|
.
Het spiraaltje is een plastic ankertje (24 tot 36 mm lang) dat in de baarmoeder wordt geplaatst om zwangerschap te voorkomen. Er zitten twee draadjes aan vast die uit de baarmoedermond hangen. Deze draadjes zijn nodig om het spiraaltje weer te kunnen verwijderen. Bij het vrijen merken u en uw partner niets van het spiraaltje.
Er zijn verschillende soorten spiraaltjes. De meest gebruikte vorm is met koperdraad omwikkeld. Er is ook een spiraaltje dat het hormoon progesteron afgeeft.
Hoe werkt het spiraaltje?
Het koperspiraaltje helpt de bevruchting tegen te gaan en maakt het baarmoederslijmvlies ongeschikt voor de innesteling van een bevruchte eicel. Het koperspiraaltje is heel betrouwbaar, maar iets minder betrouwbaar dan de pil. De kans op zwangerschap is 0,8 tot 1 procent per jaar. Het koperspiraaltje is direct na plaatsing werkzaam, en kan tien jaar blijven zitten. Met het koperspiraaltje kunnen de menstruaties wat langer duren en met wat meer bloedverlies en krampen gepaard gaan.
Het hormoonspiraaltje maakt het baarmoederslijmvlies ongeschikt voor innesteling van een bevruchte eicel. Ook wordt het slijm van de baarmoedermond minder doorgankelijk voor zaadcellen. Het is zeer betrouwbaar, bijna net zo betrouwbaar als de pil. De kans op zwangerschap is 0,1 tot 0,2 procent per jaar. Als u het hormoonspiraaltje tijdens de menstruatie inbrengt, is het direct werkzaam. Plaatst u het voor of na de menstruatie, dan is het na zeven dagen werkzaam. Daarna kan het vijf jaar blijven zitten. Met het hormoonspiraaltje worden de menstruaties minder hevig en pijnlijk en duren ze minder lang. Soms blijven de menstruaties helemaal weg. Soms kan er ook tussen de menstruaties wat bloedverlies optreden. Na verwijdering van een spiraaltje kunt u snel weer zwanger worden.
Spiraaltjes beschermen niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen.
Wie kan een spiraaltje dragen?
Vrijwel iedere vrouw kan een spiraaltje dragen, ook als zij nog geen kinderen heeft gehad. Het koperspiraaltje is minder geschikt als u pijnlijke menstruaties heeft of daarbij veel bloed verliest. In dat geval is het hormoonspiraaltje misschien geschikter.
Er mag géén spiraaltje geplaatst worden als u zwanger bent. Een ontsteking van de vagina, de baarmoeder of de eierstokken moet eerst zijn behandeld voor het spiraaltje kan worden geplaatst.
Het inbrengen
Meestal wordt het spiraaltje tijdens of vlak na de menstruatie ingebracht. De baarmoedermond is dan iets verwijd, wat het inbrengen vergemakkelijkt. Bovendien is het dan zeker dat u niet zwanger bent. U gaat liggen met gespreide benen. Eerst worden de grootte en de ligging van de baarmoeder en eierstokken onderzocht. Dan wordt het speculum in de vagina ingebracht om de vagina en baarmoedermond te kunnen bekijken en schoonmaken. Een speciale tang houdt de baarmoedermond vast. Met een staafje wordt de diepte van de baarmoeder gemeten. Dit kan even een onaangenaam gevoel geven. Daarna wordt het spiraaltje via een dun hulsje naar binnen geschoven. Het hulsje wordt weer teruggetrokken en de draadjes worden op maat geknipt.
Na het inbrengen
Na het inbrengen kunt u zich even een beetje duizelig voelen. Wanneer u zich weer goed voelt, kunt u direct naar huis. Het is verstandig om het die dag verder rustig aan te doen. De dagen direct daarna kunt u soms wat pijn in de onderbuik hebben. U kunt dan een pijnstiller nemen. De eerste week kunt u beter geen tampons gebruiken.
De eerste menstruaties zijn soms wat pijnlijker en heviger, en kunnen wat langer duren dan u gewend bent. In het begin kan er ook tussen de menstruaties door buikpijn of bloedverlies optreden. Dit komt doordat de baarmoeder nog aan het spiraaltje moet wennen. Na drie maanden zijn deze klachten meestal verdwenen.
Controle en zelfcontrole
Als het spiraaltje is geplaatst, kom dan na de eerstvolgende menstruatie voor controle. Gebruik tot die tijd aanvullende anticonceptie. Daarna kunt u ook zelf controleren of het spiraaltje nog goed zit, bij voorkeur na de menstruatie. De zelfcontrole gaat als volgt: zoek een prettige houding (staand met een been op een verhoging, hurkend, of liggend met opgetrokken benen) en steek twee vingers diep in uw vagina. Met uw vingertoppen kunt u de baarmoedermond voelen en de draadjes van het spiraaltje. Het spiraaltje zelf mag niet te voelen zijn. Als u een hard stukje in de baarmoedermond voelt, dan zit het spiraaltje niet goed.
Afscheiding en ontsteking
Vrouwen die een spiraaltje dragen, krijgen mogelijk wat meer last van afscheiding (witte vloed). Dat kan geen kwaad. Vrouwen met een spiraaltje hebben evenveel kans op infecties als andere vrouwen. Als u abnormale afscheiding krijgt (andere afscheiding dan u gewend bent), neem dan wel contact op. Infecties genezen meestal snel als ze tijdig worden behandeld.
Wanneer contact opnemen?
Neem contact op als:
- u niet zeker weet of het spiraaltje nog goed op zijn plaats zit;
- u meer dan zeven dagen over tijd bent;
- u last heeft van abnormale afscheiding, aanhoudende buikpijn en koorts.
 |