|



Alles over bier

Iedereen heeft zo zijn eigen
smaak wat bier betreft, het liefst drink ik
zelf Grolsch, maar over smaak valt te twisten. Het is met deze
economie ook niet voor iedereen betaalbaar, om iedere avond van zijn
lievelingspilsje te genieten en daarom wordt het ook
wel eens voor mij eens supermarktmerk. Dit is ook niet altijd
minder slecht en vaak een goed merk onder een andere naam.
Brouwmeester
Alcohol
5%
Soort
Pilsner
Bijzonderheden
Geen
Het
moederbier is Bavaria Pilsner

In
ieder geval heb ik op deze site wat leuke dingen voor u samengesteld die met
Bier te maken hebben. Ik zou zeggen veel plezier
ermee en kom af en toe eens kijken.

De
oudheid
Bier
maakt deel uit van onze
oudste producten. Men
situeert zijn herkomst
tegen 8.000 v. J.C. in
Palestina, dus zo’n
10.000 jaar geleden. Het
werd verkregen door
gerstbrood te laten
weken in water. De
Soemeriërs hadden al een
tiental types bier
ontwikkeld. De
Babyloniërs brachten nog
meer verscheidenheid met
tenminste 34
geïnventariseerde
verschillende
biersoorten. Iets later
bestonden er bij de
Egyptenaren al echte
staatsbrouwerijen,
waaruit blijkt dat er
een alleenrecht op bier
was. Deze “gerstewijn”
werd gebruikt als
offerande aan de goden.
Farao Ramses II,
bijgenaamd de «
brouwersfarao »,
kondigde zeer strenge
regels af betreffende
deze drank.
Bier
kwam tegen 5000 – 4800
v. J.C. via twee
stromingen Zuid Europa
binnen : de Danubische
stroom (Oost Europa) en
de Mediterrane stroom
(Zuid Frankrijk). In
tegenstelling tot wat
men vaak denkt werd bier
al erg vroeg
gefabriceert en
gedronken in Griekenland
en Rome, waarna, en dat
is waar, het
gedeeltelijk werd
vervangen door wijn. De
Romeinen mochten dan
meer op wijn zijn
gesteld, bier werd wel
degelijk gewaardeerd en
met name in de
noordelijke streken,
waar de gerst beter
gedijde dan de wijnrank.
In een Gallisch Romeinse
villa zijn
overblijfselen
aangetroffen van een
brouwerij uit de 3de,
4de eeuw. Bij de oude
Galliërs werd de
“cervoise” in het gezin
gemaakt door de vrouwen.
Het zijn de Galliërs die
de gebakken stenen
potten vervangen door de
houten tonnen. Zij
noemden mout “brace”.
Na de val van het
Romeinse Rijk nam de
Kerk de controle over de
landerijen over. De
monniken interesseerden
zich voor deze drank en
elke abdij leek over
brouwerijen te
beschikken. Maar ook
herbergen, kastelen en
in de gezinnen werd bier
gedronken.
De
Middeleeuwen
Zelfs na de invasie van
de barbaren is het
brouwen van bier nooit
uit onze streken
verdwenen. Vanaf de 7de
en 8ste eeuw drinken de
eerste
kloostergemeenschappen
bier, dat dan een
volksdrankje is. In die
tijd leefden de monniken
zoals het volk, maar wel
afzijdig van het volk.
In de Maasstreek is er
van het oudst bekende
klooster, dat van
Grand-Axe, nog een
geschreven spoor uit
805.
Zoals al vermeld,
bezaten de eerste
Belgische kloosters al
stuk voor stuk een
brouwerij.
Dat
was ook het geval in
Villers-la-Ville, waar
de monniken zich in 1146
vestigden. Zij bouwden
daar een enorme abdij,
waarbij ze zich lieten
inspireren door de
architectuur van Cîteaux
(wieg van de
cisterciënzers). Tijdens
de eerste helft van de
13de eeuw werd de
brouwerij in Romaanse
stijl gebouwd. Door de
godsdienstoorlogen en de
Franse revolutie werd de
abdij verwoest. In
diezelfde tijd
ontstonden de gilden,
die tot doel hadden de
kwaliteit van de
producten en het
respecteren van de
tradities te handhaven
door strenge vastgelegde
regels. In de 14de en
15de eeuw komen er
steeds meer brouwerijen.
Bier wordt een
volksdrank. In die tijd
was het aangeraden bier
te drinken in plaats van
water. Door de
bereidingswijze bevatte
bier geen ziektekiemen,
in tegenstelling tot
water, dat vaak de
oorzaak was van het
overbrengen van
epidemieën zoals
cholera, pest…
In de 16de eeuw was de
Renaissance een gouden
tijd voor brouwers.
Hun gilden waren dan ook
rijk. In Brussel kochten
de brouwers van de
verarmde Tapijtwerkers
het onderkomen van de «
Arbre d’or »,
tegenwoordig het « Huis
van de Brouwers » op de
Grote Markt. Ze
restaureerden en
verfraaiden het in de
17de eeuw. Nadat het
door de bombardementen
op Brussel door
maarschalk Villeroy
totaal werd vernield,
werd het met enorme
kosten in de 18de eeuw
herbouwd met een gevel,
die ook nu nog bewonderd
kan worden. Nadat het
door de Franse
revolutionairen was
verkocht, werd het in
1954 na verschillende
nauwgezette
veranderingen weer het «
Huis van de Brouwers ».
Van de
17de eeuw tot de Tweede
Wereldoorlog
In de 17de eeuw
verschijnen een groot
aantal verschillende
biersoorten in onze
regio’s. Zij kenmerken
zich door de gebruikte
ingrediënten en de
hoeveelheid water. De
kleine brouwerijen
floreren. Methodes om
bier lang te bewaren
bestaan nog niet en elk
dorp heeft zijn eigen
brouwerij.
Aan het eind van de 18de
eeuw blijkt dat de
Franse revolutie geen
heilzame werking heeft
gehad op ons
brouwerserfgoed. Buiten
het feit dat zij een
einde heeft gemaakt aan
de brouwersgilden, is
zij ook verantwoordelijk
voor de verwoesting van
vele kloosters en
abdijen, waardoor er een
eind kwam aan heel wat
brouwersactiviteiten.
Met de komst van
Napoleon kwamen de
brouwersactiviteiten
weer tot leven, omdat de
economie in zijn geheel
uit het slop raakte.
Deze activiteiten zijn
niet langer alleen
voorbehouden aan
monniken, maar zullen
een echte industrie gaan
vormen.
Aan
het eind van de 19de
eeuw zorgen de
ontdekkingen van Louis
Pasteur (1822-1895)
betreffende het gisten
en conserveren van
voedsel via «
pasteurisatie» ervoor
dat de brouwerijen een
nieuwe weg inslaan. Die
ontdekkingen vormen
tevens de basis voor een
betere kwaliteit van het
bier en dat zowel op het
gebied van smaak
(verschillende soorten
gist geven verschillende
smaken), als op het
gebied van het
conserveren ervan. Tegen
1900 zijn er 3223
officiële brouwerijen in
België, waaronder
brouwerij Wielemans in
Vorst (Brussel) die, op
Europees gebied, werd
beschouwd als de
grootste en modernste.
De Grote Brouwerij van
Koekelberg, eveneens in
Brussel, brouwde het
eerste bier met lage
gisting (pils) in 1886.
Na de Eerste
Wereldoorlog neemt het
aantal brouwerijen enorm
af. In 1920 zijn er nog
maar 2013 over. Door een
gebrek aan mankracht en
grondstoffen is de
productie onmogelijk.
Zij die het werk
hervatten moeten zich
mechaniseren. In de 30er
jaren wordt het er door
de economische crisis
niet beter op en de door
de Tweede Wereldoorlog
loopt het aantal nog
meer terug. Het
resultaat is dat België
in 1946 nog maar 755
brouwerijen telt.
Van de
Tweede Wereldoorlog tot
heden Na de
Tweede Wereldoorlog
neemt het aantal
brouwerijen nog meer af.
De kleine zijn verdwenen
of opgekocht door de
grotere. In 1983 zijn er
nog maar 134 in werking.
Momenteel zijn er wat
betreft het bier brouwen
twee tendensen te
bespeuren: op mondiaal
niveau de enorme fusie
van grote
brouwerijgroepen en op
regionaal niveau de
opleving van kleine en
middelgrote brouwerijen
, die gevarieerde
producten ontwikkelen
met een kwaliteit die
verbonden is aan de
streek. Op dit moment
bestaan er in België een
honderdtal brouwerijen
met een gamma van
ongeveer 500
verschillende types
bier.
Ingrediënten
Een drank die men bier zou kunnen noemen is vrij gemakkelijk te maken. Goed bier
brouwen is echter een andere zaak, hoewel de ingrediënten altijd dezelfde zijn
:

Water
Laat niemand beweren dat hij bier drinkt omdat er water in is, hoewel zelfs het
sterkste bier meer er voor meer dan dan 90% uit bestaat. Water een zeer
belangrijke smaakcomponent. De meeste brouwers gebruiken bronwater, dat van
nature uit verschilt van streek tot streek naargelang de bodem en de
micro-organismen die erin leven. Tegenwoordig laten moderne installaties toe om
het water voortdurend te controleren, wat een veel constanter product
garandeert.
Gerst
Traditioneel wordt deze graansoort voor het brouwen van bier gebruikt. De korrel
bevat ongeveer 65% zetmeel, ongeveer 10% eiwitten. De rest is water, mineralen,
looistoffen (tannine) en vetstof. Zetmeel zorgt voor vergistbare stoffen
(suikers), de eiwitten vormen voedsel voor de gist. Gerst is een 'gekleed'
graan, wat wil zeggen dat het veel kaf heeft, dat in het brouwproces de eerste
natuurlijke filter zal vormen. Afhankelijk van de marktprijs gebruiken brouwers
ook een deel rijst of maïs, dat meer zetmeel, maar minder eiwitten bevat. Tarwe
versuikert moeilijker, bevat veel meer eiwitten en is daardoor nauwelijks
geschikt om zware bieren mee te brouwen. Bovendien is het gebruik ervan altijd
merkbaar in het eindproduct.

Hop
Hop draagt door zijn samenstelling in grote mate bij tot de smaak van het bier,
de schuimvorming en de bewaring. Voornamelijk de hopharsen geven de bitterheid
aan het bier, terwijl de looistoffen in de hop voor een grotere schuimvastheid
zorgen. Hop in het bier zorgt voor complexe aromatische stoffen, inzonderheid
bij het gebruik van dry hopping, waar tijdens het brouwen na het koken
extra hop wordt toegevoegd.
Doordat hop een natuurproduct is verschilt de samenstelling en dus ook de
bitterheid van jaar tot jaar. Brouwers die een constant product willen brouwen
stappen meer en meer over op extracten, die bijzonder precies af te wegen zijn
en altijd tot eenzelfde resultaat leiden.
Gist
Zonder dit micro-organisme is bier niet meer dan een suikerige vloeistof. Gist,
tegenwoordig in reincultuur gekweekt, zet het suikers om in alcohol en
koolzuurgas. De gebruikte gist is zeer bepalend voor het eindproduct en is voor
de meeste brouwerijen verschillend. Enkel de lambikbrouwers bekommeren zich niet
om het kweken van gist : zij laten hun brouwel afkoelen in open lucht en laten
zo de wildgisten uit de natuur toe om hun bier tot gisting te brengen.
Brouwers die enkel deze ingrediënten
gebruiken (water, gerst, hop en gist) zijn trouw aan het zogenaamde "Reinheitsgebot"
dat in 1516 werd opgesteld door Willem IV en Ludwig X, die op die manier de
reputatie van het Beierse bier wilden verbeteren, daardoor de verkoop stimuleren
en hun inkomsten uit de belastingen wilden verhogen. Ondanks de afschaffing van
de wet onder druk van de Europese Gemeenschap blijven de meeste Duitse brouwers
trouw aan hun oude recept - en blijft de consument er trouw aan zijn vertrouwde
bier. Voor Belgische en Nederlandse brouwers gold
deze wet uiteraard niet en hier viert de fantasie hoogtij. De enorme
verscheidenheid aan bieren is hiervan uiteraard het directe gevolg.
Kruiden
Het gebruik van kruiden in bier is hier al een heel oude traditie, al moet
worden gezegd dat vooral de laatste tientallen jaren het gebruik ervan is
toegenomen, mede door de verschuiving in het koopgedrag van de consument die
andere bieren dan de traditionele begon te prefereren. Zeer vaak gebruikt worden
koriander, jeneverbes, en sinaasappelschillen. Avontuurlijke brouwers laten zich
echter verleiden tot het gebruik van bloemen, mosterdzaad en nog andere
smaakbepalers.
Fruit
Het gebruik van fruit in de productie van bier beperkt zich traditioneel tot
zuid Oost-Vlaanderen (waar kriek- en frambozenbieren op basis van Oud Vlaams
bruin worden gemaakt) en zuid-west Brabant (waar de lambikbrouwers sinds
mensenheugenis hun vermaarde fruitbieren produceren). Recenter zijn ook andere
brouwers begonnen met de productie van fruitbieren, meestal op basis van blonde
bieren van hoge gisting.
Door de hoge kosten die gepaard gaan met het gebruik van echt fruit zijn de
brouwers tegenwoordig genoodzaakt om veelal met siropen te werken. Enkel op
kleine schaal kan nog echt fruit gebruikt worden. De smaak is totaal
verschillend : waar siropenbieren sterke fruitaroma's hebben en gewoon zoet
smaken, ontwikkelen de bieren met echt fruit een delicaat zurig-bitterig aroma
en smaken veelal ook zurig-bitterig. Het fruit zorgt voor een prachtige kleur en
een rijk boeket, wat dergelijke bieren tot ideaal aperitief maakt.
Bier kan volgens de
gistingsmethode
worden ingedeeld
in drie
hoofdtypes.
De
lage gisting,
de meest recente, levert
het type bier dat pils
of blond bier heet. Dit
type vertegenwoordigt
90% van de
wereldproductie. Pils is
een helder goudkleurig
en licht bier. Het is
fris en heeft een
bittere en geraffineerde
smaak van hop.
De hoge gisting,
ouder en traditioneel,
vormt de basis voor een
groot aantal erg
uiteenlopende bieren. In
eerste instantie zijn er
amberbieren, of «
Speciale Belgische
». Dat zijn bieren die
oorspronkelijk dezelfde
dichtheid en hetzelfde
alcoholpercentage hebben
als pils. Hun amberkleur
wordt verkregen door
gebruik te maken van
gekleurde of
gearomatiseerde mout.
Tegenwoordig is het
alcoholpercentage iets
hoger en worden ze
beschouwd als typische
bieren om te proeven.
Wit
bier is niet
gefilterd en troebel.
Buiten gerstmout wordt
er voor zijn productie
niet gemoute tarwe en
soms haver gebruikt.
Bovendien worden er
tijdens het koken
koriander en
sinaasappelschillen aan
toegevoegd, om het zijn
kenmerkende en
verfrissende smaak te
geven.
De
Trappistenbieren
zijn bieren die
beschermd zijn door een
eigen naam die hoort bij
de orde van de
cisterciënzers. Deze
bescherming is gebonden
aan zekere regels,
waaronder het feit dat
ze zijn gebrouwen onder
controle van
trappistenmonniken
binnen de muren van hun
abdij. Er bestaan
diverse soorten : blond,
dubbel, donker, tripel.
Elk van de drie abdijen
heeft zijn eigen
recepten.
De andere abdijbieren
hebben betrekking op
vergunningen, toegekend
aan niet geestelijke
brouwers, waarvan het
gedeponeerde handelsmerk
refereert aan een
bestaande of verdwenen
abdij. Er bestaan
verschillende types
abdijbier:
blond bier, dat
zacht en licht gemout
is, een neutrale of
lichtzoete smaak heeft
en vaak een erg bittere
afdronk. En tenslotte is
er de
tripel,
waarvoor de brouwer nog
meer mout gebruikt en
die een drievoudige
gisting ondergaat,
waarvan de laatste in de
fles plaatsheeft.
Zwaar
blond bier
is vaak helder en wordt
met een grote
schuimkraag geserveerd.
Het ondergaat een
drievoudige gisting en
wordt geproduceerd op
basis van
gearomatiseerde mout.
Seizoensbier,
dat kenmerkend is voor
Wallonië, en dan
voornamelijk voor
Henegouwen en Waals
Brabant, is fruitig
mousserend. Het
ondergaat het droog
hoppen en soms een
tweede gisting op fles.
Regionaal en speciaal
bier geven een beeld van
de creativiteit en het
vakmanschap van onze
brouwers. Deze bieren
zijn er in uiteenlopende
types en worden
gekenmerkt door hun
productiewijze en de
gebruikte ingrediënten
(spelt, honing, Luikse
stroop, mosterd,…)
Scotch, van
angelsaksische
oorsprong, is in de loop
der jaren een
specialiteit geworden
van Waals Brabant en
Henegouwen. Het bier
wordt gekenmerkt door
het gebruik van donkere
of zelfs gebrande mout.
Zijn zoete smaak komt
door de toevoeging van
kandijsuiker.
Door
spontane gisting,
specifiek voor de regio
Brussel, ontstaat
lambik.
Lambik is een
niet mousserend
bier, zonder
schuimkraag. Dit bier is
het resultaat van
spontane gisting, die te
danken is aan de wilde
gisten, die voorkomen in
de Zennevalei. Door het
opslaan in vaten van
verschillende soorten
hout ontstaat een waaier
aan uiteenlopende
smaken.
Gueuze wordt
verkregen door de
gisting die veroorzaakt
wordt door een mengeling
van niet volledig
uitgegiste oude lambik
en jonge lambik. Deze
gisting geeft een
mousserend en zuur bier,
de « bierchampagne ».
Fruitbier bevat
een mengsel van fruit
(kersen voor de kriek)
en lambik.

De traditionele kriek
bevat 50 kg kersen op
ongeveer 250 liter
lambik. Dit mengsel
rijpt 6 maanden op vat
en geeft een bier met
een fruitige, maar niet
zoete smaak. De
industriële methode doet
een beroep op
vruchtenextracten. Het
resultaat daarvan is een
zoeter fruitbier.
Faro is een lambik,
waaraan kandijsuiker
(soms karamel of siroop)
wordt toegevoegd, om het
bier een zoetere smaak
te geven.
Het
productieproces
Het
mouten: het
omzetten van
gerstkorrels in mout
Dit proces heeft tot
doel de gerstkorrels te
laten ontkiemen, zodat
ze kunnen worden
gebruikt voor de
bierfabricatie. De
korrels worden
ondergedompeld in water,
waarin ze gedurende
ongeveer vijf dagen
ontkiemen, waarna het
kiemproces wordt
onderbroken en ze met
warme lucht van ongeveer
65° C worden gedroogd
(het eersten). Deze
onderbreking is nodig om
de mout verder te laten
versuikeren. Al naar
gelang van de droogtijd
en –temperatuur krijgt
de mout verschillende
smaken en kleuren, die
in de verschillende
soorten bier worden
teruggevonden. Het
kiemen zorgt voor het
ontstaan van enzymen,
die tijdens het
brouwproces het zetmeel
omzetten in suikers en
de eiwitten gedeeltelijk
in o.a. aminozuren.
Het
brouwen: de
productie van wort
De moutkorrels worden
eerst gemalen zodat ze
sneller oplossen in
water. Aan het moutmeel
wordt warm water (35 tot
50° C) toegevoegd en dit
beslag wordt geleidelijk
opgewarmd tot 75° C. Bij
deze temperatuur doen de
enzymen hun werk en
zetten zetmeel om in
suikers en eiwitten in
aminozuren (nodig voor
de voeding van gist).
Dit mengsel zorgt voor
een heet, zoet en
troebel vocht, dat er
uitziet als thee. Hierna
volgt de eerste
filtratie, waarbij op
natuurlijke wijze het
kaf van de vermalen
gerst dat op de bodem is
achtergebleven, het
vloeibare van de
onoplosbare delen
scheidt. Zo wordt een
vloeistof, « het wort »,
verkregen. Het droge
overblijfsel heet «
hopdraf » en wordt over
het algemeen gebruikt
als veevoeder. Meestal
wordt tot twee of drie
keer toe warm water
toegevoegd en de
vloeistof gefilterd, om
er zo veel mogelijk
suiker uit te halen. Het
gefilterde wort gaat
vervolgens in
kookketels, waar de hop
wordt toegevoegd (110
tot 300 g/hectoliter).
Al naar gelang van de
hoeveelheid en de soort
suiker kan men een
honderdtal verschillende
bieren maken. Door het
koken wordt het wort
gesteriliseerd en worden
de enzymen vernietigd.
Het
gisten: het
toevoegen van gist
De gisting is de fase
waarin de gist aan het
afgekoelde wort wordt
toegevoegd. Deze
toevoeging zorgt ervoor
dat suikers worden
omgezet in alcohol en
koolzuur en geven voor
een belangrijk deel de
smaak aan het bier.
België is het enige land
dat drie types
hoofdgisting kent, die
zijn gebaseerd op het
soort gist en de
gistingstemperatuur:
De lage gisting
van het type pils is via
de Tsjechische stad
Pilzen tot ons gekomen.
Deze duurt 6 tot 10
dagen en wordt laag
genoemd omdat de gist na
verloop van tijd naar de
bodem van de gistkuip
zakt. Hiervoor wordt
gist van het type
Saccharomyces
Carlsbergensis gebruikt,
dat actief is tussen de
8 en 10° C.
De hoge of traditionele
gisting duurt
maximaal 5 dagen en
daarvoor wordt
Saccharomyces cerevisiae
gebruikt, dat het beste
werkt bij hogere
temperaturen (15 tot 25°
C). Deze gisting wordt
hoog genoemd omdat de
gist naar het oppervlak
van het wort drijft,
waar het een dikke
schuimlaag vormt.
De spontgane gisting
(lambic, gueuze) is
kenmerkend voor de regio
Brussel. Deze gisting is
afhankelijk van
micro-organismen
(wildgist, bacteriën…
een honderdtal), eigen
aan de atmosfeer van de
Zennevallei. Na het
koken wordt de lauwe
vloeistof in de open
kuipen onder de daken
van de brouwerij
gepompt. Het blijft daar
een hele nacht afkoelen
en geeft wilde gisten en
bacteriën de gelegenheid
hun werk te doen. De
brouwer voegt dus zelf
geen gist toe. Het
product dat zo ontstaat,
wordt lambik genoemd
De
afwerking: de
persoonlijke toets
Veel brouwers voegen
verschillende stoffen
toe om hun bier een
kenmerkende smaak te
geven. Deze toevoegingen
maken deel uit van het «
beroepsgeheim ». Onder
deze stoffen kunnen,
zonder er al te
uitgebreid op in te
gaan, worden vermeld:
fruitstroop, verse
vruchten, specerijen,
kandijsuiker, honing…
Na de gisting van het
wort moet het bier
rijpen. Deze rijping of
ondergisting duurt al
naar gelang van het bier
een week tot
verschillende maanden
(en zelfs 3 jaar voor de
gueuze Cantillon). Het
doel ervan is het bier
te laten rijpen en
helder te maken, door de
gist de tijd te geven
naar de bodem te zakken,
de ontwikkeling van
koolzuurgas, de
verbetering van zijn
geur. Vervolgens wordt
het bier gefilterd,
behalve voor
bijvoorbeeld trappisten,
die nagisten in de fles,
waardoor de smaak nog
kan verbeteren.
Bierspreuken

100 Bierspreuken
-
Morgenstond heeft
een kater in de
mond.
-
Als je hoort hoe het
klokje thuis tikt,
zit je niet in het
caféé.
-
Wie een kuil graaft
voor een ander
krijgt dorst.
-
Als ma van huis is,
komt het bier op
tafel.
-
Een biertje maakt
nog geen
dronkenschap.
-
Beter een biertje in
je hand, dan tien op
de grond.
-
De kater in de pot
vinden.
-
Waar gedronken
wordt, vallen
druppels.
-
't Bier niet
opdrinken voordat
het getapt is.
-
Hoe meer biertjes
hoe meer vreugd.
-
Oost west, dorst
gelest.
-
De pils aan Maarten
geven.
-
Zoals het tapje
thuis tapt, tapt het
nergens.
-
Joost mag het
drinken.
-
Als het bier
gedronken is, sluit
met de tap
-
De glazen horen
klinken, maar niet
weten waar de tap
is.
-
Er zit een addertje
onder m'n glas.
-
Het twintigste
pilsje is een
daalder waard.
-
Een pilsje in een
zak kopen
-
Leven als God in 't
caféé
-
Malt als bier
verkopen.
-
Wie het onderste uit
z'n glas wil
krijgen, krijgt het
schuim op z'n neus.
-
In ieder glas past
een pilsje.
-
Wie Amstel zegt,
moet ook bier
zeggen.
-
Alleen voor bier
komt de aap uit m'n
mouw.
-
In de kroeg
gelogeerd zijn.
-
Weten waar Abraham
z'n bier haalt.
-
Het bier bij de
buren is altijd
koeler.
-
Iemand een biertje
van eigen tap geven.
-
Het was echt een
bierdopje op z'n
kant.
-
Wie voor Amstel Malt
geboren is, zal
nooit Palm drinken.
-
Men moet drinken uit
de glazen die men
heeft.
-
Hoge glazen vangen
veel bier.
-
De pul bij het
handvat pakken.
-
Men kan nooit weten
hoe een koe een
pilsje opent.
-
Men moet geen dode
biertjes uit de tap
halen.
-
Ze praten over
glazen en pullen.
-
Dat is geen zuivere
pils.
-
De kogel is door de
kroeg.
-
In het land der Malt
is Lingens koning.
-
Hij heeft zijn ziel
aan de Amstel Malt
verkocht.
-
Kleine pulletjes
hebben grote oren.
-
De regels aan z'n
laarsje lappen.
-
Vechten tegen de
bierkaai.
-
Malt verwijt Lingens
dat hij soft is.
-
bier om bier, malt
om malt.
-
het bier wordt nooit
zo koud gedronken,
als hij wordt
getapt.
-
Met een krat bier in
huis vallen.
-
Een ezel drinkt niet
twee keer van
dezelfde Malt.
-
Van de Malt in de
Lingens geraken.
-
Met z'n neus in de
schuimkraag vallen.
-
't Bier is niet voor
de ganzen gebrouwen.
-
Zelfs de beste
drinker verslikt
zich wel eens.
-
't Beste pilsje uit
de kelder halen.
-
Bier heelt alle
wonden.
-
Een pilsje in de
kraag vatten.
-
Bier naar de tap
dragen.
-
Bier maakt de man.
-
Bier verzoet de
arbeid.
-
De pils uit de tap
kijken.
-
Bier is een goede
dienaar, maar een
slechte meester.
-
Lekker bier wordt
veel getapt.
-
Eens gedronken
blijft gedronken.
-
Hij heeft te diep in
het glas gekeken.
-
Een goed caféé om de
hoek is beter dan
een verre brouwerij.
-
Al het goede komt
uit de tap.
-
Goedkoop is maltkoop.
-
Geen bier zonder
schuim.
-
Hier verdrinken er
meer in het glas dan
in de zee.
-
'T is niet alleen
bier wat er getapt
wordt.
-
Eigen tap is goud
waard.
-
Roet in het bier
gooien.
-
De beste zuiplappen
zitten thuis.
-
Men drinkt het
biertje nooit ver
van de tap.
-
Hij groeit op voor
galg en krat.
-
Wie het bier niet
kent, drinkt het
niet.
-
Wie het laatst
drinkt, lacht het
beste.
-
Nu heb je de pinten
aan het dansen.
-
Op de verkeerde kruk
gezet worden.
-
Over het glas getild
worden.
-
Achter het glas
drinken.
-
Bier goed, al goed.
-
Wie het bier lust,
drinke het op.
-
Van een fles een vat
maken.
-
hij heeft drie
biertjes in een
glas.
-
Je vangt meer
alcoholisten met
bier, dan met ranja.
-
Iemand een Malt
aannaaien.
-
Alle wegen leiden
naar de kroeg.
-
Bier maakt meer
goed, dan vrouwen
kapot kunnen maken.
-
Voor het tapje
gehouden worden.
-
Wie goed doet, bier
ontmoet.
-
Wie bier zaait, zal
whisky oogsten.
-
Zo dom als een
maltdrinker.
-
Het schip verging
met man en bier.
-
Alcohol in de wonden
strooien.
-
Bier maakt blind.
-
Naast de tap zuipen.
-
Bier regeert met
ijzeren hand.
-
Als twee zuiplappen
vechten om een pint,
gaat de derde ermee
aan de haal
-
Ter land, ter zee en
in de kroeg.
Waarom is bier beter dan vrouwen
1. Je kunt de hele maand van
bier genieten.
2. Biervlekken zijn uitwasbaar.
3. Je hoeft een bier niet mee uit eten te nemen.
4. Jouw bier zal altijd geduldig op je wachten.
5. Als bier neerslaat kan je het gewoon weggooien.
6. Bier is nooit te laat.
7. KATERS verdwijnen wel vanzelf.
8. Bier wordt niet jaloers als je een ander bier pakt.
9. Bier etiketten gaan los zonder gevecht.
10. Als je naar een bar gaat, weet je dat je altijd een bier kunt krijgen.
11. Bier heeft nooit hoofdpijn.
12. Als je klaar bent met een bier wordt je niet misselijk van de gedachte een
nieuwe te pakken.
13. Bier wordt nooit kwaad als je thuiskomt en je ruikt naar een ander bier.
14. Bier zal nooit naar complimenten vissen.
15. Je kunt gerust meer dan 1 bier nemen zonder je schuldig te voelen.
16. Bier smaakt altijd goed.
17. Je kunt bier altijd met je vrienden delen.
18. Je weet altijd dat je de eerste bent als je een bier ontkurkt.
19. Bier is altijd vochtig.
20. Bier is nooit dominant.
21. Het maakt een bier niet uit of je wel of niet komt.
22. Je kunt een bier in het openbaar nemen.
23. Bier koopt nooit een auto met een automatische versnellingsbak.
24. Je hoeft bier niet eerst te wassen voordat het goed smaakt.
25. Bier zal nooit iets zeggen van zoiets onbenulligs als een w.c.-bril.
26. Bier zal nooit vragen bij het boodschappen doen ook nog tampons mee te
nemen.
27. Na het drinken van bier wil je alleen nog maar de fles weggooien.
28. Bier kost je nooit meer dan tien gulden en laat je nooit dorstig achter.
29. Als je bier op is begin je met een volgende.
30. Bier rookt nooit in je auto.
31. Bier ziet er ‘s ochtends altijd hetzelfde uit.
32. Bier komt je niet over een maand opzoeken.
33. Het maakt bier niet uit als er per ongeluk iemand binnen komt lopen.
34. Het maakt bier niets uit dat het voetbalseizoen weer is begonnen.
35. Bier krijgt nooit kramp.
36. Bier heeft geen moeder.
37. Bier heeft geen principes.
38. Bier wordt niet 1 x per maand “gek”.
39. Bier luistert altijd en maakt nooit ruzie.
40. Bier etiketten blijven elk jaar in de mode.
41. Bier heeft geen bezwaar als je de "Hunebeddeuntjes" wilt
beluisteren.
42. Bier heeft geen koude handen/voeten.
43. Bier is nooit te zwaar.
44. Als je van bier wisselt hoef je geen alimentatie te betalen.
45. Bier gaat niet met al je credit kaarten ervandoor.
46. Bier heeft geen advocaat.
47. Bier heeft niet zoveel kast ruimte nodig.
48. Van bier krijg je geen herpes of andere nare “dingen”.
49. Bier klaagt nooit over je manier van rijden.
50. Bier vindt het niet erg als je boert of scheten laat.
51. Bier verandert nooit van mening.
52. Bier wil altijd op dezelfde tijd als jij liefde.
53. Van bier hoef je niet te gaan winkelen.
54. Bier dwingt je niet om naar de kerk te gaan.
55. Bier is altijd makkelijk te benaderen.
56. Grote stevige bieren zijn altijd lekker.
57. Bier zal nooit zeuren over te strakke veiligheidsriemen.
58. Bier zegt nooit : NEE.
59. Als bier over de vloer valt ruikt het een tijdje zeer goed.
60. Bier klaagt nooit als je het ergens mee naar toe neemt.
61. Bier hoeft niet naar de w.c. samen met andere bieren.
62. Bier draagt geen b.h.
63. Het maakt bier geen moer uit als je er nog een paar andere bieren er op na
houd.
64. Bier klaagt niet over jouw ongevoeligheid.
65. Bier gebruikt niet al je toiletpapier.
66. Bier woont niet samen met z’n moeder.
67. Bier scheldt niet, huilt niet en schreeuwt nooit.

Bier
Proeven
Een bier proeven beleeft men
met zowat alle zintuigen. Hoewel het geenszins de bedoeling kan zijn dat u ieder
bier dat u drinkt gaat ontleden als hieronder beschreven, kan een toepassing van
deze basisprincipes voor het proeven het genot vergroten.
Om ten volle van bier te
kunnen genieten dient het degusteren te gebeuren onder zo ideaal mogelijke
omstandigheden : in een rustige, geurvrije ruimte (rook, voedsel, parfum), met
voldoende tijd tussen de verschillende bieren. Probeer niet teveel bieren na
elkaar te proeven : smaakmoeheid treedt zeer snel op.
De "smaak" van een
bier bestaat uit deze bestanddelen :
- het
aroma, de vluchtige stoffen die waargenomen met de
reukzin;
- de
basissmaak, de niet-vluchtige stoffen waargenomen
door de tong;
- het
mondgevoel, waargenomen door de mond;
- de
nasmaak, na het slikken.
Om dat allemaal te kunnen
onthouden werd een
proefformulier ontwikkeld.
Allereerst is er echter het visuele aspect. Hoewel de kleur en schuimvorming
niet bepalend zijn voor de smaak geeft het uitzicht van een bier extra
informatie, onder andere over hoe het bier werd bewaard. Men let vooral op de
kleur, het schuim en de viscositeit.
Bij het proeven is het
aangewezen om eerst aan het bier te ruiken om van de
aroma's te
genieten. De reukzin is veruit het meest geperfectioneerde zintuig om smaken te
detecteren. Er zijn slechts vier basissmaken (zie verder), terwijl er gezegd
wordt dat de reukzin meer dan duizend geurstoffen kan onderscheiden. De aroma's
in het bier zullen tweemaal waargenomen worden : een eerste maal nasaal
door het ruiken aan het bier, maar ook een tweede maal wanneer diezelfde
geurstoffen de neus binnendringen via de mondholte (retronasaal). Door
de temperatuurstijging van het bier kunnen de gewaarwordingen licht tot sterk
anders zijn. Als u het bier in de mond laten rollen krijgen minder vluchtige
bestanddelen toch de kans om los te komen, zodat bij het slikken een ander aroma
wordt geproefd dan bij het ruiken.
Tijdens het drinken kan de
tong vier basissmaken onderscheiden : zuur, zoet, bitter en
zout. Doordat deze laatste smaak in de Beneluxbieren niet voorkomt is een zoute
knabbel bij een bier zeer gegeerd. Vermijd echter tijdens het proeven al te
smaak-overheersende snacks, zoals look, paprikachips, pikante vleesbereidingen
enzovoort. Om het optreden van smaakmoeheid te vertragen kan men opteren voor
licht uitgedroogd bruin brood als smaakopruimer.
Als u enkel de basissmaak wil detecteren kan u simpel een verkoudheid simuleren
door de neus dicht te knijpen. Wat u dan proeft is het arme smakenpallet van de
tong.
Terwijl u het bier in de mond
heeft kan u ook even stilstaan bij het mondgevoel. Let
bijvoorbeeld op de dichtheid. Een bier met een zeer grote dichtheid noemt men
een zwaar bier en voelt substantieel aan in de mond, bijna als een papje. Bieren
met een kleinere dichtheid vergelijkt men eerder met water. Dit gevoel heeft
niets met het alcoholpercentage te maken. Van alcohol gesproken : u kunt de
alcohol waarnemen als een vluchtig warmtegevoel in de mondholte. Men spreekt van
een sterk bier als het veel alcohol bevat. De belletjes koolzuurgas, vooral bij
sterk schuimende bieren, kan u waarnemen als een prikkeling op de tong. Ze geven
een licht zurige indruk (het prikkeleffect), die verdwijnt als het bier na een
tijdje minder parelt. Sommige bieren laten een droog mondgevoel na. Vooral
achteraan in de keel en op de achterkant van de snijtanden kan men dit goed
voelen. Tenslotte voelen sommige bieren, vooral die met een grote dichtheid,
soms poederig of korrelig aan op de tong.
Kijk maar naar mijn vader die is er ook groot mee geworden
Matig bier drinken is goed
voor hart en bloedvaten
In vergelijking met
geheelonthouders en met zware drinkers, vermindert matig bier drinken zowel de
kans op hart- en vaatziekten als op de dood door hart- en vaatziekten. Dat is
aangetoond in tientallen studies waaraan enkele honderdduizenden mensen
deelnamen.
Dit beschermend effect is
hoogstwaarschijnlijk een effect van de alcohol zelf, omdat men het ook vaststelt
bij wijndrinkers en bij gebruikers van sterke dranken. Of dit beschermend effect
meer uitgesproken is bij de ene drank dan bij andere, is moeilijk te zeggen.
In verschillende studies heeft men een onderscheid gemaakt tussen het type
alcoholconsumptie - bier, wijn en sterke drank - en het risico op hart- en
vaatlijden. Over het algemeen kan worden gesteld dat het risico evenveel
verlaagd blijkt bij de drie types van alcoholische drank. Niet de soort drank,
maar de alcohol is verantwoordelijk voor het beschermend effect. De invloed van
de andere niet-alcoholische dranken op hart- en vaatziekten is daarentegen nog
niet duidelijk.

De alcoholemie
(dit het alcoholgehalte in het
bloed)
De hoeveelheid alcohol in
het bloed na het drinken van alcoholische drank is niet alleen afhankelijk van
de soort drank, maar ook van individuele factoren, waaronder geslacht en
lichaamsgewicht. De alcoholemie is het laagst na het drinken van bier.
Na consumptie van sterke drank is de
alcoholemie (d.i. het alcoholgehalte in het bloed) hoger dan na het drinken van
eenzelfde hoeveelheid bier. Bij een persoon van 80 kg zal de alcoholemie lager
zijn dan bij iemand van 50 kg, na het nuttigen van dezelfde hoeveelheid drank.
En bij vrouwen stijgt de concentratie aan alcohol in het bloed sneller dan bij
mannen.
Inter-individuele
verschillen
Geslacht
Zelfs in geval een man en een vrouw perfect hetzelfde lichaamsgewicht hebben en
precies dezelfde hoeveelheid alcoholische drank drinken, is de alcoholemie hoger
bij de vrouw dan bij de man.
Lichaamsgewicht
Het drinken van dezelfde hoeveelheid alcohol zal voor een man met een laag
lichaamsgewicht een hogere alcoholemie opleveren dan voor een dikkere man. Voor
vrouwen geldt hetzelfde: bij het drinken van eenzelfde hoeveelheid alcohol zal
het lichaamsgewicht een rol spelen in het alcoholpromillage (hoeveelheid alcohol
in het bloed uitgedrukt in promille).
|
Tabel 1:
Alcoholpromillage (%0) per aantal glazen bier per uur, voor mannen met
een lichaamsgewicht van respectievelijk 60 kg en 80 kg. |
|
aantal glazen |
promillage
na 2 uur |
promillage
na 3 uur |
promillage
na 4 uur |
promillage
na 12 uur |
|
|
55kg |
70kg |
55kg |
70kg |
55kg |
70kg |
55kg |
70kg |
|
2 |
0,5 |
0,3 |
0,4 |
0,2 |
0,2 |
0 |
0 |
0 |
|
3 |
0,5 |
0,3 |
0,3 |
0,2 |
0,2 |
0 |
0 |
0 |
|
4 |
0,7 |
0,5 |
0,6 |
0,3 |
0,4 |
0,2 |
0 |
0 |
|
5 |
1,0 |
0,7 |
0,8 |
0,5 |
0,7 |
0,4 |
0 |
0 |
|
6 |
1,2 |
0,8 |
1,0 |
0,7 |
0,9 |
0,5 |
0 |
0 |
|
7 |
1,4 |
1,0 |
1,3 |
0,9 |
1,1 |
0,7 |
0 |
0 |
|
8 |
1,7 |
1,2 |
1,5 |
1,1 |
1,4 |
0,9 |
0 |
0 |
|
9 |
1,9 |
1,4 |
1,8 |
1,2 |
1,6 |
1,1 |
0,4 |
0 |
|
10 |
2,2 |
1,6 |
3,0 |
1,6 |
1,9 |
1,3 |
0,7 |
0 |
|
*Bron:
Instituut voor Verkeersveiligheid |
|
tabel 2:
Alcoholpromillage (%0) per aantal glazen bier per uur, berekend voor
vrouwen met een lichaamsgewicht van respectievelijk 55 en 70 kg. |
|
aantal glazen |
promillage
na 2 uur |
promillage
na 3 uur |
promillage
na 4 uur |
promillage
na 12 uur |
|
|
55kg |
70kg |
55kg |
70kg |
55kg |
70kg |
55kg |
70kg |
|
2 |
0,5 |
0,3 |
0,4 |
0,2 |
0,2 |
0 |
0 |
0 |
|
3 |
0,9 |
0,6 |
0,7 |
0,5 |
0,6 |
0,3 |
0 |
0 |
|
4 |
1,2 |
0,9 |
1,1 |
0,8 |
0,9 |
0,6 |
0 |
0 |
|
5 |
1,6 |
1,2 |
1,4 |
1,1 |
1,3 |
0,9 |
0 |
0 |
|
6 |
2,0 |
1,5 |
1,8 |
1,3 |
1,7 |
1,2 |
0,5 |
0,3 |
|
7 |
2,3 |
1,8 |
2,2 |
1,6 |
2,0 |
0,5 |
0,8 |
0,6 |
|
8 |
2,7 |
2,1 |
2,5 |
1,9 |
2,4 |
1,8 |
1,2 |
0,8 |
|
9 |
3,0 |
2,3 |
2,9 |
2,2 |
2,7 |
2,0 |
1,5 |
1,1 |
|
10 |
3,4 |
2,6 |
3,3 |
2,5 |
3,1 |
2,3 |
1,9 |
1,6 |
|
*Bron:
Instituut voor Verkeersveiligheid |
Opmerkingen:
De alcoholemie wordt naast geslacht en lichaamsgewicht in mindere mate
beïnvloed door:
-
de aard van de alcoholische drank;
-
de snelheid van de spijsvertering;
-
andere individuele verschillen.
De bovenstaande tabellen geven de
alcoholemie weer na het drinken van bier. Na het drinken van wijn of sterke
drank is de alcoholemie hoger dan na het drinken van bier.
25 cl bier bevat 12,5
ml ethanol
20 cl wijn bevat 20 tot 22 ml ethanol
15 cl porto bevat 30 ml ethanol


|