Wouter Bos

 

 

Wouter Jacob Bos is geboren in Vlaardingen op 14 juli 1963 en is een Nederlands politicus. Hij is sinds 22 februari 2007 minister van Financiën en vicepremier in het kabinet-Balkenende IV. Sinds 2002 is hij de politiek leider van de Partij van de Arbeid (PvdA).

Bos rondde in 1980, kort voor zijn zeventiende verjaardag, het gymnasium af bij het Christelijk Lyceum te Zeist. Vervolgens vertrok hij voor een jaar naar Engeland, waar hij als vrijwilliger werkzaam was bij de YMCA. In 1981 ging hij aan de Vrije Universiteit Amsterdam economie en politicologie studeren. In datzelfde jaar sloot hij zich aan bij de PvdA. Nadat hij in 1988 cum laude zijn doctoraalexamen in beide studies had gehaald, begon hij een carrière bij Shell. Naar eigen zeggen deed hij dit omdat hij wilde weten wat hij 'in zijn mars had' en omdat hij vond dat 'links Nederland het bedrijfsleven niet moest overlaten aan rechts Nederland'. In diverse advies- en managementfuncties was hij binnen deze grote oliemaatschappij werkzaam, onder meer op uiteenlopende buitenlandse locaties zoals Boekarest, Hongkong en Londen.

Bos werkte tot maart 1998 bij Shell. Hij liep vervolgens stage bij het toenmalige Kamerlid Rick van der Ploeg en stelde zich kandidaat voor de Tweede Kamerverkiezingen. Met Van der Ploeg en toenmalig staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend voerde Bos campagne. Onder de naam Polderboys werden onder meer colleges op universiteiten gegeven.

Op 19 mei 1998 werd Bos Tweede Kamerlid voor de PvdA. Hij werd woordvoerder belastingen voor zijn fractie en hield zich tevens bezig met economische zaken. Op 24 maart 2000 volgde hij Vermeend op als staatssecretaris van Financiën onder minister Gerrit Zalm in Paars II. In deze functie liet hij onder andere onderzoek doen naar de mogelijke voordelen van een vlaktaks,[1], onder andere omdat die 'minder verstoringen op de arbeidsmarkt en de kapitaalmarkt' zou geven. Ook maakte hij een koppeling tussen de vlaktaks en het basisinkomen.[2] Na de Tweede Kamerverkiezingen 2002, waarbij de PvdA terugviel van 45 naar 23 zetels, keerde Bos terug als Kamerlid. Voor zijn fractie werd hij de woordvoerder voor volksgezondheid en inkomensbeleid.

Direct na de verkiezingen van mei 2002 maakte Bos al zijn ambitie openbaar om de nieuwe fractievoorzitter te worden. In eerste instantie werd echter de meer ervaren politica Jeltje van Nieuwenhoven aangewezen om als waarnemend fractievoorzitter de teruggetreden Ad Melkert op te volgen. Toen het Kabinet-Balkenende I in het najaar van 2002 viel, mochten de leden van de PvdA de lijsttrekker kiezen en stelde Bos zich beschikbaar. Op 12 november 2002 werd hij met ruime meerderheid gekozen tot lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen 2003 wat hem ook meteen partijleider maakte.

Bos' opmerking dat hij na de verkiezingen geen premier wilde worden maar Tweede Kamerlid wilde blijven, kwam hem op veel kritiek te staan omdat politieke tegenstanders vonden dat hij daarmee voor zijn verantwoordelijkheid zou weglopen. Als kandidaatpremier droeg Bos Job Cohen, burgemeester van Amsterdam, voor. Mede door zijn charisma slaagde Bos erin de PvdA een nieuw gezicht te geven en bij de verkiezingen maakte de PvdA het forse verlies van een jaar eerder vrijwel geheel goed. Formatiegesprekken met het CDA van Jan Peter Balkenende mislukten echter waardoor de PvdA met fractievoorzitter Bos in de oppositiebanken kon plaatsnemen.

Na de installatie van het kabinet-Balkenende II werd Wouter Bos oppositieleider. Zo liep hij in oktober 2004 vooraan tijdens de grote demonstratie op het Museumplein tegen het kabinet Balkenende. De PvdA werd in de peilingen al snel de grootste partij van Nederland.

Op 10 december 2005 kondigde Bos tijdens een PvdA-congres aan dat hij na de eerstvolgende verkiezingen beschikbaar is als premier van Nederland, mocht de PvdA in die positie komen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 boekte de PvdA in vrijwel elke gemeente winst. Ondanks dat dit lokale verkiezingen waren, kreeg Wouter Bos een groot deel van de credits van de winst. In landelijke politieke peilingen schommelde de partij op dat moment al rond de 60 zetels, terwijl het CDA op dat moment tussen de 25 en 30 zetels stond. Toch was er zowel binnen als buiten de PvdA ook kritiek op het leiderschap van de politicus. Bos zou doorgaans weinig standpunten innemen en vaak geneigd zijn alle opties open te laten.

Op 28 april 2006 probeerde Bos zijn politieke visie uiteen te zetten tijdens een betoog op een conferentie over het thema vergrijzing. Hij omarmde hierbij het Scandinavische model als basis voor de toekomst van de Nederlandse verzorgingsstaat. Bos stelde dat het overheidsgeld doelmatiger gebruikt moest worden en pleitte voor meer geld naar onderwijs, onderzoek en innovatie, kinderopvang als basisvoorziening, het goedkoper maken van laagproductieve arbeid en versoepeling van het ontslagrecht. De studiefinanciering, de hypotheekrenteaftrek en de financiering van de AOW werden door hem ter discussie gesteld, omdat deze systemen uitgaan van een perverse solidariteit; armen die rijken subsidieren. [3]

Met name de stellingnames dat rijkere gepensioneerden moeten meebetalen aan de AOW en dat pensioenpremies voor de hoge inkomens niet meer aftrekbaar zijn van de belasting leidde tot forse kritiek, onder meer van oud-partijprominent Marcel van Dam. In de peilingen zakte de PvdA naar een niveau van ongeveer 45 zetels en Bos werd een schietschijf voor politici van andere partijen. In het verkiezingsprogramma dat in september 2006 verscheen, werden de plannen rond de fiscalisering van de AOW in een sterk afgezwakte vorm opgenomen.

Op 11 juli 2006 werd Bos door het bestuur van zijn partij aangewezen als lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen 2006. Dit zou via een ledenraadpleging worden bepaald, maar Bos was de enige die zich kandidaat had gesteld. [4]

De gewijzigde standpunten van Wouter Bos over de AOW en later over onder meer de Armeense Genocide (in september werd kandidaat-kamerlid Erdin Sacan van de kandidatenlijst verwijderd omdat hij vond dat er geen sprake was van genocide, in november verklaarde Bos in een interview met Turkse media zelf dat er in juridische zin geen sprake was van genocide), maakten Wouter Bos' positie in de campagne aanvankelijk moeilijk. Met name de CDA-leiders Jan-Peter Balkenende en Maxime Verhagen beschuldigden Bos ervan continu te draaien. Een opmerking van Bos op de website van de PvdA dat hij na de verkiezingen het liefste een coalitie van PvdA, VVD en GroenLinks zou zien, werd een dag later door Bos als 'grapje' afgedaan. De verkiezingen eindigden voor de PvdA teleurstellend: na een half jaar eerder nog op 60 zetels in de peilingen te hebben gestaan, haalde de PvdA in november slechts 33 zetels: een verlies van 9 ten opzichte van de verkiezingen drie jaar eerder.

Ondanks de verkiezingsnederlaag werd Wouter Bos daags na de verkiezingen door de nieuwe PvdA-fractie unaniem herkozen tot fractievoorzitter.

Na onderhandelingen over het te vormen kabinet werd Bos op 22 februari 2007 naast vicepremier Minister van Financiën onder Jan-Peter Balkenende in zijn vierde kabinet. Eerder heeft hij gezegd dat hij niet met Balkenende in één kabinet zou zitten zonder zélf premier te zijn. Later heeft hij uitgelegd dat hij toch is toegetreden om leiding te geven aan het grotendeels onervaren kabinet. Bos is de enige PvdA'er in het kabinet die al eerder in een kabinet heeft gezeten.

 


Gerrit Zalm

 

 

Gerrit Zalm is geboren in Enkhuizen op 6 mei 1952 en was tot 21 februari 2007 minister van Financiën, en viceminister-president in het Kabinet-Balkenende III.

Zalm werd geboren als zoon van een kolenboer. Na het behalen van het diploma HBS-A studeerde hij algemene economie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam (doctoraalexamen 1975). Hij was in deze tijd actief lid van de PvdA, en afdelingsvoorzitter in Enkhuizen.

In 1975 trad Zalm in dienst van het ministerie van Financiën. Hij begon daar als medewerker bij het bureau Economische Aangelegenheden van de afdeling Begrotingsvoorbereiding. Vanaf 1977 was hij hoofd van dat bureau en vanaf 1978 hoofd van de gehele afdeling. In 1981 volgde de benoeming tot plaatsvervangend directeur Begrotingszaken, tevens hoofd van de afdeling Begrotingsvoorbereiding.

In 1983 werd Zalm plaatsvervangend directeur Algemene Economische Politiek op het ministerie van Economische Zaken en in 1985 directeur van dezelfde directie.

Vanaf 1988 was Zalm werkzaam bij het Centraal Planbureau, eerst als onderdirecteur en sinds 1989 als directeur. Sinds 1990 was hij tevens bijzonder hoogleraar economische politiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Tijdens zijn studie was Gerrit Zalm afdelingsvoorzitter van de Partij van de Arbeid in zijn woonplaats Enkhuizen (1973-'75). In 1984 stapte hij over naar de VVD. Van 22 augustus 1994 tot 22 juli 2002 was hij namens deze partij minister van Financiën in het eerste en tweede kabinet Kok.

Na de voor Paars desastreuze verkiezingen van mei 2002 volgde Zalm Hans Dijkstal op als fractievoorzitter in de Tweede Kamer der Staten-Generaal en politiek leider van de VVD.

Op 27 mei 2003 werd hij opnieuw benoemd tot minister van Financiën en tevens tot viceminister-president in het tweede kabinet Balkenende. Sinds 10 oktober 2005 is hij de langstzittende Minister van Financiën in de Nederlandse geschiedenis. In de aanloop van de Europese Unie naar de invoering van de euro, de gemeenschappelijke munteenheid van de lidstaten, kapittelde Zalm Frankrijk en Duitsland, omdat deze landen het -volgens het verdrag van Maastricht- toegestane tekort van 3% op hun rijksbegrotingen overschreden. Toen kort daarna hetzelfde in Nederland dreigde te gebeuren, liet hij het kabinet harder bezuinigen waardoor dit gevaar werd afgewend.

Van 30 juni tot 7 juli 2006 was hij ad interim minister van Economische Zaken. Hij volgde hier de opgestapte minister Brinkhorst op. Zalms staatssecretaris Joop Wijn nam deze functie op 7 juli over, waardoor Zalm geen staatssecretaris (een nieuwe werd niet benoemd) meer had.

Minister Zalm heeft in de kabinetten-Kok de Zalm-norm geïntroduceerd. Door een scheiding aan te brengen tussen inkomsten en uitgaven van het Rijk, bracht hij rust in het begrotingsbeleid.

Ook is hij naamgever van de Zalm-snip. Deze teruggave van belastinggeld is inmiddels afgeschaft.

Op 26 november 2006 kondigde Zalm na de Tweede Kamerverkiezingen 2006 in het TV programma Buitenhof aan te stoppen als politicus, zodra een nieuw kabinet gevormd is. Hij gaf aan dat hij deze beslissing al voor de verkiezingen had genomen en zodoende niets te maken had met de matige uitslag voor de VVD.

11 maart 2007 is Zalm benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau wegens zijn verdiensten in de politiek. Twee maanden later werd hij benoemd tot Erelid van de VVD.

In juni 2007 wordt bekend dat Zalm gaat werken voor de DSB Bank, het financiële concern van ondernemer Dirk Scheringa. Zalm gaat daar voor twee dagen per week aan de slag als chief economist.

 


Hans Wiegel

 

 

Hans Wiegel is geboren in Amsterdam op 16 juli 1941 enis een Nederlands voormalig politicus voor de VVD. Tegenwoordig is hij voorzitter van de Zorgverzekeraars Nederland. Daarnaast bekleedt hij nog diverse andere (neven)functies.

Zijn vader was binnenhuisarchitect, bezat een meubelmakersbedrijf en was tevens aannemer.

Wiegel zat in Amsterdam op de Openbare lagere Potgieterschool, vervolgens van 1953 tot 1959 op het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum waar hij de B-richting volgde. Daarna studeerde hij van 1959 tot 1965 aan de Universiteit van Amsterdam enige maanden rechten en vervolgens politieke wetenschappen waarin hij zijn kandidaatsexamen behaalde.

Wiegel begon zijn politieke loopbaan als interim penningmeester bij de Gooise JOVD, de jongerenorganisatie gelieerd aan de VVD en stroomde binnen korte tijd door tot voorzitter van de afdeling 't Gooi . Na in 1965 landelijk voorzitter van de JOVD te zijn geworden ging hij in 1967 voor de VVD naar de Tweede Kamer. Zijn politieke mentor in die tijd was de bekende VVD-senator Harm van Riel.

In 1971 bracht hij het tot voorman van de VVD en in 1972 was hij lijsttrekker voor de partij tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. Hij werd bekend als een vurig bestrijder van het kabinet-Den Uyl dat hij onder andere verweet te veel geld uit te geven. Legendarisch waren zijn felle redevoeringen in de Kamer tegen toenmalig PvdA-premier Joop den Uyl die deze al schaterlachend aanhoorde.

In het Eerste kabinet Van Agt was Wiegel minister van Binnenlandse Zaken en vice-premier. Als minister was Wiegel onder meer verantwoordelijk voor wetten waarin zaken zoals het rechtstreeks kunnen kiezen van Nederlandse leden van het Europees Parlement, het instellen van de Nationale Ombudsman en het verplicht stellen van een Gemeentelijk rampenplan werden geregeld.

Na zijn periode als minister, en een korte tijd in de Tweede Kamer, vertrok Wiegel uit de landelijke politiek om per 16 juni 1982 Commissaris van de Koningin in de provincie Friesland te worden. Deze functie vervulde hij 12 jaar. Hij kreeg de bijnamen Het orakel uit Ljouwert (Fries voor Leeuwarden) en De grote ijsmeester.

In 1986 weigerde Wiegel onder druk van de Friese Staten, een tijdelijke terugkeer naar Den Haag als minister van Binnenlandse Zaken in het eerste kabinet Lubbers, na de plotselinge dood van Koos Rietkerk. Ook in 1993 en 2002 heeft hij nog eens een rentree overwogen.

Van 1995 tot 2000 was Wiegel lid van de Eerste Kamer. Hij was op 18 mei 1999 verantwoordelijk voor wat de Nacht van Wiegel is gaan heten toen hij tegen een wetsvoorstel voor een correctief referendum stemde (naar eigen zeggen zou op de achtergrond zijn vrouw hierin een beslissende invloed hebben gehad). Dit leidde tot een korte kabinetscrisis van het tweede Paarse kabinet.

Sinds zijn aftreden als minister werd op gezette tijden gespeculeerd over zijn comeback als leider van de VVD en een mogelijk premierschap, niet in de laatste plaats door hemzelf. Wiegel gaf tenslotte aan na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006 een besluit te zullen nemen. Toen Jozias van Aartsen na de voor de VVD slecht verlopen gemeenteraadsverkiezingen terugtrad als fractievoorzitter van de VVD, en daarmee ook als premierkandidaat voor de verkiezingen van 2007, maakte Wiegel de volgende ochtend bekend dat hij had besloten om redenen van 'persoonlijke en politieke aard' niet te zullen terugkeren in de politiek.

 


Hilbrand Nawijn

 

 

Hilbrand Pier Anne Nawijn is geboren in Kampen op 8 augustus 1948 en is een Nederlands politicus, artiest en columnist. Voor de Lijst Pim Fortuyn (LPF) was hij in het kabinet-Balkenende I minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Vervolgens zat hij voor de LPF in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, tot hij zich op 22 juni 2005 afsplitste en als onafhankelijk Kamerlid verder ging. Aan de Tweede Kamerverkiezingen 2006 nam hij deel met de door hem zelf opgerichte Partij voor Nederland. Op dit moment is hij fractievoorzitter van de Lijst Hilbrand Nawijn in zijn woonplaats Zoetermeer (gegevens van 2007).

Nawijn groeide onder meer op in Staphorst, waar zijn vader van 1968 tot 1978 burgemeester was. Na het behalen van het diploma HBS-B aan het Emelwerda College in Emmeloord studeerde Nawijn rechten (publiekrechtelijke richting) aan de Rijksuniversiteit Groningen (doctoraal examen 1973). Hij was daarna tot 1996 werkzaam bij het Ministerie van Justitie. Tot 1978 was hij juridisch medewerker bij de hoofdafdeling Staats- en Strafrecht, 1978-1980 hoofd afdeling Internationale rechtshulp. Hij was bij de Directie Vreemdelingenzaken tot 1984 hoofd van de afdeling Asielzaken en tot 1988 hoofd van de hoofdafdeling Toelating en Verblijf. In 1988 werd hij directeur van deze directie, die in 1994 werd omgevormd tot de Immigratie- en Naturalisatiedienst IND. In 1996 werd Nawijn directeur bij KPMG management services te Den Haag. Aansluitend verrichtte hij als organisatie-adviseur werkzaamheden bij Marezate BV te Hilversum en was sinds 1999 als advocaat en stagiair werkzaam bij Hoens en Souren advocaten in Zoetermeer. Begin 2002 opende hij een eigen advocatenkantoor, Nawijn advocaten in Zoetermeer. Hij richtte in 2001 het immigratie-adviescentrum IMAD BV op. Nawijn was in 2002 voor het CDA lid van de gemeenteraad van Zoetermeer. Hij was onder meer lid van de Raad van toezicht Stichting Jeugdzorg Zuid-Holland, secretaris en voorzitter van de Raad van toezicht van het Verpleeghuis VVR Zoetermeer en voorzitter van het Protestants Christelijk Instituut voor dove kinderen 'Effatha' in Voorburg/Zoetermeer.

In het eerste kabinet-Balkenende werd Nawijn namens de LPF-minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Na de val van het kabinet werd hij naar voren geschoven als kandidaat-lijsttrekker, maar na enkele aanvaringen met de Tweede Kamer, onder meer over opmerkingen van Nawijn over een herinvoering van de doodstraf, werd Mat Herben in zijn plaats gekozen. Nawijn stond voor de Tweede Kamerverkiezingen 2003 als lijstduwer op een niet-verkiesbare, 32e plaats op de lijst, maar dankzij voorkeurstemmen kwam hij alsnog in de kamer.

In juni 2005 raakte Nawijn in opspraak omdat hij in het voormalig huis van wijlen Pim Fortuyn samen met de kopman(fractievoorzitter Vlaams parlement) van het Vlaams Belang, Filip Dewinter, een denktank oprichtte. Deze stichting zou eerst genoemd worden naar Willem van Oranje. Echter, een paar mensen richtten na de aankondiging van Nawijn tot het kiezen van deze benaming snel de Willem van Oranje Stichting op, waardoor dit niet langer mogelijk was voor Nawijn en Dewinter. De Rijksvoorlichtingsdienst werd tevens door de oprichters in kennis gesteld, waarna deze Nawijn liet weten niet gelukkig te zijn met de naamkeuze. Na dit telefoontje besloten Nawijn en Dewinter de naam te kiezen van Marnix van St Aldegonde. Binnen de LPF was men erg ontstemd. Zij vonden dat de LPF niet met het Vlaams Belang zou moeten worden geïdentificeerd.

Op 22 juni 2005 werd bekend dat Hilbrand Nawijn uit de Tweede Kamer fractie van de LPF treedt en dat hij tijdelijk verder gaat als Groep Nawijn. Nawijn zal een nieuwe landelijke partij oprichten, die inhoudelijk dicht zal staan bij de ideeën van het Vlaams Belang.

Hilbrand Nawijn deed ook mee aan de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006. Met zijn Lijst Hilbrand Nawijn deed hij mee aan de verkiezingen in Zoetermeer. Bij deze verkiezingen kwam de LHN met vijf zetels de raad binnen. Nawijn combineerde hierop zijn kamerlidmaatschap met zijn lidmaatschap van de gemeenteraad van Zoetermeer.

In april 2006 maakte Nawijn bekend dat hij zich overweegt aan te sluiten bij de VVD, als Rita Verdonk lijsttrekker wordt van deze partij. Zo ver komt het echter niet. In augustus 2006 verlaat LPF-politicus Gerard van As de LPF, om zich aan te sluiten bij de Groep Nawijn. Dezelfde maand maakt Nawijn bekend dat hij onder de naam Partij voor Nederland wil gaan meedoen aan de tweede-kamerverkiezingen in november. Op 12 september maakt diezelfde van As bekend niet langer voor de groep Nawijn in de kamer te willen zitten. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in november 2006 behaalt de Partij voor Nederland slechts 5000 stemmen en geen enkele zetel. Daarop maakte Nawijn bekend uit de nationale politiek te stappen.

 


Jaap de Hoop Scheffer

 

 

Jakob Gijsbert (Jaap) de Hoop Scheffer is geboren in Amsterdam op 3 april 1948 en is een Nederlands politicus en secretaris-generaal van de NAVO.

Jaap de Hoop Scheffer studeerde tussen 1961 en 1966 aan het gymnasium bij het St.Ignatius Gymnasium te Amsterdam. Na zijn militaire dienst was hij van 1976 tot 1986 in dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en onder meer werkzaam in Ghana en Brussel. Van 1979 tot 1982 was hij lid van D'66. Voor deze partij richtte hij in Brussel een plaatselijke afdeling op. Daarna stapte hij over naar het CDA na een meningsverschil met D'66 over de plaatsing van kruisraketten op Nederlands grondgebied. In 1986 trad hij toe tot de kamerfractie van het CDA, waarvan hij tussen 1997 en 2001 fractievoorzitter was. Tegen de tijd dat de kandidatenlijst voor 2002 moest worden opgesteld, kwam zijn positie onder druk te staan. Er ontstond een machtsstrijd, waarbij partijvoorzitter Marnix van Rij stevige kritiek had op De Hoop Scheffer en voor zichzelf een hoge plaats op de kandidatenlijst eiste. De Hoop Scheffer trok zich terug als lijsttrekker en werd opgevolgd door Jan Peter Balkenende.

Bij de verkiezingen van 2002 kwam het CDA als winnaar tevoorschijn en kreeg het de leidende rol tijdens de kabinetsformatie. Op 22 juli 2002 trad het kabinet-Balkenende I aan, met Jaap de Hoop Scheffer als Minister van Buitenlandse Zaken, een functie die hij een jaar later ook in het kabinet-Balkenende II zou vervullen.

Op 22 september 2003 werd bekend dat De Hoop Scheffer zou worden benoemd tot secretaris-generaal van de NAVO. Op 3 december 2003 trad hij daarom af als minister. Zijn opvolger werd Ben Bot. De OVSE-top 2003 was zijn laatste klus als minister. Hij trad aan als secretaris-generaal bij de NAVO op 1 januari 2004.

 


Pim Fortuyn

 

 

Wilhelmus Simon Petrus (Pim) Fortuijn is geboren in Driehuis op 19 februari 1948 en is overleden in Hilversum op 6 mei 2002 en was een Nederlands politicus, auteur en columnist. Zijn achternaam luidde officieel 'Fortuijn', maar hij gebruikte later de spelling 'Fortuyn'.

Fortuyn was korte tijd buitengewoon hoogleraar. Zijn kijk op onder andere de islam en op het vreemdelingenbeleid maar bovenal zijn politieke wijze van doen, vormde vooral voor politieke tegenstanders de aanleiding hem te bestempelen als een populistisch politicus.

Fortuyn, die een flamboyante persoonlijkheid had, kenmerkte zich vooral door zijn opmerkelijke uitspraken en onconventionele manier van debatteren. Hierdoor en door de thema's die hij aansneed wist hij het politieke toneel een half jaar lang hevig te beroeren en te domineren. Ook na zijn dood is volgens sommigen zijn politieke erfenis nog goed zichtbaar. Er wordt wel over de 'Fortuynrevolutie' gesproken en nog steeds zijn er veel (rechtse) partijen die zich 'Fortuynistisch' noemen.

Fortuyn werd geboren te Driehuis (gemeente Velsen, Noord-Holland) in een rooms-katholiek gezin, als zoon van een vertegenwoordiger. Na de HBS-B (tot 1967) studeerde hij sociologie, geschiedenis, rechten en economie in Amsterdam. In 1971 slaagde hij voor zijn doctoraalexamen sociologie.

Fortuyn verhuisde naar Groningen waar hij universitair docent marxistische sociologie werd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hoewel Fortuyn aanvankelijk sympathiseerde met de CPN, werd hij uiteindelijk actief lid van de PvdA. In 1980 promoveerde Fortuyn bij Ger Harmsen tot doctor in de sociale wetenschappen, op een proefschrift over de sociaaleconomische politiek in Nederland van 1945 tot 1949. In 1986 werd hij aangesteld als parttime wetenschappelijk medewerker van de SER. Drie jaar later, in 1989, werd hij directeur van de OV-studentenkaart BV in Groningen.

In 1990 verhuisde Fortuyn naar Rotterdam. Daar werd hij korte tijd bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Al vroeg in zijn carrière raakte hij politiek betrokken. Hij publiceerde zijn veelal eigenzinnige standpunten in zijn boeken en columns. Zo was hij acht jaar lang columnist voor het weekblad Elsevier. In zijn columns trad hij op als criticus van 'Paars'. In 1992 schreef hij Aan het Volk van Nederland, waarin Fortuyn zichzelf bestempelde als de opvolger van de tegendraadse politicus Joan Derk van der Capellen tot den Pol, die zich in de achttiende eeuw onder andere in het pamflet Aan het Volk van Nederland tegen het politieke establishment had verzet. In 1995 schreef hij het boek De verweesde samenleving, waarin hij de veronpersoonlijking van de Nederlandse samenleving besprak. In 1997 verscheen Fortuyns later spraakmakende boek Tegen de islamisering van onze cultuur. Dit werk en het verhitte debat dat in het TV-programma Het Lagerhuis volgde, waren aanleiding voor Marcel van Dam hem een "buitengewoon minderwaardig mens" te noemen.

Palazzo di Pietro, het huis van Fortuyn in de periode 1998-2002Op 20 augustus 2001 maakte hij bekend de politiek in te willen gaan. Op 25 november van dat jaar werd hij lijsttrekker van Leefbaar Nederland (LN), op 20 januari 2002 eveneens van Leefbaar Rotterdam en na de breuk met Leefbaar Nederland op 11 februari van zijn eigen Lijst Pim Fortuyn. In april 2002 publiceerde hij zijn laatste boek, De puinhopen van acht jaar paars, dat als verkiezingsprogramma van de Lijst Pim Fortuyn ging dienen. Het boek werd op 13 maart 2002 in Nieuwspoort gepresenteerd, waarbij het zogenaamde ‘taartincident’ plaatsvond: Pauline van Tuyll van Serooskerken gooide een taart in Fortuyns gezicht. Dit incident was het begin van de discussie over Fortuyns beveiliging.

Op 6 mei 2002, negen dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen, waar zijn Lijst Pim Fortuyn aan meedeed, werd hij op het Mediapark in Hilversum vermoord door de radicaal-linkse milieuactivist Volkert van der Graaf. Deze moord veroorzaakte veel sentimenten en maakte een discussie los over de vrijheid van meningsuiting in Nederland.

Fortuyn werd in eerste instantie op 10 mei begraven op de begraafplaats Westerveld te Driehuis, in de provincie Noord-Holland. Op 20 juli werd zijn lichaam herbegraven in Provesano in Italië, waar Fortuyn bij leven een vakantiewoning bezat.

 


Ruud Lubbers

 

 

Rudolphus Franciscus Marie (Ruud) Lubbers is geboren in Rotterdam op 7 mei 1939 en is een Nederlands politicus (CDA) en econoom.

Ruud Lubbers werd geboren te Rotterdam in een ondernemersgezin. Hij volgde de middelbare school bij de Jezuïeten aan het Canisiuscollege te Nijmegen en studeerde vervolgens economie in Rotterdam. Zijn vader gaf leiding aan Hollandia, constructiewerkplaats en Machinefabriek in Krimpen aan de IJssel, waarvan hij door een management buy-out eigenaar werd. Toen Lubbers senior in 1963 plotseling stierf, namen zijn zonen Rob en Ruud de leiding van de zaak over.

Ruud Lubbers was lid van de Katholieke Studentenvereniging Sanctus Laurentius en werd voorzitter van de toenmalige Unie van Katholieke Studentenverenigingen in Nederland. Hij trouwde in 1962 met Ria Hoogeweegen. Zij kregen drie kinderen: Paul, Bart en Heleen.

Vanaf midden 1965 begon hij een reeks maatschappelijke functies te vervullen; eerst bij Jong Management NCW en later bij het NCW (Nederlands Christelijk Werkgeversverbond) zelf. Ook vervulde hij bestuursfuncties in de binnenvaart (moeder Van Laack was op de Rijn geboren) en bij de Katholieke Radio Omroep. Hij werkte aan de vernieuwing van de samenleving en behoorde tot de Christen-radicalen. Bij de afsplitsing van de PPR in 1968 bleef Lubbers echter de KVP trouw. Ruud Lubbers woont in Rotterdam, maar heeft ook een familiehuis in de gemeente Dalfsen.

Van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 was hij minister van Economische Zaken in het Kabinet-Den Uyl. Hij moest de gevolgen opvangen van de oliecrisis en werd bekend als de minister die de mensen vroeg de gordijnen een uurtje eerder dicht te doen en van de autoloze zondag. Maar hij bracht ook de eerste Energienota uit, waarin de doelstelling van het Reactor Centrum Nederland verbreed werd tot het Energieonderzoek Centrum Nederland, dus ook energiebesparing en alternatieve energie.

Lubbers kwam keer op keer in botsing met zijn premier. Dat betrof met name het minimum jeugdloon, de levering van reactorvaten aan Zuid-Afrika en de vermogensaanwasdeling.

In 1977 werd Lubbers, nummer 4 op de kandidatenlijst van het CDA, plaatsvervangend fractieleider onder Willem Aantjes. Toen de laatste in 1978 in opspraak raakte wegens een verzwegen lidmaatschap van de Germaansche SS bleef Lubbers hem steunen. Na Aantjes’ aftreden volgde Lubbers hem op.

In de fractie had Lubbers te kampen met acht dissidenten die keer op keer het voortbestaan van het Kabinet Van Agt-Wiegel in gevaar brachten. De fractieleider ontwikkelde het vermogen om met wollige formuleringen zijn schaapjes bijeen te houden.

Als fractievoorzitter speelde Lubbers ook een belangrijke rol in de totstandkoming van het CDA in 1980. Hier ging het om de overbrugging van protestanten en katholieken op weg naar een gezamenlijke principiële grondslag.

Omdat Dries van Agt na de verkiezingen van 1982 plotseling zijn vertrek aankondigde kwam Lubbers in beeld als minister-president. Het regeerakkoord kwam tot stand onder leiding van Staatsraad Willem Scholten.

Van 4 november 1982 tot 22 augustus 1994 gaf Lubbers leiding aan drie achtereenvolgende kabinetten (Lubbers I, II en III) en werd daarmee niet alleen de jongste maar ook de langstzittende minister-president in de (naoorlogse) Nederlandse geschiedenis.

Zijn eerste kabinet stond in het teken van miljarden-bezuinigingen. De staatsschuld was de laatste tien jaar enorm opgelopen, en een combinatie van inflatie met een stagnerende economie, de zogenaamde stagflatie, bracht de staatshuishouding in groot gevaar.

Ook het bedrijfsleven had dit gezien en twee dagen na de installatie van het kabinet sloten werkgevers en werknemers, onder druk en dreiging van het kabinet in de arbeidsvoorwaarden in te grijpen, het Akkoord van Wassenaar. In ruil voor arbeidstijdverkorting accepteerde de vakbeweging dat de meeste werknemers op de “min-lijn” kwamen te zitten. Daarbij kwamen de bezuinigingen op de Rijksuitgaven, die zonder al te grote protesten van de vakverenigingen werden doorgevoerd. In het buitenland stond hij om deze bezuinigingen bekend als “Ruud shock”.

Verder waren er tijdens zijn eerste kabinetsperiode veel spanningen over de plaatsing van kruisraketten. Lubbers vond de uitweg door het parlement voor te stellen de Sovjet-Unie te laten weten dat ook Nederland tot plaatsing over zou gaan als na een jaar zou blijken dat de Sovjet-Unie nog weer verder gegaan zou zijn met de plaatsing van SS20 raketten. Toen dat een jaar later het geval bleek te zijn kwam het tot een daadwerkelijke beslissing te gaan plaatsen. Inmiddels was het 0-0 akkoord tussen de NAVO en de Sovjet-Unie al dichtbij. Daardoor kwam het uiteindelijk niet tot plaatsing.

De verkiezingscampagne van 1986, die het CDA voerde onder de leuze “Laat Lubbers zijn karwei afmaken”, werd een groot succes voor de partij. Dit ging grotendeels ten koste van coalitiepartner VVD, hetgeen de verhoudingen niet ten goede kwam.

Lubbers II (1986-1989) vulde haar sociaal-economisch program aan met het eerste nationaal milieu- en natuurbeleidsplan. Dit was een integraal beleidsplan in lijn met “duurzame ontwikkeling”, dat inmiddels als politieke doelstelling zijn plaats had gevonden in “Our Common Future”, een VN-rapport tot stand gekomen onder voorzitterschap van Gro Harlem Brundtland. Dit N.M.P. leidde overigens wel tot een kabinetscrisis. De VVD stapte uit de coalitie.

Zo kwam het tot Lubbers III, een coalitie tussen CDA en PvdA. Dit kabinet werd vooral bekend door de veranderingen in de sociale zekerheid; met name de ziektewet en de wet op de arbeidsongeschiktheid. Het was de beleidsreactie op het gezegde “Nederland is ziek”, waarmee Lubbers deze problematiek agendeerde.

Lubbers is te kenschetsen als een bekwaam manager die de conflicten binnen zijn kabinet altijd wist te beheersen. Hij loste veel problemen op door alle punten bij elkaar te vegen en als finaal bod aan te bieden aan zijn coalitieleden. Deze konden meestal niets anders dan akkoord gaan.

Lubbers had al ruim voor de verkiezingen 1994 aangekondigd na 12 jaar uit de politiek te willen treden. Hij nam dan ook niet meer deel aan de verkiezingen in mei 1994. Hij faalde echter in de voorbereiding van zijn opvolging bij het CDA. Zo kwam het na 12 jaar tot een coalitie waar het CDA geen deel meer van uitmaakte.

Na zijn premierschap was Lubbers vanaf voorjaar 1995 tot eind 2000 voor twee dagen per week hoogleraar Globalisering aan de Universiteit van Tilburg en visiting professor aan de John F. Kennedy School of Government, Harvard University, in Cambridge (USA), waar hij jaarlijks een maand college gaf.

Internationaal was hij ondermeer vicevoorzitter van de Independent World Commission on the Oceans en voorzitter van het World Wildlife Fund.

Daarnaast stond hij met Maurice Strong en Michail Gorbatsjov aan de voet van het Earth Charter initiatief.

Nationaal was hij ondermeer voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek, van de Adviesraad Internationale Vraagstukken en van Clingendael.

 


Wim Kok

 

 

Willem (Wim) Kok is geboren in Bergambacht op 29 september 1938 en is een Nederlands politicus, die onder andere van 1994 tot 2002 minister-president was van twee opeenvolgende kabinetten (de eerste zogenaamde 'Paarse' kabinetten, Kok I en Kok II). De werkstijl van Kok wordt veelal beschreven als sober.

Wim Kok werd geboren in Bergambacht. Hij behaalde de diploma's MULO-B en HBS-B (Rijks HBS in Gouda, de voorloper van de Goudse Scholengemeenschap Leo Vroman), en studeerde vervolgens aan het Nederlands Opleidingsinstituut voor het buitenland Nyenrode. Na zijn militaire dienst was hij korte tijd werkzaam op een handelskantoor.

Wim Kok begon zijn publieke loopbaan als vakbondsman bij de Bouwbond NVV, waarbij hij regelmatig als fanatiek persoon op de televisie verscheen. Hij was later secretaris en voorzitter van het NVV en voorzitter van de FNV. In die tijd was hij vicevoorzitter van de SER en werknemersvoorzitter van de Stichting van de Arbeid. In 1986 werd hij gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Als no. 2 op de lijst van de PvdA (achter Joop den Uyl) haalde hij 570.000 voorkeurstemmen. Toen Den Uyl in juli 1986 het fractievoorzitterschap neerlegde, werd Wim Kok fractievoorzitter en oppositieleider.

In 1989 werd hij gekozen tot vicevoorzitter van de Socialistische Internationale.

Van 1989 tot 1994 was hij minister van Financiën in het kabinet-Lubbers III en tevens vicepremier. Kok voerde tijdens dit ministerschap op financiën een stringent ombuigingsbeleid. Hiermee zette hij het beleid van zijn voorgangers voort, dat gericht was op terugdringing van het financieringstekort en stabilisering van de collectieve lastendruk. In 1990 had Kok een groot aandeel bij het opstellen van de ombuigingsoperatie ("de Tussenbalans"), waarbij voor een bedrag van 17 miljard gulden aan extra ombuigingen werd afgesproken. De bezuinigingen werden bereikt door vermindering van overheidssubsidies, een huurverhoging van 5,5%, tariefsverhogingen in het openbaar vervoer, verhoging van accijnzen en motorrijtuigenbelasting ("kwartje van Kok"), en door een grote efficiency-operatie. Beperking van het ziekteverzuim moest fl. 1 miljard opleveren. Ook in de gezondheidszorg, bij defensie en in de welzijnssector werd bezuinigd. Een voorgenomen verlaging van de BTW ging niet door.

In 1991 werd Kok vanuit onder meer zijn eigen partij, de PvdA, ernstig bekritiseerd om het voornemen van het kabinet de WAO-regeling drastisch te herzien, om zo een einde te maken aan het toenemend aantal mensen dat een beroep op die regeling deed. Op 28 september 1991 vroeg Kok tijdens een buitengewoon PvdA-congres nadrukkelijk steun voor dit beleid en kreeg (ruim) het gevraagde vertrouwen.

In 1993 bracht Kok wetten tot stand inzake identificatie bij financiële dienstverlening en inzake melding van ongebruikelijke transacties.
 


André Rouvoet

 

 

André Rouvoet is geboren in Hilversum op 4 januari 1962 en is een Nederlands politicus. In het kabinet-Balkenende IV is hij minister voor Jeugd en Gezin en vicepremier. Eerder was hij namens de ChristenUnie en de RPF lid van de Tweede Kamer.

Rouvoet volgde het gymnasium aan het Hilversumse Comenius College en studeerde vervolgens rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 1986 behaalde hij zijn doctoraal. Hij was op dat moment al fractiemedewerker van de RPF in de Tweede Kamer. In april 1986 werd hij beleidsmedewerker bij een organisatie voor speciaal onderwijs en jeugdgezondheidszorg, maar in augustus 1987 keerde hij terug bij de RPF, als wetenschappelijk medewerker van de Marnix van St. Aldegonde Stichting, het wetenschappelijk bureau van de RPF. Op 1 januari 1989 werd hij directeur van het bureau. Tevens was hij freelance docent politicologie en staatsinrichting aan de Evangelische School voor Journalistiek in Amersfoort.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen 1994 werd Rouvoet namens de RPF in de Tweede Kamer gekozen. Hij hield zich in de Kamer bezig met justitie, volksgezondheid, welzijn, sport en Europese zaken en maakte deel uit van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. Vanaf maart 2001 trad hij met zijn partij toe tot de ChristenUnie, de fusie van de RPF met het GPV. In november 2002 werd Rouvoet fractievoorzitter van de nog jonge partij, nadat zijn voorganger Kars Veling uit de politiek stapte. Bij de verkiezingen van 2003 en 2006 was hij lijsttrekker. Als fractievoorzitter kreeg Rouvoet veel waardering. Zo ontving hij in 2003 de Thorbeckeprijs, een prijs voor politieke welsprekendheid, en werd hij in 2004 door de parlementaire pers uitgeroepen tot politicus van het jaar.

Na verkiezingswinst in 2006 kregen de ChristenUnie en Rouvoet de kans om met het CDA en de PvdA een coalitie te vormen. De onderhandelingen slaagden en op 22 februari 2007 werd hij beëdigd als minister voor Jeugd en Gezin in het kabinet-Balkenende IV. De speciale programmaminister, resorterend onder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, was een nieuwe functie in het leven geroepen om een integraal beleid mogelijk te maken op alles wat met jeugd en gezin te maken heeft.

André Rouvoet is woonachtig in Woerden, getrouwd te Abcoude op 3 juli 1986 en vader van vier dochters en één zoon. Zijn echtgenote Liesbeth is arts. Rouvoet is lid van de Christelijke Gereformeerde Kerk Rehoboth te Woerden. Zijn hobby’s zijn lezen, snooker en sporten.

 


Frits Bolkestein

 

 

Frederik (Frits) Bolkestein is geboren in Amsterdam op 4 april 1933 en is een Nederlands politicus. Hij was staatssecretaris van Economische Zaken en korte tijd minister van Defensie. Het bekendst is hij geworden als fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. Van 1999 tot 2004 was Bolkestein Europees Commissaris voor Interne markt en Belastingen.Bolkestein werd geboren in Amsterdam, als zoon van een advocaat die later president van het Amsterdams Gerechtshof werd. Zijn grootvader Gerrit Bolkestein werd eerst onderwijzer, daarna inspecteur van het onderwijs en tenslotte, na zijn pensionering, minister van Onderwijs in de kabinetten De Geer II, Gerbrandy I, II en III. Diens vader dreef een melkhandel op het Frederiksplein te Amsterdam en Gerrit bracht 's ochtends voor hij naar school ging de melk rond.

Na het Barlaeus Gymnasium doorlopen te hebben, studeerde Bolkestein enige jaren wiskunde in de Verenigde Staten; wiskunde, natuurkunde, filosofie en Grieks in Amsterdam; economie in Londen; en ten slotte rechten in Leiden. Tijdens zijn studietijd in Amsterdam was hij lid van het ASC en preses van de ASVA, hij woonde in Amsterdam aan de Bloemgracht en huurde een kamer van Leendert van den Muijzenberg. Ook was hij in 1957 drie maanden, lid van de redactie van Propria Cures. Na zes stukken werd hij op instigatie van Hugo Brandt Corstius uit de redactie gezet; hij zou te stijf schrijven en denken. In 1976 publiceerde hij onder het pseudoniem Niels Kobet een toneelstuk in het Engels, getiteld Floris, Count of Holland. Twintig jaar later verscheen dit toneelstuk ook in het Nederlands.

Bolkestein begon zijn carrière in het bedrijfsleven. Hij werkte van 1960 tot 1976 bij Shell; in zijn laatste functie was hij drie jaar lang directielid van Shell Chemie in Parijs. In de jaren daarvoor werkte hij ook voornamelijk in het buitenland, in Oost-Afrika (1960 tot 1964), in Honduras en El Salvador (van 1965 tot 1968), in Londen (van 1968 tot 1970), in Indonesië (van 1970 tot 1972) en als coördinator voor Midden-Oosten, Azië en Australië van Shell Chemie (1972 tot 1973). Hij verliet het bedrijf in 1976 met een gouden handdruk.

In januari 1978 werd hij lid van de Tweede Kamerfractie van de VVD. In de periode 1982-1986 was Bolkestein staatssecretaris van Buitenlandse Handel in het Kabinet-Lubbers I. Daarna was hij weer gewoon Kamerlid, gevolgd door een ministerschap: van 1988-1989 was hij Minister van Defensie in het Kabinet-Lubbers II. In 1989 nam hij wederom plaats in de bankjes van de Tweede Kamer, om daar vanaf 30 april 1990 de VVD-fractie te gaan leiden. Op 30 juli 1998 werd hij als fractievoorzitter opgevolgd door Hans Dijkstal.

Bolkestein haalde regelmatig de pers door min of meer omstreden uitspraken, onder meer over de noodzaak tot het formuleren van nieuwe normen en waarden voor de samenleving, en over het Nederlandse vreemdelingenbeleid. Een voorbeeld is de uitspraak dat naar zijn mening kinderen van illegalen geen onderwijs zouden mogen volgen in Nederland. In 1997 publiceerde hij het boek Moslim in de polder, over zijn dialogen met vooraanstaande moslims over hun integratie in de Nederlandse samenleving.

In oktober 1996 raakte Bolkestein in opspraak nadat het televisieprogramma Netwerk had onthuld dat hij zijn collega-minister Els Borst een briefje schreef met de aanhef 'Beste Els', waarin hij haar aandacht vroeg voor een farmaceutisch bedrijf, MSD, waarvan hij zelf commissaris was.

Verder was niet duidelijk of hij een gesprek met een topambtenaar van Volksgezondheid had gevoerd in zijn hoedanigheid als fractievoorzitter of als commissaris. Naar aanleiding van de ontstane commotie rond vermeende belangenverstrengeling besloot hij zijn activiteiten voor MSD op te schorten.

Op 23 mei 2005 gaf de Groep Menatep in Londen een persverklaring uit waarin zij aankondigden dat de heer Bolkestein een zetel heeft gekregen in de Raad van Advies van Menatep. Deze firma wordt genoemd i.v.m. de affaire Clearstream van Ernest Backes.

Sinds januari 2006 is Bolkestein president-curator van de Teldersstichting.

 


Lousewies van der Laan

 

 

Louse Wies Sija Anne Lilly Berte (Lousewies) van der Laan is geboren in Rotterdam op 18 februari 1966 en is een Nederlands politicus. Ze zat in het Europees Parlement en was voor D66 lid van de Tweede Kamer van 30 januari 2003 tot 30 november 2006.

Van der Laan is geboren in Nederland maar woonde vrijwel haar hele jeugd in het buitenland (Verenigde Staten, Duitsland en België). Op 18-jarige leeftijd vestigde zij zich definitief weer in Nederland. Hier begon ze een studie Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden. Na het behalen van haar doctoraalexamen ging ze werken bij Europese organisaties. Haar eerste stageplaats in 1990 was bij Frans Andriessen, de vicepresident van de Europese Commissie

Van 1991 tot 1994 was ze medewerker bij de Europese Commissie voor milieuprojecten in voormalige sovjetrepublieken. In 1995 was ze medewerker van de Europese bank voor ontwikkeling in Londen. Tussen 1995 en 1999 werkte ze als medewerker en later woordvoerder van de Nederlandse Eurocommissaris Hans van den Broek. In 1999 werd ze namens D66 gekozen tot lid van het Europees Parlement. In Nederland was ze al snel één van de bekendste Europese parlementsleden.

In 2003 maakte ze de overstap naar de landelijke politiek en werd lid van de Tweede Kamer namens D66. Op 3 februari 2006 nam zij de functie van fractievoorzitter over van Boris Dittrich, die was teruggetreden na een debat over uitzending van Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan. Ze was kandidaat-lijsttrekker voor de verkiezingen van leden van de Tweede Kamer die ze op 24 juni 2006 verloor van Alexander Pechtold. Als kandidaat pleitte zij onder andere voor sluiting van fundamentalistische islamitische scholen. Pechtold achtte dat in strijd met het anti-discriminatiebeginsel. In 2006 kreeg ze de Frontaal Naakt Award wegens "verdiensten voor het bedreigde vrije woord in Nederland" Op 29 juni 2006 viel het kabinet-Balkenende II mede door haar toedoen omdat de fractie zich niet langer kon vinden in het vreemdelingenbeleid van minister Rita Verdonk. Zie Kabinetscrisis over het functioneren van minister Verdonk. Op 4 augustus 2006 maakte zij bekend zich voor de tweedekamer verkiezingen van november 2006 niet herkiesbaar te stellen.

 



Pagina 1     Pagina 2

 

 

 

.