.

 

 

In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 535 mannen zaadbalkanker vastgesteld. Zaadbalkanker komt meestal voor bij mannen tussen de 15 en 40 jaar, maar ook op oudere of jongere leeftijd. Hoewel zaadbalkanker naar verhouding weinig voorkomt, is het bij jonge mannen de meest voorkomende soort kanker.

Zaadbalkanker is over het algemeen een snel groeiende soort kanker. Vroege ontdekking en tijdige behandeling ervan is dan ook belangrijk. In principe geldt dat hoe kleiner de tumor is bij ontdekking, des te gunstiger de vooruitzichten zijn. Bij het merendeel van de mannen met zaadbalkanker kan genezing worden bereikt.

Zaadbalkanker ontstaat meestal in de cellen die het zaad produceren: de kiemcellen. Een dergelijke tumor wordt dan ook een kiemceltumor genoemd. Daarnaast zijn er enkele zeldzame soorten zaadbalkanker die ontstaan uit andere zaadbalcellen. Deze informatie gaat uitsluitend over kiemceltumoren.
 


Typen
Er zijn drie typen kiemceltumoren:
* seminomen
* non-seminomen of niet-seminomen: dit is een verzamelnaam voor andere kiemceltumoren dan het seminoom;
* combinaties van een seminoom en een nonseminoom.


Risicofactoren
Over de oorzaken van zaadbalkanker is nog weinig bekend. Wel weten we dat sommige mannen (mogelijk) een wat groter risico hebben op het krijgen van zaadbalkanker dan andere mannen:

* Mannen bij wie één of beide zaadballen rond de geboorte niet waren ingedaald.


* Mannen die eerder zaadbalkanker hebben gehad. Bij 2 tot 3% van de mannen met zaadbalkanker ontstaat na enkele jaren een tumor in de andere zaadbal.


* Mannen met testisatrofie. Dat wil zeggen dat de zaadbal ineengeschrompeld is, bijvoorbeeld door verminderde bloedvoorziening.


* Mannen met zaadbalkanker in de familie. In hoeverre erfelijkheid hierbij een rol speelt, is nog onduidelijk.


Misverstanden
Zaadbalkanker wordt niet veroorzaakt door zelfbevrediging (masturbatie) of door andere seksuele activiteiten. Ook is zaadbalkanker geen geslachtsziekte. Zaadbalkanker is,
evenals alle andere soorten kanker, niet besmettelijk. Ook niet als er bij het vrijen sperma in of op het lichaam van de partner komt.
 


Klachten
De meeste mannen bij wie zaadbalkanker wordt vastgesteld, hebben zelf een verandering aan een zaadbal geconstateerd. Deze verandering bestaat uit een vergroting van de zaadbal en/of een verharding in de zaadbal, waardoor deze anders aanvoelt. Ongeveer eenderde van de patiënten meldt een dof, zwaar gevoel in de onderbuik, achter de
balzak of in de balzak zelf.

Bij sommige mannen wordt zaadbalkanker vastgesteld vanwege de klachten die zij hebben door de uitzaaiingen. Deze klachten worden meestal veroorzaakt door een zwelling van de lymfeklieren, waardoor pijn kan ontstaan: bijvoorbeeld buikpijn of rugpijn.

Een andere klacht die kan wijzen op zaadbalkanker is een zwelling van de borstklier(en) of van het gebied rond de tepel(s), met of zonder pijn. Ook kan er sprake zijn van
vermoeidheid of gewichtsverlies zonder een voor u aanwijsbare reden. Bij bovenstaande klachten is het verstandig om binnen een week naar uw huisarts te gaan.
 


Zelfonderzoek
Zeker als u een wat groter risico heeft op het (opnieuw) krijgen van zaadbalkanker), is het verstandig om zelf uw zaadbal(len) regelmatig te onderzoeken, bijvoorbeeld elke
maand. Dat kan het beste na een warm bad of een warme douche. Bij dit onderzoek rolt u de zaadbal voorzichtig tussen uw duim en wijsvinger. Doe dit bij beide zaadballen,
een voor een. Wanneer u een zwelling of verharding voelt, of als de zaadbal anders aanvoelt dan normaal, is het verstandig hiermee binnen een week naar uw huisarts of specialist te gaan.


Onderzoek
Echografie van de balzak en de buik
Echografie is een onderzoek met behulp van geluidsgolven. Deze golven zijn niet hoorbaar, maar de weerkaatsing (echo) ervan maakt organen en/of weefsels zichtbaar op
een beeldscherm. Een eventuele tumor en/of uitzaaiingen kunnen zo in beeld worden gebracht. Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoektafel. Nadat op uw huid een gelei is aangebracht, wordt daarover een klein apparaat bewogen dat geluidsgolven uitzendt. De afbeeldingen op het beeldscherm kunnen op foto's worden vastgelegd.
Echografie is een eenvoudig, niet belastend onderzoek.
Soms is het noodzakelijk dat u een volle blaas heeft, waardoor de organen onder in de buik beter in beeld komen.
Voor een echografie van alleen de balzak is een volle blaas niet nodig.


Bloedonderzoek op tumormerkstoffen
Bij zaadbalkanker kunnen bepaalde stoffen in verhoogde mate in het bloed aanwezig zijn. Deze stoffen worden tumormerkstoffen (tumormarkers) genoemd. HCG of bèta-
HCG ((bèta-)humaan choriongonadotrofine) en alfa-FP (alfa-foetoproteïne) zijn zulke merkstoffen. Een verhoogde hoeveelheid van deze stoffen is meestal een aanwijzing
voor zaadbalkanker.

Ook wordt altijd de hoeveelheid LDH (lactaatdehydrogenase) in het bloed gemeten. LDH is geen specifieke tumormerkstof, maar de hoeveelheid LDH is wel bij bijna alle
mannen met zaadbalkanker hoger dan normaal.
 


Operatief onderzoek
Als de uitkomsten van het lichamelijk onderzoek, de echografie en het bloedonderzoek op zaadbalkanker wijzen, is weefselonderzoek nodig om de diagnose definitief te
kunnen stellen. Dit gebeurt zo spoedig mogelijk na het bloedonderzoek. Voor het weefselonderzoek moeten de zaadbal, de bijbal en de zaadstreng helemaal worden
weggenomen. De operatie gebeurt onder narcose, en vindt bijna altijd plaats via de lies. U wordt hiervoor een of twee dagen in het ziekenhuis opgenomen. Het wegnemen
van de zaadbal (orchidectomie), de bijbal en de zaadstreng is tevens het begin van de behandeling. Medisch gezien gaat het om een betrekkelijk kleine operatie, maar in
emotioneel opzicht zal deze operatie voor u een ingrijpende gebeurtenis zijn.

Helaas is het niet mogelijk om de diagnose met zekerheid te stellen door maar een deel van de zaadbal te verwijderen. Het verlies van één zaadbal leidt overigens zelden tot
vermindering van de geslachtsdrift en ook niet tot impotentie. Ook is er meestal geen blijvende invloed op de vruchtbaarheid. De mogelijkheid bestaat om een prothese aan te laten brengen. Daarmee wordt zowel het uiterlijk als het gevoel van de balzak min of meer hersteld. Als u een prothese overweegt, bespreek dat dan met uw arts. Vaak is
het beter om met het inbrengen van een prothese te wachten tot er meer duidelijkheid is over de verdere behandeling.

Een patholoog onderzoekt het verkregen weefsel onder de microscoop: histologisch onderzoek. Dit onderzoek wijst uit of er inderdaad sprake is van zaadbalkanker. Is dat
het geval, dan wordt tevens vastgesteld om welke vorm van zaadbalkanker het gaat: een seminoom, een non-seminoom of een combinatie van beide. Ook wordt de grootte
van de tumor bepaald. Als blijkt dat de afwijking kwaadaardig is, is verder onderzoek nodig.


Verder onderzoek
Als uit het weefselonderzoek is gebleken dat er inderdaad sprake is van zaadbalkanker, is verder onderzoek nodig om na te gaan of er elders in het lichaam uitzaaiingen zijn.
Op grond van dit onderzoek wordt het stadium van de ziekte bepaald.

CT-scan (computertomografie)
Een computertomograaf is een apparaat waarmee organen en/of weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Bij het maken van een CT-scan wordt gelijktijdig
gebruikgemaakt van röntgenstraling en een computer.
Het apparaat heeft een ronde opening waar u, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel verschuift, maakt het apparaat een serie foto's
waarop telkens een ander 'plakje' van het orgaan of weefsel staat afgebeeld. Deze 'doorsneden' geven een beeld van de plaats, grootte en uitbreiding van de (mogelijke)
tumor en/of uitzaaiingen. Tevens levert dit onderzoek informatie op over de toestand van de lever en de longen. Bij iemand met zaadbalkanker wordt altijd een CT-scan gemaakt van de buik en van de longen. Soms wordt ook een CT-scan gemaakt van de hersenen, als de arts vermoedt dat daar uitzaaiingen zitten. Vaak is een contrastvloeistof nodig. Meestal krijgt u deze vloeistof tijdens het onderzoek in een bloedvat van uw arm gespoten. Contrastvloeistof kan een warm en weeïg gevoel veroorzaken. Sommige mensen worden er een beetje misselijk van. Om ervoor te zorgen dat u hier zo min mogelijk last van heeft, is het advies enkele uren voor het onderzoek niet te eten en te drinken.
Daarnaast is het meestal nodig dat u, voorafgaand aan het onderzoek, een contrastvloeistof drinkt. Hierdoor zijn de buikorganen op de foto beter te onderscheiden van
andere weefsels.


Skeletscintigrafie
Dit onderzoek wordt alleen gedaan als de specialist vermoedt dat u uitzaaiingen heeft in de botten. Dit komt bij mannen met zaadbalkanker weinig voor. Een skeletscintigrafie (ofwel een botscan) is een onderzoek dat (eventuele) uitzaaiingen in de botten zichtbaar kan maken. Tijdens het maken van de botscan ligt u op een onderzoektafel, terwijl een camera langzaam over u heen beweegt. Voor dit onderzoek krijgt u via een ader in uw arm een radioactieve stof toegediend. Na enkele uren komt deze stof in uw botten terecht en worden er foto's gemaakt. De hoeveelheid radioactiviteit die gebruikt wordt is klein, waardoor er geen schadelijke effecten te verwachten zijn. Contact met anderen is gewoon mogelijk. Gedurende de wachttijd kunt u eventueel naar buiten.
Twee dagen na het onderzoek is de radioactieve stof vrijwel helemaal uit uw lichaam verdwenen.
 

Behandelvoorstel
Bij zaadbalkanker kunnen bepaalde stoffen in verhoogde mate in het bloed aanwezig zijn. Deze stoffen worden tumormerkstoffen (tumormarkers) genoemd. HCG of bèta-
HCG ((bèta-)humaan choriongonadotrofine) en alfa-FP (alfa-foetoproteïne) zijn zulke merkstoffen. Een verhoogde hoeveelheid van deze stoffen is meestal een aanwijzing
voor zaadbalkanker. Als de uitkomsten van het lichamelijk onderzoek, de echografie en het bloedonderzoek op zaadbalkanker wijzen, is weefselonderzoek nodig om de diagnose definitief te kunnen stellen. Dit gebeurt zo spoedig mogelijk na het bloedonderzoek. Voor het weefselonderzoek moeten de zaadbal, de bijbal en de zaadstreng helemaal worden weggenomen. De operatie gebeurt onder narcose, en vindt bijna altijd plaats via de lies. U wordt hiervoor een of twee dagen in het ziekenhuis opgenomen. Het wegnemen
van de zaadbal (orchidectomie), de bijbal en de zaadstreng is tevens het begin van de behandeling. Medisch gezien gaat het om een betrekkelijk kleine operatie, maar in
emotioneel opzicht zal deze operatie voor u een ingrijpende gebeurtenis zijn. Helaas is het niet mogelijk om de diagnose met zekerheid te stellen door maar een deel van de zaadbal te verwijderen. Het verlies van één zaadbal leidt overigens zelden tot vermindering van de geslachtsdrift en ook niet tot impotentie. Ook is er meestal geen blijvende invloed op de vruchtbaarheid. De mogelijkheid bestaat om een prothese aan te laten brengen. Daarmee wordt zowel het uiterlijk als het gevoel van de balzak min of meer hersteld. Als u een prothese overweegt, bespreek dat dan met uw arts. Vaak is
het beter om met het inbrengen van een prothese te wachten tot er meer duidelijkheid is over de verdere behandeling. Als uit het weefselonderzoek is gebleken dat er inderdaad sprake is van zaadbalkanker, is verder onderzoek nodig om na te gaan of er elders in het lichaam uitzaaiingen zijn. Op grond van dit onderzoek wordt het stadium van de ziekte bepaald. Tot voor kort baseerde de specialist zich bij het bepalen van het behandelvoorstel voornamelijk op het stadium van de ziekte. Tegenwoordig speelt de verwachte prognose een steeds grotere rol. Op grond van de hiervoor beschreven onderzoeken krijgt uw specialist een beeld van:

Met deze gegevens maakt uw arts een inschatting van uw prognose.


Stadium-indeling
Voordat uw arts kan bepalen welke behandeling hij u voorstelt, moet hij weten uit welke soort kankercellen de tumor is opgebouwd, welke mate van kwaadaardigheid de
tumor heeft en wat het stadium van de ziekte is.

Onder het stadium verstaat men de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. Op grond van de hiervoor beschreven onderzoeken kan uw specialist het
stadium van de ziekte vaststellen. Het komt er, samengevat, op neer dat hij een beeld krijgt van:
 

- de grootte van de tumor;
- de mate van doorgroei in het omringende weefsel;
- de aanwezigheid van uitzaaiingen in lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam.


Bij zaadbalkanker werd tot voor kort de volgende stadium-indeling gehanteerd:
Stadium I: De ziekte is beperkt gebleven tot de zaadbal: er zijn geen uitzaaiingen gevonden.
Stadium II: De ziekte is beperkt gebleven tot de zaadbal en de lymfekliergebieden onder het middenrif.
Stadium III: De ziekte heeft zich uitgebreid naar de lymfekliergebieden boven het middenrif.
Stadium IV: De ziekte heeft zich ook verspreid naar organen, zoals de longen en de lever.

Tegenwoordig spelen bij het bepalen van het behandelvoorstel de verwachte geneeskansen (prognose) een steeds grotere rol.


Spanning en onzekerheid
Het kan enige tijd duren voordat u alle noodzakelijke onderzoeken heeft gehad en de uitgebreidheid of het stadium van uw ziekte bekend is.

Waarschijnlijk heeft u vragen over de aard van uw ziekte, het mogelijke verloop daarvan en de behandelmogelijkheden. Vragen die tijdens de periode van onderzoeken nog
niet te beantwoorden zijn.

Dat kan spanning en onzekerheid met zich meebrengen, zowel bij u als bij uw naasten. Het kan helpen als u weet wat er bij de verschillende onderzoeken gaat gebeuren.
Die informatie krijgt u niet altijd vanzelf. Vraag er daarom gerust naar op de afdelingen waar de verschillende onderzoeken plaatsvinden.

 

 

Behandeling
De operatie die nodig is om vast te kunnen stellen of er inderdaad sprake is van zaadbalkanker, is tevens het begin van de behandeling. Daarna zal in principe altijd een
vervolgbehandeling nodig zijn. Deze kan bestaan uit:

bestraling (( radiotherapie));
(chemotherapie) (behandeling met celdodende of celdelingremmende medicijnen);
(lymfeklieroperatie);
(waakzaam wachten).

Vaak is een combinatie van deze behandelmethoden nodig. De keuze van de behandeling hangt samen met de uitgebreidheid van uw ziekte en uw prognose.

Omdat zaadbalkanker weinig voorkomt, wordt de vervolgbehandeling bij voorkeur gegeven in een gespecialiseerd behandelcentrum, of in zeer nauw overleg met zo'n ziekenhuis.

Bij het vaststellen van het behandelplan zijn meestal verschillende specialisten betrokken.
 


Doel van de behandeling
Wanneer een behandeling tot doel heeft genezing te bereiken, dan wordt dat een curatieve behandeling genoemd. Onderdeel daarvan kan een toegevoegde behandeling zijn. Bijvoorbeeld chemotherapie na een operatie, om eventuele niet-waarneembare uitzaaiingen te bestrijden (adjuvante behandeling) en daarmee de kans op ziektevrije, langdurige overleving te vergroten. Als de ziekte niet (meer) curatief kan worden behandeld, is een palliatieve behandeling mogelijk. Zo'n behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering van de klachten.


Bestraling (radiotherapie)
Bestraling is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Kankercellen verdragen
straling slechter dan gezonde cellen en herstellen zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel. Bestraling is bij zaadbalkanker een curatieve behandeling.


De straling komt uit een bestralingstoestel. Het te behandelen gebied wordt van buitenaf -door de huid heen -bestraald. De radiotherapeut zorgt ervoor dat de stralenbundel nauwkeurig wordt gericht en dat het omliggende, gezonde weefsel zo veel mogelijk buiten het te bestralen gebied blijft.


Over het algemeen duurt een bestralingsbehandeling een aantal weken en heeft vier-of vijfmaal per week plaats. In die periode krijgt u per keer gedurende een aantal
minuten een dosis straling. Voor bestraling is meestal geen opname in het ziekenhuis nodig.

 

Bijwerkingen en gevolgen
Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kunt u met een aantal bijwerkingen te maken krijgen. Over het
algemeen hebben patiënten tijdens de bestralingsperiode ook last van vermoeidheid.

Andere bijwerkingen kunnen zijn:
- Misselijkheid, darmproblemen als diarree en krampen, en gebrek aan eetlust.
- Haaruitval op de plek van de bestraling.
- Een rode of donker verkleurde huid op de plek waar u bent bestraald. Deze verkleuring van de huid is blijvend. De meeste klachten verdwijnen meestal enkele weken na
afloop van de behandeling. Sommige mannen merken echter nog lang na hun behandeling dat zij eerder vermoeid zijn dan vóór hun ziekte.

De meeste klachten verdwijnen doorgaans enkele weken na afloop van de behandeling. Sommige mensen merken echter nog lang na hun behandeling dat zij eerder
vermoeid zijn dan vóór hun ziekte.

Op de bestralingsafdeling krijgt u gerichte adviezen om zo min mogelijk last te hebben van de bijwerkingen. Bij ongeveer 2 tot 3% van de mannen met zaadbalkanker ontstaat enkele jaren na afloop van de bestraling een tweede tumor. Dat kan in de overgebleven zaadbal zijn, maar ook elders in het lichaam. Tijdens de controle-onderzoeken na de behandeling wordt in de gaten gehouden of er een tweede tumor ontstaat.


Chemotherapie
Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica. Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen
werking. De medicijnen kunnen op verschillende manieren worden toegediend, bijvoorbeeld per infuus, als tablet of per injectie. Via het bloed verspreiden zij zich door uw lichaam en kunnen op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken.
Steeds vaker worden de medicijnen toegediend via een zogenoemde port-a-cath. Dat is een klein 'kastje' of reservoir dat onder de huid wordt aangebracht. De medicijnen komen via het reservoir in uw lichaam. Een port-a-cath wordt vooral gebruikt als u vaak geprikt moet worden en om een ontsteking van een bloedvat te voorkomen.

Meestal worden de cytostatica gedurende een aantal dagen of uren toegediend volgens een vastgesteld schema. Hierna volgt een rustperiode van een aantal weken of
dagen waarin u geen cytostatica krijgt.

Een dergelijk schema van toediening met daarna een rustperiode heet een cytostaticakuur. Zo'n kuur wordt enige malen herhaald. Vaak is voor het toedienen van de medicijnen opname in het ziekenhuis nodig (meestal een week). Tijdens de rustperiode (meestal twee weken) kunt u naar huis.

Chemotherapie is bij zaadbalkanker meestal onderdeel van een curatieve behandeling. Soms heeft chemotherapie echter uitsluitend een palliatief effect.


Bijwerkingen en gevolgen

Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen onaangename bijwerkingen optreden. Of en in welke mate u last krijgt van bijwerkingen,
hangt onder meer af van de soorten en hoeveelheden cytostatica die u krijgt.


De meest voorkomende bijwerkingen zijn:
- Haaruitval.
- Darmstoornissen, misselijkheid en/of braken.
- Bloedarmoede, een verhoogd risico op infecties en op bloedingen.
- Verminderde vruchtbaarheid of onvruchtbaarheid.
- Vermoeidheid.

Minder vaak komen voor:
- Een tintelend gevoel in vingers en voeten, soms ook oorsuizen.
- Vergiftiging van de nieren door uitdroging; dit komt bij sommige cytostatica voor. Om dit zo veel mogelijk tegen te gaan krijgt u, gedurende de vijf of zes dagen dat u
cytostatica krijgt, ook een infuus met extra vocht. U moet hiervoor worden opgenomen in het ziekenhuis.
- Koude en pijnlijke handen en voeten, vooral bij daling van temperatuur; bijvoorbeeld bij het wassen van uw handen in koud water.
- Benauwdheid en hoesten.

Acute misselijkheid en overgeven zijn meestal te bestrijden met medicijnen. De bijwerkingen verminderen doorgaans geleidelijk nadat de toediening van cytostatica is
beëindigd. Vermoeidheid kan na de behandeling echter nog lang aanhouden.

Als gevolg van de behandeling met cytostatica kan onvruchtbaarheid optreden, soms blijvend. Mannen met een (toekomstige) kinderwens kunnen dit het beste vóór aanvang van de behandeling met hun specialist bespreken. Vaak is het mogelijk om sperma in te laten vriezen. Bij sommige mannen kunnen zich, jaren na de behandeling,
bepaalde hartklachten voordoen.

Om die reden is het verstandig om de hoogte van de bloeddruk en het cholesterolgehalte regelmatig te laten controleren. Meestal kan uw huisarts dit doen.
 


Lymfeklieroperatie
Bij patiënten die een behandeling met cytostatica hebben ondergaan, wordt na de laatste kuur een CT-scan gemaakt om te beoordelen of de cytostatica alle kankercellen
hebben vernietigd. Als er nog afwijkingen te zien zijn, is een operatie noodzakelijk om alle vergrote (lymfeklieren) te verwijderen. Meestal betreft dit de lymfeklieren achter in
de buik, maar ook andere lymfeklieren kunnen vergroot zijn. Onder de microscoop wordt bekeken of er in de klieren nog kankercellen aanwezig zijn. Als dat zo is, krijgt u vaak
opnieuw (chemotherapie). Soms wordt gekozen voor ( bestraling). De lymfeklieroperatie is meestal onderdeel van een curatieve behandeling.
 


Gevolgen
Doorgaans heeft u enkele weken nodig om te herstellen van een lymfeklieroperatie. Bij de verwijdering van de lymfeklieren uit uw buik kunnen bepaalde zenuwen beschadigd worden. Als gevolg hiervan kan de zaadlozing blijvend verstoord raken. Er vindt dan bij een orgasme geen normale zaadlozing plaats. U zult in dat geval bij het klaarkomen alleen het lustgevoel ervaren. Dit wordt ook wel een 'droog orgasme' genoemd. Deze bijwerking komt steeds minder vaak voor, vanwege een nieuwe operatietechniek waarbij de zenuwen zo veel mogelijk gespaard blijven.


Waakzaam wachten
Het is niet altijd nodig dat u, nadat de zaadbal en daarmee de tumor is verwijderd, direct actief wordt behandeld. Dit geldt bijvoorbeeld als er bij het onderzoek geen
uitzaaiingen gevonden zijn. Het verloop van de ziekte wordt dan nauwkeurig gevolgd met behulp van controle-onderzoeken. Deze vorm van 'behandeling' heet 'waakzaam
wachten'. Zodra dat nodig blijkt uit de controleonderzoeken wordt vaak alsnog een curatieve behandeling gegeven.
De beslissing om te wachten met verdere behandeling( en) wordt altijd genomen in overleg met de patiënt.
 


Behandeling seminoom
Een seminoom in stadium I betekent dat er bij de onderzoeken geen uitzaaiingen zijn vastgesteld. Bij ongeveer 30% van de patiënten met zaadbalkanker in stadium I zijn
er toch microscopisch kleine uitzaaiingen in de lymfeklieren in de buik. Die zijn zó klein dat ze niet te zien zijn op een CT-scan. Omdat een seminoom goed vernietigd kan worden met bestraling en omdat de meeste mannen de bijwerkingen van bestraling relatief goed verdragen, worden in principe álle patiënten met een seminoom in stadium I bestraald (als adjuvante behandeling). Soms wordt gekozen voor chemotherapie of 'waakzaam wachten'. Bij een seminoom in stadium II krijgt u standaard bestraling nadat de zaadbal is verwijderd. Soms, bijvoorbeeld als de uitzaaiingen erg groot zijn, krijgt een patiënt chemotherapie. Bij een seminoom in de stadia III en IV krijgt u standaard chemotherapie als vervolgbehandeling. Soms is een lymfeklieroperatie nodig als er bij controle-onderzoeken vergrote lymfeklieren worden vastgesteld. Een enkele keer wordt daarna bestraling gegeven, of opnieuw chemotherapie. In alle stadia is het doel van de behandeling om genezing te bereiken.
 


Behandeling non-seminoom
Een non-seminoom in stadium I betekent dat er bij de onderzoeken geen uitzaaiingen zijn vastgesteld, maar dat ze er bij ongeveer 30% van de patiënten wel (nog
onzichtbaar) zijn. Een non-seminoom is zeer gevoelig voor chemotherapie. Maar vanwege de forse bijwerkingen van chemotherapie en het feit dat ongeveer 70% van de
patiënten al genezen is door het verwijderen van de zaadbal, wordt over het algemeen bij een non-seminoom in stadium I besloten tot waakzaam wachten. De 'behandeling' bestaat dan uit het zeer regelmatig controleren of de ziekte zich verder uitbreidt. Zodra dat wordt vastgesteld, krijgt u chemotherapie. Vrijwel altijd leidt dit tot genezing.
Bij een non-seminoom in de stadia II, III en IV wordt altijd chemotherapie gegeven nadat de zaadbal is verwijderd. Als bij controle-onderzoeken vergrote lymfeklieren worden vastgesteld, vindt soms een lymfeklieroperatie plaats. Bij een non-seminoom is het doel van de behandeling om genezing te bereiken. Helaas lukt dit op de langere termijn niet altijd.
 


Behandeling combinatietumor
Een combinatietumor van seminoom en nonseminoom wordt behandeld als een non-seminoom.
 


Controle-onderzoeken
Tijdens de behandeling controleert de specialist of de toegepaste behandeling resultaat heeft. Dit gebeurt door middel van lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek naar de
tumormerkstoffen en soms röntgenfoto's van de borstkas (ofwel een thorax-of longfoto). Deze foto's geven een beeld van de longen en het gebied tussen de longen, het
mediastinum. Eventueel vergrote lymfeklieren kunnen zo worden opgespoord.

Na afloop van de behandeling controleert de arts jarenlang of de ziekte onder controle is en blijft. Hij let ook op de (late) bijwerkingen van de behandeling( en). Meestal
bestaan de controles uit lichamelijk onderzoek, ( bloedonderzoek naar tumormerkstoffen) en longfoto's. Soms worden hier een CT-scan van de longen of van de buik of een echografie van de buik aan toegevoegd. Afhankelijk van de prognose en het stadium van de ziekte bij het vaststellen van de diagnose, zullen de controles vijf tot tien jaar
duren.

In het eerste jaar na de behandeling van een nonseminoom wordt u maandelijks gecontroleerd. Bij een seminoom hoeft dat niet zo vaak, omdat het effect van de bestraling
meestal erg gunstig is. De controle-onderzoeken nemen zowel bij het seminoom als het non-seminoom langzaam af tot eens per jaar in de laatste jaren. Als blijkt dat de ziekte terugkeert, wordt zo snel mogelijk opnieuw gestart met behandelen, meestal weer met als doel genezing te bereiken.


Vruchtbaarheid
Bij de bestraling van de lymfeklieren in de buik, kan een zeer lage dosis straling terechtkomen op de nog aanwezige zaadbal. Zaadcellen zijn gevoelig voor straling. Daarom
wordt uit voorzorg geadviseerd geen kinderen te verwekken tijdens de bestralingsperiode en het eerste halfjaar daarna. Dat geldt ook tijdens en kort na de behandeling met cytostatica. Door de behandeling met cytostatica kan onvruchtbaarheid optreden. Soms is dat blijvend. Mannen met een (toekomstige) kinderwens, kunnen dit het beste voor het begin van de behandeling bespreken met hun specialist.

Overweeg om vóór de behandeling sperma te laten invriezen, ook als u (nog) geen kinderwens heeft. Als u wilt weten wat uw mogelijkheden zijn, bespreek dit dan tijdig met
uw arts.

Met vragen over bijwerkingen kunt u terecht bij uw specialist of gespecialiseerd verpleegkundige. Bij veel mannen verbetert overigens de kwaliteit van het sperma binnen een tot twee jaar na afloop van de behandeling. Omdat u hier vooraf geen zekerheid over heeft, kan het toch verstandig zijn tijdig sperma in te laten vriezen. Wilt u weten wat uw mogelijkheden zijn, bespreek dit dan tijdig met uw arts.


Afzien van behandeling
De behandeling van zaadbalkanker is langdurig en intensief. Het kan daarom gebeuren dat bij u het gevoel ontstaat, dat de belasting van de behandeling of van de mogelijke bijwerkingen of gevolgen, te zwaar voor u wordt. U kunt zich gaan afvragen of u niet beter kunt stoppen met de behandeling. Probeer u dan te blijven realiseren dat
het bereiken van genezing bijna altijd het doel van de behandeling is. Veel mensen accepteren in dat geval meer bijwerkingen of gevolgen van de behandeling. En houden
het traject van de controle-onderzoeken beter vol.

Bespreek het in elk geval met uw arts. Misschien kunnen de bijwerkingen beter bestreden worden.

Als u twijfelt aan de zin van (verdere) behandeling, bespreek dit dan in alle openheid met uw specialist of huisarts. Iedereen heeft het recht om af te zien van (verdere)
behandeling.

Uw arts zal u de noodzakelijke medische zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van uw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.