|
.
Borstkanker of mammacarcinoom is een vorm van kanker die uitgaat van het melkklierweefsel in de borst. Het is één van de meestvoorkomende soorten van kanker in vrouwen. Er wordt geschat dat in Nederland één op de negen vrouwen borstkanker zal krijgen gedurende haar leven. Omdat mannen ook een kleine hoeveelheid borstklierweefsel bezitten, kunnen zij ook borstkanker krijgen, al komt dat wel veel minder vaak voor.

Ontstaan
Borstkanker wordt veroorzaakt door afwijkingen in het DNA, mutaties die ervoor zorgen dat een cel (in dit geval een cel in de borst) ongecontroleerd gaat delen en groeien. Typerend van kanker is, dat de kankercellen hierbij ook het omringende, normale weefsel gaan wegduwen, verdrukken en hinderen, en dat de cellen uiteindelijk kunnen uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam, waar ze uitzaaiingen (metastases) gaan vormen.
De ontwikkeling van gewone cel naar kankercel is een proces met verschillende stadia. Risicofactoren beïnvloeden de kans dat een gewone borstcel zich uiteindelijk zal ontwikkelen tot kankercel.
Risicofactoren
Leeftijd
De kans op borstkanker wordt voor een belangrijk deel bepaald door de leeftijd, vrouwen op hogere leeftijd hebben een hoger risico op borstkanker.
Hormonale invloeden
Bij borstkanker is ook een belangrijke rol weggelegd voor hormonale invloeden. Een vrouw loopt méér risico op borstkanker als zij:
-
op jonge leeftijd begon te menstrueren (12 jaar of jonger)
-
pas laat in de menopauze kwam (55 jaar of ouder)
-
op late leeftijd voor het eerst zwanger werd (ouder dan 35 jaar) of nooit zwanger was
-
geen of zeer kortdurend borstvoeding gaf
Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat het risico waarschijnlijk ook licht verhoogd is als de vrouw:
-
orale anti-conceptie (de pil) gebruikte
-
langer dan vier jaar hormoonvervangingstherapie gebruikte (voor klachten tijdens de overgang)
-
overgewicht had na de menopauze (vetweefsel produceert namelijk vrouwelijke hormonen)
Familiale of erfelijke invloed
Ook wanneer borstkanker in de familie voorkomt, is het risico op het krijgen van borstkanker verhoogd. Wanneer borstkanker bij één eerstegraads verwant voorkomt (dus bij de moeder, een zus of een dochter), heeft een vrouw tweemaal zoveel kans dat zij ook borstkanker zal krijgen (dus circa 20% kans in plaats van de normale 10% kans).
In sommige gevallen komt er in het DNA van een persoon een mutatie voor die het risico op het krijgen van borstkanker sterk verhoogt, mogelijk tot 80%[1]. Het gaat dan om een mutatie in het BRCA1 of in het BRCA2 gen. Deze mutatie erft over in de familie. Wanneer in een familie meerdere vrouwen op jongere leeftijd borstkanker krijgen, kan men onderzoek doen naar mutaties in deze genen. Hiervoor verwijst de huisarts familieleden door naar de polikliniek van de afdeling Klinische Genetica (in België een Centrum voor Menselijke Erfelijkheid) van een ziekenhuis.
Geografische verschillen
Een westerse vrouw heeft 4 keer meer kans op borstkanker dan een vrouw uit Afrika of Azië
Overige risicofactoren
Overmatige alcoholconsumptie, roken en bepaalde soorten straling op het borstweefsel vergroten ook het risico op borstkanker. Voldoende lichamelijke activiteit beschermt juist mogelijk tegen borstkanker. Het ondergaan hebben van een abortus of een miskraam blijkt geen invloed te hebben op het risico op borstkanker.
Symptomen
Meestal is de eerste klacht een voelbare knobbel in de borst, die meestal niet pijnlijk is. Soms kan er uitvloed uit de tepel bestaan (al dan niet bloederig), of is een tepel ingetrokken die dat normaal niet was. Het eerste teken van borstkanker kan soms ook een verandering van de huid van de borst of bij de tepel zijn (plotseling ontstane sinaasappelhuid van de borst of een zweertje). Knobbels onder de oksel kunnen op uitzaaiingen in de lymfeklieren (lymfkliermetastasen) duiden. Wanneer een knobbel in de borst gevoeld wordt, is de kans op kwaadaardigheid groter wanneer de huid boven de knobbel ingetrokken is, wanneer de knobbel vastzit aan de huid of aan de onderlaag (niet beweeglijk is), en wanneer de knobbel slecht afgrensbaar aanvoelt en een grillige vorm heeft.
Wanneer iemand een dergelijke klacht heeft, is het altijd het beste om naar de huisarts te gaan. Vaak blijkt er een goedaardig probleem te zijn, maar de huisarts is degene die dit het beste kan beoordelen. De beoordeling van dergelijke knobbels is soms moeilijk en zekerheid is vaak pas met andere onderzoeken (mammografie, echo-onderzoek, biopsie) te krijgen.
Met een mammografie die gedaan wordt in het kader van bevolkingsonderzoek, of vanwege een verhoogd risico op borstkanker, worden tegenwoordig ook borsttumoren gevonden die verder nog geen klachten gaven.
Vroege ontdekking
Hoe eerder ontdekt wordt dat iemand borstkanker heeft, hoe beter de behandelingsmogelijkheden zijn en hoe hoger de kans op overleving. Vroege ontdekking is dus belangrijk.
Zelfonderzoek
Door maandelijks zelfonderzoek van de borsten kan men borstkanker vroeger opsporen. Bij vrouwen die nog menstrueren is het verstandig dit onderzoek ongeveer een week na de menstruatie te doen, omdat borsten vóór de menstruatie enigszins gezwollen en pijnlijk kunnen zijn. Wanneer men de borsten maandelijks onderzoekt, weet men ook hoe de borsten "normaal" aanvoelen, en heeft men sneller door, wanneer er iets veranderd is.

Bevolkingsonderzoek
In Nederland is er een bevolkingsonderzoek waarbij alle vrouwen tussen de 50 en 75 jaar elke twee jaar onderzocht worden op borstkanker. Dit gebeurt door het maken van een röntgenfoto van de borsten, een mammografie. De bedoeling hiervan is, borstkanker in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen. Het komt echter ook vaak voor, dat vrouwen na zo'n routinematige foto nog eens terug moeten komen voor nader onderzoek, omdat er een afwijking lijkt te zijn. Uiteindelijk kan dan blijken dat de vrouw toch geen borstkanker heeft en dat alle angst en ongerustheid "voor niets" is geweest. Deze belasting voor vele vrouwen wordt hopelijk gecompenseerd door het feit dat er bij enkele andere vrouwen dankzij het onderzoek borstkanker gevonden wordt in een dermate vroeg stadium, dat genezing of langdurige overleving mogelijk is.
Diagnose
Hoewel er met een lichamelijk onderzoek, een mammografie, een echo en/of een bioptie vaak al een zeer groot vermoeden op borstkanker kan bestaan, kan de definitieve diagnose pas gesteld worden door de patholoog, wanneer deze borstweefsel dat meestal door een operatie is weggehaald, onder de microscoop kan beoordelen.
Door onderzoek van de patiënt en van de tumor wordt de borsttumor ingedeeld in een bepaalde soort en categorie, en wordt het stadium van de borstkanker bepaald. Dit is belangrijk, om een mededeling te kunnen doen over de prognose en om te bepalen, welke behandeling noodzakelijk is.
De patholoog kan bovendien enige speciale kleuringen doen van het weggehaalde weefsel, waardoor bepaald kan worden, of er speciale behandelingsmogelijkheden zijn, zoals hormoontherapie of immunotherapie.
 |