|
"Schrijven is heerlijk"
door Margreet Strijbosch
02-07-2003
Schrijfster Thea Beckman
wordt binnenkort 80 jaar.
Voor WereldKIDS was dat een
goede aanleiding om eens met
de schrijfster te gaan
praten. Jullie stelden de
vragen, wij kregen het
antwoord. Hier lees je wat
Thea Beckman heeft verteld.
Wanneer en hoe u bent
begonnen met boeken
schrijven? (Leonore uit
Singapore en Vera uit
Nederland)
Misschien wel vijftig
jaar geleden begon ik met
het schrijven van boeken.
Maar daarvoor, vanaf mijn
22e, schreef ik al verhalen
en artikelen voor de krant.
Een paar jaar later schreef
ik mijn eerste boek. Dat was
iets dat ik al wilde vanaf
mijn twaalfde jaar. Toen nam
ik mij voor om schrijfster
te worden.
Wat was uw allereerste
boek? (Brechtje uit de
Verenigde Staten)
Dat boek mag Brechtje gerust
vergeten. Dat heette 'De
ongelooflijke avonturen van
Tim en Holderdebolder'. Dat
boek is nergens meer te
krijgen, en dat is maar goed
ook, want het was niet zo'n
goed boek. Ik moest het
schrijven toen nog onder de
knie krijgen.
|
|
Luister naar
de
radio-reportage
over Thea
Beckman
[10'] |
|
Hoe begint u aan een
boek? (Katrien)
Ik begin niet met schrijven,
maar met materiaal
verzamelen. Hoe meer hoe
liever. Dan pas kan ik aan
een boek beginnen. Eerst
schrijf ik een kladje. Dat
werk ik helemaal uit, soms
wel driehonderd bladzijden,
en dan ga ik het nakijken.
Daarna begin aan een tweede
kladje. Want er verandert
nog vanalles. Met het tweede
kladje gebeurt hetzelfde als
met het eerste, en daarna
komt de derde versie. Dat
derde kladje noem ik 'het
net'. Dat gaat naar de
uitgever. Dus ik schrijf
ieder boek minstens drie
keer. Dat is vreselijk veel
werk. Soms gaat het vlotter,
soms minder vlot. Maar hoe
ouder ik word, des te
langzamer het gaat.
Waar haalt u de ideeën
voor uw boeken vandaan?
(Evelien)
Dat wordt me altijd
gevraagd, maar ik weet het
zelf niet. Laten we het
voorbeeld van Saartje Tadema
nemen. Ik wil een boek
schrijven over een
Amsterdams weesmeisje. Dan
ga ik eerst naar Amsterdam,
naar het Weeshuis. Daar
hebben ze natuurlijk een
bibliotheek en een archief,
en daar lopen allerlei
mensen rond. Ik begin dan
met vanalles te vragen en te
bestuderen. Dan pas kan ik
gaan piekeren over het
verhaal. Maar het
uitgangspunt was dus dat
weesmeisje uit Amsterdam.
Hoe het komt dat u zoveel
over geschiedenis weet?
(Sophie uit Nederland)
Ik weet niet zoveel over
geschiedenis. Maar ik vind
het zo interessant. Als ik
over een bepaalde tijd wil
schrijven, dan zoek ik daar
vanalles over op. Dat
bestudeer ik, en dan kan ik
erover schrijven. Verder ga
ik ook op reis. Voor het
boek 'Vrijgevochten' ben ik
bijvoorbeeld naar de
archieven in Zierikzee
geweest, maar ook naar
Tunesië. Ik heb heel Tunesië
doorgereisd om materiaal te
verzamelen. Samen met mijn
dochter. Die ging mee voor
de gezelligheid.
Heeft
u zelf meegedaan aan de
gebeurtenissen uit uw boeken?
(Jessica uit Nederland)
Nee, natuurlijk niet. Ik heb
alle avonturen verzonnen.
Maar ik moet me wel heel
goed inleven. En ik gebruik
graag personages in mijn
boeken die echt bestaan
hebben. Dat vind ik leuk. Zo
komt in mijn nieuwe boek 'Gekaapt'
ene 'Simon van Utrecht' voor.
Die heeft echt bestaan. En
een paar van de kapers ook.
Ik vind het leuk om zulke
mensen in mijn boek te
verwerken.
Wat vindt u nou zo leuk
aan boeken schrijven? (Marouk
uit Nederland)
Ja, dat weet ik niet zo goed.
Ik vond het heerlijk om te
doen, al die jaren. Ik denk
dat je alles, waar je goed
in bent, ook graag doet.
Wat vindt u ervan dat u
zo beroemd bent?
Toen ik een jaar of twaalf
was, wilde ik schrijfster
worden, omdat ik dan rijk en
beroemd zou worden. Maar
eigenlijk doet dat beroemd
zijn me niet zo erg veel.
Wel vind ik het erg leuk dat
veel kinderen mijn boeken
graag lezen.
Bent
u niet te oud om nog
schrijfster te zijn?
(Kimberley en Cisse uit
Nederland)
Eigenlijk wel. Ik schrijf
ook niet zo veel meer. Mijn
verstand doet het nog wel,
maar ik krijg zo'n pijn in
mijn rug als ik achter de
schrijfmachine zit.
Heeft u ook huisdieren? (Manon
uit Nederland)
Ja, ik heb drie katten.
Alledrie uit het asiel. Tot
vorig jaar had ik ook een
hondje, maar dat is
gestorven.
Welke van uw boeken vindt
u zelf het leukste? (Myrthe
uit Singapore)
'Hasse Simonsdochter' en de
'Thule'-trilogie. Daar ben
ik wel een beetje trots op.
Bent u nog met een nieuw
boek bezig? (Brechtje uit de
Verenigde Staten)
Nee. Op dit moment niet. Ik
heb ideeën genoeg, maar ik
kan niet in de toekomst
kijken.

Roald Dahl
Roald
Dahl is op 13 september 1916 geboren in
Llandaff, een dorpje in Wales. De ouders van
Roald kwamen allebei uit Noorwegen. Zijn
vader, Harald Dahl, was op veertienjarige
leeftijd van een dak gevallen en brak zijn
linkerarm onder de elleboog. Normaal zou dat
geen reden tot paniek zijn, maar in die tijd
(meer dan honderd jaar geleden) was de
medische zorg nog optimaal. De dokter die de
eerste hulp verleende en op dat moment zelfs
dronken was, beschadigde de arm zo, dat hij
geamputeerd moest worden. Dit gebeurde in
1877. Na verloop
van tijd kon hij echter
alles doen met zijn ene rechterarm. Toen hij
ouder werd, besloot hij er samen met zijn
broer Oscar op uit te trekken naar de "grote
landen" (Frankrijk en Engeland) om er hun
fortuin te verdienen. Dit deden ze niet
samen, maar ze besloten om niet van elkaar
afhankelijk te zijn, dus gingen zij ieder
hun eigen weg. In Parijs trouwde Harald met
een jong Frans meisje dat Marie heette. Met
haar kreeg hij twee kinderen, een meisje en
een jongen. Maar Marie stierf vlak na de
geboorte van het tweede kind. In die tijd
woonden ze inmiddels in Llandaff, een dorpje
even buiten Cardiff. In Cardiff had Harald
met een andere Noor, Aadnesen, een bedrijfje
opgezet dat schepen voorzag van alles wat
zij nodig hadden, zoals brandstof,
levensmiddelen, touw, verf, handdoeken, zeep,
hamers, spijkers en alles wat zo'n schip
verder nog nodig had. Zo iemand noemde ze in
die tijd een shipchandler. In 1911, toen
Harald met vakantie was in Noorwegen,
ontmoette hij Sofie Magdalene Hesselberg,
die hij een week later ten huwelijk vroeg.
Met haar kreeg Harald vier kinderen. Een
meisje, nog een meisje, een jongen (Roald)
en een derde meisje. Het gezin bestond
inmiddels uit zes kinderen.
In 1920 stierf een van zijn zusters aan een
blindedarmontsteking. Harald Dahl was
dagenlang kapot van de dood van zijn
oogappel. Hij was zo overweldigd door
verdriet, dat toen hij een maand later
longontsteking kreeg, het hem niet veel kon
schelen of hij zou leven of sterven. Hij
stierf op 57-jarige leeftijd. Roalds moeder
stond er nu alleen voor met 5 kinderen.
Roald bezocht in zijn jeugd achtereenvolgens
de volgende scholen: Llandaff Cathedral
School (1923-1925), St. Peters (1925-1929)
en Repton (1929-1936). Deze maakten zo'n
indruk op hem dat hij in 1985 een boek
schreef waarin hij verschillende
gebeurtenissen en het leven op deze scholen
beschreef: Boy. In Het wonderlijke verhaal
van Hendrik Meier geeft hij ook een
uitgebreide beschrijving van het leven op
St. Peters.
Na zijn schoolperiode op Repton, was Dahl
niet meer van plan om nog verder te
studeren. Het avontuur lonkte
en hij besloot te gaan werken, met als doel
een uitzending naar het mysterieuze China of
Afrika. Hij solliciteerde naar een baan bij
Shell en werd daar ook aangenomen. Hij zou
in eerste instantie uitgezonden worden naar
Cairo, maar hij weigerde dit, omdat de
woestijnen van Egypte hem niet voldoende
avontuur konden geven. Zijn volgende
opdracht betrof een uitzending naar Dar es
Salaam in Tanzania, die hij met beide handen
aangreep. Op school had hij een voorliefde
ontwikkeld voor de fotografie, en dat kwam
in de prachtige omgeving natuurlijk
fantastisch uit. Hij bewoonde in Dar es
Salaam het gigantische Shell House, en had
de beschikking over verschillende bedienden.
Hij leefde daar werkelijk als een vorst.
Ondanks dit alles was hij ook niet te
beroerd om zich ook in de inheemse bevolking
te verdiepen. Hij leerde onder andere
Swahili (de inheemse taal) en raakte
bevriend met zijn persoonlijke bediende,
Mdisho. Het leven in Tanzania was ook niet
zonder gevaar. Het grootste probleem vormden
de slangen. Dit is een angst waar hij ook
nooit overheen gekomen is. Toen de tweede
oorlog uitbrak, werd hij tijdelijk benoemd
tot een officier van de KAR (King's African
Rifles).
In november 1939, toen de oorlog twee
maanden oud was, verliet Dahl de Shell om
dienst te nemen bij de RAF, de Britse
luchtmacht, als piloot. Zijn lichaamslengte
vormde hierin toch nog wat voor een probleem,
aangezien de cockpit niet erg ruim was en
hij ook nog eens een parachute om had. Zijn
doorzettingsvermogen zorgde er echter voor
dat hij zijn training doorstond. Hij slaagde
zelfs als beste van zijn klas. Van de
twintig officieren in zijn groep zijn er
later tijdens de oorlog zeventien omgekomen.
Dahl werd door de RAF vervolgens naar het
80ste squadron gestuurd, dat
jachtvliegtuigen vloog. In zijn allereerste
vlucht naar het strijdtoneel sloeg het
noodlot echter al toe. Doordat hij naar de
verkeerde plek gestuurd was, ging het mis.
Omdat hij nu zelfstandig de juiste plek
moest zoeken, raakte na verloop van tijd
zijn brandstof op en stortte hij neer.
Nadat hij weer opgeknapt was, voegde hij
zich uiteindelijk toch bij zijn squadron, en
ging weer in actieve dienst in Griekenland,
Kreta, Palestina en Libanon. De hele rest
van zijn leven leed hij echter onder de
verwondingen aan zijn ruggegraat die hij bij
dit voorval opliep. Maar tegen de zomer van
1941, met een persoonlijke score van vijf
neergehaalde vijandelijke toestellen, kwam
er een eind aan zijn vliegcarriere. Hij ging
op ziekenverlof terug naar Engeland en kreeg
een maand vrij.
Nadat
hij was teruggekomen uit de oorlog, bleef
Dahl niet lang in Engeland. In januari 1942
had hij alweer een nieuwe opdracht.
Kapitein-vlieger Dahl was schijnbaar precies
de juiste man om naar Amerika te gaan als
assistent van de luchtmachtattache. In
Washington DC kwam hij in contact met C.S.
Forrester, die een serie artikelen in The
Saturday Evening Post over hem wilde
schrijven. Tot zijn grote verbazing zat hij
in een mum van tijd in een restaurant te
praten met een van de beroemdste nog levende
schrijvers. Die avond schreef Dahl zijn
eerste verhaal. De volgende dag typte een
secretaresse van de ambassade het uit en
stuurde het op. De reactie die hij hierop
kreeg was zo lovend, dat hij besloot verder
te gaan met schrijven. Toen zijn eerste boek
voor kinderen, the Gremlins uitkwam, kreeg
hij meteen drie weken verlof om naar
Hollywood te gaan waar niemand minder dan
Walt Disney er een film van wilde maken.
Helaas is the Gremlins als film nooit
afgekomen, maar het boek kreeg veel aandacht.
Het duurde niet lang of elke piloot ter
wereld kende die kleine schepseltjes die in
de bommenwerpers en jachtvliegtuigen van de
RAF leefden, en die verantwoordelijk waren
voor de beschadigingen, de storingen en de
ongelukken waar de vijand altijd de schuld
van kreeg. Na de oorlog besloot hij in
Amersham, Buckinghamshire te gaan wonen,
maar hij stak nog vaak de oceaan over. Onder
andere omdat de Amerikaanse bladen het meest
betaalden voor zijn verhalen. Tegenwoordig
is het moeilijk te geloven dat eeen
schrijver goed kon leven van de verkoop van
niet meer dan twee verhalen, maar dat is
precies wat Roald Dahl bijna twintig jaar
lang deed. In 1953 trouwde hij met de
wereldberoemde actrice Patricia Neal en ze
kochten een stuk grond in Great Missenden.
De jaren die daarop volgden moesten wel
veelbewogen zijn, met twee mensen die tussen
Hollywood en Great Missenden heen en weer
pendelden en allebei opgingen in
verschillende carrieres en er heel
verschillende levenswijzen op na hielden,
maar die toch allebei gericht waren op het
grote gezin dat ze zo graag wilden. Met
tussenpozen van twee tot drie jaar werden
Olivia, Tessa, Theo, Ophelia en Lucy geboren.
Ongeveer dezelfde tijd zat tussen de rampen
die hen tussen 1960 en 1965 troffen. Eerst
kwam Theo's ongeluk. Hij was nog maar vier
maanden oud toen zijn kinderwagen geraakt
werd door een taxi. Hij werd ernstig gewond
aan zijn hoofd en zelfs tijdelijk blind.
Zelfs na een serie operaties bleef hij een
afwijking houden die bekend staat als
waterhoofd. Na verschillende extra operaties
werd hij uiteindelijk toch beter. Op 18
november 1962 trof het noodlot de familie
Dahl opnieuw. Zijn dochter Olivia stierf aan
een zeldzame complicatie van de mazelen.
Door zijn kinderen kwam er verandering in
zijn richting van schrijven. "Ik vertelde
elke avond een nieuw verzonnen verhaal.
Sommige waren niks maar soms was er een bij
waar een kind van zei: "Kunnen we nog meer
horen over wat je ons gisteren vertelde?" En
zo begon ik De reuzenperzik te schrijven. Ik
vond het zo leuk om te doen dat ik meteen
doorging met Sjakie. Het was Sjakie en de
chocoladefabriek, dat in 1964 uitkwam, dat
Dahl tot de superster onder de
kinderboekenschrijvers maakte. Niet dat het
onmiddellijk succes had. In het eerste jaar
werden in Amerika 5.000 exemplaren verkocht...toen
6.000, 18.000, 55.000, 85.000 en 125.000 in
de daaropvolgende vijf jaar. Nu, meer dan
dertig jaar later, worden nog jaarlijks
100.000 exemplaren verkocht.
Als kinderboekenschrijver stond Dahl, en
staat hij nog steeds, aan de top en er is
een behoorlijk groot verschil tussen hem en
zijn naaste rivalen. Zelfs een boek met
rijmen werd een bestseller als Dahl het
schreef. Kijk maar naar de 60.000 exemplaren
van Roald Dahl's Gruwelijke Rijmen die in
1982 in Engeland werden verkocht.
De dood van Olivia was niet de laatste ramp
die hen trof. In 1965 waren de Dahls weer in
Hollywood. Tijdens de opnames voor een film
werd Patricia getroffen door een
herseninfarct. Daarop meteen volgden
uitgebreide inwendige bloedingen. Ze
overleefde het wel, maar ze had nu ogen die
dubbel zagen, een rechterarm en -been die
bijna onbruikbaar waren, en ze was niet meer
in staat eenvoudige dingen te doen zoals
lezen, tellen, praten of zich de namen van
haar kinderen herinneren. Ze had nu de
geestelijke leeftijd van een kind van vier
jaar. Hij organiseerde een rooster van
vrienden om haar bijna vierentwintig uur per
dag aandacht te geven: praten, lessen,
puzzels, spelletjes, alles wat een
schijnbaar bevroren brein kon ontdooien. Tot
ieders verbazing bleek het te werken. In
augustus 1965 werd Lucy geboren zonder
problemen. Een jaar later kon Patricia Neal
weer lopen en praten. Of hun verhouding nu
aangetast was door de contrasterende
levensstijlen van een filmster en een
schrijver en de rampen die hen getroffen
hadden, weten we niet, maar in 1983 waren de
spanningen zo hoog opgelopen dat ze gingen
scheiden.
Na zijn scheiding trouwde hij later dat jaar
trouwde hij met Felicity D'Abreu, die liccy
werd genoemd, een vriendin van de familie
die de rest van zijn leven zijn vrouw zou
zijn.
Op 23 november 1990 stierf Dahl op 74-jarige
leeftijd, en in die 74 jaar had hij meer
meegemaakt en gedaan dan tien mensen samen...
Paul Biegel

Paul BiegelGeboortedatum : 25
maart 1925
Geboorteplaats : Bussum, Nederland
Overleden : 21 oktober 2006
Biografie
Paul Biegel wilde eigenlijk pianist worden,
maar toen bleek dat hij niet goed genoeg was
voor het conservatorium, ging hij een jaar
naar Amerika, waar hij voor een krant
schreef. Toen hij terugkwam in Nederland
werd hij redacteur van de Avrobode. Ook
begon hij rechten te studeren in Amsterdam.
Dat mislukte ook, waarna hij stripverhalen
ging schrijven voor de Toonder Studio's.
Daar leerde hij het schrijversvak. In 1962
verscheen zijn eerste boek, en sindsdien
zijn er meer dan 60 boeken van hem
verschenen. Ook vertaalde hij werk van
anderen.
Profiel
Vrijwel alle boeken van Paul Biegel bevatten
sprookjesachtige elementen. Ze gaan over
rovers, prinsessen, feeën, koningen en
dwergen. En zelfs als zijn hoofdpersonen
gewone mensen zijn, dan gebeuren er toch wel
ongebruikelijke, toverachtige dingen. In
zijn boeken voor wat oudere kinderen hangt
vaak een donkere, dreigende sfeer, die hij
in een heel eigen stijl weet neer te zetten.
De boeken gaan over de strijd tussen goed en
kwaad, over reizen naar het onbekende. Voor
een aantal van zijn boeken baseerde hij zich
op oude verhalen en legendes. In veel boeken
spelen dieren een belangrijke rol.

Carry Slee

Carry Slee werd in 1949
geboren in Amsterdam. Al op jonge leeftijd
was ze veel met verhalen en boeken bezig.
Toen ze nog niet kon schrijven, bedacht ze
verhaaltjes voor haar knuffeldieren. Ze
zette haar knuffels in een kring om zich
heen en las voor uit eigen werk. Op de
lagere school had ze een schrift waarin ze
korte verhalen en gedichten noteerde.
Docent drama - Na de middelbare school ging
ze naar de Academie voor Woord en Gebaar in
Utrecht. In 1975 slaagde ze voor deze
opleiding. Ze werd dramadocent in het
middelbaar onderwijs. Haar
schrijverskwaliteiten kwamen toen goed van
pas, want samen met haar leerlingen bedacht
ze verhaallijnen waar ze vervolgens compleet
uitgewerkte toneelstukken van maakte. De
toneelstukken werden, vaak met groot succes,
opgevoerd door de leerlingen.
Keetje Karnemelk - Carry Slee heeft twee
dochters, Nadja (1979) en Masja (1981) die
haar grootste inspiratiebron vormen. Toen
haar dochters nog jong waren, bedacht Carry
verhalen voor hen waarin 'Keetje Karnemelk'
de hoofdrol speelde. Nadja en Masja vonden
de verhalen zo leuk dat Carry Slee besloot
ze naar het tijdschrift Bobo te sturen.
Daarin werden ze gepubliceerd.
Gestimuleerd door het succes van 'Keetje
Karnemelk' stortte Carry Slee zich op een
boek over de belevenissen van de tweeling
Rik en Roosje. Ze bood het manuscript aan
bij een uitgeverij, waar het in 1989 in
boekvorm verscheen. Hiermee begon een
succesvolle carrière. Inmiddels is Carry
Slee fulltime auteur en verschenen er al
meer dan 50 boeken van haar hand.
Ook moeilijke onderwerpen - Carry Slee
schrijft voor kinderen van alle leeftijden.
Soms zijn haar boeken gebaseerd op dingen
die echt gebeurd zijn; in andere gevallen
zijn de verhalen verzonnen. Carry Slee
schrijft klare taal, die kinderen aanspreekt.
De situaties die ze beschrijft, zijn heel
herkenbaar en de personages zijn zo goed
uitgewerkt dat de lezer zich makkelijk kan
identificeren. Haar boeken zijn altijd
spannend en zo geschreven dat je ze ineen
keer uit wilt lezen.
In haar boeken schuwt Carry Slee moeilijke
onderwerpen als homoseksualiteit, pesten en
scheiden niet. Door haar humoristische en
luchtige stijl worden haar boeken echter
nooit te zwaar. Ze schrijft eerlijk over het
feit dat ouders twijfelen en niet altijd op
iedere vraag een antwoord weten. Zo probeert
zij kinderen aan te sporen om problemen op
een creatieve en fantasierijke manier het
hoofd te bieden.
Boeken voor volwassenen -
Carry Slee heeft inmiddels ook drie
prachtige romans geschreven voor volwassenen.
Moederkruid, Dochter van Eva en De Toegift.
Naam: Carry Slee
Geboren: 1 juli 1949 in Amsterdam
Geliefde: Elles
Kinderen: Nadja en Masja
Woont in: Tongeren
Lengte: 1.69 m.
Kleur ogen: blauw
Broers/zussen: 1 zus
Is gek op: schrijven
Haat: vervelen
Fijnste man: Nelson Mandela
Wist je dat Bram bij Carry en Elles woont.
Bram is namelijk de hond van Carry! De
favoriete sport van Carry is wandelen met
Bram. Carry is helemaal gek op haar hond. Ze
gaat zelfs niet de deur uit zonder Bram.
Bram gaat overal mee naar toe, naar de
signeersessies, boekpresentaties,
interviews.. Misschien kun je Bram wel eens
zien als je Carry je boek laat signeren. In
de agenda van Carry kun je zien waar Carry
haar boeken gaat signeren.
Wist je dat Carry een enorme hekel heeft aan
racisten. Carry knapt helemaal af op iemand
die discrimineert. Ze is dan ook helemaal
tegen het tegenwoordige uitzetbeleid van de
asielzoekers. Op dat gebied schaamt ze zich
wel eens dat ze een Nederlandse is...
Wist je dat Carry gek is op brillen. Probeer
maar eens een foto van haar te vinden zonder
bril! Als klein meisje had Carry altijd een
knalblauwe op. Nu is haar favoriete bril
haar rode bril, die ze op heeft op haar
pasfoto. Als je eens goed het logo bekijkt
van Carry, kun je zien dat een ... is. Carry
ziet een bril als een mooi sieraad. Brillen
zijn er niet alleen maar om beter te kunnen
zien, ze maken je ook mooi! Ze haalt de
brillen dan ook overal vandaan, o.a. uit
Parijs.

|