|
De zeeslangen (Hydrophiinae)
vormen een onderfamilie van
de familie
gifslangen
(Elapidae).
De zeeslangen worden ook wel
als familie gezien
(Hydrophiidae). Ook worden
de zes soorten uit het
geslacht
Laticauda in sommige
indelingen tot een aparte
onderfamilie gerekend
(Laticaudinae). De reden is
dat de Laticauda-soorten
minder goed aan het water
zijn aangepast, en een iets
andere bouw en levenswijze
hebben. Er is zelfs
verwarring of de zeeslangen
wel in de familie van
gifslangen moeten worden
ingedeeld. ze lijken op apen
Zeeslangen
worden zelden langer dan
anderhalve meter, alle
soorten zijn giftig maar
meestal niet agressief. De
staart is tot een
platgedrukt roer veranderd.
De neusgaten liggen aan de
bovenzijde van de kop. Het
overbodige zout van het
voedsel wordt door
zoutklieren aan de kop
afgevoerd. Als
eigenaardigheid is het feit
aan te merken dat de meeste
zeeslangen
levendbarend zijn.
Van de bijna 60 soorten
leven er twee in zoet water,
de rest leeft in de zee rond
de kust. Zeeslangen leven
voornamelijk rond de
Indische en de
Pacifische Oceaan, in
Europa in de
Middellandse
Zee


|