|
.
Beenmergkanker
De ziekte van Waldenström is een kwaadaardige woekering van bepaalde witte bloedcellen in het beenmerg.
Naar schatting krijgen per jaar ongeveer 60-70 mensen de ziekte van Waldenström. De woekerende cellen produceren de afwijkende antistof M-proteïne.
Het bloed kan stroperig worden.
Een andere naam voor de ziekte van Waldenström is macroglobulinemie. Het komt vooral voor bij mensen boven de 60 jaar, maar ook bij veel jongere mensen komt het voor. Mannen lijken een groter risico te lopen dan vrouwen, ongeveer 2,5 keer zo groot.
Beenmerg
Het beenmerg is het weke weefsel in het binnenste van onze botten. Het beenmerg produceert bloedcellen: rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Witte bloedcellen zijn belangrijk voor de afweer tegen infecties.
Klachten
Van de ziekte van Waldenström merkt u over het algemeen in het begin niets. Na verloop van tijd kunt u klachten krijgen als:
-
vermoeidheid
-
gewichtsverlies
-
trage genezing van infecties
- bloeduitstortingen en abnormale bloedingen
-
problemen met zien
-
ongewoon veel of ongewoon hevige hoofdpijn
-
tintelingen of andere gevoelsstoornissen in huid, oren, vingers of tenen
-
krachtsverlies in handen en voeten
-
een vergrote milt
-
vergrote lymfeklieren
Advies
Deze klachten kunnen echter ook een andere oorzaak hebben. Het is verstandig om naar uw huisarts te gaan, als de klachten langer dan enkele weken aanhouden.
Onderzoek
Uw huisarts zal eerst een lichamelijk onderzoek doen. Als hij vermoedt dat u een vorm van beenmergkanker heeft, stuurt hij u door naar een specialist.
De specialist zal u uitgebreider onderzoeken.
De volgende onderzoeken kunnen plaatsvinden:
bloedonderzoek
beenmergonderzoek: de arts zuigt met een naald wat beenmerg op uit uw borstbeen of uit het bekken (punctie). Soms haalt hij met een speciale naald een klein stukje bot weg uit uw bekken (biopsie). Bij beide onderzoeken wordt u plaatselijk verdoofd. U kunt desondanks een korte, venijnige pijn voelen. De cellen van het beenmerg en het bot worden in het laboratorium onderzocht.
Verwijdering van een stukje of van de hele gezwollen lymfeklier: de lymfeklier wordt in het laboratorium onderzocht.
echografie: met behulp van geluidsgolven worden organen in beeld gebracht.
CT-scan van de borst en de buik: met behulp van röntgenstralen en een computer worden detailfoto's van weefsels en organen zichtbaar gemaakt op een beeldscherm.
Behandeling
De behandeling bij de ziekte van Waldenström kan bestaan uit:
-
Chemotherapie
-
Bestraling (radiotherapie)
-
Intensieve behandeling gevolgd door stamceltransplantatie
-
Ondersteunende behandelingen
De behandeling van de ziekte van Waldenström onder andere afhankelijk van:
-
het mate van uitgebreidheid van de ziekte
-
de leeftijd en de conditie van de patiënt
Doel
Het doel van de behandeling is het bereiken van een belangrijke vertraging van het ziekteproces. Dit heet een palliatieve behandeling. Genezing is niet mogelijk.
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met celdelingremmende medicijnen (cytostatica). Meestal gaat het om een milde vorm van chemotherapie. Verschillende combinaties cytostatica zijn mogelijk.
Belangrijke bijwerkingen van behandeling met cytostatica zijn:
-
haaruitval
-
vermoeidheid
De bijwerkingen verdwijnen doorgaans geleidelijk nadat de behandeling is beëindigd.
Vermoeidheid kan lang aanhouden en kan na langere tijd nog optreden.
Bestraling (radiotherapie)
Bestraling is een plaatselijke behandeling. Het doel is om zo veel mogelijk kankercellen te vernietigen.
De bijwerkingen van de bestraling hangen af van de gebieden die zijn bestraald. Een algemene bijwerking is vermoeidheid.
Intensieve behandeling gevolgd door stamceltransplantatie
Bij een aantal patiënten jonger dan 65 jaar wordt geprobeerd om met intensieve behandeling met cytostatica de ziekte langdurig terug te dringen. Deze cytostatica vernietigen naast kankercellen ook het gezonde beenmerg. Hierdoor zijn er geen stamcellen meer, waaruit zich gezonde bloedcellen zouden kunnen ontwikkelen. Deze behandeling is daarom alleen mogelijk in combinatie met stamceltransplantatie. Hierbij vindt toediening van stamcellen plaats.
Deze behandeling is zeer ingrijpend en gebeurt alleen in gespecialiseerde centra.
Bijwerkingen en gevolgen op lange termijn
De bijwerkingen en gevolgen op lange termijn zijn zeer uiteenlopend. Als u voor stamceltransplantatie in aanmerking komt, zal uw arts dit alles uitvoerig met u bespreken.
Ondersteunende behandelingen
Wanneer bij mensen met de ziekte van Waldenström klachten optreden, kunnen de volgende ondersteunende behandelingen zinvol zijn:
plasmaferese: vervanging van afwijkend bloedplasma (vocht waarin zich bloedcellen bevinden) door normaal bloedplasma. Dit gebeurt als het bloed te stroperig wordt.
bloedtransfusie: bij bloedarmoede
antibiotica: bij infecties
Praktische adviezen
Enkele praktische adviezen kunnen de hinder van de ziekte helpen verminderen:
-
drink voldoende: de nieren zijn dan beter in staat om allerlei schadelijke en overbodige stoffen te verwijderen.
-
vermijd contact met mensen die een ontsteking hebben (bijvoorbeeld verkoudheid, steenpuist, bronchitis).
-
gebruik een tandenborstel met zachte haren. Dit voorkomt bloedend tandvlees.
Overleg met uw arts welke adziezen voor u nuttig kunnen zijn.
Afzien van behandeling
Het is mogelijk dat u gaat twijfelen aan de zin van (verdere) behandeling. Het is goed om dit dan in alle openheid met uw arts te bespreken. U heeft altijd het recht om af te zien van (verdere) behandeling. Uw arts zal u de noodzakelijke zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van uw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.
Multipel myeloom/Ziekte van Kahler
Het multipel meyloom is een kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg.
Per jaar krijgen in ons land ongeveer 700 mensen een multipel myeloom. Multipele myelomen komen iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Het komt vooral voor bij mensen boven de 60 jaar, maar steeds vaker ook bij mensen van 40 tot 60 jaar.
Het multipel myeloom werd vroeger de ziekte van Kahler genoemd.
Beenmerg
Het beenmerg is het weke weefsel in het binnenste van onze botten. Het beenmerg produceert bloedcellen: rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Plasmacellen
Plasmacellen behoren tot de witte bloedcellen in het beenmerg. De plasmacellen produceren antistoffen. Deze beschermen het lichaam tegen allerlei indringers, zoals virussen en bacteriën.
Multipel myeloom
Multipel myeloom is een kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg. Deze cellen maken de abnormale antistof M-proteïne, of een deeltje van deze stof: het Bence-Jones eiwit. Ook maken de cellen stoffen die botafbraak veroorzaken. Hierdoor kunnen makkelijk botbreuken ontstaan.
De woekering van plasmacellen verhindert de normale aanmaak van bloedcellen, zoals rode en witte bloedcellen.
Klachten
Van een multipel myeloom merkt u over het algemeen in het begin niets. Na verloop van tijd kunt u wel last krijgen van bepaalde klachten.
De meest voorkomende eerste klachten bij multipel myeloom zijn:
-
botpijn: vaak als eerste in de rug, later kan de pijn zich uitbreiden naar bijvoorbeeld de ribben, de nek of het bekken
vermoeidheid
Andere klachten kunnen zijn:
-
infecties, vooral van luchtwegen en urinewegen
-
verminderde eetlust
-
vermagering
-
aanhoudende dorst
-
neusbloedingen, bloedend tandvlees of andere abnormale bloedingen
-
een verstoorde werking van de nieren, door de abnormale antistoffen
Advies
Deze klachten kunnen echter ook een andere oorzaak hebben. Als de klachten langer dan enkele weken aanhouden, is het verstandig om naar uw huisarts te gaan.
Onderzoek
Uw huisarts zal eerst een lichamelijk onderzoek doen. Als hij vermoedt dat u een vorm van beenmergkanker heeft, stuurt hij u door naar een specialist.
De specialist zal u uitgebreider onderzoeken.
Behandeling
De behandeling bij een multipel myeloom kan bestaan uit:
-
Chemotherapie
-
Bestraling (radiotherapie)
-
Intensieve behandeling gevolgd door stamceltransplantatie
-
Ondersteunende behandelingen
De behandeling van een multipel myeloom is onder andere afhankelijk van:
-
het stadium van de ziekte
-
de leeftijd en de conditie van de patiënt
Meestal blijft in het eerste stadium van de ziekte de behandeling nog enige tijd achterwege.
Doel
Het doel van de behandeling is het terugdringen van de ziekte. Als dat voldoende lukt, spreekt men van remissie.
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met celdelingremmende medicijnen (cytostatica). Er zijn verschillende soorten cytostatica. Vaak worden gedurende een aantal maanden de cytostatica gegeven, op 4 achtereenvolgende dagen per maand. Bij de cytostatica krijgt een aantal patiënten prednison, een hormoon dat de werking van cytostatica ondersteunt.
Patiënten ouder dan 65 jaar krijgen meestal een milde vorm van chemotherapie.
Hervatting van de behandeling met een andere combinatie cytostatica is aan de orde als de remissie onvoldoende is of als de ziekte terugkeert.
Bijwerkingen van chemotherapie
Belangrijke bijwerkingen van behandeling met cytostatica zijn:
-
haaruitval
-
vermoeidheid
-
toename van vatbaarheid voor infecties
De bijwerkingen verdwijnen doorgaans geleidelijk nadat de behandeling is beëindigd.
Vermoeidheid kan na langere tijd nog optreden en kan lang aanhouden.
Bestraling (radiotherapie)
Bestraling is een plaatselijke behandeling. Het doel is om zo veel mogelijk kankercellen te vernietigen. De bestraling kan in meerdere korte sessies worden gegeven. De bestraling zelf duurt slechts enkele minuten per keer.
Bijwerkingen van bestraling
De bijwerkingen van de bestraling hangen af van de gebieden die zijn bestraald. Een algemene bijwerking is vermoeidheid.
Bespreek met uw arts wat u kunt verwachten.
Intensieve behandeling gevolgd door stamceltransplantatie
Bij een aantal patiënten jonger dan 65 jaar wordt geprobeerd om met intensieve behandeling met cytostatica de ziekte langdurig terug te dringen. Deze cytostatica vernietigen naast kankercellen ook het gezonde beenmerg. Hierdoor zijn er geen stamcellen meer, waaruit zich gezonde bloedcellen zouden kunnen ontwikkelen. Deze behandeling is daarom alleen mogelijk in combinatie met stamceltransplantatie. Hierbij vindt toediening van stamcellen plaats.
Deze behandeling is zeer ingrijpend en gebeurt alleen in gespecialiseerde centra.
Bijwerkingen en gevolgen op lange termijn
De bijwerkingen en gevolgen op lange termijn zijn zeer uiteenlopend. Als u voor stamceltransplantatie in aanmerking komt, zal uw arts dit alles uitvoerig met u bespreken.
Ondersteunende behandelingen
Wanneer bij mensen met het multipel myeloom klachten optreden, kunnen de volgende ondersteunende behandelingen zinvol zijn:
bestraling (radiotherapie): vooral bij pijn in de rug of nek en bij dreigende botbreuken
bloedtransfusie: bij bloedarmoede
medicijnen tegen botontkalking
operatieve versteviging van het bot: bij (dreigende) botbreuken in bovenarmen of benen
antibiotica: bij infecties
plasmaferese: vervanging van afwijkend bloedplasma (vocht waarin zich bloedcellen bevinden) door normaal bloedplasma. Dit gebeurt als het bloed te stroperig wordt (zeldzaam).
Praktische adviezen
Enkele praktische adviezen kunnen de hinder van de ziekte helpen verminderen:
drink voldoende, zeker tijdens en kort na chemotherapie. De nieren zijn dan beter in staat om allerlei schadelijke en overbodige stoffen te verwijderen.
neem lichaamsbeweging. Dit kan pijnlijk zijn, maar is wel belangrijk om ontkalking van de botten tegen te gaan.
vermijd contact met mensen die een ontsteking hebben (bijvoorbeeld verkoudheid, steenpuist, bronchitis).
gebruik een tandenborstel met zachte haren. Dit voorkomt bloedend tandvlees.
Overleg met uw arts welke adviezen voor u nuttig kunnen zijn.
Afzien van behandeling
Het is mogelijk dat u gaat twijfelen aan de zin van (verdere) behandeling. Het is goed om dit dan in alle openheid met uw arts te bespreken. U heeft altijd het recht om af te zien van (verdere) behandeling. Uw arts zal u de noodzakelijke zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van uw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.
 |