|



Hans Hoogervorst

Is: Minister van
Volksgezondheid in
het
kabinet-Balkenende
III.
Persoonlijk:
Johannes Franciscus
Hoogervorst wordt
geboren op 19 april
1956 in Haarlem. Hij
is gehuwd en heeft
één kind.
Opleiding: Hans
Hoogervorst behaalt
in 1981 een
doctoraaltitel
geschiedenis aan de
Universiteit van
Amsterdam. Aan de
Johns Hopkins
University in
Washington DC
behaalt hij in 1983
de graad 'Master of
arts, international
relations'.
Politiek: Zijn
politieke carrière
begint in 1986 als
fractiemedewerker
van de VVD, nadat
hij tijdens zijn
jonge jaren, net als
zijn politieke baas
Zalm, PvdA-lid is
geweest. Desondanks
rijst de ster van
Hoogervorst snel.
Hij wordt de
belangrijkste
adviseur van
VVD-leider
Bolkestein als het
gaat om financiële
zaken en schrijft
bovendien een groot
deel van diens
toespraken. Kort na
zijn aantreden als
Tweede-Kamerlid in
1994, krijgt
Hoogervorst de
felbegeerde
portefeuille van
financieel
woordvoerder.
Lekker rechts:
Hoogervorst, die
zichzelf 'lekker
rechts' noemt,
ontpopt zich als een
felle debater, die
de klare taal niet
schuwt. Als Kamerlid
heeft hij vooral
veel aanvaringen met
de PvdA. Hij is dan
ook zeer sceptisch
over samenwerking
met de
sociaal-democraten
in een coalitie.
Desondanks wordt hij
in het tweede paarse
kabinet
staatssecretaris van
Sociale Zaken met
als belangrijkste
onderwerp de WAO. De
speelruimte daar is
uiterst gering.
Balkenende I: In
Balkenende I gaat
Hoogervorst graag
echt aan de slag met
de WAO, maar Zalm
heeft zijn
financiële
rechterhand nodig
voor zijn eigen oude
liefde, Financiën.
Daar moet
Hoogervorst door het
economisch slechte
tij de ene
tegenvaller na de
andere incasseren.
Zijn begroting bij
Prinsjesdag is er
een vol
noodzakelijke
bezuinigingen.
Hoogervorst kan
nooit helemaal uit
de schaduw van Zalm
treden, die de acht
jaren ervoor met
veel succes de
overheidsfinanciën
in de hand had
gehouden. Ook
ambtenaren bij
Financiën zien in
Zalm een groter
financieel
zwaargewicht dan in
Hoogervorst. Wel
toont hij zich
steevast even recht
in de leer als Zalm
als het gaat om het
strikt handhaven van
nationale of
internationale
begrotingsafspraken.
Balkenende II:
Ondanks dat Hans
Hoogervorst op het
prestigieuze
ministerie van
Financiën plaats
moet maken voor zijn
leider Gerrit Zalm,
hoeft de VVD'er niet
bang te zijn de
komende jaren weinig
om handen te hebben.
Hoogervorst verhuist
naar
Volksgezondheid,
waar met de
voorbereiding van
een nieuw
zorgstelsel een
helse klus wacht.
Bij Volksgezondheid,
traditioneel een
departement waar
nooit geld genoeg
is, moet blijken of
Hoogervorst zich ook
in zijn nieuwe rol
net zo makkelijk in
de strakke
financiële afspraken
schikt.
Niet zozeer zijn
betrokkenheid bij de
zorgwereld, maar
meer de moed hard te
durven
reorganiseren, maakt
Hoogervorst daarvoor
een gekwalificeerde
kandidaat.
Balkenende III: Ook
in het derde kabinet
onder leiding van
premier Jan Peter
Balkenende krijgt
Hans Hoogervorst het
ministerie van
Volksgezondheid
onder zich en voert
hij het nieuwe
zorgstelsel in.
Hoogervorst maakt
bekend na dit
kabinet niet terug
te willen keren in
de politiek.

Henk Kamp

Henricus Gregorius
Jozeph (Henk) Kamp
is geboren op 23
juli 1952 in Hengelo
(overijssel) en is
een Nederlands
politicus. Hij is
namens de VVD lid
van de Tweede Kamer
en was van 2002 tot
2007 Minister van
Defensie.
Henk Kamp was na het
behalen van zijn
HAVO-diploma tot
1977 werkzaam bij
twee groothandels in
Enschede, Tilburg en
Borculo. Van 1977
tot 1980 volgde hij
de
controleursopleiding
aan het
Opleidingscentrum
Belastingdienst te
Utrecht. Tot 1986
was hij daarna
rechercheur bij de
Fiscale
Inlichtingen- en
Opsporingsdienst
(FIOD).
Hij was van 1976 tot
1994 voor de VVD lid
van de gemeenteraad,
vanaf 1986 ook
wethouder van de
Gelderse gemeente
Borculo. Van 1987
tot 1994 was hij lid
van de Provinciale
Staten van
Gelderland. In 1994
werd hij lid van de
Tweede Kamer.
Kamp met zijn
voormalige
Amerikaanse collega
RumsfeldKamp was
onder meer lid van
het dagelijks
bestuur van de Regio
Achterhoek en lid
van het Regionaal
Bestuur van de
Arbeidsvoorziening
Arnhem/Oost-Gelderland.
Op 22 juli 2002 werd
hij op voordracht
van de VVD benoemd
tot minister van
Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer in
het
Kabinet-Balkenende
I. Vanaf 12 december
2002 voerde hij in
hetzelfde kabinet
tevens het beheer
over het ministerie
van Defensie. In het
kabinet-Balkenende
II was hij alleen
minister van
Defensie. Ook in het
kabinet-Balkenende
III is Kamp minister
van Defensie. Hij
woont in Zutphen.
Na de verkiezingen
van 22 november 2006
maakte Henk Kamp op
3 december bekend
zich kandidaat te
stellen voor het
voorzitterschap van
de Tweede Kamer.
Deze verkiezing werd
op 6 december
gehouden. In de
eerste ronde haalde
hij 44 stemmen. In
de tweede ronde
haalde hij 40
stemmen. Hiermee was
hij uitgeschakeld
voor het
voorzitterschap. Als
Kamerlid houdt hij
zich sindsdien bezig
met asielbeleid en
integratie.

Jan Peter Balkenende

Jan Pieter
(roepnaam: Jan
Peter) Balkenende is
geboren op 7 mei
1956 in Biezelinge
en is een Nederlands
CDA-politicus en
sinds 22 juli 2002
minister-president
van Nederland. Op 22
februari 2007 werd
hij premier van het
vierde kabinet
Balkenende.
Balkenende is
geboren in een
gereformeerd gezin
als oudste van drie
zonen. Zijn vader
Jan Pieter
Balkenende was
graanhandelaar en
zijn moeder Thona
Johanna Sandee was
-voor haar huwelijk-
onderwijzeres.
Balkenende volgde de
lagere school in
Kapelle en het
atheneum aan het
Christelijk Lyceum
voor Zeeland
(tegenwoordig Buys
Ballotcollege) in
Goes. In 1974 begon
hij met een studie
Geschiedenis aan de
Vrije Universiteit
in Amsterdam, waar
hij in 1980 zijn
doctoraalexamen in
behaalde. Tevens
studeerde hij vanaf
1979 Nederlands
recht aan dezelfde
universiteit waarin
hij in 1982 zijn
doctoraalexamen in
behaalde (meester in
de rechten). Tijdens
zijn studententijd
was hij lid van de
studentenvereniging
Liber en daarbinnen
lid van
jongensdispuut
PASCAL. In 1976 werd
Balkenende
voorzitter van dit
dispuut.
In 1978 werd
Balkenende lid van
het CDJA, de
jongerenvereniging
binnen het CDA. In
1982 werd hij in
zijn woonplaats
Amstelveen lid van
de gemeenteraad, wat
hij zestien jaar zou
blijven. Bekend uit
deze periode is hij
om zijn
'krokettenmotie' uit
1993: de (nog steeds
geldende) bepaling
dat de
gemeenteraadsraadsleden
recht hebben op een
kroket als de
raadsvergadering tot
langer dan 11 uur
duurt.
Tussen 1982 en 1984
werkte Balkenende
als
beleidsmedewerker
juridische zaken bij
het bureau van de
Academische Raad. In
1984 stapte hij over
naar het
Wetenschappelijk
Instituut van het
CDA waar hij
stafmedewerker werd.
In 1992 promoveerde
hij tot doctor in de
rechtsgeleerdheid op
een proefschrift
getiteld
Overheidsregelgeving
en maatschappelijke
organisaties. In
1993 werd hij
parttime bijzonder
hoogleraar
Christelijk sociaal
denken over
maatschappij en
economie aan de
Vrije Universiteit,
maar hij bleef ook
bij het
Wetenschappelijk
Instituut van het
CDA werken. In deze
periode vormde
Balkenende veel van
zijn ideeën over
overheid en
maatschappij, die
hij later als
minister-president
zou uitdragen. Zo
pleitte hij in zijn
proefschrift al voor
de eigen
verantwoordelijkheid
van maatschappelijke
organisaties in
plaats van hun
(financiële)
afhankelijkheid van
de overheid (waar
het CDA volgens
Balkenende overigens
ook aan had
meegewerkt: één van
de stellingen in het
proefschrift van
Balkenende luidde
dan ook: De
christen-democraten
hebben helaas
meegewerkt aan de
afbraak van het
maatschappelijk
middenveld door
allerlei
organisaties
afhankelijk te maken
van overheidsgeld).
In 1996 trouwde
Balkenende met de
juriste Bianca
Hoogendijk, die hij
in 1988 had leren
kennen toen ze
fractieassistent van
de Tweede
Kamerfractie van het
CDA was. De eerste
jaren leefde het
getrouwde echtpaar
nog gescheiden: pas
nadat dochter Amelie
geboren werd (1999)
ging het echtpaar
samenwonen in
Capelle aan den
IJssel.

Johan Remkes

Johannes Wijnandus
(Johan) Remkes is
geboren op 15 juni
1951 te Zuidbroek
(Groningen) en is
een Nederlands
politicus.
Remkes werd in 1993
lid van de Tweede
Kamerfractie van de
VVD. Hij maakte van
1998 tot 2002 als
staatssecretaris
deel uit van het
Kabinet-Kok II en in
2002 als vicepremier
en Minister van
Binnenlandse Zaken
en
Koninkrijksrelaties
van het
Kabinet-Balkenende
I. Sinds 27 mei 2003
was hij minister van
Binnenlandse Zaken
van het
Kabinet-Balkenende
II, en dezelfde
functie vervulde hij
in het
Kabinet-Balkenende
III, aangevuld met
Bestuurlijke
Vernieuwing.

Piet Hein Donner

Jan Pieter Hendrik
(Piet Hein) Donner
is geboren op 20
oktober 1948 te
Amsterdam en is een
Nederlands
politicus. Hij was
van 2002 tot 2006
minister van
Justitie in de
kabinetten
Balkenende I, II en
III. Op 21 september
2006 trad hij af
naar aanleiding van
het rapport van de
Onderzoeksraad voor
veiligheid over de
Brand in
cellencomplex
Schiphol. Op 30
november 2006 werd
hij lid van de
Tweede Kamer. Op 22
februari 2007 werd
hij minister van
Sociale Zaken en
Werkgelegenheid in
het kabinet
Balkenende IV.
Donner stamt uit een
familie van
juristen. Zijn vader
André Donner, was
rechter in het
Europees Hof van
Justitie en als lid
van de Commissie van
Drie betrokken bij
onderzoek naar de
Lockheed-affaire.
Zijn grootvader, Jan
Donner, was eveneens
minister van
Justitie maar dan
voor de ARP en van
1946 tot 1961
president van de
Hoge Raad. Piet Hein
Donner zelf is
jurist en politicus
voor het CDA. Hij
was onder meer
voorzitter van de
Wetenschappelijke
Raad voor het
Regeringsbeleid, lid
van de Raad van
State en minister
van Justitie en is
nu minister van
Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
Donner was werkzaam
als ambtenaar op het
ministerie van
Economische Zaken,
later Justitie en
werd in 1990 lid, in
1993 voorzitter, van
de Wetenschappelijke
Raad voor het
Regeringsbeleid. In
1998 trad hij toe
tot de Raad van
State. Hij was in
die periode
voorzitter van de
commissie-Donner die
voorstellen deed
over het omvormen
van het WAO-stelsel.
Na de verkiezingen
in 2002 werd Donner
op 17 mei door de
koningin benoemd tot
informateur. Op 4
juli sloot hij de
informatie af met
het advies een
formateur te
benoemen die als
opdracht kreeg een
kabinet met de
partijen CDA, LPF en
VVD tot stand te
brengen. Hoewel hij
in het verleden
vaker had aangegeven
het ministerschap
niet te ambiëren
("Het is een foute
veronderstelling dat
een ambtenaar ook
minister kan zijn.
Beleid maken en
beleid verkopen, dat
zijn verschillende
zaken"), trad hij op
22 juli 2002 als
Minister van
Justitie toe tot het
Kabinet-Balkenende
I. In datzelfde jaar
werd gestart met
prestatiecontracten
tussen overheid en
politie.
Na de verkiezingen
van 22 januari 2003
werd Donner opnieuw
tot informateur
benoemd. Op 27 mei
2003 trad hij toe
als Minister van
Justitie tot het
Kabinet-Balkenende
II.
Op 6 november, 4
dagen na de moord op
Van Gogh, pleitte
minister Donner op
een CDA-congres voor
het aanscherpen van
naleving van de Wet
op de Smalende
Godslastering (art.
147 WvS). Omdat een
groot deel van de
samenleving juist
vond dat met de
moord de vrijheid
van meningsuiting in
het geding was,
diende Lousewies van
der Laan een motie
in voor afschaffing
van deze wet. Dit
voorstel werd echter
behalve door de
christelijke
partijen ook
verworpen door
VVD-er Weisglas en
de PvdA.
Op 17 juni 2005
overleefde Donner
een motie van
wantrouwen die
ingediend was door
de Lijst Pim Fortuyn
naar aanleiding van
wanbeleid rondom het
proefverlof van
TBS'ers. Eerder
overleefde Donner
een moeilijk
politiek debat over
een wegens ontucht
veroordeelde TBS'er
die tijdens zijn
proefverlof een
meisje uit Eibergen
had ontvoerd en
misbruikt.

Roelf de Boer

Roelf Hendrik de
Boer (Rotterdam, 9
oktober 1949) was
minister van Verkeer
en Waterstaat in het
kabinet-Balkenende
I, namens de LPF,
alhoewel De Boer tot
op het moment van
zijn benoeming
VVD-lid was. Lid van
de LPF werd hij pas
na zijn aantreden
als minister. Onder
druk van de Tweede
Kamer gaf hij even
later zijn
VVD-lidmaatschap op.
Na de val van het
kabinet, op 16
oktober 2002, werd
hij vicepremier,
nadat zijn collega
en partijgenoot
Eduard Bomhoff was
afgetreden.
De Boer wist,
ondanks de korte
tijd dat hij
minister was, een
paar keer het nieuws
te halen door zijn
gewaagde
voorstellen. Zo
wilde hij het
beboeten voor lichte
snelheidsovertredingen
afschaffen en
sleepte hij met
succes de NS voor de
rechter, nadat deze
besloten had de
prijzen van het
treinkaartje op 31
december 2002 én op
1 januari 2003 met
ruim vier procent te
verhogen.
Na de beëdiging van
het
kabinet-Balkenende
II is hij even uit
de actieve politiek
verdwenen, en was
hij onder meer
actief als
voorzitter van de
havenwerkgevers in
Rotterdam en
algemeen voorzitter
van Koninklijk
Nederlands Vervoer.
Wel werd De Boer
weer VVD-lid. In mei
2006 werd De Boer
namens de VVD
wethouder in
Rotterdam, met de
portefeuille haven,
energie en milieu.
In april 2007 trad
hij af wegens
gezondheidsproblemen.
De maanden ervoor
was hij al met
ziekteverlof.

Jozias van Aartsen

Jozias van Aartsen
is op 25 december
1947 geboren in Den
Haag.
Hij was Tweede
Kamerlid en minister
van Landbouw
(1994-1998) en van
Buitenlandse Zaken
(1998-2002) geweest
alvorens hij in mei
2003 als
fractievoorzitter
gekozen werd als
opvolger van Gerrit
Zalm, toen deze na
afronding van de
kabinetsformatie
toetrad tot het
kabinet-Balkenende
II.
Na de
gemeenteraadsverkiezingen
van 7 maart 2006
trad hij op 8 maart
af als
fractievoorzitter.
Hij gaf zijn functie
op na de
tegenvallende
uitslag voor de VVD
die op die dag 128
zetels in de
gemeenteraden van
419 gemeenten
verloor.
Fractiegenoot
Willibrord van Beek
volgde hem tijdelijk
op.
Van Aartsen is
afkomstig uit een
hervormd gezin. Zijn
vader Jan van
Aartsen was minister
en later commissaris
van de Koningin voor
de ARP.
Na het behalen van
het diploma
gymnasium-A
studeerde Van
Aartsen enige tijd
rechten aan de Vrije
Universiteit te
Amsterdam. Van 1970
tot 1974 was hij
medewerker van de
Tweede Kamerfractie
van de VVD.
Vervolgens was hij
tot 1979 directeur
van de
Teldersstichting,
het wetenschappelijk
bureau van de VVD.
In 1979 trad hij in
dienst bij het
Ministerie van
Binnenlandse Zaken.
Hij was tot 1983
hoofd van het bureau
secretaris-generaal,
tot 1985
plaatsvervangend
secretaris-generaal
en tot 1994
secretaris-generaal.
Hij was vanaf juli
1994 voorzitter van
het beraad van het
College van
Secretarissen-Generaal.
Voorts was Van
Aartsen commissaris
van de NV RCC,
commissaris van de
NV SDU, bestuurslid
van Het Expertise
Centrum, voorzitter
van het bestuur
Jeugdtheatercentrum
Stella, lid van de
redactie van
Liberaal Reveil en
voorzitter van het
bestuur van het
Nederlands Instituut
voor Kunsteducatie (LOKV).
Van Aartsen was
vanaf 22 augustus
1994 minister van
Landbouw,
Natuurbeheer en
Visserij in het
kabinet-Kok I. Op 3
augustus 1998 werd
hij benoemd tot
minister van
Buitenlandse Zaken
in het kabinet-Kok
II. Deze functie
vervulde hij tot 22
juli 2002.
Sinds 23 mei 2002 is
hij Tweede Kamerlid
voor de VVD. Op 14
december 2003 werd
Van Aartsen door de
parlementaire pers
verkozen tot beste
politicus van 2003.
Op 8 maart 2006
maakte hij zijn
aftreden bekend, met
als motivatie het
onvoldoende
resultaat (minder
dan 14%) dat de VVD
daags tevoren bij de
gemeenteraadsverkiezingen
had behaald. Hij
behield zijn zetel
in de Tweede Kamer.
Op 1 april 2004
werden hij en zijn
voorlichter Gérald
Rensink aangereden
tijdens een
fotosessie bij Hotel
Des Indes in Den
Haag door een
verwarde advocate
van het Bureau
Rechtshulp te
Utrecht. Jozias van
Aartsen bleef
daarbij ongedeerd,
maar Rensink raakte
lichtgewond aan een
schouder.
Van Aartsen heeft op
21 augustus 2006 per
brief laten weten
niet beschikbaar te
zijn voor een plaats
op de
VVD-kandidatenlijst.
Hij schrijft na zijn
vertrek als
fractievoorzitter in
maart 2006 met
verbijstering de
gebeurtenissen te
hebben gevolgd die
tot een
kabinetscrisis
hebben geleid. Hij
noemt als
belangrijke reden
voor zijn komende
vertrek dat hij
heeft gemerkt het
moeilijk te vinden
zich te schikken in
een terughoudende
rol.
Hij vindt verder dat
er wijzigingen nodig
zijn in het
staatkundig bestel
om de positie van
het parlement te
versterken. In het
verleden heeft Van
Aartsen zich enkele
malen uitgesproken
voor herinvoering
van een
districtenstelsel.
In de VVD zijn velen
daar tegenstander
van.

Karin Adelmund

Karin Yvonne Irene
Jansen Adelmund is
geboren op 18 maart
1949 te Rotterdam en
overleden op 21
oktober 2005 te
Amsterdam was een
Nederlands politicus
en
vakbondsbestuurder.
Namens de PvdA was
ze lid van de Tweede
Kamer,
staatssecretaris en
partijvoorzitter.
Adelmund werd
geboren in een arm
gezin dat in het
Oude Noorden in
Rotterdam woonde. Ze
volgde de MULO en
ging daarna werken
als loketbeambte bij
de PTT. Van 1968 tot
1972 studeerde
Adelmund aan de
Openbare Sociale
Academie te
Rotterdam, waarna ze
sociale
wetenschappen ging
studeren aan de
Universiteit van
Amsterdam tot 1979.
Ze was van 1978 tot
1985 voorzitter van
de Vrouwenbond FNV.
In die periode wist
Adelmund voor de
Vrouwenbond het
stemrecht in de
Federatieraad af te
dwingen. Van 1985
tot 1994 was ze lid
van het
federatiebestuur van
de FNV, onder meer
als vicevoorzitter.
Ze speelde in de
vakbond enkele keren
een prominente rol
op
massademonstraties
tegen
kabinetsmaatregelen,
onder andere in 1991
tegen de ingrepen in
de WAO.
Bij de Tweede
Kamerverkiezingen
1994 werd Adelmund,
die op de vierde
plaats op de
kandidatenlijst
stond, gekozen in
het parlement. Ze
werd lid van het
fractiebestuur en
nadat het kabinet
Kok I gevormd was
vicefractievoorzitter.
In deze periode was
ze woordvoerster
sociale zaken namens
haar fractie. Toen
ze in 1995 in de
Tweede Kamer door
SP-leider Jan
Marijnissen bij een
harde opstelling
tegenover het
WAO-beleid werd
herinnerd aan haar
vakbondsverleden,
barstte ze in tranen
uit. "Bij mij staat
de waterleiding net
zo hard open als bij
u", voegde ze
Marijnissen toe.
In 1997 legde ze het
vicefractievoorzitterschap
neer toen ze naast
haar
Kamerlidmaatschap
voorzitter van de
PvdA werd. Dit bleef
ze tot 3 augustus
1998, toen ze als
staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen
toetrad tot het
kabinet Kok II. Ze
bracht als
bewindspersoon onder
andere de Wet
verkleining
groepsgrootte
onderbouw
basisscholen tot
stand en voerde na
kritiek
verlichtingsmaatregelen
door voor de tweede
fase havo/vwo. Ook
maakte ze zich hard
voor de verbetering
van onderwijskansen
van allochtone
leerlingen.
Na het verlies van
haar partij bij de
Tweede
Kamerverkiezingen
2002 keerde Adelmund
terug in de Tweede
Kamer. Ze hield zich
bezig met
Grotestedenbeleid en
Integratie. Tevens
was zij voorzitter
van de algemene
commissie voor het
integratiebeleid.
Terwijl ze nog lid
was van de Kamer
overleed ze
plotseling in haar
woning in Amsterdam
aan een
hartstilstand.
Adelmund werd als
Kamerlid opgevolgd
door Peter Meijer.

Mat Herben

Mathieu Herben is
geboren in Den Haag
op 15 juli 1952 en
is een voormalig
Nederlandse
ambtenaar,
journalist en
politicus.
Van 23 mei 2002 tot
30 november 2006 was
hij lid van de
Tweede Kamerfractie
voor de LPF. In de
periodes van 6 mei
tot 28 augustus, en
van 16 oktober tot 5
oktober 2004 was hij
fractievoorzitter en
politiek leider van
de partij. Bij de
verkiezingen van 22
januari 2003 trad
hij op als
lijsttrekker. Bij
Tweede
Kamerverkiezingen
2006 stond hij
tweede op de Lijst
Pim Fortuyn maar
werd niet gekozen.
Herben woont in
Linschoten (gemeente
Montfoort). Hij
hield zich in de
Tweede Kamer bezig
met
defensie-aangelegenheden,
internationale
veiligheid en
luchtvaart. Hij was
ondervoorzitter van
de vaste commissie
voor Defensie.

Jan Marijnissen

Goudmijnstraat 53 in
Oss. Een goudmijn in
Oss? Ja, die naam
hadden de Ossenaren
bedacht voor
tapijtfabriek
Bergoss. Het ging
deze producent van
het latere, beroemde
Hiltontapijt voor de
wind en daarom
breidde het bedrijf
alsmaar uit. De hele
zuidkant van onze
straat bestond al
snel uit één lange,
dichte fabrieksmuur.
Op 8 oktober 1952
werd ik daar
geboren, als jongste
van vier kinderen
(de anderen heten
Anky, Ineke en
Christje) van Marie
Kemps (1909) en
Guille Marijnissen
(1911). Mijn beide
ouders zijn geboren
en getogen
Ossenaren. Mijn
moeder groeide op
als dochter van een
slager, mijn vader
was zoon van een
horlogemaker. De
ouders van mijn
ouders heb ik amper
gekend.
Mijn kleuterschool
en lagere school
waren natuurlijk
(Brabant!)
katholiek. Niet dat
dit veel om het lijf
had, want het hield
niet veel meer in
dan les in
catechismus,
bijbelse
geschiedenis en
regelmatig
kerkbezoek. Dat werd
anders toen ik
misdienaar werd. Een
aantal jaren
'diende' ik de
heilige mis. Vaak 's
morgens vroeg, soms
later en dan mocht
ik de les op school
verzuimen.
In 1963 overleed
mijn vader. Hij
kreeg op een
woensdagmiddag een
hartinfarct. De
dokter weigerde
eerst om te komen,
we moesten maar een
paar flesjes
sinaasappelsap
halen. En toen ie
later wel kwam, was
het te laat. De
flesjes B3 die ik
voor vader gehaald
had, heeft ie nooit
opgedronken. Ik was
één van de
misdienaars tijdens
zijn begrafenis. Ik
mocht voor het eerst
het kruis dragen
vooraan de stoet die
de kist naar de
begraafplaats
begeleidde. Er
ontstond een
onwezenlijke leegte
in huize
Marijnissen.
Mijn moeder vond het
verstandig mij na de
lagere school naar
kostschool te
sturen. Het werd het
gymnasium van de
Carmelieten in
Oldenzaal. Het was
geen leuke tijd: een
strak regime, veel
eenzaamheid, veel
heimwee. Eén dag in
de maand mocht ik
naar huis. Gelukkig
werd de kostschool
opgeheven. Heeswijk
in Brabant werd mijn
nieuwe thuis, bij de
Norbertijnen. Maar
omdat het gymnasium
mij absoluut niet
lag, kwam ik na twee
jaar weer terug naar
Oss.
Daar ging ik naar
het Titus
Brandsmalyceum, de
HBS. Ik ging HBS-A
doen, met veel talen
en veel boekhouden
en handelsrekenen.
Dat had ik beter
niet kunnen doen.
Want noch met talen,
noch met boekhouden
had ik iets.
De afdeling Oss,
mijn leerschoolIn
mijn tijd in
Heeswijk begon ik
belangstelling te
ontwikkelen voor
allerlei
levensvragen. Het
geloof heb ik daar
achtergelaten. Terug
in Oss kwam daar
belangstelling voor
filosofie,
psychologie en
vooral politiek voor
in de plaats.
Terwijl ik mijn
lessen moest leren,
was ik meer in de
weer met Marx, Freud,
Fromm en niet te
vergeten Marcuse.
Dat kon dus niet
goed gaan, te meer
daar ik mij ook
steeds meer in het
actiewezen stortte,
waardoor ik nog
minder tijd had voor
'de balans',
crediteuren en
debiteuren, en
buitenlandse boeken.
We richtten een
leerlingenvereniging
op. Het door de
schooldirectie
geformeerde
leerlingenparlement
vonden we een
voorbeeld van
repressieve
tolerantie. Ik
kalkte Nixon met een
hakenkruis op de
invalswegen van Oss.
Als het leger kwam
werven, waren wij er
bij om jongeren
ervan af te houden.
We organiseerden
Vredesweken in het
najaar. We draaiden
de film 'Z' en
verzamelden
handtekeningen tegen
het kolonelsregime
in Griekenland.
Mari-Anne en
LilianHet zoveelste
verbaal gevecht met
leraren deed voor de
conrector de deur
dicht en mijn moeder
werd dringend
verzocht een andere
school voor me te
zoeken. Dat werd
uiteindelijk de
Gemeentelijke HBS in
Nijmegen. Dat heb ik
nog volgehouden tot
de vijfde klas, maar
nog voor het
eindexamen besloot
ik het voor gezien
te houden. Het feit
dat ik over de zaken
die mij toen bezig
hielden op school
niets hoorde, is
daar zeker debet aan
geweest. Inmiddels
was ik ook betrokken
geraakt bij de SP.
'Jongen, niet leren?
Dan maar werken',
zei mijn moeder
nadat ze nog lange
tijd (met hulp van
ooms en andere
wijzen) had
geprobeerd me op
andere gedachten te
brengen. Het werd
eerst inpakken op
een ijsfabriek, toen
de worstfabriek van
Zwanenberg en daarna
de metaal. Ik volgde
vele cursussen:
Bemetel,
gronddiploma NIL
Booglassen, MIG-,
TIG- en autogeen
lassen. Mijn
'metalen' loopbaan
begon bij een
scheepswerfje en
vele andere kleine
bazen. Het langst
werkte ik voor een
constructiebedrijfje
vlak bij Oss en
daarna lange tijd
als uitzendkracht
overal in Brabant.
Mijn betrokkenheid
bij de SP maakte dat
ik langzamerhand in
Oss 'een naam' had
gekregen. Ik zat
vanaf 1975 in de
gemeenteraad, voerde
acties bij allerlei
bedrijven en klaagde
fabrieken aan die
naar mijn mening
onverantwoord
omgingen met het
milieu. Zo iemand
had men liever niet
'op de plaats'. Via
een uitzendbureau
was het bezwaar
blijkbaar minder.
Men kon mij immers
meteen buiten zetten
als ik niet beviel.
Gelukkig verstond ik
mijn vak goed en de
wisselingen bleven
dus nog redelijk
binnen de perken.
Desalniettemin heb
ik veel bedrijven
van binnen kunnen
bekijken. Dat heeft
mij veel ervaring
opgeleverd en veel
kennis over hoe het
op de werkvloer
toegaat. De
mensenkennis die ik
daar heb opgedaan,
is me later nog erg
van pas gekomen.
1975, GemeenteraadIn
1975 kwam ik in de
gemeenteraad. Ik was
op dat moment 23
jaar en het jongste
raadslid van het
land. Zeventien jaar
zou ik er blijven.
Veel, heel veel
felle debatten heb
ik daar gevoerd. In
de beginjaren waren
wij niet te beroerd
om in de raad bij de
algemene
beschouwingen zelfs
de wereldpolitiek te
betrekken.
Zonder actie geen
fractieDat waren
niet onze sterkste
momenten. Krediet
behaalden we vooral
door onze koppeling
van 'parlementaire'
actie in de raad met
onze acties buiten
de raad. Het is een
prima leerschool
geweest. Daar heb ik
geleerd dat
voorbereiden álles
is. Ga niet (alleen)
af op de door het
college beschikbaar
gestelde (en door de
ambtenaren
geschreven)
informatie, maar
trek er zelf op uit.
Vertrouwen is goed,
maar controle is
beter.
Maar ik heb er ook
geleerd in het
openbaar te spreken
en te debatteren. Ik
weet nog dat ik bij
een verkiezing op
school een toespraak
moest houden. Ik had
een vriend gevraagd
die toespraak voor
me te schrijven.
Maar toen het moest
trilden mijn handen
zo van de zenuwen
dat ik het briefje
niet kon lezen. Het
werd een afgang. Een
leerzame ervaring,
in de gemeenteraad
heb ik nog veel meer
ervaring opgedaan.
In 1987 werd ik –
als eerste SP'er –
gekozen in de
Provinciale Staten
van Brabant. Het
werd geen succes. Ik
heb het zo'n twee
jaar gedaan, maar er
is geen moment dat
ik me herinner en
dat me met enige
trots vervult; of
het moet zijn het
moment dat een lid
van Gedeputeerde
Staten kwaad wegliep
tijdens één van mijn
toespraken. Daar, in
de Provinciale
Staten, kwam ik tot
de conclusie dat dit
bestuursorgaan beter
kan worden
opgeheven. De
provincie is vlees
noch vis. Het zou
beter zijn kleinere
regio's te maken die
dichter bij de
mensen staan en
behulpzaam kunnen
zijn bij de
intergemeentelijke
samenwerking die
soms echt nodig is.
In 1989 werd ik voor
de eerste maal de
lijsttrekker voor de
landelijke SP. Onder
de leuze 'eerlijk en
aktief' voerden we
campagne. Helaas
hadden er nog te
weinig mensen
vertrouwen in. Ze
dachten dat we het
toch wel niet zouden
halen, of misschien
dachten ze wel 'ze
hebben te weinig toe
te voegen'. Vanaf
toen ging de SP in
plaats van als
federatie van
afdelingen meer
optreden als een
landelijke partij.
We speelden een
belangrijke rol in
de strijd tegen de
onzalige WAO-plannen
van Lubbers en Kok
en in de strijd
tegen de Golfoorlog.
Op alle belangrijke
terreinen
manifesteerden we
ons nu, terwijl we
op lokaal niveau
sterker en sterker
werden.
Op een mooie
mei-avond in de
Meervaart in
Amsterdam in 1994
kon ik samen met
Remi Poppe en alle
andere aanwezigen
een echt feest
vieren. Eindelijk
was de partij
volwassen geworden,
we zaten in het
parlement! Ik weet
nog dat ik achter de
coulissen een moment
gedacht heb: deze
mensen hebben dit
resultaat echt
verdíend. Zóveel
mensen hebben er
zóveel voor gedaan!
Wie veel reist…Zo
ongeveer halverwege
de jaren tachtig
werd mij gevraagd in
dienst te treden van
de SP. Eigenlijk had
ik daar helemaal
niet zo veel zin in.
Het druiste in tegen
mijn opvatting dat
politici midden in
het leven horen te
staan en dat –
anderzijds – álle
mensen politici
(behoren te) zijn.
Maar de druk werd
groot: 'Jouw
ervaringen in Oss
kunnen prima
bruikbaar zijn voor
de rest van de
partij.' En, eerlijk
gezegd, de partij
stond er in die tijd
niet zo goed voor:
afdelingen die het
elan verloren
hadden, ideologische
verwarring en veel
twijfel over de
toekomst van ons
'socialisme op
klompen'. Samen met
Tiny Kox en anderen
heb ik de uitdaging
aanvaard: ik zei
'ja'.
Mijn eerst grote
klus werd het
doorbreken van de
gegroeide gedachte
dat we in de grote
steden niets klaar
konden maken. Ik
hielp de Amsterdamse
afdeling om in Noord
onze eerste
deelraadszetel in de
wacht te slepen. Het
werd het begin van
de victorie. Veel
vertwijfelde
afdelingen putten
uit dit succes moed
en de trend van
steeds verder
groeiend pessimisme
werd gekeerd.
De daarop volgende
raadsverkiezingen in
1986 werden een
groot succes. Net
als alle daarop
volgende
verkiezingen, zowel
voor de raden, als
de Kamer, het
Europees Parlement,
en de Provinciale
Staten.
Het is een
buitengewoon
leerzame tijd
geweest, daar op het
hoofdkantoor in de
Agniesebuurt van
Rotterdam. Ik maakte
kennis met het
offsetdrukken, ik
leerde inkopen en
administratie doen,
ik moest nu echt
besturen en leiding
geven. Ik werd
gekozen tot
voorzitter van de
SP.
Sinds 1994 ben ik
voorzitter van de
Tweede-Kamerfractie
van de SP. Graag
verwijs ik voor de
eerste ervaringen in
de Kamer naar het
boekje ‘Effe
Dimmen’, dat je ook
op deze site kunt
vinden. Het is
uitgebracht in het
voorjaar van 1998 en
beoogt een
verantwoording te
zijn over onze
eerste jaren in de
volksvertegenwoordiging.
De fractie groeide
van 2 zetels in 1994
naar 5 in 1998 naar
9 in 2002. Bij de
laatste verkiezingen
op 22 januari 2003
groeide de SP
opnieuw, dit keer
van 5,9 naar 6,3
procent. Dat was net
niet genoeg om de
winst ook om te
zetten in meer
zetels. Inmiddels
zijn we uitgegroeid
tot de vierde partij
van het land qua
zetelaantal. De
verkiezingen van
november 2006 werden
uiteindelijk een
historische
doorbraak voor de SP
met maar liefst 25
zetels. Tegelijk
schreef de SP in
2006 haar 50.000ste
lid in, waardoor we
nu definitief de
derde partij van het
land zijn geworden.

Sharon Dijksma

Sharon Alida Maria
Dijksma is geboren
in Groningen op 16
april 1971 en is de
staatssecretaris van
Onderwijs in het
Kabinet-Balkenende
IV. Namens de Partij
van de Arbeid was
zij sinds 23 mei
1994 lid van de
Tweede Kamer. Sinds
26 oktober 2004 was
Dijksma
vicevoorzitter van
de fractie van de
PvdA.
Dijksma begon haar
politieke carrière
bij de Jonge
Socialisten, waar ze
van 1991 tot 1992
als algemeen
secretaris in het
bestuur zat, en
vervolgens tot 1994
voorzitter was. Ze
studeerde
achtereenvolgens
rechten aan de
Rijksuniversiteit
Groningen en
bestuurskunde aan de
Universiteit Twente,
maar voltooide beide
opleidingen niet. In
1994 werd zij als
drieëntwintigjarige
gekozen als het
jongste Kamerlid
ooit. In de Tweede
Kamer hield ze zich
bezig met Onderwijs
en Sociale Zaken.
Vanaf 2003 is zij
woordvoerster
Verkeer en
Ontwikkelingssamenwerking.
Na het vertrek van
Marijke van Hees als
voorzitter van de
PvdA, probeerden Wim
Kok en Ad Melkert in
2001 Dijksma naar
voren te schuiven
als nieuwe
partijvoorzitster.
De leden van de PvdA
kozen evenwel voor
Ruud Koole.
Sinds 26 oktober
2004 is Dijksma de
vicefractievoorzitter
van de PvdA, als
opvolgster van
Jeltje van
Nieuwenhoven. In
2005 bracht ze een
initiatief-notitie
uit over de
invoering van gratis
openbaar vervoer. In
maart 2006 kwam ze
in het nieuws toen
ze het thuisblijven
van een
hoogopgeleide vrouw
'kapitaalvernietiging'
noemde en ervoor
pleitte om deze
vrouwen een deel van
de kosten van hun
opleiding te laten
terugbetalen. Nadat
hierop kritiek kwam
stelde ze in een
reactie dat het haar
er vooral om ging
dat deze vrouwen hun
studieschuld
aflossen. In
hetzelfde interview
sprak ze de ambitie
uit om na nieuwe
verkiezingen een
plek in het kabinet
te krijgen.

Femke Halsema

Femke Halsema
(Haarlem, 25 april
1966) is een
Nederlandse
politica. Zij is
politiek leider van
GroenLinks.
Halsema werd geboren
in een
sociaal-democratische
familie. Haar moeder
was lange tijd
wethouder sociale
zaken en
werkgelegenheid voor
de Partij van de
Arbeid in Enschede.
In 1984 slaagde
Halsema voor haar
HAVO-examen in
Enschede. Tussen
1984 en 1985 ging
Halsema er een jaar
tussenuit en ging ze
werken in een kroeg,
ook nam ze enkele
cursussen aan de
Vrije School in
Driebergen. In 1985
begon ze aan de
lerarenopleiding
Nederlands en
Geschiedenis in
Utrecht. In 1988
verliet ze de
opleiding zonder te
slagen en begon ze
Algemene Sociale
Wetenschappen te
studeren aan de
Universiteit
Utrecht. Ze
specialiseerde zich
in criminologie. Ze
nam tijdens haar
studie enkele
bijbaantjes die aan
haar opleiding waren
gerelateerd: tussen
1991 en 1993 was ze
stagiaire bij de
werkgroep Politie en
Allochtonen van het
Ministerie van
Binnenlandse Zaken
en
student-assistent.
In 1992 was ze
"toegevoegd docent
wetenschappelijke
methoden en
technieken" aan de
Faculteit Sociale
Wetenschappen, ze
doceerde werkgroepen
statistiek aan
lagerejaars
studenten.
Vanaf 1993 begon
haar carrière zich
te ontwikkelen. Ze
werd een opkomend
talent binnen de
Partij van de
Arbeid. Ze werkte
voor de Wiardi
Beckman Stichting (WBS),
het wetenschappelijk
bureau gelieerd aan
de PvdA. In 1995
schreef ze het boek
"Ontspoord.
Opstellen over
criminaliteit &
rechtshandhaving"
voor de WBS. In 1996
was ze korte tijd
fellow bij het
Duitse Marshall
Fonds, waarvoor zij
onder andere twee
maanden door de
Verenigde Staten
reisde. In 1996 werd
ze redacteur van de
Helling, het blad
van het
wetenschappelijk
bureau van
GroenLinks. Sinds
dat jaar werkte ze
ook voor De Balie,
een Amsterdams
politiek-cultureel
centrum, waar op dat
moment ook Kees
Vendrik werkte. Voor
de Balie leidde ze
in 1997 het project
Res Publica over de
rol van de
Nederlandse grondwet
in de moderne
samenleving. In
datzelfde jaar werd
ze lid van de
program-commissie
van de PvdA voor de
verkiezingen van
1998. Ze schreef
samen met Maarten
Hajer voor de WBS
het boek "Land in
zicht. Een
cultuurpolitieke
benadering van de
Ruimtelijke
Ordening". Ze werd
gevraagd om
kandidaat te staan
voor de PvdA in de
verkiezingen van
1998.[1]
In de herfst van
1997 verliet ze de
PvdA. De aanleiding
hiervoor was de
rigoureuze manier
waarop de politie
omging met de
protesten tegen het
Europese Top in
Amsterdam. De
sociaal-democratische
burgemeester Schelto
Patijn liet 500
mensen preventief
oppakken.[2] Ze was
echter al langer
ontevreden met de
koers van de Partij
van de Arbeid, die
volgens haar niet in
staat was geweest om
haar
sociaal-democratische
programma te
vernieuwen en het
economische tij te
gebruiken om in te
investeren in de
publieke sector. Ze
nam enkele kleinere
baantjes: ze werd
columnist bij Het
Parool en in het
IKON-radioprogramma
De Andere Wereld
alsmede redacteur
van de serie
"Kennis, Politiek en
Publieke Opinie" van
uitgever Van Gennip.
In 1998 kandideerde
ze zich nadat ze
gevraagd was door
toenmalig
GroenLinks-leider
Paul Rosenmöller
voor de lijst van
GroenLinks voor de
verkiezingen van dat
jaar.[3] Ze werd de
derde kandidaat op
de lijst. Het
zetelaantal van de
partij steeg van 5
naar 11. In haar
eerste periode in de
Kamer was Halsema
woordvoerder op het
gebied van justitie.
Ze kreeg bekendheid
door haar inzet voor
asielzoekers en haar
oppositie tegen de
nieuwe migratiewet
van Job Cohen.
Bij de verkiezingen
van 2002 was Halsema
weer derde
kandidaat. De partij
verloor een zetel.
Halsema werd
vice-fractievoorzitter
en ze voerde onder
andere het woord bij
het eerste debat met
het eerste kabinet
Balkenende. In
november kondigde
Paul Rosenmöller
onverwacht aan de
politiek te zullen
verlaten. Halsema
werd tien dagen voor
het partijcongres
naar voren geschoven
als
kandidaat-lijsttrekker.[4]
Als partijleider nam
Halsema een meer
prominente rol in.
Ze stelde enkele
initiatiefwetten
voor, een over
gerechtelijke
toetsing van de
grondwettelijke
rechten en een
tweede, samen met
D66 leider Boris
Dittrich, over de
vaste boekenprijs.
Halsema was
lijsttrekker van
haar partij tijdens
de verkiezingen van
2003. De partij
verloor twee zetels.
Ze bleef
fractievoorzitter en
werd woordvoerder op
het gebied van
cultuur en media.
Tussen oktober 2003
en januari 2004 was
Halsema op
zwangerschapsverlof:
ze kreeg een
tweeling. Marijke
Vos,
vice-fractievoorzitter,
verving haar
tijdelijk. Na haar
terugkeer in de
Tweede Kamer startte
Halsema een
ideologische
discussie over de
koers van links in
het algemeen en
GroenLinks in het
bijzonder. Ze
claimde dat haar
partij de laatste
"linkse liberale
partij van Nederland
is"[5] en leek
volgens sommigen zo
te breken met de
socialistische
wortels van haar
partij. Ze riep op
tot sterke
samenwerking tussen
de Socialistische
Partij, de Partij
van de Arbeid en
GroenLinks. Dit zou
moeten leiden tot
een linkse regering
na de verkiezingen
van 2007, wat in
haar ogen een
"linkse lente" zou
inluiden. Ze vroeg
PvdA-leider Wouter
Bos zich uit te
spreken voor zo'n
kabinet. Maar deze
weigerde, want hij
wilde ook de
mogelijkheid van een
kabinet met het CDA
niet uitsluiten. In
januari 2006 werd ze
verkozen tot
"Liberaal van het
Jaar" door de JOVD,
de
jongerenorganisatie
van de VVD, vanwege
haar nieuwe
politieke koers, met
name waar het gaat
om de hervorming van
de
verzorgingsstaat.[6]
In juni 2006 sloot
de nominatie voor
het
lijsttrekkerschap en
Halsema bleek de
enige kandidaat. In
oktober 2006 werd ze
naar eigen zeggen
"Albanees"[7]
verkozen. In de
campagne brengt ze
samen met Michael
Zonneveld, een
bevriend journalist,
een persoonlijk
getint boek uit
"Over de Linkse
Lente".

Maxime Verhagen

Maxime Jacques
Marcel Verhagen is
geboren in
Maastricht op 14
september 1956 en is
een Nederlandse
politicus voor het
CDA. Hij is sinds 22
februari 2007
minister van
Buitenlandse Zaken
in het
kabinet-Balkenende
IV en volgde daarmee
partijgenoot Ben Bot
op. Daarvoor was
Verhagen lid van de
Tweede Kamer, waar
hij namens zijn
partij
fractievoorzitter
was. In deze functie
is Verhagen
opgevolgd door eerst
Jan Peter Balkenende
en later Pieter van
Geel.
In zijn
geboorteplaats
volgde hij het
atheneum en
studeerde vervolgens
geschiedenis
(contemporaine
geschiedenis) aan de
Rijksuniversiteit
Leiden
(doctoraalexamen
1986). Aanvankelijk
was hij
fractiemedewerker
bij de Tweede
Kamerfractie van het
CDA en
gemeenteraadslid in
Oegstgeest. Van 1989
tot 1994 was hij lid
van het Europees
Parlement, waarna
hij op 17 mei 1994
Tweede Kamerlid
werd.
Vanaf 11 juli 2002
was hij
fractievoorzitter
van de CDA-Tweede
Kamerfractie, met
een korte
onderbreking in 2003
toen hij lid was van
het
onderhandelingsteam
voor het
kabinet-Balkenende
II. Ook na de Tweede
Kamerverkiezingen
van november 2006
droeg hij het
voorzitterschap weer
over aan Jan Peter
Balkenende.
Tijdens de
kabinetsformatie
Nederland 2006-2007
was Verhagen wederom
secondant van Jan
Peter Balkenende.
Hij was vanaf 3
januari 2007
aanwezig bij de
'geheime'
besprekingen op het
landgoed Lauswolt in
het Friese
Beetsterzwaag.[1]
Verhagen won in
zowel 2004 als 2006
de 'zwetsprijs'.[2]
Deze prijs voor het
meest 'zwetsende'
Kamerlid en haar
tegenhanger, de
'klare taalprijs',
worden jaarlijks
uitgereikt door de
Jargonbrigade van de
Nationale Jeugdraad.
Op 9 juni 2006 was
hij aanwezig bij een
Bilderbergconferentie.

Pagina 1
Pagina 2
 |