|



De
verschijningen
aan
Bernadette
te
Lourdes
1858

Gedurende
meer dan
honderd
jaar
hebben
tientallen
miljoenen
pelgrims
Lourdes
bezocht.
Er leeft
in
Lourdes
een
aparte
religieuze
sfeer,
die men
nergens
anders
ter
wereld
aantreft.
Er wordt
een
authentiek
stuk
Christendom
beleefd,
dat zich
manifesteert
in een
gezonde
Maria
devotie.
Gezond,
omdat
Maria
geenszins
los
wordt
gezien
van de
enige
middelaar
Jezus
Christus,
zoals
blijkt
uit de
vele
indrukwekkende
Eucharistie
vieringen,
de
dagelijkse
Sacraments
processie,
de
dagelijkse
aanbidding
in de
Crypte
en de
kruisweg.
Het is
een
gezond
Christendom,
in die
zin dat
de
religiositeit
steeds
nauw in
contact
blijft
met de
dienstbaarheid
aan de
mensen
die de
hulp van
anderen
zo zeer
nodig
hebben,
namelijk
de
tienduizenden
zieken
die
jaarlijks
naar
Lourdes
komen.
Elkaar
de
helpende
hand
bieden,
er zijn
voor en
met
elkaar,
alles
delen
met je
naaste,
lief en
leed.
Dat zie
je wel
heel
nadrukkelijk
in
Lourdes.
Dit
alles
vormt
een
waarde
op
zichzelf,
afgezien
van de
aanleiding
die tot
het
ontstaan
van dit
bedevaartsoord
heeft
geleid,
de
merkwaardige
gebeurtenissen
in 1858.
Maria,
de
Moeder
Gods, is
aan
Bernadette
verschenen
en heeft
haar een
boodschap
voor de
wereld
meegegeven.
De kerk
heeft
dit
erkend.
Het is
vooral
treffend
dat de
woorden
van die
boodschap,
stuk
voor
stuk de
kern
raken
van
waarachtige
godsdienstigheid
en
eigenlijk
een
vertolking
zijn van
wat we
in het
evangelie
kunnen
vinden.
De
gebeurtenissen
van 1858
zijn
herhaaldelijk
diepgaand
en
deskundig
bestudeerd,
nog
onlangs
in een
jarenlange
studie
van een
van de
meest
bekende
mariologen,
die de
kerk
momenteel
bezit,
René
Laurentin.
Op deze
studie
steunt
de korte
weergave
van de
verschijningen
die
hieronder
volgt.
Eerste
verschijning
- 11
februari
1858
Bernadette
(14),
haar
zusje
Toinette
(12) en
een
vriendinnetje
Jeanne
Abadie
(13)
sprokkelen
hout
langs de
oever
van de
Gave.
Als
Bernadette
haar
kousen
uittrekt
om door
het
water
van het
molenkanaal
de
andere
meisjes
te
volgen,
schrikt
zij bij
het
horen
van een
geluid
als van
een
windstoot.
Als zij
een
tweede,
soortgelijk
geluid
hoort,
kijkt ze
onwillekeurig
naar de
grot en
ziet in
de
bovenste
nis
'iets
wits',
een
meisje
met een
'mooi
gelaat'.
Spontaan
grijpt
Bernadette
naar
haar
Rozenkrans
en
knielt
neer. Ze
wil het
kruisteken
maken,
maar dat
gelukt
haar pas
als het
meisje,
dat ook
een
Rozenkrans
draagt
met een
groot
blinkend
kruis,
het haar
heeft
voorgedaan.
Terwijl
Bernadette
het
Rozenhoedje
bidt,
ziet ze
dat ook
het
meisje
de
kralen
door
haar
vingers
laat
glijden,
maar
zonder
de
lippen
te
bewegen.
Het
'visioen'
duurt
ongeveer
een
kwartier.
De
andere
meisjes
hebben
niets
gezien.
Bernadette
vertelt
het hun,
zo komt
het
nieuws
bij
moeder
Soubirous
terecht.
Tweede
verschijning
- 14
februari
Het is
carnavalszondag.
Een
groep
van drie
vriendinnetjes
en haar
zusje
Toinette
nemen na
de
Hoogmis
Bernadette
mee over
de oude
brug
naar de
Massabielle.
Na een
eerste
weigering
heeft
vader
Soubirous
toelating
gegeven.
Bernadette
heeft
een
flesje
wijwater
meegenomen.
Je kunt
nooit
weten.
Er kan
een boze
macht in
het spel
zijn...
Bernadette
laat de
groep
knielen
en samen
bidden
zij de
Rozenkrans.
Wéér
ziet
Bernadette
het
meisje.
Ze
sprenkelt
het
wijwater
in de
richting
van de
nis.
Maar het
meisje
blijft
en
glimlacht.
Na korte
tijd
raakt
Bernadette
deze
keer
volkomen
'in
extase'.
Haar
ogen
staan
wijd
open en
ze wordt
bleek
als was.
De
andere
meisjes
worden
bang van
haar. Ze
proberen
haar mee
weg te
krijgen,
maar zij
is
onbeweeglijk.
Dan
hollen
er een
paar
meisjes
naar de
dichtbij
gelegen
molen
van Savy.
De
molenaar
Antoine
Nicolau
en zijn
moeder
brengen
Bernadette
in huis.
Daar
komt zij
pas tot
zichzelf
en
vertelt
dat ze 'aquero',
'het'
weer
gezien
heeft.
'Een
mooi
meisje
met een
Rozenkrans
aan de
arm'.

Derde
verschijning
- 18
februari
Het is
heel
vroeg in
de
morgen
als
Bernadette
weer bij
de grot
knielt.
Twee
dames
uit de
stad
zijn
meegegaan.
Zij
geven
haar
papier
en
schrijfgereedschap.
Bernadette
gaat de
grot in
en
vraagt:
'Wilt U
zo goed
zijn Uw
naam op
schrift
te
stellen?'
Dit
hebben
de dames
haar
ingeprent.
'Dat
hoeft
niet',
hoort
Bernadette
als
antwoord.
En dan
de
wedervraag:
'wilt U
zo goed
zijn om
gedurende
veertien
dagen
naar
hier te
komen?.
Ja. Ik
beloof
niet U
hier in
deze
wereld
gelukkig
te
maken,
maar wel
in de
andere'.
Voor het
eerst
heeft
Bernadette
de
'welluidende
en
zachte'
stem
gehoord.
De
verschijning
heeft
iets
minder
dan een
half uur
geduurd.
Vierde
verschijning
- 19
februari
Zes of
zeven
vrouwen,
waaronder
de tante
van
Bernadette,
zijn
meegegaan.
Na amper
drie
weesgegroeten
herhaalt
zich de
extase.
Weer
ongeveer
een
kwartier.
Een
klein
detail:
voor de
eerste
keer
neemt
Bernadette
een
gewijde
kaars
mee naar
de grot.
Zij zal
ze
verder
elke
keer
meenemen
tot op
drie
maart,
de dag
van de
veertiende
verschijning.

Vijfde
verschijning
- 20
februari
De
begeleidende
groep is
aangegroeid
tot
ongeveer
dertig
mensen.
Deze
keer
duurt
het
langer
voor de
extase
begint.
Maar
daarna
vertonen
zich
dezelfde
verschijnselen.
En als
ze
voorbij
zijn, is
Bernadette
meteen
het
normale
en
eenvoudige
kind van
altijd.
En ze
wil
bijna
niet
praten
over de
verschijning.
Alleen
zegt ze
weer
beslist
dat ze 'aquero',
'de
witte
dame',
die
glimlachte
en haar
groette,
weer
heeft
gezien.
Zesde
verschijning
- 21
februari
Deze
zondagmorgen
zijn
zo'n
honderd
mensen
getuige
van de
vervoering
van
Bernadette.
In de
namiddag
wordt
zij
onderworpen
aan een
langdurig
verhoor
door de
politie
commissaris
Jacomet.
Zij is
uiterst
kalm en
elke
poging
om haar
zichzelf
te laten
tegenspreken
mislukt.
Vader
Soubirous
laat
haar
beloven
niet
meer
naar de
grot te
gaan.
Zevende
verschijning
- 23
februari
Als
Bernadette
in de
namiddag
van de
22ste
naar
school
wil
gaan, is
het
alsof
een
onzichtbare
macht
haar
tegenhoudt
en haar
de weg
doet
inslaan
naar de
Massabielle.
Maar de
verschijning
komt
niet. In
de
biechtstoel
zegt
kapelaan
Pomian
tegen
Bernadette,
dat men
niet het
recht
heeft
haar de
gang
naar de
grot te
beletten.
Vader
Soubirous
trekt
zijn
verbod
in. De
volgende
dag zijn
er zeker
weer
honderd
getuigen,
onder
wie
dokter
Dozous
en
verschillende
vooraanstaande
mannen
uit het
stadje.
De
extase,
waarin
Bernadette
de
indruk
maakt
met
iemand
een
gesprek
te
voeren,
duurt
een uur.
Waarschijnlijk
heeft
deze
keer
Bernadette
het
gebed
geleerd
' voor
haar
alleen',
dat zij
heel
haar
leven
zal
blijven
bidden.
Achtste
verschijning
- 24
februari
Twee á
driehonderd
man is
bij de
grot
samengestroomd.
Nadat
Bernadette
haar
eerste
tientje
gebeden
heeft,
raakt
zij weer
in
extase.
Ze loopt
ook in
de grot
op en
neer. Op
een
bepaald
ogenblik
kijkt ze
bedroefd.
Ze heeft
het
meisje
horen
zeggen:
'boetvaardigheid'
en 'bid
God voor
de
bekering
van de
zondaars'.
Ook
hoorde
zij haar
vragen
dat ze
de grond
zou
kussen,
wat ze
ook
inderdaad
heeft
gedaan.
Negende
verschijning
- 25
februari
Weer is
de
omgeving
van de
grot
propvol
mensen.
Zo
uiterlijk
te
constateren
is
Bernadettes
houding
gedurende
deze
verschijning
vreemd.
Ze gaat
drinken
aan de
Gave,
kruipt
in de
holte
van de
grot,
begint
met haar
handen
in de
grond te
woelen,
wast
zich met
modderig
water
dat daar
blijkbaar
opborrelt,
slurpt
er ook
van en
eet van
een
plant,
die daar
groeit.
'Ga
drinken
en U
wassen
aan de
bron.
Eet van
het
kruid
dat U
daar
vindt',
heeft ze
het
meisje
in de
nis
horen
zeggen.
Dezelfde
dag
ondergaat
Bernadette
een
verhoor
bij de
procureur
des
keizers,
zonder
enig
succes
voor de
procureur.
Tiende
verschijning
- 27
februari
Na een
dag
zonder
verschijning
herhaalt
zich ten
aanschouwen
van
honderden
het
tafereel
van het
drinken
aan de
inmiddels
sterker
borrelende
bron en
het eten
van het
kruid.
Elfde
verschijning
- 28
februari
Een nog
grotere
menigte
dan de
vorige
dag
(1150
mensen)
is
Bernadette
naar de
grot
gevolgd.
Ook de
commandant
van de
gendarmerie
uit
Tarbes
is er
met zijn
secretaris.
Deze was
onder de
indruk
en zegt
dat de
verschijning
vrij
lang
geduurd
heeft.
's
Middags
volgt
weer een
verhoor
bij de
procureur,
de
commissaris
en de
rechter
van
instructie.
Ook de
directeur
van de
middelbare
school
komt
haar
privé
ondervragen.
Hij
denkt
dat ze
aan
catalepsie
lijdt,
maar na
het
gesprek
is hij
overtuigd
dat ze
echt
iets
ziet.

Twaalfde
verschijning
- 1
maart
Er zijn
1500
personen
aanwezig,
door de
politie
geteld.
Bernadette
ziet het
meisje
weer dat
haar
attent
maakt op
het feit
dat zij
niet
haar
eigen
Rozenkrans
in de
hand
houdt,
maar die
van een
ziek
vriendinnetje.
Opnieuw
drinkt
en wast
ze zich
aan de
bron.
Dertiende
verschijning
- 2
maart
Er zijn
1650
toeschouwers.
Bernadette
hoort
het
verzoek:
'ga aan
de
priesters
zeggen
hier een
kapel te
bouwen,
ik wil
dat men
hier in
processie
naartoe
komt'.
Pastoor
Peyramale
ontvangt
haar zo
brutaal
dat ze
alleen
over de
processie
praat en
de kapel
vergeet.
Vol
schrik
gaat ze
's
avonds
terug en
doet de
aanvulling
van haar
boodschap
aan de
pastoor
en drie
kapelaans.
De
pastoor
zegt dat
ze eerst
maar
eens de
naam
moet
vragen
aan de
Dame.
Veertiende
verschijning
- 3
maart
Er zijn
in alle
vroegte
tussen
de 3000
en 4000
mensen
bij de
grot,
maar er
gebeurt
niets.
's
Middags
gaat
Bernadette
terug en
nu ziet
ze in
tegenwoordigheid
van
honderd
mensen,
het
meisje.
Bernadette
bezoekt
de
pastoor,
die
opnieuw
aandringt
dat ze
de naam
van het
meisje
zal
vragen.
Vijftiende
verschijning
- 4
maart
Het is
marktdag
in
Lourdes.
De
laatste
dag van
de
veertien
waarover
het ging
bij de
derde
verschijning.
Er is
veel
volk van
buiten.
Twintigduizend
mensen
trekken
naar de
grot. De
politiemacht
in het
Pyreneeën
stadje,
met
versterking
van de
buurtdorpen,
heeft er
de
handen
aan vol.
Drie
kwartier
blijft
Bernadette
in
vervoering
bij de
grot.
Weer
volgt
een
bezoek
aan de
pastoor.
De Dame
heeft
alleen
geglimlacht
toen
Bernadette
haar
naam
vroeg.
Maar ze
wil nog
steeds
de
kapel.
Weer
dringt
Peyramale
aan om
haar
naam te
vragen.
Nu volgt
een
onderbreking
in de
verschijningen
die
twintig
dagen
duurt,
tijdens
welke
Bernadette
niet
naar de
grot
gaat.
Zij
voelt
deze
onweerstaanbare
kracht
niet die
haar
uitnodigt.
Voor
haar is
het een
welkome
pauze
waarin
zij haar
rust
terugvindt;
zij gaat
naar
school
en
bereidt
zich
voor op
de
Eerste
Communie.

Zestiende
verschijning
- 25
maart
Maria
boodschap.
Drie
weken is
Bernadette
niet
meer
naar de
grot
geweest.
Maar in
de nacht
van 24
op 25
maart
voelt
zij weer
die
onverklaarbare
drang
naar de
nis in
de
Massabielle.
Het is
vijf uur
in de
morgen,
als zij
met
enkele
familieleden
op weg
gaat. Er
zijn al
een paar
tientallen
mensen,
onder
andere
de
commissaris.
Onmiddellijk
ziet
Bernadette
'het
meisje'.
Zij
raakt
bijna
een uur
lang in
vervoering.
Vier
keer
vraagt
zij het
meisje
haar
naam. Nu
komt ook
het
antwoord:
'Que soy
era
immaculada
Councepciou',
'ik ben
de
Onbevlekte
Ontvangenis'.
Bernadette
begrijpt
het
niet,
ook niet
na een
bezoek
bij de
pastoor.
Pas 's
middags,
in een
gesprek
met
meneer
Estrade,
een
geletterd
man,
begint
ze te
beseffen
dat het
tóch de
Heilige
Maagd
moest
zijn. Nu
volgt
opnieuw
een
onderbreking
in de
verschijningen
die
ongeveer
veertig
dagen
duurt.
Zeventiende
verschijning
- 7
april
Omdat
Bernadette
daags
tevoren
te
biechten
is
geweest,
verwacht
men dat
ze naar
de grot
zal
gaan.
Het
blijkt
waar te
zijn.
Zoals
gewoonlijk
draagt
zij een
brandende
kaars in
de
linkerhand,
met haar
rechter
beschermt
zij de
vlam
tegen de
wind. In
de
extase
die
volgt,
beroert
de vlam
haar
vingers,
tien
minuten
lang.
Dr.
Dozous,
die er
bij
staat,
kan geen
enkele
brandwonde
constateren
en hij
gelooft
ook dat
Bernadette
echt
iets
ziet.
Dan
volgt de
langste
onderbreking
in het
verloop
van de
verschijningen.
Achttiende
en
laatste
verschijning
- 16
juli
Op het
feest
van Onze
Lieve
Vrouwe
van de
berg
Karmel
voelt
Bernadette
zich
gedwongen
nog eens
naar de
grot te
gaan. Ze
gaat 's
avonds
om acht
uur. De
autoriteiten
hebben
intussen
(naar
een
decreet
van 10
juni) de
grot
afgesloten
en er
schuttingen
rondom
laten
aanbrengen.
Bernadette
knielt
op de
andere
oever
van de
Gave, in
de weide
van
Ribère.
Gedurende
korte
tijd
raakt ze
in
vervoering,
net als
enkele
maanden
geleden.
Als haar
daarna
gevraagd
wordt of
de
Heilige
Maagd
iets
gezegd
heeft,
antwoord
zij
'niets',
maar
tevens
zegt ze
dat ze
haar nog
nooit zo
mooi
heeft
gezien.
En
nadien
neemt
zij de
gewone
lijn van
haar
leven
weer op,
haar
groei in
het
geloof,
die voor
haar
geheel
bestaat
in de
trouw
van elke
dag.
Bron:
Uncle's
pagina
Klik
hier
voor een
ander
verhaal
Klik
hier
voor het
verhaal
over de
verschijningen
van Fatima
in
Portugal


|