De begrafenis

 

Omdat de voorbereiding voor de sabbat al om zes uur 's avonds zou ingaan, werd Jezus' lichaam snel in linnen gewikkeld en in een graf in de buurt gelegd, wat door een rijke jood, Jozef van Arimathea, beschikbaar was gesteld. Hij wentelde een zware steen voor de opening. Op last van Pilatus werd het graf de volgende ochtend verzegeld en hielden twee soldaten de wacht. De reden hiervoor was de klacht van joodse leiders dat de discipelen wel eens zijn lichaam zouden kunnen stelen om te kunnen beweren dat hij was opgestaan. Jezus had namelijk zelf aangekondigd dat hij na drie dagen uit de dood verrezen zou zijn.

 

 

De opstanding

 

 

Op de dag van Pinksteren (ook wel Pentecoste, dat is "de vijftigste dag" na Pasen gaan de Apostelen voor het eerst na Pasen verkondigend naar buiten en spreken in allerlei talen de mensen toe. Pas nu zijn zij in staat overtuigend en duidelijk te spreken van en over hun geloof. En met wat voor een overtuiging! Velen bekeren zich, laten zich dopen en worden zo ook getuigen van Christus. Toen bracht hij hen buiten de stad, bij Betanië. Hij hief zijn handen op en zegende hen. En onder het zegenen ging hij van hen weg; hij werd opgenomen in de hemel. Zij vielen voor hem op de knieën. 

Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden,  stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. De mannen zeiden " wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’

 

 

Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. 

Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand. Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers. De leerlingen keerden in grote blijdschap naar Jeruzalem terug en waren voortdurend in de tempel, waar ze God loofden. Tegen het aanbreken van de dag na de sabbat gingen enkele vrouwen kijken of ze Jezus' lichaam zouden mogen balsemen. Ze vonden de steen van zijn plaats gerold, het lichaam verdwenen en het linnen netjes opgevouwen in een hoek. Ook word bericht in Lucas dat twee engelen verschenen en tegen de vrouwen zeiden: "Waarom zoekt u de levende bij de doden? Heeft hij niet voorspeld dat hij moest lijden en sterven en ten derde dage opstaan uit de doden?". De vrouwen herinnerden zich dit nu en gingen de andere discipelen op de hoogte brengen. Later gingen twee gewaarschuwde discipelen kijken, en vonden het net zo. Volgens onder meer Matteüs verscheen Jezus aan Maria Magdalena in de graftuin, en volgens meerdere verslagen minstens driemaal aan een aantal discipelen, aan de twee 'Emmaüsgangers' en verder aan vele anderen; er wordt een getal van vijfhonderd mensen genoemd, die Jezus na zijn opstanding hebben gezien. Velen hadden zelfs met hem gegeten en gesproken, tot op de dag van zijn hemelvaart.

 

 

Maar  Jezus had tegen zijn apostelen gezegd "Ga niet weg uit

Jeruzalem" maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water,  maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest. ’ Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem:

‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen? Hij antwoordde: " Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’

 

 

Pagina 1     Pagina 2     Pagina 3     pagina 4