|



Wouter Bos

Wouter Jacob Bos is
geboren in
Vlaardingen op 14
juli 1963 en is een
Nederlands
politicus. Hij is
sinds 22 februari
2007 minister van
Financiën en
vicepremier in het
kabinet-Balkenende
IV. Sinds 2002 is
hij de politiek
leider van de Partij
van de Arbeid
(PvdA).
Bos rondde in 1980,
kort voor zijn
zeventiende
verjaardag, het
gymnasium af bij het
Christelijk Lyceum
te Zeist. Vervolgens
vertrok hij voor een
jaar naar Engeland,
waar hij als
vrijwilliger
werkzaam was bij de
YMCA. In 1981 ging
hij aan de Vrije
Universiteit
Amsterdam economie
en politicologie
studeren. In
datzelfde jaar sloot
hij zich aan bij de
PvdA. Nadat hij in
1988 cum laude zijn
doctoraalexamen in
beide studies had
gehaald, begon hij
een carrière bij
Shell. Naar eigen
zeggen deed hij dit
omdat hij wilde
weten wat hij 'in
zijn mars had' en
omdat hij vond dat
'links Nederland het
bedrijfsleven niet
moest overlaten aan
rechts Nederland'.
In diverse advies-
en
managementfuncties
was hij binnen deze
grote
oliemaatschappij
werkzaam, onder meer
op uiteenlopende
buitenlandse
locaties zoals
Boekarest, Hongkong
en Londen.
Bos werkte tot maart
1998 bij Shell. Hij
liep vervolgens
stage bij het
toenmalige Kamerlid
Rick van der Ploeg
en stelde zich
kandidaat voor de
Tweede
Kamerverkiezingen.
Met Van der Ploeg en
toenmalig
staatssecretaris van
Financiën Willem
Vermeend voerde Bos
campagne. Onder de
naam Polderboys
werden onder meer
colleges op
universiteiten
gegeven.
Op 19 mei 1998 werd
Bos Tweede Kamerlid
voor de PvdA. Hij
werd woordvoerder
belastingen voor
zijn fractie en
hield zich tevens
bezig met
economische zaken.
Op 24 maart 2000
volgde hij Vermeend
op als
staatssecretaris van
Financiën onder
minister Gerrit Zalm
in Paars II. In deze
functie liet hij
onder andere
onderzoek doen naar
de mogelijke
voordelen van een
vlaktaks,[1], onder
andere omdat die
'minder verstoringen
op de arbeidsmarkt
en de kapitaalmarkt'
zou geven. Ook
maakte hij een
koppeling tussen de
vlaktaks en het
basisinkomen.[2] Na
de Tweede
Kamerverkiezingen
2002, waarbij de
PvdA terugviel van
45 naar 23 zetels,
keerde Bos terug als
Kamerlid. Voor zijn
fractie werd hij de
woordvoerder voor
volksgezondheid en
inkomensbeleid.
Direct na de
verkiezingen van mei
2002 maakte Bos al
zijn ambitie
openbaar om de
nieuwe
fractievoorzitter te
worden. In eerste
instantie werd
echter de meer
ervaren politica
Jeltje van
Nieuwenhoven
aangewezen om als
waarnemend
fractievoorzitter de
teruggetreden Ad
Melkert op te
volgen. Toen het
Kabinet-Balkenende I
in het najaar van
2002 viel, mochten
de leden van de PvdA
de lijsttrekker
kiezen en stelde Bos
zich beschikbaar. Op
12 november 2002
werd hij met ruime
meerderheid gekozen
tot lijsttrekker
voor de Tweede
Kamerverkiezingen
2003 wat hem ook
meteen partijleider
maakte.
Bos' opmerking dat
hij na de
verkiezingen geen
premier wilde worden
maar Tweede Kamerlid
wilde blijven, kwam
hem op veel kritiek
te staan omdat
politieke
tegenstanders vonden
dat hij daarmee voor
zijn
verantwoordelijkheid
zou weglopen. Als
kandidaatpremier
droeg Bos Job Cohen,
burgemeester van
Amsterdam, voor.
Mede door zijn
charisma slaagde Bos
erin de PvdA een
nieuw gezicht te
geven en bij de
verkiezingen maakte
de PvdA het forse
verlies van een jaar
eerder vrijwel
geheel goed.
Formatiegesprekken
met het CDA van Jan
Peter Balkenende
mislukten echter
waardoor de PvdA met
fractievoorzitter
Bos in de
oppositiebanken kon
plaatsnemen.
Na de installatie
van het
kabinet-Balkenende
II werd Wouter Bos
oppositieleider. Zo
liep hij in oktober
2004 vooraan tijdens
de grote
demonstratie op het
Museumplein tegen
het kabinet
Balkenende. De PvdA
werd in de peilingen
al snel de grootste
partij van
Nederland.
Op 10 december 2005
kondigde Bos tijdens
een PvdA-congres aan
dat hij na de
eerstvolgende
verkiezingen
beschikbaar is als
premier van
Nederland, mocht de
PvdA in die positie
komen. Bij de
gemeenteraadsverkiezingen
in 2006 boekte de
PvdA in vrijwel elke
gemeente winst.
Ondanks dat dit
lokale verkiezingen
waren, kreeg Wouter
Bos een groot deel
van de credits van
de winst. In
landelijke politieke
peilingen schommelde
de partij op dat
moment al rond de 60
zetels, terwijl het
CDA op dat moment
tussen de 25 en 30
zetels stond. Toch
was er zowel binnen
als buiten de PvdA
ook kritiek op het
leiderschap van de
politicus. Bos zou
doorgaans weinig
standpunten innemen
en vaak geneigd zijn
alle opties open te
laten.
Op 28 april 2006
probeerde Bos zijn
politieke visie
uiteen te zetten
tijdens een betoog
op een conferentie
over het thema
vergrijzing. Hij
omarmde hierbij het
Scandinavische model
als basis voor de
toekomst van de
Nederlandse
verzorgingsstaat.
Bos stelde dat het
overheidsgeld
doelmatiger gebruikt
moest worden en
pleitte voor meer
geld naar onderwijs,
onderzoek en
innovatie,
kinderopvang als
basisvoorziening,
het goedkoper maken
van laagproductieve
arbeid en
versoepeling van het
ontslagrecht. De
studiefinanciering,
de
hypotheekrenteaftrek
en de financiering
van de AOW werden
door hem ter
discussie gesteld,
omdat deze systemen
uitgaan van een
perverse
solidariteit; armen
die rijken
subsidieren. [3]
Met name de
stellingnames dat
rijkere
gepensioneerden
moeten meebetalen
aan de AOW en dat
pensioenpremies voor
de hoge inkomens
niet meer aftrekbaar
zijn van de
belasting leidde tot
forse kritiek, onder
meer van
oud-partijprominent
Marcel van Dam. In
de peilingen zakte
de PvdA naar een
niveau van ongeveer
45 zetels en Bos
werd een
schietschijf voor
politici van andere
partijen. In het
verkiezingsprogramma
dat in september
2006 verscheen,
werden de plannen
rond de
fiscalisering van de
AOW in een sterk
afgezwakte vorm
opgenomen.
Op 11 juli 2006 werd
Bos door het bestuur
van zijn partij
aangewezen als
lijsttrekker voor de
Tweede
Kamerverkiezingen
2006. Dit zou via
een ledenraadpleging
worden bepaald, maar
Bos was de enige die
zich kandidaat had
gesteld. [4]
De gewijzigde
standpunten van
Wouter Bos over de
AOW en later over
onder meer de
Armeense Genocide
(in september werd
kandidaat-kamerlid
Erdin Sacan van de
kandidatenlijst
verwijderd omdat hij
vond dat er geen
sprake was van
genocide, in
november verklaarde
Bos in een interview
met Turkse media
zelf dat er in
juridische zin geen
sprake was van
genocide), maakten
Wouter Bos' positie
in de campagne
aanvankelijk
moeilijk. Met name
de CDA-leiders
Jan-Peter Balkenende
en Maxime Verhagen
beschuldigden Bos
ervan continu te
draaien. Een
opmerking van Bos op
de website van de
PvdA dat hij na de
verkiezingen het
liefste een coalitie
van PvdA, VVD en
GroenLinks zou zien,
werd een dag later
door Bos als
'grapje' afgedaan.
De verkiezingen
eindigden voor de
PvdA teleurstellend:
na een half jaar
eerder nog op 60
zetels in de
peilingen te hebben
gestaan, haalde de
PvdA in november
slechts 33 zetels:
een verlies van 9
ten opzichte van de
verkiezingen drie
jaar eerder.
Ondanks de
verkiezingsnederlaag
werd Wouter Bos
daags na de
verkiezingen door de
nieuwe PvdA-fractie
unaniem herkozen tot
fractievoorzitter.
Na onderhandelingen
over het te vormen
kabinet werd Bos op
22 februari 2007
naast vicepremier
Minister van
Financiën onder
Jan-Peter Balkenende
in zijn vierde
kabinet. Eerder
heeft hij gezegd dat
hij niet met
Balkenende in één
kabinet zou zitten
zonder zélf premier
te zijn. Later heeft
hij uitgelegd dat
hij toch is
toegetreden om
leiding te geven aan
het grotendeels
onervaren kabinet.
Bos is de enige
PvdA'er in het
kabinet die al
eerder in een
kabinet heeft
gezeten.

Gerrit Zalm

Gerrit Zalm is
geboren in Enkhuizen
op 6 mei 1952 en was
tot 21 februari 2007
minister van
Financiën, en
viceminister-president
in het
Kabinet-Balkenende
III.
Zalm werd geboren
als zoon van een
kolenboer. Na het
behalen van het
diploma HBS-A
studeerde hij
algemene economie
aan de Vrije
Universiteit van
Amsterdam
(doctoraalexamen
1975). Hij was in
deze tijd actief lid
van de PvdA, en
afdelingsvoorzitter
in Enkhuizen.
In 1975 trad Zalm in
dienst van het
ministerie van
Financiën. Hij begon
daar als medewerker
bij het bureau
Economische
Aangelegenheden van
de afdeling
Begrotingsvoorbereiding.
Vanaf 1977 was hij
hoofd van dat bureau
en vanaf 1978 hoofd
van de gehele
afdeling. In 1981
volgde de benoeming
tot plaatsvervangend
directeur
Begrotingszaken,
tevens hoofd van de
afdeling
Begrotingsvoorbereiding.
In 1983 werd Zalm
plaatsvervangend
directeur Algemene
Economische Politiek
op het ministerie
van Economische
Zaken en in 1985
directeur van
dezelfde directie.
Vanaf 1988 was Zalm
werkzaam bij het
Centraal Planbureau,
eerst als
onderdirecteur en
sinds 1989 als
directeur. Sinds
1990 was hij tevens
bijzonder hoogleraar
economische politiek
aan de Vrije
Universiteit te
Amsterdam.
Tijdens zijn studie
was Gerrit Zalm
afdelingsvoorzitter
van de Partij van de
Arbeid in zijn
woonplaats Enkhuizen
(1973-'75). In 1984
stapte hij over naar
de VVD. Van 22
augustus 1994 tot 22
juli 2002 was hij
namens deze partij
minister van
Financiën in het
eerste en tweede
kabinet Kok.
Na de voor Paars
desastreuze
verkiezingen van mei
2002 volgde Zalm
Hans Dijkstal op als
fractievoorzitter in
de Tweede Kamer der
Staten-Generaal en
politiek leider van
de VVD.
Op 27 mei 2003 werd
hij opnieuw benoemd
tot minister van
Financiën en tevens
tot
viceminister-president
in het tweede
kabinet Balkenende.
Sinds 10 oktober
2005 is hij de
langstzittende
Minister van
Financiën in de
Nederlandse
geschiedenis. In de
aanloop van de
Europese Unie naar
de invoering van de
euro, de
gemeenschappelijke
munteenheid van de
lidstaten,
kapittelde Zalm
Frankrijk en
Duitsland, omdat
deze landen het
-volgens het verdrag
van Maastricht-
toegestane tekort
van 3% op hun
rijksbegrotingen
overschreden. Toen
kort daarna
hetzelfde in
Nederland dreigde te
gebeuren, liet hij
het kabinet harder
bezuinigen waardoor
dit gevaar werd
afgewend.
Van 30 juni tot 7
juli 2006 was hij ad
interim minister van
Economische Zaken.
Hij volgde hier de
opgestapte minister
Brinkhorst op. Zalms
staatssecretaris
Joop Wijn nam deze
functie op 7 juli
over, waardoor Zalm
geen
staatssecretaris
(een nieuwe werd
niet benoemd) meer
had.
Minister Zalm heeft
in de kabinetten-Kok
de Zalm-norm
geïntroduceerd. Door
een scheiding aan te
brengen tussen
inkomsten en
uitgaven van het
Rijk, bracht hij
rust in het
begrotingsbeleid.
Ook is hij naamgever
van de Zalm-snip.
Deze teruggave van
belastinggeld is
inmiddels
afgeschaft.
Op 26 november 2006
kondigde Zalm na de
Tweede
Kamerverkiezingen
2006 in het TV
programma Buitenhof
aan te stoppen als
politicus, zodra een
nieuw kabinet
gevormd is. Hij gaf
aan dat hij deze
beslissing al voor
de verkiezingen had
genomen en zodoende
niets te maken had
met de matige
uitslag voor de VVD.
11 maart 2007 is
Zalm benoemd tot
Commandeur in de
Orde van
Oranje-Nassau wegens
zijn verdiensten in
de politiek. Twee
maanden later werd
hij benoemd tot
Erelid van de VVD.
In juni 2007 wordt
bekend dat Zalm gaat
werken voor de DSB
Bank, het financiële
concern van
ondernemer Dirk
Scheringa. Zalm gaat
daar voor twee dagen
per week aan de slag
als chief economist.

Hans Wiegel

Hans Wiegel is
geboren in Amsterdam
op 16 juli 1941 enis
een Nederlands
voormalig politicus
voor de VVD.
Tegenwoordig is hij
voorzitter van de
Zorgverzekeraars
Nederland. Daarnaast
bekleedt hij nog
diverse andere
(neven)functies.
Zijn vader was
binnenhuisarchitect,
bezat een
meubelmakersbedrijf
en was tevens
aannemer.
Wiegel zat in
Amsterdam op de
Openbare lagere
Potgieterschool,
vervolgens van 1953
tot 1959 op het
Gemeentelijk
Gymnasium Hilversum
waar hij de
B-richting volgde.
Daarna studeerde hij
van 1959 tot 1965
aan de Universiteit
van Amsterdam enige
maanden rechten en
vervolgens politieke
wetenschappen waarin
hij zijn
kandidaatsexamen
behaalde.
Wiegel begon zijn
politieke loopbaan
als interim
penningmeester bij
de Gooise JOVD, de
jongerenorganisatie
gelieerd aan de VVD
en stroomde binnen
korte tijd door tot
voorzitter van de
afdeling 't Gooi .
Na in 1965 landelijk
voorzitter van de
JOVD te zijn
geworden ging hij in
1967 voor de VVD
naar de Tweede
Kamer. Zijn
politieke mentor in
die tijd was de
bekende VVD-senator
Harm van Riel.
In 1971 bracht hij
het tot voorman van
de VVD en in 1972
was hij lijsttrekker
voor de partij
tijdens de Tweede
Kamerverkiezingen.
Hij werd bekend als
een vurig bestrijder
van het kabinet-Den
Uyl dat hij onder
andere verweet te
veel geld uit te
geven. Legendarisch
waren zijn felle
redevoeringen in de
Kamer tegen
toenmalig
PvdA-premier Joop
den Uyl die deze al
schaterlachend
aanhoorde.
In het Eerste
kabinet Van Agt was
Wiegel minister van
Binnenlandse Zaken
en vice-premier. Als
minister was Wiegel
onder meer
verantwoordelijk
voor wetten waarin
zaken zoals het
rechtstreeks kunnen
kiezen van
Nederlandse leden
van het Europees
Parlement, het
instellen van de
Nationale Ombudsman
en het verplicht
stellen van een
Gemeentelijk
rampenplan werden
geregeld.
Na zijn periode als
minister, en een
korte tijd in de
Tweede Kamer,
vertrok Wiegel uit
de landelijke
politiek om per 16
juni 1982
Commissaris van de
Koningin in de
provincie Friesland
te worden. Deze
functie vervulde hij
12 jaar. Hij kreeg
de bijnamen Het
orakel uit Ljouwert
(Fries voor
Leeuwarden) en De
grote ijsmeester.
In 1986 weigerde
Wiegel onder druk
van de Friese
Staten, een
tijdelijke terugkeer
naar Den Haag als
minister van
Binnenlandse Zaken
in het eerste
kabinet Lubbers, na
de plotselinge dood
van Koos Rietkerk.
Ook in 1993 en 2002
heeft hij nog eens
een rentree
overwogen.
Van 1995 tot 2000
was Wiegel lid van
de Eerste Kamer. Hij
was op 18 mei 1999
verantwoordelijk
voor wat de Nacht
van Wiegel is gaan
heten toen hij tegen
een wetsvoorstel
voor een correctief
referendum stemde
(naar eigen zeggen
zou op de
achtergrond zijn
vrouw hierin een
beslissende invloed
hebben gehad). Dit
leidde tot een korte
kabinetscrisis van
het tweede Paarse
kabinet.
Sinds zijn aftreden
als minister werd op
gezette tijden
gespeculeerd over
zijn comeback als
leider van de VVD en
een mogelijk
premierschap, niet
in de laatste plaats
door hemzelf. Wiegel
gaf tenslotte aan na
de
gemeenteraadsverkiezingen
in maart 2006 een
besluit te zullen
nemen. Toen Jozias
van Aartsen na de
voor de VVD slecht
verlopen
gemeenteraadsverkiezingen
terugtrad als
fractievoorzitter
van de VVD, en
daarmee ook als
premierkandidaat
voor de verkiezingen
van 2007, maakte
Wiegel de volgende
ochtend bekend dat
hij had besloten om
redenen van
'persoonlijke en
politieke aard' niet
te zullen terugkeren
in de politiek.

Hilbrand Nawijn

Hilbrand Pier Anne
Nawijn is geboren in
Kampen op 8 augustus
1948 en is een
Nederlands
politicus, artiest
en columnist. Voor
de Lijst Pim Fortuyn
(LPF) was hij in het
kabinet-Balkenende I
minister voor
Vreemdelingenzaken
en Integratie.
Vervolgens zat hij
voor de LPF in de
Tweede Kamer der
Staten-Generaal, tot
hij zich op 22 juni
2005 afsplitste en
als onafhankelijk
Kamerlid verder
ging. Aan de Tweede
Kamerverkiezingen
2006 nam hij deel
met de door hem zelf
opgerichte Partij
voor Nederland. Op
dit moment is hij
fractievoorzitter
van de Lijst
Hilbrand Nawijn in
zijn woonplaats
Zoetermeer (gegevens
van 2007).
Nawijn groeide onder
meer op in
Staphorst, waar zijn
vader van 1968 tot
1978 burgemeester
was. Na het behalen
van het diploma
HBS-B aan het
Emelwerda College in
Emmeloord studeerde
Nawijn rechten
(publiekrechtelijke
richting) aan de
Rijksuniversiteit
Groningen (doctoraal
examen 1973). Hij
was daarna tot 1996
werkzaam bij het
Ministerie van
Justitie. Tot 1978
was hij juridisch
medewerker bij de
hoofdafdeling
Staats- en
Strafrecht,
1978-1980 hoofd
afdeling
Internationale
rechtshulp. Hij was
bij de Directie
Vreemdelingenzaken
tot 1984 hoofd van
de afdeling
Asielzaken en tot
1988 hoofd van de
hoofdafdeling
Toelating en
Verblijf. In 1988
werd hij directeur
van deze directie,
die in 1994 werd
omgevormd tot de
Immigratie- en
Naturalisatiedienst
IND. In 1996 werd
Nawijn directeur bij
KPMG management
services te Den
Haag. Aansluitend
verrichtte hij als
organisatie-adviseur
werkzaamheden bij
Marezate BV te
Hilversum en was
sinds 1999 als
advocaat en stagiair
werkzaam bij Hoens
en Souren advocaten
in Zoetermeer. Begin
2002 opende hij een
eigen
advocatenkantoor,
Nawijn advocaten in
Zoetermeer. Hij
richtte in 2001 het
immigratie-adviescentrum
IMAD BV op. Nawijn
was in 2002 voor het
CDA lid van de
gemeenteraad van
Zoetermeer. Hij was
onder meer lid van
de Raad van toezicht
Stichting Jeugdzorg
Zuid-Holland,
secretaris en
voorzitter van de
Raad van toezicht
van het Verpleeghuis
VVR Zoetermeer en
voorzitter van het
Protestants
Christelijk
Instituut voor dove
kinderen 'Effatha'
in
Voorburg/Zoetermeer.
In het eerste
kabinet-Balkenende
werd Nawijn namens
de LPF-minister voor
Vreemdelingenzaken
en Integratie. Na de
val van het kabinet
werd hij naar voren
geschoven als
kandidaat-lijsttrekker,
maar na enkele
aanvaringen met de
Tweede Kamer, onder
meer over
opmerkingen van
Nawijn over een
herinvoering van de
doodstraf, werd Mat
Herben in zijn
plaats gekozen.
Nawijn stond voor de
Tweede
Kamerverkiezingen
2003 als lijstduwer
op een
niet-verkiesbare,
32e plaats op de
lijst, maar dankzij
voorkeurstemmen kwam
hij alsnog in de
kamer.
In juni 2005 raakte
Nawijn in opspraak
omdat hij in het
voormalig huis van
wijlen Pim Fortuyn
samen met de
kopman(fractievoorzitter
Vlaams parlement)
van het Vlaams
Belang, Filip
Dewinter, een
denktank oprichtte.
Deze stichting zou
eerst genoemd worden
naar Willem van
Oranje. Echter, een
paar mensen richtten
na de aankondiging
van Nawijn tot het
kiezen van deze
benaming snel de
Willem van Oranje
Stichting op,
waardoor dit niet
langer mogelijk was
voor Nawijn en
Dewinter. De
Rijksvoorlichtingsdienst
werd tevens door de
oprichters in kennis
gesteld, waarna deze
Nawijn liet weten
niet gelukkig te
zijn met de
naamkeuze. Na dit
telefoontje besloten
Nawijn en Dewinter
de naam te kiezen
van Marnix van St
Aldegonde. Binnen de
LPF was men erg
ontstemd. Zij vonden
dat de LPF niet met
het Vlaams Belang
zou moeten worden
geïdentificeerd.
Op 22 juni 2005 werd
bekend dat Hilbrand
Nawijn uit de Tweede
Kamer fractie van de
LPF treedt en dat
hij tijdelijk verder
gaat als Groep
Nawijn. Nawijn zal
een nieuwe
landelijke partij
oprichten, die
inhoudelijk dicht
zal staan bij de
ideeën van het
Vlaams Belang.
Hilbrand Nawijn deed
ook mee aan de
gemeenteraadsverkiezingen
van 7 maart 2006.
Met zijn Lijst
Hilbrand Nawijn deed
hij mee aan de
verkiezingen in
Zoetermeer. Bij deze
verkiezingen kwam de
LHN met vijf zetels
de raad binnen.
Nawijn combineerde
hierop zijn
kamerlidmaatschap
met zijn
lidmaatschap van de
gemeenteraad van
Zoetermeer.
In april 2006 maakte
Nawijn bekend dat
hij zich overweegt
aan te sluiten bij
de VVD, als Rita
Verdonk lijsttrekker
wordt van deze
partij. Zo ver komt
het echter niet. In
augustus 2006
verlaat
LPF-politicus Gerard
van As de LPF, om
zich aan te sluiten
bij de Groep Nawijn.
Dezelfde maand maakt
Nawijn bekend dat
hij onder de naam
Partij voor
Nederland wil gaan
meedoen aan de
tweede-kamerverkiezingen
in november. Op 12
september maakt
diezelfde van As
bekend niet langer
voor de groep Nawijn
in de kamer te
willen zitten. Bij
de Tweede
Kamerverkiezingen in
november 2006
behaalt de Partij
voor Nederland
slechts 5000 stemmen
en geen enkele
zetel. Daarop maakte
Nawijn bekend uit de
nationale politiek
te stappen.

Jaap de Hoop
Scheffer

Jakob Gijsbert
(Jaap) de Hoop
Scheffer is geboren
in Amsterdam op 3
april 1948 en is een
Nederlands politicus
en
secretaris-generaal
van de NAVO.
Jaap de Hoop
Scheffer studeerde
tussen 1961 en 1966
aan het gymnasium
bij het St.Ignatius
Gymnasium te
Amsterdam. Na zijn
militaire dienst was
hij van 1976 tot
1986 in dienst van
het Ministerie van
Buitenlandse Zaken
en onder meer
werkzaam in Ghana en
Brussel. Van 1979
tot 1982 was hij lid
van D'66. Voor deze
partij richtte hij
in Brussel een
plaatselijke
afdeling op. Daarna
stapte hij over naar
het CDA na een
meningsverschil met
D'66 over de
plaatsing van
kruisraketten op
Nederlands
grondgebied. In 1986
trad hij toe tot de
kamerfractie van het
CDA, waarvan hij
tussen 1997 en 2001
fractievoorzitter
was. Tegen de tijd
dat de
kandidatenlijst voor
2002 moest worden
opgesteld, kwam zijn
positie onder druk
te staan. Er
ontstond een
machtsstrijd,
waarbij
partijvoorzitter
Marnix van Rij
stevige kritiek had
op De Hoop Scheffer
en voor zichzelf een
hoge plaats op de
kandidatenlijst
eiste. De Hoop
Scheffer trok zich
terug als
lijsttrekker en werd
opgevolgd door Jan
Peter Balkenende.
Bij de verkiezingen
van 2002 kwam het
CDA als winnaar
tevoorschijn en
kreeg het de
leidende rol tijdens
de kabinetsformatie.
Op 22 juli 2002 trad
het
kabinet-Balkenende I
aan, met Jaap de
Hoop Scheffer als
Minister van
Buitenlandse Zaken,
een functie die hij
een jaar later ook
in het
kabinet-Balkenende
II zou vervullen.
Op 22 september 2003
werd bekend dat De
Hoop Scheffer zou
worden benoemd tot
secretaris-generaal
van de NAVO. Op 3
december 2003 trad
hij daarom af als
minister. Zijn
opvolger werd Ben
Bot. De OVSE-top
2003 was zijn
laatste klus als
minister. Hij trad
aan als
secretaris-generaal
bij de NAVO op 1
januari 2004.

Pim Fortuyn

Wilhelmus Simon
Petrus (Pim)
Fortuijn is geboren
in Driehuis op 19
februari 1948 en is
overleden in
Hilversum op 6 mei
2002 en was een
Nederlands
politicus, auteur en
columnist. Zijn
achternaam luidde
officieel 'Fortuijn',
maar hij gebruikte
later de spelling
'Fortuyn'.
Fortuyn was korte
tijd buitengewoon
hoogleraar. Zijn
kijk op onder andere
de islam en op het
vreemdelingenbeleid
maar bovenal zijn
politieke wijze van
doen, vormde vooral
voor politieke
tegenstanders de
aanleiding hem te
bestempelen als een
populistisch
politicus.
Fortuyn, die een
flamboyante
persoonlijkheid had,
kenmerkte zich
vooral door zijn
opmerkelijke
uitspraken en
onconventionele
manier van
debatteren. Hierdoor
en door de thema's
die hij aansneed
wist hij het
politieke toneel een
half jaar lang hevig
te beroeren en te
domineren. Ook na
zijn dood is volgens
sommigen zijn
politieke erfenis
nog goed zichtbaar.
Er wordt wel over de
'Fortuynrevolutie'
gesproken en nog
steeds zijn er veel
(rechtse) partijen
die zich 'Fortuynistisch'
noemen.
Fortuyn werd geboren
te Driehuis
(gemeente Velsen,
Noord-Holland) in
een rooms-katholiek
gezin, als zoon van
een
vertegenwoordiger.
Na de HBS-B (tot
1967) studeerde hij
sociologie,
geschiedenis,
rechten en economie
in Amsterdam. In
1971 slaagde hij
voor zijn
doctoraalexamen
sociologie.
Fortuyn verhuisde
naar Groningen waar
hij universitair
docent marxistische
sociologie werd aan
de Rijksuniversiteit
Groningen. Hoewel
Fortuyn aanvankelijk
sympathiseerde met
de CPN, werd hij
uiteindelijk actief
lid van de PvdA. In
1980 promoveerde
Fortuyn bij Ger
Harmsen tot doctor
in de sociale
wetenschappen, op
een proefschrift
over de
sociaaleconomische
politiek in
Nederland van 1945
tot 1949. In 1986
werd hij aangesteld
als parttime
wetenschappelijk
medewerker van de
SER. Drie jaar
later, in 1989, werd
hij directeur van de
OV-studentenkaart BV
in Groningen.
In 1990 verhuisde
Fortuyn naar
Rotterdam. Daar werd
hij korte tijd
bijzonder hoogleraar
aan de Erasmus
Universiteit. Al
vroeg in zijn
carrière raakte hij
politiek betrokken.
Hij publiceerde zijn
veelal eigenzinnige
standpunten in zijn
boeken en columns.
Zo was hij acht jaar
lang columnist voor
het weekblad
Elsevier. In zijn
columns trad hij op
als criticus van
'Paars'. In 1992
schreef hij Aan het
Volk van Nederland,
waarin Fortuyn
zichzelf bestempelde
als de opvolger van
de tegendraadse
politicus Joan Derk
van der Capellen tot
den Pol, die zich in
de achttiende eeuw
onder andere in het
pamflet Aan het Volk
van Nederland tegen
het politieke
establishment had
verzet. In 1995
schreef hij het boek
De verweesde
samenleving, waarin
hij de
veronpersoonlijking
van de Nederlandse
samenleving besprak.
In 1997 verscheen
Fortuyns later
spraakmakende boek
Tegen de
islamisering van
onze cultuur. Dit
werk en het verhitte
debat dat in het
TV-programma Het
Lagerhuis volgde,
waren aanleiding
voor Marcel van Dam
hem een
"buitengewoon
minderwaardig mens"
te noemen.
Palazzo di Pietro,
het huis van Fortuyn
in de periode
1998-2002Op 20
augustus 2001 maakte
hij bekend de
politiek in te
willen gaan. Op 25
november van dat
jaar werd hij
lijsttrekker van
Leefbaar Nederland
(LN), op 20 januari
2002 eveneens van
Leefbaar Rotterdam
en na de breuk met
Leefbaar Nederland
op 11 februari van
zijn eigen Lijst Pim
Fortuyn. In april
2002 publiceerde hij
zijn laatste boek,
De puinhopen van
acht jaar paars, dat
als
verkiezingsprogramma
van de Lijst Pim
Fortuyn ging dienen.
Het boek werd op 13
maart 2002 in
Nieuwspoort
gepresenteerd,
waarbij het
zogenaamde
‘taartincident’
plaatsvond: Pauline
van Tuyll van
Serooskerken gooide
een taart in
Fortuyns gezicht.
Dit incident was het
begin van de
discussie over
Fortuyns
beveiliging.
Op 6 mei 2002, negen
dagen voor de Tweede
Kamerverkiezingen,
waar zijn Lijst Pim
Fortuyn aan meedeed,
werd hij op het
Mediapark in
Hilversum vermoord
door de
radicaal-linkse
milieuactivist
Volkert van der
Graaf. Deze moord
veroorzaakte veel
sentimenten en
maakte een discussie
los over de vrijheid
van meningsuiting in
Nederland.
Fortuyn werd in
eerste instantie op
10 mei begraven op
de begraafplaats
Westerveld te
Driehuis, in de
provincie
Noord-Holland. Op 20
juli werd zijn
lichaam herbegraven
in Provesano in
Italië, waar Fortuyn
bij leven een
vakantiewoning
bezat.

Ruud Lubbers

Rudolphus Franciscus
Marie (Ruud) Lubbers
is geboren in
Rotterdam op 7 mei
1939 en is een
Nederlands politicus
(CDA) en econoom.
Ruud Lubbers werd
geboren te Rotterdam
in een
ondernemersgezin.
Hij volgde de
middelbare school
bij de Jezuïeten aan
het Canisiuscollege
te Nijmegen en
studeerde vervolgens
economie in
Rotterdam. Zijn
vader gaf leiding
aan Hollandia,
constructiewerkplaats
en Machinefabriek in
Krimpen aan de
IJssel, waarvan hij
door een management
buy-out eigenaar
werd. Toen Lubbers
senior in 1963
plotseling stierf,
namen zijn zonen Rob
en Ruud de leiding
van de zaak over.
Ruud Lubbers was lid
van de Katholieke
Studentenvereniging
Sanctus Laurentius
en werd voorzitter
van de toenmalige
Unie van Katholieke
Studentenverenigingen
in Nederland. Hij
trouwde in 1962 met
Ria Hoogeweegen. Zij
kregen drie
kinderen: Paul, Bart
en Heleen.
Vanaf midden 1965
begon hij een reeks
maatschappelijke
functies te
vervullen; eerst bij
Jong Management NCW
en later bij het NCW
(Nederlands
Christelijk
Werkgeversverbond)
zelf. Ook vervulde
hij bestuursfuncties
in de binnenvaart
(moeder Van Laack
was op de Rijn
geboren) en bij de
Katholieke Radio
Omroep. Hij werkte
aan de vernieuwing
van de samenleving
en behoorde tot de
Christen-radicalen.
Bij de afsplitsing
van de PPR in 1968
bleef Lubbers echter
de KVP trouw. Ruud
Lubbers woont in
Rotterdam, maar
heeft ook een
familiehuis in de
gemeente Dalfsen.
Van 11 mei 1973 tot
19 december 1977 was
hij minister van
Economische Zaken in
het Kabinet-Den Uyl.
Hij moest de
gevolgen opvangen
van de oliecrisis en
werd bekend als de
minister die de
mensen vroeg de
gordijnen een uurtje
eerder dicht te doen
en van de autoloze
zondag. Maar hij
bracht ook de eerste
Energienota uit,
waarin de
doelstelling van het
Reactor Centrum
Nederland verbreed
werd tot het
Energieonderzoek
Centrum Nederland,
dus ook
energiebesparing en
alternatieve
energie.
Lubbers kwam keer op
keer in botsing met
zijn premier. Dat
betrof met name het
minimum jeugdloon,
de levering van
reactorvaten aan
Zuid-Afrika en de
vermogensaanwasdeling.
In 1977 werd
Lubbers, nummer 4 op
de kandidatenlijst
van het CDA,
plaatsvervangend
fractieleider onder
Willem Aantjes. Toen
de laatste in 1978
in opspraak raakte
wegens een verzwegen
lidmaatschap van de
Germaansche SS bleef
Lubbers hem steunen.
Na Aantjes’ aftreden
volgde Lubbers hem
op.
In de fractie had
Lubbers te kampen
met acht dissidenten
die keer op keer het
voortbestaan van het
Kabinet Van
Agt-Wiegel in gevaar
brachten. De
fractieleider
ontwikkelde het
vermogen om met
wollige
formuleringen zijn
schaapjes bijeen te
houden.
Als
fractievoorzitter
speelde Lubbers ook
een belangrijke rol
in de totstandkoming
van het CDA in 1980.
Hier ging het om de
overbrugging van
protestanten en
katholieken op weg
naar een
gezamenlijke
principiële
grondslag.
Omdat Dries van Agt
na de verkiezingen
van 1982 plotseling
zijn vertrek
aankondigde kwam
Lubbers in beeld als
minister-president.
Het regeerakkoord
kwam tot stand onder
leiding van
Staatsraad Willem
Scholten.
Van 4 november 1982
tot 22 augustus 1994
gaf Lubbers leiding
aan drie
achtereenvolgende
kabinetten (Lubbers
I, II en III) en
werd daarmee niet
alleen de jongste
maar ook de
langstzittende
minister-president
in de (naoorlogse)
Nederlandse
geschiedenis.
Zijn eerste kabinet
stond in het teken
van
miljarden-bezuinigingen.
De staatsschuld was
de laatste tien jaar
enorm opgelopen, en
een combinatie van
inflatie met een
stagnerende
economie, de
zogenaamde
stagflatie, bracht
de staatshuishouding
in groot gevaar.
Ook het
bedrijfsleven had
dit gezien en twee
dagen na de
installatie van het
kabinet sloten
werkgevers en
werknemers, onder
druk en dreiging van
het kabinet in de
arbeidsvoorwaarden
in te grijpen, het
Akkoord van
Wassenaar. In ruil
voor
arbeidstijdverkorting
accepteerde de
vakbeweging dat de
meeste werknemers op
de “min-lijn” kwamen
te zitten. Daarbij
kwamen de
bezuinigingen op de
Rijksuitgaven, die
zonder al te grote
protesten van de
vakverenigingen
werden doorgevoerd.
In het buitenland
stond hij om deze
bezuinigingen bekend
als “Ruud shock”.
Verder waren er
tijdens zijn eerste
kabinetsperiode veel
spanningen over de
plaatsing van
kruisraketten.
Lubbers vond de
uitweg door het
parlement voor te
stellen de
Sovjet-Unie te laten
weten dat ook
Nederland tot
plaatsing over zou
gaan als na een jaar
zou blijken dat de
Sovjet-Unie nog weer
verder gegaan zou
zijn met de
plaatsing van SS20
raketten. Toen dat
een jaar later het
geval bleek te zijn
kwam het tot een
daadwerkelijke
beslissing te gaan
plaatsen. Inmiddels
was het 0-0 akkoord
tussen de NAVO en de
Sovjet-Unie al
dichtbij. Daardoor
kwam het
uiteindelijk niet
tot plaatsing.
De
verkiezingscampagne
van 1986, die het
CDA voerde onder de
leuze “Laat Lubbers
zijn karwei
afmaken”, werd een
groot succes voor de
partij. Dit ging
grotendeels ten
koste van
coalitiepartner VVD,
hetgeen de
verhoudingen niet
ten goede kwam.
Lubbers II
(1986-1989) vulde
haar
sociaal-economisch
program aan met het
eerste nationaal
milieu- en
natuurbeleidsplan.
Dit was een
integraal
beleidsplan in lijn
met “duurzame
ontwikkeling”, dat
inmiddels als
politieke
doelstelling zijn
plaats had gevonden
in “Our Common
Future”, een
VN-rapport tot stand
gekomen onder
voorzitterschap van
Gro Harlem
Brundtland. Dit
N.M.P. leidde
overigens wel tot
een kabinetscrisis.
De VVD stapte uit de
coalitie.
Zo kwam het tot
Lubbers III, een
coalitie tussen CDA
en PvdA. Dit kabinet
werd vooral bekend
door de
veranderingen in de
sociale zekerheid;
met name de
ziektewet en de wet
op de
arbeidsongeschiktheid.
Het was de
beleidsreactie op
het gezegde
“Nederland is ziek”,
waarmee Lubbers deze
problematiek
agendeerde.
Lubbers is te
kenschetsen als een
bekwaam manager die
de conflicten binnen
zijn kabinet altijd
wist te beheersen.
Hij loste veel
problemen op door
alle punten bij
elkaar te vegen en
als finaal bod aan
te bieden aan zijn
coalitieleden. Deze
konden meestal niets
anders dan akkoord
gaan.
Lubbers had al ruim
voor de verkiezingen
1994 aangekondigd na
12 jaar uit de
politiek te willen
treden. Hij nam dan
ook niet meer deel
aan de verkiezingen
in mei 1994. Hij
faalde echter in de
voorbereiding van
zijn opvolging bij
het CDA. Zo kwam het
na 12 jaar tot een
coalitie waar het
CDA geen deel meer
van uitmaakte.
Na zijn premierschap
was Lubbers vanaf
voorjaar 1995 tot
eind 2000 voor twee
dagen per week
hoogleraar
Globalisering aan de
Universiteit van
Tilburg en visiting
professor aan de
John F. Kennedy
School of Government,
Harvard University,
in Cambridge (USA),
waar hij jaarlijks
een maand college
gaf.
Internationaal was
hij ondermeer
vicevoorzitter van
de Independent World
Commission on the
Oceans en voorzitter
van het World
Wildlife Fund.
Daarnaast stond hij
met Maurice Strong
en Michail
Gorbatsjov aan de
voet van het Earth
Charter initiatief.
Nationaal was hij
ondermeer voorzitter
van de Nederlandse
Organisatie voor
toegepast-natuurwetenschappelijk
onderzoek, van de
Adviesraad
Internationale
Vraagstukken en van
Clingendael.

Wim Kok

Willem (Wim) Kok is
geboren in
Bergambacht op 29
september 1938 en is
een Nederlands
politicus, die onder
andere van 1994 tot
2002
minister-president
was van twee
opeenvolgende
kabinetten (de
eerste zogenaamde
'Paarse' kabinetten,
Kok I en Kok II). De
werkstijl van Kok
wordt veelal
beschreven als
sober.
Wim Kok werd geboren
in Bergambacht. Hij
behaalde de
diploma's MULO-B en
HBS-B (Rijks HBS in
Gouda, de voorloper
van de Goudse
Scholengemeenschap
Leo Vroman), en
studeerde vervolgens
aan het Nederlands
Opleidingsinstituut
voor het buitenland
Nyenrode. Na zijn
militaire dienst was
hij korte tijd
werkzaam op een
handelskantoor.
Wim Kok begon zijn
publieke loopbaan
als vakbondsman bij
de Bouwbond NVV,
waarbij hij
regelmatig als
fanatiek persoon op
de televisie
verscheen. Hij was
later secretaris en
voorzitter van het
NVV en voorzitter
van de FNV. In die
tijd was hij
vicevoorzitter van
de SER en
werknemersvoorzitter
van de Stichting van
de Arbeid. In 1986
werd hij gekozen tot
lid van de Tweede
Kamer. Als no. 2 op
de lijst van de PvdA
(achter Joop den
Uyl) haalde hij
570.000
voorkeurstemmen.
Toen Den Uyl in juli
1986 het
fractievoorzitterschap
neerlegde, werd Wim
Kok
fractievoorzitter en
oppositieleider.
In 1989 werd hij
gekozen tot
vicevoorzitter van
de Socialistische
Internationale.
Van 1989 tot 1994
was hij minister van
Financiën in het
kabinet-Lubbers III
en tevens
vicepremier. Kok
voerde tijdens dit
ministerschap op
financiën een
stringent
ombuigingsbeleid.
Hiermee zette hij
het beleid van zijn
voorgangers voort,
dat gericht was op
terugdringing van
het
financieringstekort
en stabilisering van
de collectieve
lastendruk. In 1990
had Kok een groot
aandeel bij het
opstellen van de
ombuigingsoperatie
("de Tussenbalans"),
waarbij voor een
bedrag van 17
miljard gulden aan
extra ombuigingen
werd afgesproken. De
bezuinigingen werden
bereikt door
vermindering van
overheidssubsidies,
een huurverhoging
van 5,5%,
tariefsverhogingen
in het openbaar
vervoer, verhoging
van accijnzen en
motorrijtuigenbelasting
("kwartje van Kok"),
en door een grote
efficiency-operatie.
Beperking van het
ziekteverzuim moest
fl. 1 miljard
opleveren. Ook in de
gezondheidszorg, bij
defensie en in de
welzijnssector werd
bezuinigd. Een
voorgenomen
verlaging van de BTW
ging niet door.
In 1991 werd Kok
vanuit onder meer
zijn eigen partij,
de PvdA, ernstig
bekritiseerd om het
voornemen van het
kabinet de
WAO-regeling
drastisch te
herzien, om zo een
einde te maken aan
het toenemend aantal
mensen dat een
beroep op die
regeling deed. Op 28
september 1991 vroeg
Kok tijdens een
buitengewoon
PvdA-congres
nadrukkelijk steun
voor dit beleid en
kreeg (ruim) het
gevraagde
vertrouwen.
In 1993 bracht Kok
wetten tot stand
inzake identificatie
bij financiële
dienstverlening en
inzake melding van
ongebruikelijke
transacties.

André Rouvoet

André Rouvoet is
geboren in Hilversum
op 4 januari 1962 en
is een Nederlands
politicus. In het
kabinet-Balkenende
IV is hij minister
voor Jeugd en Gezin
en vicepremier.
Eerder was hij
namens de
ChristenUnie en de
RPF lid van de
Tweede Kamer.
Rouvoet volgde het
gymnasium aan het
Hilversumse Comenius
College en studeerde
vervolgens rechten
aan de Vrije
Universiteit
Amsterdam. In 1986
behaalde hij zijn
doctoraal. Hij was
op dat moment al
fractiemedewerker
van de RPF in de
Tweede Kamer. In
april 1986 werd hij
beleidsmedewerker
bij een organisatie
voor speciaal
onderwijs en
jeugdgezondheidszorg,
maar in augustus
1987 keerde hij
terug bij de RPF,
als wetenschappelijk
medewerker van de
Marnix van St.
Aldegonde Stichting,
het wetenschappelijk
bureau van de RPF.
Op 1 januari 1989
werd hij directeur
van het bureau.
Tevens was hij
freelance docent
politicologie en
staatsinrichting aan
de Evangelische
School voor
Journalistiek in
Amersfoort.
Bij de Tweede
Kamerverkiezingen
1994 werd Rouvoet
namens de RPF in de
Tweede Kamer
gekozen. Hij hield
zich in de Kamer
bezig met justitie,
volksgezondheid,
welzijn, sport en
Europese zaken en
maakte deel uit van
de parlementaire
enquêtecommissie
opsporingsmethoden.
Vanaf maart 2001
trad hij met zijn
partij toe tot de
ChristenUnie, de
fusie van de RPF met
het GPV. In november
2002 werd Rouvoet
fractievoorzitter
van de nog jonge
partij, nadat zijn
voorganger Kars
Veling uit de
politiek stapte. Bij
de verkiezingen van
2003 en 2006 was hij
lijsttrekker. Als
fractievoorzitter
kreeg Rouvoet veel
waardering. Zo
ontving hij in 2003
de Thorbeckeprijs,
een prijs voor
politieke
welsprekendheid, en
werd hij in 2004
door de
parlementaire pers
uitgeroepen tot
politicus van het
jaar.
Na verkiezingswinst
in 2006 kregen de
ChristenUnie en
Rouvoet de kans om
met het CDA en de
PvdA een coalitie te
vormen. De
onderhandelingen
slaagden en op 22
februari 2007 werd
hij beëdigd als
minister voor Jeugd
en Gezin in het
kabinet-Balkenende
IV. De speciale
programmaminister,
resorterend onder
het ministerie van
Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
was een nieuwe
functie in het leven
geroepen om een
integraal beleid
mogelijk te maken op
alles wat met jeugd
en gezin te maken
heeft.
André Rouvoet is
woonachtig in
Woerden, getrouwd te
Abcoude op 3 juli
1986 en vader van
vier dochters en één
zoon. Zijn
echtgenote Liesbeth
is arts. Rouvoet is
lid van de
Christelijke
Gereformeerde Kerk
Rehoboth te Woerden.
Zijn hobby’s zijn
lezen, snooker en
sporten.

Frits Bolkestein

Frederik (Frits)
Bolkestein is
geboren in Amsterdam
op 4 april 1933 en
is een Nederlands
politicus. Hij was
staatssecretaris van
Economische Zaken en
korte tijd minister
van Defensie. Het
bekendst is hij
geworden als
fractievoorzitter
van de VVD in de
Tweede Kamer. Van
1999 tot 2004 was
Bolkestein Europees
Commissaris voor
Interne markt en
Belastingen.Bolkestein
werd geboren in
Amsterdam, als zoon
van een advocaat die
later president van
het Amsterdams
Gerechtshof werd.
Zijn grootvader
Gerrit Bolkestein
werd eerst
onderwijzer, daarna
inspecteur van het
onderwijs en
tenslotte, na zijn
pensionering,
minister van
Onderwijs in de
kabinetten De Geer
II, Gerbrandy I, II
en III. Diens vader
dreef een melkhandel
op het
Frederiksplein te
Amsterdam en Gerrit
bracht 's ochtends
voor hij naar school
ging de melk rond.
Na het Barlaeus
Gymnasium doorlopen
te hebben, studeerde
Bolkestein enige
jaren wiskunde in de
Verenigde Staten;
wiskunde,
natuurkunde,
filosofie en Grieks
in Amsterdam;
economie in Londen;
en ten slotte
rechten in Leiden.
Tijdens zijn
studietijd in
Amsterdam was hij
lid van het ASC en
preses van de ASVA,
hij woonde in
Amsterdam aan de
Bloemgracht en
huurde een kamer van
Leendert van den
Muijzenberg. Ook was
hij in 1957 drie
maanden, lid van de
redactie van Propria
Cures. Na zes
stukken werd hij op
instigatie van Hugo
Brandt Corstius uit
de redactie gezet;
hij zou te stijf
schrijven en denken.
In 1976 publiceerde
hij onder het
pseudoniem Niels
Kobet een toneelstuk
in het Engels,
getiteld Floris,
Count of Holland.
Twintig jaar later
verscheen dit
toneelstuk ook in
het Nederlands.
Bolkestein begon
zijn carrière in het
bedrijfsleven. Hij
werkte van 1960 tot
1976 bij Shell; in
zijn laatste functie
was hij drie jaar
lang directielid van
Shell Chemie in
Parijs. In de jaren
daarvoor werkte hij
ook voornamelijk in
het buitenland, in
Oost-Afrika (1960
tot 1964), in
Honduras en El
Salvador (van 1965
tot 1968), in Londen
(van 1968 tot 1970),
in Indonesië (van
1970 tot 1972) en
als coördinator voor
Midden-Oosten, Azië
en Australië van
Shell Chemie (1972
tot 1973). Hij
verliet het bedrijf
in 1976 met een
gouden handdruk.
In januari 1978 werd
hij lid van de
Tweede Kamerfractie
van de VVD. In de
periode 1982-1986
was Bolkestein
staatssecretaris van
Buitenlandse Handel
in het
Kabinet-Lubbers I.
Daarna was hij weer
gewoon Kamerlid,
gevolgd door een
ministerschap: van
1988-1989 was hij
Minister van
Defensie in het
Kabinet-Lubbers II.
In 1989 nam hij
wederom plaats in de
bankjes van de
Tweede Kamer, om
daar vanaf 30 april
1990 de VVD-fractie
te gaan leiden. Op
30 juli 1998 werd
hij als
fractievoorzitter
opgevolgd door Hans
Dijkstal.
Bolkestein haalde
regelmatig de pers
door min of meer
omstreden
uitspraken, onder
meer over de
noodzaak tot het
formuleren van
nieuwe normen en
waarden voor de
samenleving, en over
het Nederlandse
vreemdelingenbeleid.
Een voorbeeld is de
uitspraak dat naar
zijn mening kinderen
van illegalen geen
onderwijs zouden
mogen volgen in
Nederland. In 1997
publiceerde hij het
boek Moslim in de
polder, over zijn
dialogen met
vooraanstaande
moslims over hun
integratie in de
Nederlandse
samenleving.
In oktober 1996
raakte Bolkestein in
opspraak nadat het
televisieprogramma
Netwerk had onthuld
dat hij zijn
collega-minister Els
Borst een briefje
schreef met de
aanhef 'Beste Els',
waarin hij haar
aandacht vroeg voor
een farmaceutisch
bedrijf, MSD,
waarvan hij zelf
commissaris was.
Verder was niet
duidelijk of hij een
gesprek met een
topambtenaar van
Volksgezondheid had
gevoerd in zijn
hoedanigheid als
fractievoorzitter of
als commissaris.
Naar aanleiding van
de ontstane commotie
rond vermeende
belangenverstrengeling
besloot hij zijn
activiteiten voor
MSD op te schorten.
Op 23 mei 2005 gaf
de Groep Menatep in
Londen een
persverklaring uit
waarin zij
aankondigden dat de
heer Bolkestein een
zetel heeft gekregen
in de Raad van
Advies van Menatep.
Deze firma wordt
genoemd i.v.m. de
affaire Clearstream
van Ernest Backes.
Sinds januari 2006
is Bolkestein
president-curator
van de
Teldersstichting.

Lousewies van der
Laan

Louse Wies Sija Anne
Lilly Berte
(Lousewies) van der
Laan is geboren in
Rotterdam op 18
februari 1966 en is
een Nederlands
politicus. Ze zat in
het Europees
Parlement en was
voor D66 lid van de
Tweede Kamer van 30
januari 2003 tot 30
november 2006.
Van der Laan is
geboren in Nederland
maar woonde vrijwel
haar hele jeugd in
het buitenland
(Verenigde Staten,
Duitsland en
België). Op
18-jarige leeftijd
vestigde zij zich
definitief weer in
Nederland. Hier
begon ze een studie
Rechtsgeleerdheid
aan de
Rijksuniversiteit
Leiden. Na het
behalen van haar
doctoraalexamen ging
ze werken bij
Europese
organisaties. Haar
eerste stageplaats
in 1990 was bij
Frans Andriessen, de
vicepresident van de
Europese Commissie
Van 1991 tot 1994
was ze medewerker
bij de Europese
Commissie voor
milieuprojecten in
voormalige
sovjetrepublieken.
In 1995 was ze
medewerker van de
Europese bank voor
ontwikkeling in
Londen. Tussen 1995
en 1999 werkte ze
als medewerker en
later woordvoerder
van de Nederlandse
Eurocommissaris Hans
van den Broek. In
1999 werd ze namens
D66 gekozen tot lid
van het Europees
Parlement. In
Nederland was ze al
snel één van de
bekendste Europese
parlementsleden.
In 2003 maakte ze de
overstap naar de
landelijke politiek
en werd lid van de
Tweede Kamer namens
D66. Op 3 februari
2006 nam zij de
functie van
fractievoorzitter
over van Boris
Dittrich, die was
teruggetreden na een
debat over
uitzending van
Nederlandse
militairen naar de
Afghaanse provincie
Uruzgan. Ze was
kandidaat-lijsttrekker
voor de verkiezingen
van leden van de
Tweede Kamer die ze
op 24 juni 2006
verloor van
Alexander Pechtold.
Als kandidaat
pleitte zij onder
andere voor sluiting
van
fundamentalistische
islamitische
scholen. Pechtold
achtte dat in strijd
met het
anti-discriminatiebeginsel.
In 2006 kreeg ze de
Frontaal Naakt Award
wegens "verdiensten
voor het bedreigde
vrije woord in
Nederland" Op 29
juni 2006 viel het
kabinet-Balkenende
II mede door haar
toedoen omdat de
fractie zich niet
langer kon vinden in
het
vreemdelingenbeleid
van minister Rita
Verdonk. Zie
Kabinetscrisis over
het functioneren van
minister Verdonk. Op
4 augustus 2006
maakte zij bekend
zich voor de
tweedekamer
verkiezingen van
november 2006 niet
herkiesbaar te
stellen.

Pagina 1
Pagina 2
 |