|



1940-1945 in Vught
Zoals velen misschien weten heeft Vught
in de oorlog 1940-1945 heel veel betekent en nog . Voor diegene die het
niet weten hieronder een kort verslag.
Bron: Brabants Centrum (met dank)
Vught
herbergde vele en velerlei gevangenen: vrouwen en kinderen,
gijzelaars en veroordeelden, mensen die actief waren in het verzet
en Joden, homofielen en politieke gevangenen. Vanaf het begin,
januari 1943, tot de bevrijding, najaar 1944, zaten er 31.000
mensen voor kortere of langere tijd gevangen.
Een concentratiekamp was het, geen vernietigingskamp. Gevangenen
hadden er overlevingskansen.
Maar voor 12.000 Joodse mensen was het de eerste halte op weg naar
Westerbork en van daar
naar
Sobibor
of
Auschwitz.
En voor de familieleden en vrienden van de honderden
gefusilleerden -in juli, augustus en september 1944 alleen al
317!- is Vught nog steeds de gruwelijke herinnering aan het
zinloos lijkende verlies van een dierbare.
Ook voor hen, die wèl overleefden, was het leven er zwaar.
Zes dagen van de week moesten zij van 's morgens zeven tot 's
avonds half zeven werken: in de schoonmaak-dienst, op de
kampboerderij, op de stortplaats achter het kamp, in een
omgebouwde barak, waar zij voor Philips productie- en
reparatiewerk verrichtten.
De levensomstandigheden waren erbarmelijk. Vooral in het begin was
er gebrek aan alles. Vele gevangenen, vaak toch al met een
verminderde fysieke weerstand, stierven. Door de aanwezigheid van
Philips en door voedselpakketten van buiten -voorzover bewakers
die niet leeg roofden- werd het leven er later wat dragelijker.
Eens per veertien dagen mochten de gevangenen naar huis schrijven.
Om te voorkomen, dat Nederlanders buiten het kamp weet zouden
krijgen van de onbarmhartige behandeling, censureerden de Duitsers
elke brief. Zij zijn in die opzet akelig goed geslaagd. De
buitenwacht had maar een vage notie van wat er in kampen als Vught
gebeurde.
De fusilladeplaats
Vught was meer
dan een concentratiekamp. Het was ook de centrale fusilladeplaats
voor Midden-Brabant en wijde omgeving.
Veel Nederlanders waren actief in het verzet: schrijven, drukken
en verspreiden van illegale bladen als "Trouw" en
"De Waarheid"; verbergen van onderduikers, Joden en
geallieerde piloten; sabotage op duitse doelen; liquidatie van
Duitsers en landverraders. De Duitsers bestempelden hen als
staatsgevaarlijk; huisden "gewone" gevangenen in
barakken, de "zware jongens" zaten in "De
Bunker": donkere, geïsoleerde cellen, waar het overdag
kunstmatig nacht en 's nachts dag was. Doel? Zij moesten
geestelijk kapot!
Uit een persoonlijk verslag van een joodse man, voordat hij in de
bunker werd opgesloten:
"We werden uit de auto gesleurd en met onze neuzen tegen de
muur geduwd. De beide SD-ers liepen naar het wachtlokaal, waaruit
even later een paar SS-ers, gewapend met machinepistolen op ons
afkwamen. Ze bleven achter ons staan. Hun commandant liep op ons
af en gaf ons een dreun tegen het achterhoofd. Het bloed spoot uit
onze neuzen. Ik hoorde, dat hij een aantal passen achter ons
uitmat en de SS-ers opdracht gaf, zich op te stellen. Even later
hoorden we het ontgrendelen van machinepistolen en opeens
schreeuwde de vent: "Sie werden erschossen, Lumpe!" En
toen tegen de SS-ers: "Achtung!" Terwijl ik bad, zag ik
in de bebloede stenen opeens het bloedende gelaat van Christus. Ik
zei nog snel tegen Ben: "We gaan naar de hemel, jongen!"
Toen hoorden we heel duidelijk het aanleggen en richten van
vuurwapens en weer klonk het snauwgeluid: "Eins, zwo!"
Ik kromp in elkaar, wachtend op het "Feuer!", terwijl ik
in Bens hand kneep. Maar op datzelfde moment brak er achter ons
een onbedaarlijk gelach uit. Mijn SD-beul kwam vanuit het
wachtlokaal op ons af. "Je moet dit maar als een generale
repetitie beschouwen!" zei hij grijnzend."
Eens per week was er appèl. De gevangenen werden uit de bunker
gehaald, stelden zich in rijen op en moesten naam en kampnummer
zeggen. De gegevens werden twee maal gecontroleerd. Soms
selecteerden de Duitsers een aantal gevangenen, om hen af te
voeren naar de fusilladeplaats, op weg naar de eeuwigheid. De
achterblijvers gaan terug naar hun cel. Zij huilen. Zij verliezen
een kameraad. En de volgende keer kan het hun beurt zijn!
De fusilladeplaats ligt even buiten het kamp, in een rustig,
afgelegen, bosrijk gebied. Toch horen de kampbewoners het schieten.
En zij kennen de betekenis daarvan!
Aangekomen op de plek, waar zij hun aardse leven zullen beëindigen,
stellen de gevangenen zich naast elkaar op. Naam, nummer en reden
van de executie worden voorgelezen. In koelen bloede voltrekken
soldaten het vonnis.
 Aufsehering
Katja Schot Oberaufsehering
Margarete Gallinat
De merkwaardige duitse "Gründlichkeit", die ook dit
soort oorlogsdaden nauwkeurig administreert, zorgde ervoor, dat
wij toch nog vrij veel namen van gefusilleerden kennen alsmede de
afschuwelijke manier waarop de executies plaatsvonden.
21 juli 1944: 3 gefusileerd. Dien nacht zijn de lijken ter plaatse
t.w. Lunette no. 2 van de voormalige legerplaats te Vught, blijven
liggen. Daags daarna zijn er gewone schietoefeningen gehouden,
waarbij aanvankelijk over deze lijken heen is geschoten. Later
zijn ze ter zijde in het hout gesleept, vanwaar eindelijk de
schavotkar ter crematie ze heeft opgehaald.
28 juli 1944: 12 gefusileerd. Eerst 4 en daarna 8 jongemannen. De
fusillade had tussen licht en donker plaats en na het salvo
stonden nog twee mannen ongedeerd en waren slechts gewond, die
daarop met het M.Pi., d.i. het Mechanische Pistool het hartschot
ontvingen.
4 augustus 1944: 10 gefusileerd. Voor deze fusillade vuurpeleton
aangewezen, maar als een openbare vermakelijkheid trokken velen
S.S. mede ter executieplaats.
"19 augustus 1944. 2x 7 man doodgeschoten. 2e salvo zeer
slordig. 1 man blijft staan. Twee pas aangebrachte burgers
onmiddellijk dood voor executeering. Eén was in plusfour gekleed,
als bagage had ook één der twee nieuw aangekomene bij zich een
doos waarin overhemd en eenige boorden. In de week van 13-19 aug.
vervoegde zich een burger bij den commandant der 5e Compagnie
teneinde te vernemen of eventueel zijn zoon was gefusilleerd. Het
antwoord luidde: 'Daar weten wij niets van' en 'ze deden dat hier
niet'. Daarop is de 5e Compagnie geappelleerd en de mannen
aangezegd, dat ondanks het verbod, toch naar buiten is gekletst en
daarom nog eens opnieuw meegedeeld dat er aangaande executieën
gezwegen moest worden en voortst dat de Hollandse Schüts-Staffel
bij voorbaat niet meer voor dezen dienst tegenover Hollanders
gebezigd zou worden."
22 augustus 1944: Vast aangesteld vuurpeleton. Kijkers verboden.
De slachtoffers ondergaan half naakt de executie. Hun kleding zou
naar Duitschland gezonden worden. Wel wordt nog ter plaatse het
vonnis bekend gemaakt doch geen namen meer ter plaatse afgeroepen.
De afstand tussen veroordeelden en schutters is 12 m. Toch wordt
er slecht geschoten en blijven er nog altijd staan.
30 augustus 1944: 26 doodgeschoten. De leiding der executie berust
bij de S.D."
Behalve de administratie der fusillades hield de kampleiding een
"Sterbebuch" bij. De overlijdensakte vermeldt de naam
van de overledene, geboortedatum en -plaats, gegevens over de
ouders, burgerlijke staat, beroep, tijdstip van overlijden. En de
doodsoorzaak. Ten minste in het begin. Later, vermoedelijk als het
aantal fusillades toeneemt, ontbreekt deze. Wel lieten de Duitsers,
toen zij het kamp verlieten, een merkwaardig document achter: een
register met namen van in het kamp omgebrachte gevangenen. Dr.
Fischer stelde de dood vast. Standesbeamte Görgens ondertekende
de overlijdsensakte. Maar ook hier ontbreekt de vermelding van de
doodsoorzaak.
Onder hen zijn ook Theodorus van Es en diens vader Johannes uit
Kaatsheuvel. Hun precieze geschiedenis konden wij -zie Ter
Inleiding- niet beschrijven. Vast staat, dat Theodorus als
onderduiker in Kaatsheuvel door landwachters werd aangehouden. Theodorus alsook zijn vader en moeder verzetten zich. In de
worsteling ging het geweer van één der landwachters af. Deze
kreeg een schot hagel in zijn lichaam. Naar Waalwijk overgebracht,
werden vader en zoon in het gebouw van de landwacht ernstig
mishandeld. In Den Bosch werden zij aan de Duitsers overgedragen.
Zonder vorm van proces kregen zij op 12 augustus 1944 de kogel.
Onder hen ook
Henricus
Joannes van Dijk
uit Tilburg, die wegens anti-Duitse uitlatingen gearresteerd werd.
Lid van een verzetsorganisatie was hij niet. Hij was wel anti-Duits.
Op 11 augustus 1944 werd hij, samen met 13 anderen, gefusilleerd
als represaillemaatregel op het vermoorden van een Duitse SD-agent
in 's Hertogenbosch.
Ja, Vught was meer dan een concentratiekamp.
Veel Nederlanders werden er in de beste jaren van hun leven
gefusilleerd. Om hun trouw aan medemensen, hun land, hun
beginselen.
Het is goed, dat Kamp Vught en de fusilladeplaats beide tot
nationaal monument zijn geworden: ter herinnering aan een
gruwelijke tijd, "opdat wij niet vergeten..."
Hierover en om
niet te vergeten!! schreven ook Linda en Inge hun ervaringen en
gedachten over hun bezoek aan Kamp Vught op Papier.
Linda en Inge
bedankt.
NATIONAAL
MONUMENT KAMP VUGHT
Op
14 mei 2003 hebben alle derde klassen een bezoek gebracht aan het
Nationaal Monument Kamp Vught. “Konzentrationslager
Herzogenbusch” door de Duitse bezetter genoemd.
Daar aangekomen kregen we te horen dat we de Fusilladeplaats en
het Herinneringscentrum gingen bezoeken. Wij
zijn eerst naar de Fusilladeplaats gegaan. Nadat we een kwartier
door het bos hadden gelopen (waar de gevangenen ook liepen voordat
ze geëxecuteerd werden) kwamen we aan bij het monument. Hierop
staan alle namen van de mensen die in Kamp Vught overleden /
omgebracht zijn. Er achter staat een groot kruis, die de
overlevenden uit respect voor de overledenen hebben gemaakt toen
het kamp gesloten werd. De stenen met de namen er op (die hier op
de afbeelding te zien zijn) zijn niet de originele, maar de
gerenoveerde van de in 1995 en 1996
bekladde stenen. Deze hebben ze eerst proberen schoon te
maken, maar dat is niet gelukt. Ter herinnering van dit is er een
gedicht gemaakt:

Eten
en eetgewoonten
Er
werd veel honger geleden in het kamp. Als men binnen kwam in het
kamp kregen ze een kop, borden en bestek. Tegen etenstijd moest je
in een lange rij gaan staan en…er zat veel verschil tussen
bijvoorbeeld de soep die de eerste en de laatste uit de rij kreeg.
Soms keek men erg uit naar bijv. de vrijdag, want dan kregen ze
koolsoep. Blijkbaar aten ze dus elke week hetzelfde.
Als de mensen die in het kamp zaten familie hadden, was het
toegestaan om voedselpakketten van hen aan te nemen. Wel zaten
daar enkele regels aan verbonden, zoals het maximale gewicht van
2.5 kg en er mochten geen etenswaren in zitten die gekookt moesten
worden.

Kleding
en kledingvoorschriften
Bij
aankomst moest je al je eigen spullen inleveren. Vervolgens werd
je kaalgeschoren en kreeg je een nummer. De kleding die de mensen
in het kamp aan hadden was een blauwgrijs/wit pak, wat bestond uit
een broek, overhemd en een bijbehorende cap. Als schoenen kreeg
men klompen. Als deze je te groot of te klein waren had je gewoon
pech! Je moest ze dan zien te ruilen of er al die tijd op blijven
lopen.
Persoonlijke
spullen
In het
museum worden verschillende spullen van kampbewoners
tentoongesteld. Wat ons is opgevallen, is dat al die spullen voor
ons primitieve, eenvoudige dingetjes zijn. Zoals een (kapotte)
pijp, lepel, kartonnen doosje. We gaan wat dieper op die laatste
in.
Er was een gevangene die op 3 januari 1945 verrast werd met
cadeaus. Tussen die cadeaus (waar je niet te veel bij moet
voorstellen) zat een kartonnen doosje, die ze al die tijd bewaard
heeft. Op alle zijdes ervan stonden de kampen waar ze is geweest.
Zo’n klein dingetje heft zo’n emotionele waarde voor hen. Elke
keer als ze erna keek herinnerde ze dat fijne moment in die
vreselijke tijd.
Nadat
we het museum bezocht hadden gingen we naar buiten. Hier is een
maquette te zien die precies laat zien hoe het kamp is opgebouwd
en ingedeeld. Een gids vertelde ons het een en ander hierover:
NATIONAAL
MONUMENT HOUDT HERINNERINGEN LEVEND
Kamp Vught: stille
getuige
van de oorlog
OP DE FOTO:
Buitenterrein Kamp Vught.
Vorig najaar is het
Nationaal Monument Kamp Vught vernieuwd en gerenoveerd. Het museum houdt
op een klein deel van het voormalige concentratiekamp dat de nazi's in
januari 1943 openden op de Vughtse hei, de herinnering levend aan de
verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.
Een groot deel van het
kamp is nog in oorspronkelijke staat en in gebruik als militaire kazerne,
als gevangenis voor zowel zware delinquenten (EBI) als jeugdige criminelen
(PI Nieuw Vosseveld) en als woonoord voor Molukkers. Het Nationaal
Monument werd in 1990 in gebruik genomen door koningin Beatrix, nadat een
in 1986 gevormde stichting mede onder aanvoering van de huidige directeur,
Vughtenaar Jeroen van den Eijnde zich had beijverd voor een
herinneringsplek op deze locatie. Het 'Konzentrationslager Herzogenbusch'
was het enige concentratiekamp van de Duitse SS in Nederland en was ruim
anderhalf jaar in gebruik.
BARAK
Tijdens de renovatie is een
nieuw herinneringscentrum gebouwd en het kampterrein zoveel mogelijk in
oorspronkelijke staat teruggebracht. Zo is een barak waar de gevangenen
waren gehuisvest deels herbouwd. Ook het crematorium, waar de lichamen
werden verbrand van gevangenen die in het kamp omkwamen of werden gedood,
is daarbij in oude staat hersteld en voor het publiek toegankelijk gemaakt.
Wie vanuit de moderne
ontvangstruimte het museum betreedt, wordt geconfronteerd met filmbeelden
die nieuwsberichten uit de Tweede Wereldoorlog tonen: zowel de afvoering
van gedetineerden als de voetbalwedstrijd Feyenoord–Willem II proberen
een tijdsbeeld te schetsen. Na afloop van het filmpje valt een spotlicht
op een kleine glazen vitrine waarin dagelijks een kalenderblad de bezoeker
terugbrengt in de tijd. Vandaag (afgelopen dinsdag) naar 26 augustus 1943.
Elk kalenderblad bevat
een persoonlijke herinnering van een van de oud-gevangenen. Deze dag een
tekst van Joop Citroen die vanuit Vught naar Auschwitz werd gedeporteerd
met zijn vrouw en zoontje en de oorlog overleefde: 'De ochtendappèls
waren het ergst, vooral in het begin toen we ons nog niet aan het
kampleven hadden aangepast. Een uur na het opstaan werden de gevangenen
geteld. En o wee, als de telling niet klopte. Dan kon het appèl urenlang
duren, terwijl we soms in de regen stonden te wachten'.
Na twee zalen waarin
persoonlijke herinneringen aan het kampleven door ex-gevangenen uit
diverse Duitse concentratiekampen tot leven worden gebracht, wordt de
bezoeker naar buiten geleid. Barak 13B is voor de helft nagebouwd; op de
andere helft is in de openlucht een betonnen maquette van het complete
kamp gebouwd.
OP DE FOTO: Slaapzaal in
barak.
BUNKERDRAMA
Hoewel de nagebouwde
bakstenen barak zowel van binnen als buiten nieuw oogt en ook is, kan de
bezoeker zich een prima beeld vormen van de omstandigheden waarin de
gevangenen toentertijd verkeerden. De geblindeerde slaapzaal met houten
stapelbedden haalt de wereldwijd bekende zwart-wit foto's van
uitgemergelde gevangenen die werden aangetroffen toen geallieerde soldaten
de Duitse concentratiekampen bevrijdden, levendig voor de geest. Een eindje verderop
staat het crematorium, waar een groot deel van de 750 slachtoffers die in
het kamp omkwamen of werden gedood werden verbrand. Hoewel in Vught geen
massaverbrandingen plaatsvonden, doen ovens macaber aan. Net als de
granieten snijtafel waarop op alle lichamen sectie werd verricht. Het
verhaal van het bunkerdrama wat zich hier afspeelde in de nacht van 15 op
16 januari 1944, toen 74 vrouwen veertien uur lang in cel 115 werden
vastgehouden, moet menigeen koude rillingen bezorgen die de krappe ruimte
van negen vierkante meter betreedt. Stil wordt men bij het
herinneringsmonument waarin de namen van 1.269 joodse kinderen zijn
vastgelegd die vanuit Vught werden weggevoerd en de oorlog niet
overleefden. Maar dat geldt evenzeer voor de bezinningsruimte waar de
namen van de overledenen uit het kamp zelf op de wanden zijn bevestigd.
Een enkele roos of bosje bloemen toont dat zij nog altijd niet vergeten
worden. Dat de verschrikkingen van toen nog immer tot de verbeelding
spreken, tonen evenzeer de vele bloemen bij het herdenkingsmonument dat is
opgericht op de fusilladeplaats, de voormalige schietbaan van het kamp in
lunet 2, een van de vroegere verdedigingswerken rondom de vestigingstad
Den Bosch.
OP DE FOTO: Oven in
crematorium.
Zomerrondleiding
In het museum is naast de
vaste tentoonstelling, waarin ook actuele vormen van vooroordelen,
discriminatie en racisme een plaats krijgen, ruimte gereserveerd voor
wisselende exposities. Deze maand is de tentoonstelling 'De oorlog op
tafel' geopend waarin ruim veertig bord- en kaartspellen en legpuzzels te
zien zijn die tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog werden gespeeld.
Elk spel vertelt een eigen verhaal: over propaganda, haat, onderdrukking
en gebrek, maar ook over bevrijding, feest en oranjegevoel.
Speciaal voor kinderen
vanaf 8 jaar is een speurtocht ontwikkeld. Met een plakboek en opdrachten
in de hand kan de jeugd meer te weten komen over het leven in een
concentratiekamp.
OP DE FOTO:
Gedenkmonument joodse kinderen.
Het Nationaal Monument
Kamp Vught is van dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur
geopend; in het weekeinde van 12.00 tot 17.00 uur. De toegang is gratis.
Meer informatie: www.nmkampvught.nl.
OP DE FOTO: Expozaal
museum.

In
1943 kwamen de eerste mensen in het Kamp Vught terecht. Je
kon echter nog niet echt spreken van een kamp, want er was
nog niets. De gevangenen moesten het hele kamp van ongeveer
1 kilometer lang en 300 meter breed zelf opbouwen. Zij
hebben hier in totaal ongeveer 1.5 jaar over gedaan.
De gebouwen die horizontaal lagen waren de woonbarakken en
die verticaal lagen waren de werkbarakken.
Het
kamp werd ingedeeld in 3 kampen / reeksen. Aan de linkerkant
zaten de vrouwen en kinderen. In het midden zaten gevangenen,
die bijvoorbeeld in het verzet gezeten hadden. En aan de
rechterkant bevonden zich de joden. In het midden van het
kamp was een bunker. Dit was een soort gevangenis in een
gevangenis.
Er bevonden zich ook hondenhokken. Als de mensen in het kamp
bijvoorbeeld te langzaam werkten, werden zij namelijk door
de honden gebeten.
Verder was er één crematorium in heel het kamp, waar alle
overledenen werden verbrand.
We
hebben ook een nagebouwde gevangenisbarak bezocht. Hier zag je hoe
een grote groep in zo’n kleine barak moest overleven. Ze hadden
bijvoorbeeld maar één toiletruimte, één ruimte om zich te
wassen….Verder waren de bedden zeer klein, omdat er veel mensen
in die ruimte moesten slapen. Hierdoor waren er stapelbedden die
bestonden uit drie bedden.
Vervolgens
gingen we naar het crematorium. Het was wel duidelijk dat alle
mensen die daar overleden vermoord waren. Maar om te laten blijken
dat het een goed kamp was, werden alle lijken omstebeurt op een
lijktafel gelegd en werd er sectie verricht. Er kwamen dan
allerlei verschillende doodsoorzaken aan het licht, maar geen
moord….
Hier
onder is een foto te zien van de lijktafel:

Als
laatste bezochten we plaatsen waar het as van de verbrande mensen
werd uitgestrooid. Zowel die van de kinderen als van de
volwassenen.
De
nagebouwde bunker, Cel 115, waar het bunkerdrama heeft
plaatsgevonden was zeer indrukwekkend voor iedereen. Een van de
vrouwen uit barak 23B werd opgesloten in de kampgevangenis (de
gevangenis in de gevangenis). Veel vrouwen protesteerde hiertegen,
waardoor de kampcommandant Grünewald 74 vrouwen liet opsluiten in
cel 115. Deze cel was ongeveer 9 m² groot!! Ze zijn daar voor een
dag opgesloten en toen de volgende dag bleken er tien vrouwen
overleden te zijn.

Als
laatste opdracht werd ons gevraagd om in de vorm van een korte
tekst, een gedicht of een brief aan een overlevende van het kamp
een indruk te geven over de dag. Wij hebben dit gedaan in de vorm
van een brief:
Lieve……
Ik sta
hier, nu, in kamp Vught!
Waar het bunkertrauma is gebeurd;
Waar 1269 kinderen in twee dagen weggebracht zijn,
waarvan de jongste zes dagen oud was.
Kamp
Vught was niet zoals de andere kampen…bijna fijn zou je
zeggen;
Maar als je binnen kwam werd je wel kaalgeschoren, je
bezit werd afgenomen,
je had geen naam, maar een nummer, gewoon een NUMMER!
Daarna
kon je aan het werk;
Hard werken op die lompe klompen, die niet eens je eigen
maat waren;
Maar toen kwam Philips…..die een lichtpunt bracht, nee
wat zeg ik nu, ik bedoel eten, betere bedden, warmte.
Althans voor sommigen!
Ik sta
hier, nu, in kamp Vught….
Ik sta een paar cm van het hek vandaan…
Ik kan de wachtpost rustig bekijken….
Ik kan hier staan en vrijuit spreken.….
Dit allemaal zonder neergeschoten te worden!!!
Voor
de overlevenden:
Na
ons bezoek aan kamp Vught hebben wij nog meer respect gekregen
voor de overlevenden van de Tweede Wereld Oorlog en natuurlijk de
overlevenden van kamp Vught, dan dat we al hadden. En we genieten
nu nog meer van de kleine dingen in het leven voor jullie!
Voor alle overlevenden,
maar ook voor alle slachtoffers.
Linda
en Inge, G3

Om het kamp
heen liep
een door de
gevangenen
gegraven
gracht. Aan
beide kanten
stond
prikkeldraad.
Delen van de
omheining
hebben onder
stroom
gestaan. Om
de honderd
meter stond
er een
wachttoren.
Er stonden
bewakers op
met
mitrailleurs
en
schijnwerpers.
De bewakers
waren bijna
allemaal
Nederlanders,
die de kant
van de
nazi's
hadden
gekozen.
Drie
wachttorens
zijn
herbouwd.
Een deel van
de omheining
en de gracht
is weer in
de oude
staat
teruggebracht.
Op de foto:
Een Canadese
militair
houdt de
wacht bij de
omheining
van kamp
Vught, net
na de
bevrijding
van het
Zuiden in
september
1944. (Foto:
NIOD)
Meer foto's
van concentratiekamp Vught 1940-1945



Gedeelte van het
concentratiekamp

Gedenkstenen van
omgekomen gevangenen

Crematorium van
het kamp.

Fussiladeplaats van kamp
Vught

|