
Schuitje varen
Schuitje varen,
theetje drinken,
varen we naar de Overtoom
drinken we zoete melk met room,
zoete melk met brokken.
Kindertjes mogen niet jokken.

Jan Huygen
Jan Huygen in de ton,
met een hoepeltje erom,
Jan Huygen, Jan Huygen,
en de ton die viel in duigen!

Slaap kindje slaap
Slaap, kindje slaap,
Daar buiten loopt een schaap,
een schaap met witte voetjes,
drinkt er de melk zo zoetjes.
Schaapje met zijn witte wol,
kindje drinkt zijn buikje vol
Luister
hier naar het liedje

Huisje op het ijs
Er was eens een mannetje
dat was niet wijs.
Het bouwde zijn huisje
op het ijs.
't Begon te dooien.
't Hield op met vriezen...
Toen moest dat mannetje
zijn huisje verliezen.

Hallo, mijnheer De Uil
Hallo, mijnheer De Uil
Waar breng je ons naar toe
Naar Fabeltjesland
Eh, ja, naar Fabeltjesland
En lees je ons dan voor
Uit de Fabeltjeskrant
Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant
Want daarin staat precies vermeld
Hoe het met de dieren is gesteld
Echt waar? Echt waar
Echt waar mijnheer De Uil
Mmmmmmmmm
Want dieren zijn precies als mensen
Met dezelfde mensenwensen
En dezelfde mensenstreken
Dat komt allemaal in de krant
Van Fabeltjesland
Van Fabeltjesland
Luister
hier naar het liedje

Ik zag twee beren
Ik zag twee beren
Broodjes smeren.
O, dat was een wonder!
't Was een wonder boven wonder,
Dat die beren smeren konden.
Hihihi, hahaha,
Ik stond erbij en ik keek ernaar.
Luister
hier naar het liedje

Witte
zwanen, zwarte zwanen
Witte zwanen, zwarte zwanen,
Wie wil er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten,
De sleutel is gebroken.
En is er dan geen smid in het land
Die onze sleutel maken kan?
Laat door gaan,
Laat door gaan,
Wie achter is, moet voor gaan!
Luister
hier naar het liedje

Pinguïns, twee pinguïns in
de ijskast van mijn oom
Pinguïns, twee pinguïns
in de ijskast van mijn oom.
Pinguïns, twee pinguïns
dat is net een leuke droom.
Tafeltjes en stoeltjes
en een lits-jumeaux,
plus een klein toiletje
met een pinguïnpo.
Pinguïns, twee pinguïns in de ijskast .....
Keukentje met pannen
en een mooie douche,
plus een lekker mandje
voor de pinguïnpoes.
Pinguïns, vier pinguïns in de ijskast ....
Kleine pinguïnbaby’s,
wat een leuk gezicht,
maar se moeten slapen
dus de deur gaat dicht.
Luister
hier naar het liedje

Bijtje Maja
Er was een land,
ik weet niet waar.
Daar woonde eens een kleine bij.
En die beleefde,
het klinkt raar,
een avontuur voor jou en mij.
Dat kleine bijtje had een naam
en heette Maja
M. A. J. A. kleine bijtje majaaaaa.
Kijk en luister allemaal.
Altijd weer een nieuw verhaal.
Dus ga maar zitten want
hier heb je bijtje majaaaaa
Dat lieve, kleine, slimme bijtje maja.
Maja, dolle dwaze Maja.
Maja, Maja, Maja, Maja,
Maja, beleeft een avontuur.
Luister
hier naar het liedje

Poppenkraam
Ik stond laatst voor een poppenkraam,
zo, zo, zo.
Daar zag ik zo-veel poppen staan,
die deden allemaal zo.
De poppenkoopman was op reis,
de poppen waren van de wijs,
ze deden allemaal zo,
ze deden allemaal zo,
ze deden allemaal zo,

In Den Haag
In Den Haag daar woont een graaf
en zijn zoon heet Jantje.
Als je vraagt: waar woont je Pa?
dan wijst hij met zijn handje.
Met zijn vingertje en zijn duim.
Op zijn hoed draagt hij een pluim,
aan zijn arm een mandje.
Dag mijn lieve Jantje.

Kortjakje
Altijd is Kortjakje ziek,
midden in de week,
maar zondags niet.
Zondags gaat ze naar de kerk
met een boek vol zilverwerk.
Zilverwerk moet het wel wezen,
anders wordt het niet gelezen.

Er zat een aapje op een
stokje
Er zat een aapje op een stokje,
Achter moeders keukendeur.
Hij had een gaatje in zijn rokje,
En daar stak zijn staartje deur
Luister
hier naar het liedje

In een groen
knollen-knollen-land
In een groen, groen, groen, groen
knollen-knollen-land,
daar zaten twee haasjes heel parmant,
en de één die blies de fluite-fluite-fluit
en d' ander sloeg de trommel.
Toen kwam opeens een jager-jager-man
en die heeft er een geschoten
en dat heeft naar men denken denken kan,
de ander zeer verdroten.
Luister
hier naar het liedje

Jan van Gijzen
Daar was eens een vrouw,
die koeken bakken zou,
en het meel, dat wou niet rijzen.
De pan viel om,
en de koeken waren krom,
en d'r man heet Jan van Gijzen

Opa Bakkebaard
Opa Bakkebaard heeft een huisje,
en in dat huisje daar is het goed.
Opa Bakkebaard is aan 't werken
en weet jij wel, wat hij doet?
Hij veegt de vloer
met een bezem, met een bezem.
Hij veegt de vloer,
Zo veegt hij de vloer.

Zeven kikkertjes
Er zaten zeven kikkertjes,
al in een boerensloot.
De sloot was toegevroren,
ze waren bijna dood.
Ze kwekten niet, ze kwakten niet
van honger en verdriet.
Luister
hier naar het liedje
