor haar toch een tastbare herinnering aan haar tijd in Holland. Eén aap was echt kapot, maar zelfs die mocht niet weg. Om 12 uur zijn we naar boven gegaan. We hebben morgen toch nog een paar dingen te doen voor we gaan en moeten weer fit zijn voor de terugreis. Maar boven gekomen zei Jeanine: “Oma, kaart maken,” maar eigenlijk was het te laat, maar ach het was de laatste avond en we hebben nog maar een spelletje gedaan en haar toen in bed gestopt en na 2 minuten lag ze al heel vredig te snurken en zijn wij er ook ingedoken.

 

 

Hoofdstuk 23

 

3 Januari 2005

The end naar huis - De overval

 

Vanmorgen werd ik al om vijf uur wakker van een kraaiende haan, het getjilp van een vogel en het gesnurk en gepuf van Kees. Die haan kraaide zowat iedere minuut, het geluid van die vogel leek wel op het gemiauw van een jonge kat en Kees….. die leek wel een oude stoomtrein. Probeer dan nog maar eens te slapen. Zelfs af en toe ‘n duw hielp niet. Dus bed in bed uit, ‘n beetje lezen, wat opruimen en weer het bed in. Uiteindelijk ben ik er maar uitgebleven en ben gaan douchen en schrijven en heb daarna het huisje schoongemaakt. Jeanine sliep zo vast en zo lang dat ik ze om half 12 maar wakker heb gemaakt en gezegd dat oma nog een afscheidscadeautje had. Nou, daar werd ze wel wakker voor en we zijn naar beneden gegaan waar ze hun gymnast Barbies uit mochten pakken. Het was natuurlijk meteen ermee spelen en Shelly liep ermee te zingen. We hebben een bakkie gedronken en besloten om maar eventjes naar het postkantoor te gaan omdat ik er voor de kinderen nog wat postzegels bij wilde hebben, zodat ze af en toe een briefje naar oma konden schrijven of een tekeningetje sturen en dan hoefde ze het met Vera alleen maar naar de post te brengen. We moesten ook nog even het adres en het filiaalnummer van de HSBC bank hebben, omdat er weer de mogelijkheid bestond dat er met pinnen geld was afgehouden van onze rekening en we niets hadden gehad en als je dan adres en filiaalnummer hebt dan is het voor onze bank toch iets makkelijker te achterhalen. We waren op de bank en toevallig stond er een hoteleigenaar naast ons die vloeiend Engels verstond dus wij legden hem in het kort uit wat de bedoeling was. Hij zei: “ik haal wel even een kaartje voor jullie met alles erop en eraan, want ik ken iedereen hier goed.” Hij liep de bank binnen en kwam even later mooi met een origineel visitekaartje terug waar alles opstond wat we eventueel nodig had, dus dat was ook geregeld.

 

 

We kregen inmiddels honger en zijn een hapje gaan eten in ons restaurantje en  hebben van iedereen afscheid genomen. Zulke lieve mensen. De complete familie omhelsde ons en de obers wensten ons ‘bon voyage.’ We liepen ook nog even naar Bernardo om afscheid te nemen. We moesten toch nog maar eens even in het boek schrijven dus dat heb ik maar gedaan en hij moest natuurlijk nog even knuffelen voor we vertrokken. Toen hadden we de meeste dingen wel gehad en zijn we op ons gemak weer terug naar Maurice gelopen. De kinderen waren in het zwembad waar ze zich van de glijbaan lieten glijden, plons zo het zwembad in en een lol dat ze hadden. Ik ben even naar boven gegaan en heb het postpapier voor de kids klaargemaakt en nog wat zitten schrijven. Het was alweer half vijf, nog drie uurtjes en dan was alles weer voorbij en was het onderhand tijd om te gaan. We hebben de laatste beetjes in de koffers gestopt en eruit gehaald waarvan we dachten: “dit hoeft eigenlijk niet, dat kunnen we het volgende jaar ook wel gebruiken. In Nederland hebben we het ook niet echt nodig.” Maurice heeft de foto’s op CD gezet en ons nog even laten zien dat er echt alles op stond. En die CD heb ik, om niet te vergeten, ook maar meteen een veilig plaatsje gegeven, want mijn foto’s zijn me heilig. We hebben nog wat gegeten en rond een uur of acht besloten we om maar eens te vertrekken. Vera ging niet mee, maar de kinderen mochten wel mee om ons weg te brengen. Het was alweer donker want dat begint daar rond ‘n uur of zeven en om 8 uur is het dan ook stikdonker. We namen afscheid en langzaam reden we Teresopolis uit en dachten: “misschien weer tot het volgend jaar.” Wie weet wat dit jaar ons brengt en misschien zijn we met de Kerstdagen wel weer hier.

 

De reis verliep voorspoedig tot het moment dat we ongeveer 20 minuten van Rio de Janeiro zaten en er ons een kleine donkere auto voorbij kwam. Er hing een man uit het raam. In eerste instantie dacht ik, zoals in Holland ook wel eens gebeurt, dat ze je ergens voor wilden waarschuwen. Misschien was er iets met de auto of zo. Maar opeens werd er een pistool op mijn kant van het raam gericht. Het drong tot me door dat dit een andere waarschuwing was. Ik zeg tegen Maurice die aan het stuur zat: “het lijkt wel of die op ons willen schieten.” Maar hij had dit waarschijnlijk al gezien en was voorbereid op de situatie en riep: “dat willen ze ook.” Op dat moment schoten ze ook, twee keer. Ik raakte helemaal in paniek en ik geloof dat ik wel honderd kruisjes heb geslagen. Ik gilde: “dat kan niet waar zijn.” Maurice gaf een bom gas en reed keihard weg. Maar deze lui, waarschijnlijk drugdealers of verslaafden uit de favela’s, bleven ons achtervolgen en begonnen op de auto te schieten. Ze schoten zes kogels op ons af. Waarvan er drie zich in de auto boorden. Maurice gaf nog meer gas en ik riep: “stop bij een  benzine-station of ergens. Maar hij riep: “dat gaat niet, want dan zijn we er aan, die lui schieten ons overhoop.” Opeens moest hij remmen voor een vrachtwagen die moest stoppen voor een bus. Maurice stond stil en die overvallers ook. Ze waren met z’n drieën. Twee kwamen er uit de auto met een getrokken 9 millimeter pistool. Een grote donkere man en een iets kleinere. Om te laten merken dat ze het meenden begonnen ze weer over en in onze auto te schieten. Toen hij met zijn pistool op 30 meter van onze auto was schreeuwde Maurice: “bukken en blijf zo zitten.” Ik heb de kinderen naar voren geduwd en gezegd dat ze zo moesten blijven zitten. Gelukkig begrepen ze het. Nu heeft Maurice ABS op de auto (Antiblokkeer systeem), wat inhoudt dat de auto in de kortst mogelijke tijd tot stilstand komt zonder dat de wielen blokkeren. Als de wielen blokkeren schuift de auto namelijk verder door. Maurice gaf dus een spuit gas en weg waren we. De overvallers moesten nog terug naar hun auto lopen en weer instappen. De schoten die ze toen afvuurden klinken nog na als ik er weer aan denk. Maurice zette zijn verstand op nul en reed dwars door het verkeer, toeterend tussen de andere auto’s door. Ik zeg: “waar gaan we heen?” “Kan me niet schelen” zei hij, “je zult het vliegtuig wel missen maar als we hier maar levend uit komen, dan is het goed” en nam richting centrum. Jee wat kan die jongen rijden zeg, 180 dwars tussen het verkeer en de andere auto’s door. Je kon merken aan het rijgedrag van de anderen dat ze begrepen wat er aan de hand was. Ik wist van onze gids die we vorig jaar hadden, dat dit soort overvallen heel veel voorkomt en dat iedere chauffeur angstvallig zijn deuren op slot houdt. We moeten wel engelbewaarders gehad hebben, want dat we niet zijn verongelukt door een kettingbotsing of zo is me nog een raadsel.

 

 

Een kogel kwam door de deur naar binnen en als hij die in zijn been had gekregen zou hij vast de macht over het stuur verloren hebben en niet meer kunnen rijden. In een flits zag ik een bord met Niteroi en Maurice nam onbewust deze afslag niet wetend waar hij uit zou komen met die lui nog achter ons aan in de verte. Ondanks de angst die hem ook parten speelde hield hij ze nauwlettend in de gaten. Opeens doemden de lichten op van een weg met stilstaande auto’s en het bord tolweg. Ondanks de emoties flitste het even door me heen van: “het komt toch goed.“ Maurice zei: “het is gebeurd, we zijn ze kwijt en hier komen ze niet vanwege politiecontroles. Ten tweede: “hier moeten ze betalen en ze hebben geen geld, dus kunnen ze ook niet meer terug.” Hij is al eens twee keer eerder overvallen in Rio, dus hij heeft hierover gehoord en gelezen en zelf de nodige eerdere ervaring hiermee gehad. In ieder geval waren we nu safe. Maar ik zat nog trillend en bibberend met de twee huilende kinderen in mijn armen. Maurice duwde zijn auto tussen een paar andere in en dat gaf me toch een iets veiliger gevoel. Bij de kassa aangekomen melde hij het voorval. We werden aan de kant gezet en moesten uitstappen. Ik bleef bibberen, trillen en huilen. Ik kon niet ophouden en vertrouwde eigenlijk niemand. Maar toen ik wist dat dit echte hulpverleners waren die het goed met ons meenden werd ik rustig. Er kwam een EHBO hulpdienst bij die me meenam en zei dat het beter was dat ik naar het ziekenhuis ging voor een check-up want u heeft een shock. Kees en Maurice zagen ook lijkbleek en hun emoties begonnen ook parten te spelen. Ook de kinderen huilden nog steeds en klampten zich aan me vast. In de ziekenauto werd mijn bloeddruk opgenomen en ze wilden weten of ik medicijnen gebruikte en welke. De verpleger wilde me een kalmerend middel geven. Maar dat weigerde ik want ik was bang dat ik daar suf van zou worden. Weet ik veel wat de werking daarvan zou zijn. Op zo’n moment gaat er van alles door je hoofd. Stel je voor dat ze op het vliegveld zouden denken dat ik drugs had gebruikt .

 

Ze zouden me dan tot overmaat van ramp nog in de gevangenis gooien. Nee dank je wel. Ik wilde naar huis en wel zo vlug mogelijk. Het was pas tien uur dus we zouden het vliegtuig nog makkelijk kunnen halen. Ik zeg: “geef het me maar mee om te slapen in het vliegtuig,” maar dat mocht niet. Het was dáár innemen of niets. We stonden nog steeds met die ambulance langs de weg en de verpleger stelde voor om naar een hulppost te gaan en daar even wat water en koffie te drinken. Maurice kon dan naar huis bellen om te vertellen wat er was gebeurd en dat het allemaal later zou worden. We werden heel goed opgevangen en gelukkig kalmeerden de kinderen ook weer een beetje. Jeanine zei steeds maar: “even wachten oma, even wachten.” We hadden ze deze woordjes in de vakantie geleerd uit een t.v. reclame. Zij wist ze nog niet echt goed te plaatsen maar was trots dat ze iets in het Nederlands kon zeggen. Zo lief en het maakte me wat rustiger. Altijd vrolijke  Shelly  kreeg alweer praatjes en begon alweer te lachen. Er werd ons netjes uitgelegd hoe we terug moesten rijden. Ik zei dat ik onder geen voorwaarde meer die weg op wilde. Maar de man zei dat dit een andere weg was en die mannen zijn waarschijnlijk alweer op zoek naar een ander slachtoffer. Dit gebeurt hier iedere dag en ze schieten zelfs de politie overhoop. Jullie hebben alle geluk van de wereld gehad. Het is ze waarschijnlijk om de auto te doen en om wat er inzit, of kidnapping en ze denken dat jullie welgestelde mensen zijn. Het gebeurt ook dat ze kinderen nemen voor losgeld. In Brazilie is alles mogelijk.

 

Tegen half elf zijn we weer, met een toch nog angstig en kloppend hart, verder gereden met instructies van de hulpdienst. Die zeiden ons dat we de naweeën nog wel zouden krijgen, want dit gaat echt niet zo maar even over. Ik zeg tegen Maurice: “en jij dan!“ “Je moet dat hele eind nog terug over diezelfde weg, misschien wachten ze jou op en dan? “Ja, wat moet ik dan” zei hij “ik moet toch terug naar huis.” In ieder geval had de hulpdienst hem aangeraden om eerst naar de toeristenpolitie op het vliegveld te gaan en het voorval daar te melden o.a. voor de schade aan zijn auto en de verzekering. Er zaten drie kogelgaten in de auto. Eén in de deur aan zijn kant, één door de wieldop die ze eraf hadden geschoten en één dwars door de andere wieldop, waar de kogel nog inzat. Mijn God wat hebben we geluk gehad.

 

 

Tegen elf uur kwamen we op het vliegveld aan. De kinderen moesten allebei plassen en er was geen toilet in de buurt dus maar even in een hoekje. We vonden dat dit nu wel even kon na het hele drama dat we achter de rug hadden. We zijn naar boven gegaan, hebben ingecheckt en Maurice heeft de weg naar de toeristenpolitie gevraagd. Die bleek weer in een ander gebouw te zitten. Uiteindelijk moesten we toch afscheid nemen hoe moeilijk het ook was. De emoties hadden natuurlijk ook het nodige losgemaakt, maar we moesten nu toch echt door de douane. De kinderen huilden allebei en Jeanine bleef zeggen: “Oma, ik hou van jou” en dat deed wel pijn, maar je kunt niets doen. We mogen dankbaar zijn dat het zo is afgelopen. Blij dat we niet dood langs de kant van de weg zijn beland of in de kofferbak van een oude krakkemikkige auto zoals ons werd verteld. Tot overmaat van ramp had het vliegtuig ook nog eens een uur vertraging en vertrokken we pas om één uur ‘s nachts. Ik had nog geen rust voordat ze thuis waren. Maar in het vliegtuig mag je niet bellen met een GSM, die moet uit als je de lucht in gaat. Maar we hadden beloofd dat als we in Parijs geland waren we meteen zouden bellen. Slapen deed je dus ook niet ook al vloog je de nacht door. Er kwamen toch steeds weer van die hersenspinsels door je heen. Toen we in Parijs aankwamen hebben we gebeld en kregen meteen Maurice aan de telefoon die zei dat ze ruim 2 uur bij de politie gezeten hadden en dat ze pas om half 2 naar huis konden gaan en dat ze gelukkig niemand meer waren tegengekomen. Het was daar inmiddels bijna half drie ’s middags, maar de kinderen waren gebroken en sliepen nog steeds.

 

Tamara, Marco en de kinderen stonden te wachten en waren ook blij dat we ongeschonden uit de situatie terug gekomen waren. Maurice had hen gebeld dat we later zouden komen en in het kort verteld wat er gebeurd was. De kinderen zeiden: “we hebben jullie zo gemist.” De schatten. Het was vechten wie er bij ons in de auto mocht, maar Tamara vond het beter dat Kees nu niet reed. Rond ‘n uur of tien waren we dan eindelijk thuis en hebben we na een bakkie en een drankje de twee kleine koffers even uitpakt, het kon maar gebeurd zijn. Om half 12 zijn we naar bed gegaan, dood en doodmoe en ondanks alles hadden we geen moeite om in slaap te komen en hebben tot de volgende ochtend 7 uur geslapen, om daarna weer aan het normale leven te beginnen. Weer gaan werken, wat misschien ook maar het beste is om niet verder en er niet te veel over na te denken. Maurice zou nog foto’s maken van zijn auto met de kogelgaten en zo gauw ik ze heb dan  komen ze erbij want het is nog steeds onvoorstelbaar allemaal. Wat een nacht zeg.

 

Even moesten we aan het liedje van Guus Meeuwis denken, “Het is een nacht die je alleen maar in films ziet.” Iets anders dan hij eigenlijk bedoelde, maar voor ons was dit zinnetje ook heel toepasselijk.

 

Of ik dit jaar weer ga. Geen idee, voor de kinderen ja, maar voor onszelf nee. Maar ik was nog maar net thuis toen ik in de krant las dat er in Nederland ook vier mensen zomaar een mes tussen hun ribben gekregen hadden en dan denk je toch even in wat voor een wereld leven wij. Op internet vond ik een stukje uit de groene Amsterdammer over dit soort situaties in Rio en wat daar geschreven staat wil ik hier graag citeren.

 

De Misdaadverslaggeving blijft niettemin de kurk waarop de krant drijft. Hoewel de stad volgens velen het ergste heeft gehad - de omslag was de mondiale eco-conferentie van 1992 - mag ook deze zomer de oogst er zijn. Bloedheet Rio bereidt zich al moordend en kidnappend voor op het carnaval, dat van oudsher zorgt voor een piek in de misdaadcurve. In diverse delen van de stad zijn weer de nodige hoeveelheden rottende lijken in achterbakken van auto’s gevonden. Bij een bushalte bij het vliegveld is een Frans toeristenpaartje afgeknald. De nieuwe trend onder de bandieten is om automobilisten te kidnappen en ze te dwingen met hun creditcard of bankpas al hun geld op te nemen. Na elf uur ’s avonds stopt geen automobilist meer voor een rood licht. Maar ook de overvallen op de bussen van het openbaar vervoer, waarbij alle passagiers geld, documenten, juwelen en schoenen moeten inleveren, gaan onverminderd door, terwijl woonhuizen en restaurants ook regelmatig door bendes worden bestormd. In grote volkswijken als Santa Tereza en Rio Comprido weerklinken ’s nachts aanhoudend salvo’s uit pistolen en geweren. Wie in Rio een huis zoekt, let eerst op de ballistische consequenties van de ligging. ‘Er is een cultuur van geweld en criminaliteit ontstaan. Het is een manier van leven geworden.’ De bittere stemming van de minzame vijftiger komt wellicht ook voort uit het feit dat hij onlangs voor het eerst zelf is overvallen, en dat op klaarlichte dag in een drukke straat. Het belangrijkste is, niet te veel, maar ook niet te weinig geld op zak te hebben: ‘Als je te weinig bij je hebt, schieten ze je ook dood.’

 

 

Bijkomende complicatie in het speurwerk naar de doodseskaders is dat zij hun slachtoffers plegen te dumpen op afgelegen plekken rond de stad. Iedereen die zich daar in de buurt waagt kan ook een kogel krijgen. Het team van Ibiss wordt vanwege het werk in de favela’s gedoogd door de oppermachtige drugsbarons en weet zich zo toegang te verschaffen tot deze illegale begraafplaatsen. Verleden week werd nog zo’n massagraf gevonden op een eiland in de baai van Rio. Met een achtkoppig team probeert men telkens de identiteit van de slachtoffers en die van de daders te achterhalen. Het moeilijkst is het vinden van getuigen. In Rio heerst ‘o lei do silençio’ de wet van de stilte, die maakt dat zelden iemand bereid is te getuigen over wat ook, uit vrees voor eigen leven. In Groot-Rio - de metropool plus gigantische voorsteden, waar in totaal vijftien miljoen mensen wonen - kwamen vorig jaar 61 duizend mensen door geweld om het leven. Volgens berekeningen  komt 73 procent van deze moorden op het conto van de doodseskaders. In elf procent van de gevallen is er sprake van verdwaalde kogels. Voor de rest zijn de elkaar bestrijdende drugsbendes verantwoordelijk, die voor vier afzonderlijke drugskartels actief zijn en hun ‘soldaten’ vooral rekruteren uit de jeugd van de (zeshonderd) sloppenwijken die kriskras over de metropool verspreid liggen en waar naar schatting twee miljoen carioca’s (mensen uit Rio) wonen.

Er is ook  een film over gemaakt:

 

Het maar als waarschuwing wat je kan overkomen en ik heb ook de film gekocht die over die situaties in Rio gaat “City of God “

 

Het is ergens allemaal te begrijpen dat deze mensen zo zijn. Toch geeft het niemand het recht om daarom zomaar mensen neer te knallen.

 

(Cidade de Deus)

Geweld in de sloppenwijk 

Klik hier voor meer informatie

 

    

De film 'City of God' heeft in Brazilië tot verhitte debatten geleid. Op overtuigend realistische wijze toont het de armoede en het geweld in de Braziliaanse sloppenwijken. Misschien dat daar nu eindelijk wat aan wordt gedaan.

‘City of God’’ (Cidade de Deus) van de Braziliaanse regisseur Fernando Meirelles is een explosief voorbeeld van de bloeiende nieuwe Latijns-Amerikaanse cinema. De film volgt twintig jaar lang het leven van een aantal personages in een favela (sloppenwijk) in Rio de Janeiro. Deze favela's zijn geconstrueerd door de overheid om de armen ver weg te houden van het stadscentrum en de goddelijke stranden. Gewelddadige bendes maken er de dienst uit. De film is meer dan een weergave van de Braziliaanse werkelijkheid. Ook in onze zogenaamd beschaafde westerse samenleving zijn dergelijke rafelrand-samenlevingen in opkomst, achterstandsbuitenwijken in Parijs, Brussel en Amsterdam bewijzen dat. Wat te denken van de jeugdbende die Amsterdam-West terroriseert en ongrijpbaar blijft voor de politie. Deze jongens hebben inmiddels, evenals de bendes in ‘City of God,’ een bijna mythische status gekregen. ‘City of God’ is zeer gewelddadig, maar verheerlijkt het geweld niet. Het geweld is niet om te amuseren, daarvoor is het te realistisch en worden de ontzielde lichamen van de jonge geweldslachtoffers te uitvoerig in beeld gebracht. Bovendien geeft de film een uitmuntende analyse van de machocultuur onder de vuurwapen dragende (extreem) jonge jongens. Law and order is in de favela, evenals in de sloppenwijken van Gangs of New York, afwezig. Alsof de mensenlevens in de favela minder waarde hebben.

 

‘City of God’ is gebaseerd op een autobiografisch boek van Paulo Lins en bestaat uit een serie korte verhalen waarin de speciale aandacht uitgaat naar twee jongens: ‘Rocket’ die ervan droomt fotograaf te worden en zijn vriend ‘Ze’ die groot wil worden in de wereld van de georganiseerde misdaad. Voor elk van de drie verschillende tijdvakken gebruikt cameraman Cesar Charlone een andere visuele stijl. Zijn nerveuze camerawerk met behulp van handcamera's zorgt voor een nieuw soort sociaal-realisme. Het feit dat de film gemaakt is in een bestaande favela, zorgt voor een zeer overtuigend realisme. In de echte ‘City of God’ kon niet worden gefilmd, die is daarvoor te gevaarlijk. Een alternatieve lokatie werd gevonden. De gangsterbaas van die lokatie zat in de gevangenis maar wist er vanachter de tralies voor te zorgen dat de filmmakers veilig konden werken. De 200 acteurs werden uit diverse sloppenwijken gerekruteerd en een half jaar lang getraind. Dit alles heeft geleid tot een tomeloze authenticiteit.

‘City of God’ heeft tot verhitte debatten geleid in Brazilië en tot het besef dat er wat gedaan moet worden aan de schokkende armoede in de sloppenwijken van Rio. Er zijn weinig films die zoiets bewerkstelligen. Hopelijk is de productie van Fernando Meirelles geen visitekaartje voor Hollywood, laat hem doorgaan met zijn bevlogen sociaal-realisme.

 

Op de voorkant staat:

 

Fight, and you’ll never survive

  Run, and you’ll never escape

 

Welcome in Brazil

 

Hoewel, dit had overal kunnen gebeuren. Alleen Brazilië heeft de naam en Rio de Janeiro word hierdoor in de film gekenmerkt als de gevaarlijkste stad ter wereld.

 

Ik weet niet of ik er nog eens heen ga, even heb ik het gehad en we zien wel wat de toekomst gaat brengen. 

 

                                       

Bij het noemen van het woord Brazilië denken veel mensen aan zon, zee, strand, voetbal en samba. Toch heeft het land een 'reputatie' hoog te houden als het gaat om criminaliteit, drugshandel en slecht onderwijs. De grootste voorzichtigheid is geboden in Rio de Janeiro, in het bijzonder in de wijken: het "Centro", Lapa, Cinelandia, Gloria,  Catete, Santa Teresa, Copacabana, Flamengo en de stranden in het algemeen. Men moet op zijn hoede zijn bij het bezoek aan de toeristische sites. Algemeen moet voorkeur gegeven worden aan georganiseerde bezoeken

Favelas" binnengaan is formeel af te raden. Er kunnen zich schermutselingen voordoen tussen de politie en drughandelaars, die vaak gepaard gaan met vuurgevechten. De vreemdeling valt onmiddellijk op en wordt door de drugsbazen beschouwd als een indringer, met alle risico's vandien.

Ondanks de versterkte politie-aanwezigheid moet de toerist op zijn hoede blijven.

 

Algemene aanbevelingen

Om de risico's tot een minimum te beperken tijdens verplaatsingen in de stad, dienen volgende richtlijnen in acht te worden genomen :

- Vermijd ostentatief juwelen te dragen (zelfs namaakjuwelen), merkkledij of waardevolle voorwerpen (camera's...)

- Nooit weerstand bieden bij agressie, zelfs als het om kinderen gaat meestal zijn de overvallers gewapend

- Laat officiële documenten (paspoort) achter op een veilige plaats (kluis in het hotel) en neem fotokopieën van deze documenten mee

- De Ambassade of het Consulaat verwittigen in geval van verlies van paspoort of enig ander officieël document,

- Geen grote geldsommen op zak hebben, maar wel genoeg om bij een eventuele overval iets te kunnen geven (enkele  tientallen Reals volstaan)

- Zeer goed opletten bij het gebruik van kredietkaarten en bij het afhalen van geld aan bankautomaten. In het algemeen, vermijden om kredietkaarten op zak te houden,

- Houd vensters en portieren van uw voertuig gesloten en kijk goed rondom u bij het stilstaan aan een rood licht, vermijd om 's nachts te rijden,

- Gebruik bij voorkeur officiële taxi's, zelfs voor kleine afstanden, en vermijd taxichauffeurs die u op straat aanklampen. In de luchthavens is het aangeraden beroep te doen op voertuigen van taxibedrijven met radioverbinding,


- Vermijd sombere en geïsoleerde plaatsen, die slecht verlicht zijn, of waar er weinig of geen volk is, zelfs in volle stad. Ga niet te voet of met de wagen naar onbekende plaatsen, tenzij vergezeld van betrouwbare Brazilianen die de omgeving kennen,

- Hoed u in bars, clubs of dancings voor dranken aangeboden door onbekenden. Laat uw glas niet onbewaakt achter, want er kunnen slaapmiddelen of andere substanties in worden gedaan,

- Neem enkel het hoogst noodzakelijke mee naar het strand,

- Volg altijd de plaatselijke veiligheidsvoorschriften,

- De gegevens van het dichtstbijzijnde Consulaat of van de Ambassade op zak hebben. Slachtoffers van diefstal wordt aangeraden om bij het dichtstbijzijnde politiekantoor (delegacía) klacht neer te leggen en een diefstalverklaring te bekomen. Dit document kan dienen als bewijsstuk bij de aanvraag van de vervanging van een gestolen reisdocumenten of bij de indiening van een verzoek tot schadevergoeding bij een verzekeringsmaatschappij.

 

Pagina 1     Pagina 2     Pagina 3     Pagina 4     Pagina 5     Pagina 6



 

 

 
 

.