|
De
zeeotter brengt zijn
hele leven in zee door en
komt maar zelden aan land.
Wel blijven deze grote
otters vaak dicht bij de
kust. Daar vormden ze een
gemakkelijke vangst voor
pelsjagers die ze bijna
hebben uitgeroeid in de VS.
Zeeotters houden zich bij
voorkeur op in
zeewierbedden. Voordat ze
gaan rusten draaien ze
zichzelf vaak vast in een
lange sliert wier, zodat ze
rustig op de plaats blijven
dobberen.
Zeeotters zoeken hun voedsel
voornamelijk duikend op de
zeebodem. Gevangen schelpen,
zeesterren of krabben nemen
ze vaak mee naar boven om
daar rustig op te peuzelen.
Soms gebruiken ze voor het
openbreken een platte steen
die ze op hun buik leggen en
vervolgens als aambeeld
gebruiken om hun prooi open
te slaan. Een goede steen
dragen de zeeotters vaak een
tijdje bij zich.
|
Wetensch. naam |
Enhydra lutris |
|
Engelse naam |
sea otter |
|
Verspreiding |
kustwateren van
Alaska tot
Californië |
|
Voedsel |
schelpdieren,
zee-egels, slakken,
kreeftachtigen en
andere ongewervelde
zeedieren |
|
Lengte |
60 - 130 cm, staart
25 cm |
|
Gewicht |
21 - 28 kg, bij
geboorte 1,5 - 2,3
kg |
|
Status |
bedreigd |
De zeeotter is het enige in
zee levende zoogdier dat
geen isolerende en
beschermende vetlaag heeft.
Daarom verzorgt de zeeotter
zijn vacht nauwkeurig, zodat
deze een laag lucht
vasthoudt. Deze luchtlaag
beschermt het dier tegen het
koude water van de
noordelijke zeeën. Zeeotters
gebruiken vaak stenen om,
zwemmend op hun rug,
schaaldieren open te slaan.
zeeotter, de soort Enhydra
(of Enhydris) lutris van de
Otters. Het is een van de
grootste vertegenwoordigers
van de zoogdierfamilie
Marterachtigen, verspreid
langs de kusten van de
noordelijke Grote Oceaan van
Japan tot Mexico. De dieren
worden maximaal ca. 150 cm
lang, waarvan een kwart voor
rekening van de staart komt;
gewicht 25–45 kg (mannetjes
zijn groter en zwaarder dan
vrouwtjes). De prachtige
pels is grotendeels diep
zwartbruin; omwille van de
huid is de soort tot 1911
zeer vervolgd. Na het
instellen van bescherming
volgens internationale
overeenkomst hebben de
geringe en verspreide
restpopulaties zich buiten
verwachting hersteld;
overigens is nu
zeevervuiling
(met o.a. aardolie) een
groter gevaar dan jacht en
stroperij. Per keer wordt
slechts één jong geworpen,
dat langdurig door de moeder
verzorgd wordt; de draagtijd
beloopt 12–13 maanden, maar
de implantatie is sterk
vertraagd. Maximale
levensduur ongeveer 20 jaar.
De dieren bewonen vnl.
rotsige kusten, vaak in los
sociaal verband; zij voeden
zich in de ondiepe zee, vnl.
met mosselachtigen,
inktvissen en zee-egels,
maar ook wel met vis. De
stekels van de zee-egels
worden met de voorpoten
verwijderd; hierbij drijft
het dier op de rug. Schelpen
van weekdieren worden op een
steen op de borst van het
drijvende dier of tegen de
rotsen stukgeslagen. De
zeeotter is onder de
roofdieren uniek door dit
gebruik van een werktuig.
Fotogalerij
|