|
Toon Hermans


Geboortehuis van Toon
Achternaam: Hermans
Voornaam: Toon
Doopnamen: Antoine Gérard
Théodore
Geboren: 17-12-1916
Te: Sittard


Biografie
Toon Hermans is de zoon van een
vroeg overleden vader, die als bankier slachtoffer was geworden van de
economische crisis aan het einde van de jaren twintig. Moeder en de vier jongens
- Fons, Toon, Sjef en Jan - konden het hoofd nauwelijks boven water houden, en
moesten een aanzienlijke stap terug doen. Verhuizen bijvoorbeeld van een statig,
vrijstaand herenhuis naar een kleinere woning in een mindere buurt. Een
vernederende gebeurtenis in een vooroorlogse provinciestad.
Hij herinnert zich zijn vader als een lange, magere man met een geligbruin
gezicht, zilvergrijze haren en een snor van dezelfde kleur. Als er één ding
geweest is dat hij zich in deze ellendige periode heeft gerealiseerd, dan is het
wel dat het goede leven niet meer zou terugkeren. Tenminste, indien hij zich,
ondanks het gemis aan een behoorlijke schoolopleiding en aan financiële steun
van vaderszijde, niet op een ander bestaan zou richten. Niet dat van een wolk of
van een mus, al werd daar wel een vrijheid door vertegenwoordigd die in Sittard
niet bestond. Eerder dat van een clown, die het symbool vormde van een andere,
af en toe in Sittard neerstrijkende leefgemeenschap: het circus. Natuurlijk zijn
er daar in het Limburgse ook uitermate positieve invloeden geweest: de
harmoniekorpsen en fanfares, de buutredeners, de plaatselijke en regionale
komieken, het carnaval, het artiestenvolk rond de jaarlijkse kermis. En vooral
de Rooms-katholieke Kerk met haar Heilige Missen en alle andere eeuwenoude
rituelen die aan dit instituut verbonden zijn. Neem de bidprocessies, door Toon
beschreven als ‘groots en ontroerend'. Hij zag er theater in...

Toon Hermans, clown in opkomst en winnaar van de eerste prijs tijdens een te
Heerlen gehouden talentenjacht (Cabaret der Onbekenden) trok naar Amsterdam. Op
deze stad hadden zijn onbestemde verlangens naar een ‘ander, ruimer leven' zich
voorlopig geprojecteerd. De onhandige, onzekere en om het minste geringste te
hevig blozende provinciaal arriveerde per trein in de hoofdstad met ‘haar hoge
huizen en lange diepe straten' en huurde een kamer bij een vriendelijke mevrouw
aan de Leidsekade. Vlak voor een auditie ten overstaan van toenmalig
Carré-directeur Alex Wunnink mompelde hij een paar korte zinnen die in De
Avonden van Gerard Reve hadden kunnen staan. ‘Hier komt de clown. Het zit
allemaal in deze koffer. Hier komt de clown'. Deze clownsfiguur was, in de
woorden van Toon zelf, een jonge man die verlangde naar een ‘nieuwe, betere
wereld', zijn ‘honger kwijt wilde, zijn armoede, zijn eenzaamheid, zijn hart
wilde warmen aan het licht dat uit de hemelhoge balkons naar beneden plensde'.
Het woord ‘licht' heeft nog een betekenis, want Toon Hermans had werkelijk het
gevoel dat hij uit het donkere Zuiden in het lichte Amsterdam was beland.
Brandpunt van dit gevoel was het in 1887 geopende Circus-theater Carré, de
plek waar Toon Hermans ‘het meeste van dit land en van de mensen houdt'.
Volgens hem zijn ze er ‘anders dan anders, omdat dit theater iets bijzonders
met hen doet. Ze zijn minder star, minder wrevelig, minder in de plooi,
minder Nederlands misschien wel. Ik vind dat Carré de mensen liever, milder
maakt. Daarom is het mijn favoriete theater'.
Carré betekende het beroemde clownstrio De Fratellini's, hun nog vermaardere
(en door Toon Hermans verafgode) collega Grock, de balletten van de Marquis
de Cuevas, Louis en Heintje Davids, de Nationale Revue met Lou Bandy en
vooral de grote Bouwmeester-revues met de clown Johan Buziau als centrale
figuur.
Buziau... Toon bewonderde deze nationale held uit de jaren dertig met zijn
droog-komische manier van werken en zijn hese stemgeluid hevig, zoals hij
ook - zij het in mindere mate en om heel andere redenen - Lou Bandy
bewonderde. In beide gevallen richtte hij een van zijn specifieke talenten,
de haarscherpe imitatie (Amerika heeft een beter woord: impersonation) op
het onderwerp van zijn bewondering. Lou Bandy doet hij wel eens na in
gezelschap van een paar ingewijden. Op het toneel heeft dat geen zin, weet
hij. ‘De mensen kennen Lou Bandy niet meer of ze kennen zijn waarde niet'.
Het imiteren van Johan Buziau, ontroerend voor iedereen die ‘Buus' heeft
gekend, leverde een van zijn grote successen op in de revues die Floris
Meslier en Frans Mikkenie tijdens de eerste oorlogsjaren in het Amsterdamse
City Theater brachten. De naam van de eerste revue (opgevoerd in 1943)
luidde Première, en de schepper ervan was Willy van Hemert, die er bovendien
een belangrijke rol in speelde. Toch lag Toons eigenlijke debuut, een jaar
eerder, op een ander terrein. Acteur-cabaretier Carl Tobi gaf hem in het
slechts op een paar honderd meter van City gelegen Leidsepleintheater een
rol in het programma Pret van A tot Z, met de humorist Kees Pruis als
centrale figuur.
Toon Hermans had Johan Buziau in Heerlen voor het eerst zien optreden.
‘Onbegrijpelijk fantastisch. Ik onderging het als een wonder. Ik zag hem als
een heel vreemde figuur. Niet als een mens. Als een vreemde vogel, iets
tussen engelen en mensen in'. Zelf moest hij ergens beginnen natuurlijk, al
was het alleen maar door in de gedaante van Buziau te kruipen, zich zo te
identificeren met diens stem, oogopslag, gebaren, manier van lopen en veel
meer, dat het leek of Buziau daar zelf stond. Veel later zou Toon Hermans
een persoonlijkheid worden die op zijn beurt door anderen (onder andere
Frans Halsema en Robert Paul) werd geïmiteerd. Want wie wordt geïmiteerd die
is wat. En Johan Buziau, tot in de jaren vijftig vaste bezoeker van het
Haagse Scalatheater wanneer Toon Hermans daar optrad, schreef in een
programmaboekje: Mijn opinie omtrent de toneelprestaties van Toon Hermans is
deze, dat hij vanaf het begin, dat ik hem heb zien optreden, mij zeer heeft
geboeid en bovenal heeft geamuseerd. Ook Theater Carré zou nog van Toon
horen. Eerst waren minder omvangrijke gebouwen als het Leidsepleintheater,
het Apollopaviljoen, de Kleine Komedie en het Centraal Theater aan de beurt.
Jaren later (eind 1963) debuteerde hij met zijn vierde One Man Show in
Carré, dat nogal eens ‘het hol van de leeuw' wordt genoemd, maar door Toon
Hermans naar aanleiding van die allereerste auditie met verschuldigde
hoogachting is betiteld als een ‘kolossale theaterkathedraal'. Zo kan alleen
iemand uit het Zuiden het zeggen.
Toon Hermans, de clown de
clowns. De conferencier, dichter en schilder. Toon is in zijn loopbaan
uitgegroeid tot een ware volksheld, die ook zonder achternaam een begrip
was. Samen met Wim Kan en Wim Sonneveld vormde hij 'de grote drie' van
het na-oorlogse theater. Zijn eerste stappen als artiest deed hij in het
café in Sittard, waar hij staand op het biljart optrad. Uit Amerika had
hij het idee opgedaan van de one man show, een man alleen op het podium
die met grappen en wat liedjes de zaal een avond lang vermaakt.
Collega's geloofden niet dat dat in Nederland zou werken, maar Toons
eerste one man show in 1955 was meteen een groot succes. Er zouden er
vele volgen. Toon Hermans werd op 17 december 1916 geboren in Sittard.
Zijn vader, een bankier, verloor al zijn geld door de geldontwaarding in
de jaren twintig en overleed jong. Kleine Toon groeide op in armoede. De
humor waarmee in het gezin de materiële misère werd draaglijk gemaakt
zou de basis vormen voor zijn carrière als clown. Later zou hij ook nog
vaak verwijzen naar die tijd, bijvoorbeeld in de conference over 'Snieklaas'
('Ik kende dat kleed, je kon nog precies zien waar de asbak had
gestaan'). Toon was dankzij zijn timing kampioen om met minimale
middelen de zaal te laten bulderen. "Hij is de enige die een zaal kan
laten lachen door alleen het telefoonboek voor te lezen," zei Freek de
Jonge eens bewonderend. Met zijn typetje van de voorzitter van het
bestuur van Ons genoegen deed hij dit bijna letterlijk. De oeverloze
opsomming ('...Mevrouw Loof-hutjes, mevrouw Kistemaker, mevrouw Stip ...
Stip, mevrouw Schroot-hamer....') deed heel het land schuddebuiken. De
auditie van de schuchtere goochelaar Hartmann (Doif is tod), de
verdwaalde gast op de kakkineuze receptie (leg neer die bal), de man met
de gitaar (wat ruist daar in het struikgewas), en de ornitholoog met te
grote tropenhelm (de polifinario: ... 'kroet, kroet', de kroet: ... 'polifinario),
al deze sketches zijn deel gaan uitmaken van het nationale cultuurgoed.
Hij was geen liefhebber van geëngageerd cabaret. Toon wilde vooral
verstrooien. Als rode draad door zijn oeuvre lopen ook de nonsensliedjes
waarmee hij met de klanken van buitenlandse talen speelt, zoals Notte
belle margerinetta of Et tu un stuc qui koek madame. "We verstaan de
geluiden van de vogels ook niet, en klinken die niet prachtig?", zei hij
eens. Verder zijn Vader gaat op stap, de wandelclub, dit is een plek om
lief te hebben en 24 rozen klassiekers uit het Nederlandstalig
repertoire. Eén keer scoorde hij een carnavalshit met Mien waar is mijn
feestneus. Hele generaties artiesten zijn schatplichtig aan Toon
Hermans, zoals Freek de Jonge, Paul de Leeuw, Jack Spijkerman, Herman
van Veen, Paul van Vliet en Mini en Maxi. In interviews deed hij altijd
luchtig over zijn vakmanschap ('Ach, ik doe maar wat'), maar in
werkelijkheid was hij een enorme perfectionist. Er verschijnt ook een
reeks bundels met gedichten van Toon. De literaire kritiek haalt zijn
neus op voor de versjes. In Leiden, waar een groepje zelfbenoemde
culturele kenners blinde muren van gedichten uit de hele wereld
beschildert, verzekert dat Toon geen schijn van kans maakt. Wel Marina
Tsvetajeva in cyrillisch schrift, maar niets uit Fluiten naar de
Overkant. Het publiek heeft daar maling aan en de boekjes worden met
honderdduizenden verkocht. Van bruiloft tot begrafenis, overal wordt
eruit geciteerd. Hermans is tot op het allerlaatst actief gebleven. Hij
vertelt nog in december dat hij druk bezig is met het repeteren voor een
nieuwe theatershow. Of hij zijn laatste show voorbereidde, vroeg Henk
van der Meyden hem. "Onzin", zei Toon. "Ik neem zelf nooit afscheid. Op
een zeker moment neemt het leven afscheid


Gedichtjes
Limburgs gedichtje
Es ich neet mee
zèng
brèng mich trök nao mien
land
dao veul ich mich thoes
dan lik op ‘t veldj
die sjneewitte sjprei
en dan lik ich mich neier
in ’t graas van de wei
brèng mich dan mer nao
hoes
Nederlandse vertaling
Als ik niet meer zing
breng mij dan naar huis
breng mij terug naar mijn
land
saar voel ik mij thuis
dan lig't op t veld
die sneeuwitte sprei
en dan leg ik mij neer
in 't gras van de wei

Liefde
Het was alsof zij afscheid
namen
maar liefde is oneindig
groot
ze bleven en ze blijven
samen
liefde is sterker dan de
dood.

Dag God
Hij schiep het licht
noch traag noch vlug,
gaf ogen zicht
van mens en mug,
hing sterren op aan het
plafond
‘n witte maan
’n rode zon.
Nu zit Hij op zijn
hemeltroon,
ik zeg: "dag God".
Hij zegt: "dag Toon".
Hoop
Geef elkander hoop.
dan gaat alles goed.
Geef elkander hoop
als je elkaar ontmoet.
Niet met dure woorden,
een rede of een preek.
Nee, zo maar bij de slager
of in de apotheek.
Op een café-terrasje
of in de bioscoop.
Al is het nog zo vluchtig
maar geef elkander hoop.
Reïncarnatie
als ik opnieuw een kind
zal zijn
en in een volgend leven
in ’t gouden boek van
Sinterklaas
opnieuw sta ingeschreven
dan wil ik als de Sint mij
roept
en ik mij iets mag wensen
geen moeilijke meccanodoos
ik heb veel liever: mensen
die zitten in een warme
zaal
en luist’ren naar mijn
zang
en ‘k zal opnieuw gelukkig
zijn
een volgend leven lang.
Rietje
'n
dag zonder jou
is
een tuin zonder bloemen
een
dag zonder jou
kun
je geen dag meer noemen
een
dag zonder jou
is
een dag zonder licht
en
dáárom is zo'n dag
geen
gezicht
het
huis is leeg en koud
als
ik je stem niet hoor
de
tafels, stoelen en bed
het
stelt geen moer meer voor
een
boom zonder takken
'n
hemel zonder blauw
m'n
lief - dat is een dag
zonder
jou

Toon Hermans als
schrijver
Voorjaar
Vandaag
heb ik het voorjaar gevoeld, nee, niet alleen met de kleine
kijk-oogjes, maar gevoeld tot in mijn botten. Wat zeg ik? Tot
diep in mijn ziel. Ik heb vandaag gewoon de kracht gevoeld die
in dit jaargetijde uit de aarde straalt en uit het water van de
beken en de rivieren. Ik heb de geur gesmaakt en ingeademd van
de lentelucht en in de stilte heb ik de verwachting geproefd van
wat opnieuw geboren zal worden.
Het is
alsof je dan ineens wordt volgegoten met een nieuwe kracht, die
opwelt in het 'al om je heen'. Alsof de winterkreukels in je
ziel weer worden gladgestreken, alsof er iets van het
beschouwelijke van je afvalt en er iets vrolijkers voor in de
plaats komt.
Je leeft mee óp, met alles om je heen, met het veld dat groen
wordt en de akkers die levendiger worden, met de bomen die zich
voorbereiden op het feest. De hemel is opgewekter, de wolken
hangen niet meer zo laag. Het licht heeft iets van een
lichtheid, dat het voordien niet had.
Dit wordt het zóveelste feest, de zóveelste bruiloft. De zóveelste
liefdesverklaring van Vader Hemel aan Moeder Aarde. De zóveelste
maal het uitpakken van de witte bruidsboeketten in de weilanden.
Ik voel het feest diep in mij. We drinken het licht van deze
eerste lentedag samen op.
(uit:
Ik heb het leven lief van Toon Hermans)

Citaten
van Toon Hermans
Uit
'Toon Hermans', Mieke Mosmuller:
Kortzichtig
Ik vind het kortzichtig als je de gedachte dat God bestaat verwerpt,
omdat we zijn bestaan niet kunnen verklaren.

Bovennatuurlijke
glans
De stervende is veel meer dan degene die aan zijn bed zit. Als je elkaar
aankijkt, zie je in de oogopslag van de stervende dat andere leven al
beginnen, ook al zou hij zijn ogen dichtdoen. Het gezicht wordt omzweefd
door een bovennatuurlijke glans. Je ziet je eigen leegte, je ziet dat je
eigenlijk nog niets voorstelt.

Goed gesprek
Ik denk dat je voor een goed gesprek niet altijd twee sprekers nodig
hebt. Als één van de twee alleen maar luistert, is het ook een goed
gesprek. De luisteraar doet de spreker spreken en dingen zeggen die hij
zonder toehoorder niet zeggen zal.

Het zwijgen
Woorden zijn niet zo belangrijk. Het gaat om het innerlijke gevoel, om
het zwijgen.

Ethische
waarden
bij het overkomen van een straaljager: Dit barbaarse, grenzeloos
onbeschofte geluid geeft overduidelijk aan dat wij in onze tijd álle
respect voor ethische waarden verloren hebben. Wat moet dat voor een
mens zijn die een dergelijk demonisch geluid de wolken instuurt zonder
zich te schamen?

Mysterie
Juist mensen die zich helemaal niet met het mysterie van het leven
bezighouden, verkondigen dat er na de dood niets is.

Tweede Hitler
Mensen denken niet. Als ze zouden denken, was er nooit oorlog geweest.
Maar de massa is zó te intimideren. Als er een tweede Hitler komt,
heeft-ie onmiddellijk succes. Het publiek is 'in' voor alles.

Aandacht
Misschien begint geloven in God wel bij de aandacht, de bewogenheid voor
de ander.

Liefde
Als er een innerlijke binding is tussen mensen, houdt iedere afstand op
te bestaan. Als er liefde is, is er geen ver meer en geen dichtbij.

Bidden
Bidden is uit het lichaam treden, het lichaam vergeten, en de ziel vrij
laten worden naar God. De dolende ziel vindt vrede, rust en welbehagen
in God.

Alleen-gevoel
In ieder mens leeft een natuurlijk 'alleen'-gevoel. Dáár begint God.
Dat oergevoel van eenzaamheid, of beter van incompleetheid, wijst in de
richting van bovennatuurlijke kracht. Als de mens dat 'gaatje in zijn
sokken' niet had gehad, had hij geen verlangen naar God gehad.

Waarheid
Door het zoeken naar waarheid bén je, niet door wat je gevonden hebt.

Als een vogel
Tussen de ziel en God zijn geen voorschriften. Je hoeft aan niets te
denken - De ziel is als een vogel die wegvliegt van zijn tak.
De vlucht is het gebed.

Uniciteit
Hoeveel mensen zijn werkelijk geworden wie ze zijn? Als het kind zijn
uniciteit toch kon ontwikkelen! Maar het verliest zichzelf bij het
groter worden, in plaats van zichzelf te vinden. Mensen vermorzelen
elkaar. Ze zijn ongeduldig, agressief en o zo kwetsbaar. Die schrammen
op de ziel tekenen de menselijke zwakheid.

Wat wil je
worden?
Toen de meester vroeg: wat wil je worden? zei ik: ik bén al iets. En ik
hoefde ook nergens heen, niet naar iets te streven, ik bén ergens, dat
is genoeg.

Lawaaiige
brommers
Onze ellende - we veroorzaken die toch zelf? Heeft God die ellendige
lawaaiige brommers bedacht?

Wegdrijven
Angst is een symptoom van het wegdrijven van God.

Twee-heid
Angst ontstaat door tweeheid. Als er eenheid is, is er geen angst. Zo
ontstaat toch ook de twijfel? Je twijfelt of je het één of het ander
zult kiezen. Als je angst hebt voor de schaduw, is het dan niet tevens
angst voor het licht?

Eeuwig
Als we zeggen dat iets tijdelijk is, en dat ook begrijpen, waarom vinden
we het dan zo moeilijk om te aanvaarden dat er ook iets eeuwigs is?
Omdat we het niet begrijpen? Kunnen we nooit iets aanvaarden wat we met
ons verstand niet kunnen vatten?

Tijdelijkheid
Voor veel mensen heeft God iets van tijdelijkheid gekregen. Hij is in
een lichaam verschenen, begrensd door de geboorte in Bethlehem en de
dood op Golgotha. Dat geeft de indruk dat het goddelijke met
tijdelijkheid te maken heeft. Maar in de oermens moet er een
oergodsbesef zijn geweest, een besef dat volledig buiten het denken, de
taal en het woord om beleefd werd. Er was toen geen religie, dat hoefde
niet.

Misschien
'Misschien' is zoveel meer dan ja of nee. Misschien houdt de
mogelijkheid van de fantasie open. Als je geen fantasie hebt, heb je
geen hoop meer, geen leven meer. Misschien waren de mensen al zó ver
verwijderd van een samenleving met God, dat ze nog slechts een
lichamelijke openbaring konden geloven. Misschien kon de mens alleen zó
uit de impasse worden verlost.

Drama
In het drama in ons roept onze ziel om hulp. Om uitkomst, om oplossing,
om vriendschap, om liefde ... om God.

Sterren
Ik ken mensen die geen vonkje licht verspreiden, maar wij noemen ze
sterren.

Gevoel
God is een gevoel. Dat heb je of dat heb je niet. Je kunt dat ook een
genade noemen, maar ik hou het toch liever op een gevoel. Het is een
begeestering, een bezieling ...

Lichamen
Al die miljoenen lichamen in de aarde, dat kan toch niet álles zijn wat
de mens is?

Impasse
de man was moe, hij zag het leven niet meer zitten
hij zag zichzelf alleen maar zitten op z'n stoel
hij had geen kracht meer om z'n tuintje om te spitten
en kreeg een grenzeloos, vereenzaamd, leeg gevoel
toen
heeft hij heel lang aan zijn kamerraam gezeten
alsof hij wachtte op een teken, een geluid
van buitenaf, dat hem weer nieuwe kracht zou geven
maar tevergeefs keek hij er elke dag naar uit
zo
heeft hij héél lang aan dat stille raam gezeten
de tuin werd groen en toen weer grijs en toen weer groen
totdat hij godzijdank ten slotte heeft begrepen
dat er geen teken kwam ... dat hij het zelf moest doen
Uit
'Fluiten naar de overkant'

Toon
Hermans - Zo'n idee

Er
moet toch 'n plek zijn, 'n land of 'n rijk,
waar iedereen happy is, ied'reen gelijk.
Er moet toch zo'n plek zijn, of dacht je van nee,
ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee.
Er
moet toch zo'n plek zijn, heel ver hier vandaan,
daar kookt nooit iets over, daar brandt nooit wat aan,
geen vel op de melk en geen vlieg in je thee,
ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee.
Er
moet toch 'n plek zijn, misschien wel heel hoog,
daar krijg je in 't bad nooit meer zeep in je oog.
D'r is altijd plezier en papier op de plee,
ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee.
Er
moet toch 'n plek zijn, vèr weg zeggen ze,
daar glijdt nooit je broek van je kleerhangertje.
Het kan er niet tochten en d'r is geen TV,
ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee.
Er
moet toch 'n plek zijn, zo kinderlijk speels,
daar loopt nooit de rits van je gulp uit de rails.
En niemand is hongerig en niemand blasé,
ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee.
Er
moet toch een plek zijn van 'n ander allooi,
ver weg van de haat en het kleine geklooi.
Geen roddels, geen pijn en geen ach en geen wee,
ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee.
En
als je daarboven opnieuw bent ontwaakt,
en je denkt, wat heb ik me te sappel gemaakt,
dan begrijp je de sores die je had hier benée,
ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee.
Daar
is alles anders, de poen en de sex,
je gaat er ook heen zonder traveller-cheques.
Maar als er één gaat, roep je nooit 'mag ik mee,'
want ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee.

24
Rozen - Toon Hermans - One man show 1967

14 appelbomen in de zomerzon
7 dikke tranen op een bruidsjapon
15 zomersproetjes op een wang
2 enorme zoenen op de gang
en 36 liedjes waar ik veel van hou-ou
en 24 rozen, 24 rozen, 24 rozen voor jou
la lala la la la lala
15 mooie meiden in een boerenschuur
46 zieltjes voor het vagevuur
2 fanfares en hun hoempapa
1 begrafenis met koffie na
en 4 papieren vliegers aan een touw-ou-ouw
en 24 rozen, 24 rozen, 24 rozen voor jou
la lala la la la lala
16 bisschopsmijters op een lange rij
1 klein moedervlekje op een damesdij
9 dominees op het carnava-al
2 olijven en een bitterbal
en 4 verliefde wolken in het blau-au-auw
en 24 rozen, 24 rozen, 24 rozen voor jou
la lala la la la lala
Ja, jongens*, een ogenblikje, ik hoor sommige mensen zachies
meezingen. (*musici)
Wilt U meezingen? Het gaat zo:
en 24 rozen, 24 rozen, 24 rozen voor jou
la lala la la la lala
Het gaat zo: (mensen gaan voorzichtig meezingen)
en 24 rozen, 24 rozen, 24 rozen voor jou
la lala la la la lala
Dat gaat mooi zeg!! Ik heb het zelden zo mooi horen zingen, zeg! U
draagt het voor vind ik, zo helemaal.
16 stille nonnetjes op oude jaar
2 aanstaande moeders en een ooievaar
14honderd doppers in een blik
9 hiks van iemand met de hik
en 7 babyfoto’s op een schou-hou-ouw
24 rozen, 24 rozen, 24 rozen voor jou
la la la la la la lala
Mooi zeg, mensen!! Ontroerend gewoon, vind ik.
16 lichte vrouwen in vergadering
2 enorme boeren van een zuigeling
14 kamerleden op het toile-e-et
7 apen op een autoped
en 12 sinterklazen in de kou-ou-ou
en 24 rozen, 24 rozen, 24 rozen voor jou
la lala la la la lala


Toon
Hermans schilderde wanneer hij er behoefte aan had. Die behoefte kon er
op alle momenten en onder alle omstandigheden zijn. Naarmate zijn
one-man-shows meer van hem vergden nam het schilderen een steeds grotere
plaats in zijn privé-leven in. Zo lag hij vaak, op weg naar een
theatervoorstelling, op de achterbank in de auto naar de wolken te
kijken om inspiratie op te doen voor zijn volgende schilderij.
Het impulsieve schilderen gaf hem de mogelijkheid om zijn gevoelens te
kanaliseren en zorgde voor innerlijke rust en vrijheid. Zijn
schilderijen gaan simpelweg over geluk, vrolijkheid en de zon.
'Ik ben er bijzonder trots op dat het Christie's Amsterdam gelukt is 76
schilderijen van Toon Hermans te selecteren die op 22 november a.s.
onder de hamer zullen komen. Het wordt een "feest van kleur"
waarin Toon Hermans als kunstenaar centraal zal staan', aldus Jop Ubbens,
Chairman van Christie's Amsterdam.
Een deel van de opbrengst is bestemd voor de Toon Hermans Huizen, open
centra voor mensen met kanker en hun naasten.
Toon
Hermans wilde in stilte worden begraven. In Sittard, waar hij in 1916 werd
geboren en waar zijn in 1990 overleden vrouw Rietje was begraven.
Vrolijk zijn, op hem proosten, en vooral geen traan laten. Zo zou Toon willen
dat we hem gedenken. Omdat het leven prachtig is en omdat Toon erop rekende dat
het leven niet ophoudt bij de dood, maar het begin is van iets nieuws.
Toon leefde eigenlijk al jaren met de dood, niet alleen privé thuis maar ook op
de bühne. Het was gewoon een manier om het verlies van zijn vrouw te verwerken.
Wit en Rood waren de kleuren tijdens de begrafenis. Wit, de kleur van licht en
hoop, en rood, de kleur van de liefde.
Als Toon er was, scheen de zon.

Opa’s
en oma’s, ooms en tantes, ze zijn allemaal aangeslagen. Familie die ik mij
herinner als mensen die alvast smakelijk begonnen te lachen als ze een plaat op
wilden gaan zetten van Toon. De eenvoudige liedjes die ze vurig meezongen en die
een tijd opriep toen alles nog simpel en mooi was. Het gaf mij het gevoel alsof
ik een lolly kon kopen voor een cent om daarna met een hoepel en een stok te
kunnen gaan spelen. Ik was nog te jong om te begrijpen waarom deze man zo
belangrijk was. Nu ik zelf volwassen ben en zijn boeken heb kunnen lezen en
conferènces kan beluisteren denk ik een beetje te begrijpen waarom. Het verlies
van een man die nooit waarde hechtte aan het denken. Dat is moeilijk. Hij zei
altijd: “Ik weet niet veel” Een uitdrukking die herhaaldelijk terug kwam in
zijn repertoire. Hij had geen gevoel voor wereldfaam en geld. Niet omdat hij
geen talent daarvoor had. Het was omdat huis en haard en het toenmalige dorp
danwel stadje Sittard waar hij was opgegroeid dè motivatie was voor alles wat
hij heeft bereikt. Het dorp in Toon was te klein voor New York Zowel in de
armoedige als in de rijke jaren.
Het
was een man die vanuit zijn hart de mensen steeds weer wist te ontroeren of te
beroeren door slechts zichzelf te zijn. Hij zou gezegd kunnen hebben: “Krijg
er maar geen beroerte van” Dat kenmerkt eigenlijk ook zo’n beetje zijn
humor. “je zou er nog in stikken” Talent was iets waarvan Toon vond dat dit
een uitzonderlijke begaafdheid is. Een begaafdheid die je alleen maar bij grote
kunstenaars aantreft. Hij schreef dat wij mensen veel te gemakkelijk omspringen
met het begrip talent. Het beetje aanleg dat hij had vond hij meer een
handigheid. Misschien dat hij juist daarom zichzelf bleef verbeteren waardoor
hij ten onrechte als perfectionistisch werd omschreven. Hij kon en wilde
zichzelf niet als een groot kunstenaar zien. Als dit wel het geval geweest was
dan had hij zichzelf waarschijnlijk oké bevonden.
Dat
theater in de loop van zijn repertoire flinke veranderingen heeft ondergaan weet
hij als geen ander te verwoorden in zijn boek Verhalen uit mijn leven. Vroeger
toen er nog een kijkgaatje was in het toneeldoek en een opgezet eigenlijk te
simpel decor dan keek Toon er even doorheen om te zien wat voor publiek in de
zaal zat. Later mocht het niet meer want het publiek kon Toon tenslotte ook niet
zien voor de voorstelling. Dat vond hij gek. Want hij sprak tegen de mensen en
zij reageerden. Niet omgekeerd. Hij moest gewoon weten wat hij zou gaan zeggen.
En dat kon als hij wist wat voor publiek hij voor zich had. Hij was tenslotte dè
man van de improvisatie. Ook het vertrouwde gezelschap waar hij mee begon kwam
een einde aan. De mensen waar hij negen maanden aan een stuk mee heeft
opgetreden. Het waren Jack Bow die over het ballet ging. Willy van Hemert, Jan
van Ees en Toon zelf die verantwoordelijk waren voor de teksten. Alles
veranderde toen hem gevraagd werd om zijn vertrouwde gezelschap te verlaten en
om zelf een matinee te gaan spelen. Vanaf dat moment was de One man show
geboren. Door niets te plannen omdat dit nooit in zijn stramien heeft gelegen en
te blijven improviseren bleef hij met zijn tijd meegaan. De herhaling van
woorden die steeds een andere betekenis impliceerden in het begin van zijn carrière
werden vervangen door gebaren en attributen en meer woorden met nog meer
diepgang en iets minder herhalingen. Dat maakte zijn humor tot universele
nonsens van die tijd. Het kind in hem is gebleven en we hebben alles over zijn
speeltjes kunnen ontdekken. Het gevoel dat hij ook na de show had om de mensen
iets te vertellen is fantastisch verwoord in zijn boek Verhalen uit mijn leven. Zijn
voornaamste motto was leven met een lach. De mensen die negatieve gedachten
kunnen vervangen door positieve en dan het liefst met behulp van humor was in
zijn ogen kunst. Hij is uiterst bescheiden geweest in zijn schrijven. Hij
eigende zichzelf geen schrijverskwaliteiten toe alhoewel hij één van de
begrijpelijkste schrijvers is geweest die ik heb gekend.
Hij
schreef een klein gedichtje
Het
had niet veel om handen,
Het
had iets van een lichtje
Dat
in het donker brandde
Ik
vraag mezelf wel eens af of hijzelf geweten heeft wat voor invloed hij heeft
gehad op de mensen. Hoe hij mensen uit hun niemandsdalletje heeft gehaald
bijvoorbeeld net na de oorlog. Voorbeelden zijn De sprekert en Strinzenthal.
Door te grappen met de Duitsers zonder ze te beledigen. Onbewust hielp hij de
mensen na het verlies van familie en vrienden. Ook door het over eigen familie
of vrienden te hebben. De kracht waarmee hij dat deed was enorm. De bron van die
kracht was voornamelijk Rietje, zijn geliefde vrouw. Ook heeft diezelfde kracht
er voor gezorgd dat hij wel eens een helpende hand nodig had. Een show in je
eentje is namelijk ook wel eens vliegen op eenzame hoogte. Een “loner”
schreef hij zelf eens letterlijk. Hij vond het jammer dat de mensen dat vreemd
vonden. Daardoor ondervond hij hindernissen die hij met een lach heeft
geprobeerd af te doen maar die onder de leden een hevige strijd voerden. Ook
daarover vertelt hij van alles in zijn boek. Als hij al een recentie had gelezen
die over hemzelf ging dan wist hij dat er mensen voor hem waren zowel tegen.
Iedereen heeft immers een eigen mening. Niet dat dat stoorde maar wel het feit
dat als er een journalist zo’n twintig a vijfenveertig minuten met hem had
gesproken dat dan vervolgens zo’n subjectief oordeel over hem uit werd
gesproken in krant, magazine of wat ook. Dat kon in positieve zowel negatieve
zin zijn. Het bleef in Toon’s ogen allemaal even eenzijdig. De kritiek die
over hem is geschreven is op zijn zachtst gezegd gebakken lucht. Na een lange
periode van optredens moest hij weer op adem komen. Een periode van een aantal
maanden er tussenuit te zijn was niet ongewoon voor hem. Landen als Duitsland,
Frankrijk en Oostenrijk gaven hem weer de inspiratie voor nieuwe shows waar de
landen meestal zelf ook aan bod kwamen.
Na
een hartkwaal opgenomen te zijn in een ziekenhuis en alle verschrikkingen mee te
hebben gemaakt waar zoveel mensen mee te kampen hebben zoals hij het eens
omschreef kwam de stilte om hem heen. De recenties riepen: “Toon is
verloren” Maar het tegendeel deel was echter waar. Voor zijn dood was hij nog
bezig met zijn laatste conferènce. De inspiratie was te wijten aan de
vervelende periode die hij daarvoor had meegemaakt. Alles met een lach benaderen
waardoor hij de moed had door te gaan. Dat verdient bewondering en respect.
De
meest duidelijke boodschap van Toon is meer lachen en niet zo veel piekeren.
Genieten van de kleine dingen zodat we het leven niet aan ons voorbij laten
gaan. Wie stilstaat is eigenlijk al een beetje dood. Niet moeilijk doen over ons
geluk. Het geluk is vaak heel dichtbij. Toon heeft geleefd en is er voor de
volledige honderd procent voor gegaan. Nu weet hij het meest raadselachtige te
doorgronden. De dood. Alleen nu kunnen we hem er niet over horen. Ooit schreef
een dichter hem het volgende: “Als ik geweten had dat de dood zo’n mooi
licht van liefde was dan had ik gedurende mijn leven er nooit zo’n angst voor
gehad.” Dat was dè bevrijding voor Toon. Daarom rust hij nu in vrede. Het is
jammer dat we afscheid moeten nemen van geze genuanceerde man. Zijn
schrijftalent, zijn humor, zijn liedjes en zijn schilderkunst. Dat ze ons nog
lang mogen beroeren.
Toon de schrijver en dichter
  
Sittard heeft zijn
grote zoon nog geëerd met een straatnaam, de Toon Hermanssingel. Verder vinden
we in Sittard het Toon Hermanscollege en het Toon Hermans Huis. Dit laatste werd
door Toon geopend in juni 1998. Vooral de Toon Hermanshuizen in Limburg,
inloophuizen voor kankerpatiënten en hun familie, zullen naast zijn werk de
naam Toon Hermans in ere houden bij de mensen die hij zoveel plezier heeft
gegeven en heeft geholpen hun kleine en grote zorgen even te vergeten. In het licht van deze
twee aspecten van zijn persoonlijkheid - de schijnwerpers en de
teruggetrokkenheid- kunnen we wellicht de haat-liefdeverhouding tot Sittard en
Limburg plaatsen. Misschien heeft hij zich willen afzetten tegen de misère,
tegenwerking en verwijten in zijn Sittardse jeugdjaren. Ook de relatie met zijn
eerste grote liefde Gertie van Houdt kan hierbij een rol hebben gespeeld.
Zo is het ook te verklaren waarom hij de ingetogenheid en stilte koos van de
kapel van de H.Gemma aan de Leyenbroekerweg te Sittard. Over het waarom van zijn
verering voor de heilige Gemma is al veel geschreven. Ook daarom koos de
Sittardse Teun Hermans voor de soberheid van een eenvoudige uitvaartdienst,
opgedragen door pastoor Gerard Oostvogel in de kapel van het Gemmaklooster. Hij
wenste een begrafenis in stilte op het kerkhof aan de Lahrstraat. Hier rust zijn
lichaam nu bij Rietje Weijtboer, met wie hij in 1946 in Amsterdam trouwde en
meer dan veertig gelukkige huwelijksjaren beleefde.
"Laat
ons o Heer haar/zijn leven in Uw handen leggen en leer ons altijd weer Uw wil geschiede zeggen"
Bidprentje van Toon Hermans
|