|


De Tweede Wereldoorlog, ook gekend als
Wereldoorlog Twee, WO II, WW2 (van World
War 2) of WO2 was een conflict op
wereldschaal in het midden van de
Twintigste eeuw dat werd uitgevochten
tussen de As-mogendheden (ook de As
genoemd) en de Geallieerden. De directe
aanleiding tot de Tweede Wereldoorlog
was de aanval van Nazi-Duitsland op het
buurland Polen op 1 september 1939.
Duitsland schond hiermee het bestaande
niet-aanvalsverdrag waarop het Verenigd
Koninkrijk en Frankrijk de oorlog
verklaarden aan Duitsland. Na de Japanse
aanval op de Amerikaanse marinebasis
Pearl Harbor op 7 december 1941 werd
Amerika betrokken in de strijd tegen de
As-mogendheden waardoor het Europees
conflict een oorlog op wereldschaal werd
en pas in 1945 eindigde.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen er
naar schatting tussen 50 en 70 miljoen
doden. Zij wordt - naast de militaire
campagnes - ook gekenmerkt door de
Holocaust, de volkerenmoord op circa zes
miljoen Joden en het vervolgen en
vermoorden van homoseksuelen, Roma,
gehandicapten, verzetsstrijders en
diverse overige minderheden. De
Holocaust, geïnspireerd door de
nationaal-socialistische ideologie
behoort tot de gruwelijkste episodes die
de mensheid tot dan toe heeft gekend.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden
duurde deze oorlog van 10 mei 1940 tot
15 augustus 1945. Nederland was bezet
gebied vanaf de overgave op 15 mei 1940
tot de Duitse capitulatie op 6 mei 1945.
Op 10 januari 1942 vielen de Japanners
Nederlandsch-Indië binnen, nadat
Nederland op 8 december 1941 Japan de
oorlog had verklaard. Met de Japanse
capitulatie op 15 augustus 1945 kwam ook
in Nederlandsch-Indië een einde aan de
Tweede Wereldoorlog.
In België startte de oorlog op 10 mei
1940 en de capitulatie met de Duitsers
werd getekend na de Achttiendaagse
Veldtocht op 28 mei 1940. De bezetting
duurde tot de bevrijding van dit land zo
rond 17 september 1944.
Duitsland
Verval van het
Duitse Keizerrijk
Een
hoofdoorzaak van de Tweede Wereldoorlog in Europa ligt bij
het einde van de Eerste Wereldoorlog waar na de
wapenstilstand het leger van het Duitse Keizerrijk van
Wilhelm II snel uiteenviel. In deze chaotische tijd vormden
zich vrijkorpsen die zich wilden wreken voor het verraad dat
volgens hen aan het thuisfront werd gepleegd door de
communisten, de socialisten, de Joden en de republikeinen.
Na het einde van de Grote Oorlog hielden de geallieerden nog
steeds een blokkade in stand om naleving van de
vredesvoorwaarden af te dwingen. De terugkerende Duitse
soldaten, die zich in vrijkorpsen lieten inschrijven,
weigerden dan ook om hun wapens in te leveren, waarna
politiek links en rechts elkaar letterlijk begonnen te
bekampen in straatgevechten. De toestand escaleerde richting
een burgeroorlog, waarna de Duitse regering uitweek naar de
stad Weimar omdat Berlijn niet meer veilig was.

Vrede van
Versailles
Een andere oorzaak van de Tweede
Wereldoorlog in Europa kan men vinden in
de Vrede van Versailles, één van de vijf
vredesverklaringen die na de Eerste
Wereldoorlog werden ondertekend. In dit
verdrag werd Duitsland verplicht tot
zware herstelbetalingen, het afstaan van
Duitse grondgebieden aan buurlanden, de
demilitarisatie van het Rijnland en
sterke beperkingen die werden opgelegd
aan het nieuwe Duitse leger (Reichswehr).
De voorwaarden van de vredesverklaring
en de uitvoering ervan wogen zwaar op
Duitsland en z'n bevolking. In het zog
van het lot van Duitsland zouden de
andere landen van de Centrale
Mogendheden grondgebieden verliezen. Zo
werd bij de beslissingen van de nieuwe
landsgrenzen in de vredesbepalingen geen
rekening gehouden met de etnische
woongebieden, waardoor deze minderheden
over verschillende landsgrenzen heen
woonden en het een smeltkroes van onrust
werd. In Hongarije, Oostenrijk en
Bulgarije kwamen sterke revisionistische
stromingen op om hun oude gebieden te
heroveren en deze stromingen maakten dat
deze landen de Duitsers zouden volgen in
de Tweede Wereldoorlog.
Anarchie
in de Weimarrepubliek
In de rumoerige jaren die volgden op de
Eerste Wereldoorlog werd Duitsland
geteisterd door regeringscrisissen,
hongersnood, linkse en rechtse rebellie,
ziekten en een onbeheersbare inflatie.
De aan Duitsland opgelegde
herstelbetalingen vergden zeer veel van
de Duitse economie en na de beurscrisis
nam de armoede en sociale onrust toe in
Duitsland maar ook Italië. Deze periode
was dan ook een uitstekende
voedingsbodem voor extreem rechtse
partijen als de DNVP en de DAP (die
later de NSDAP zou worden) om de
Weimarrepubliek – die toch al niet
populair was in Duitsland – in een
steeds slechter daglicht te stellen.
Opkomst
van extreem rechts
De diepe onvrede die ontstond bij de
vrijkorpsen tegen de communisten, de
socialisten, de Joden en de
republikeinen, samen met de heersende
armoede en sociale onrust in het
naoorlogse Duitsland, droeg in
belangrijke mate bij tot de opkomst van
extreem-rechtse ideeën en de partijen
die deze extremistische ideologie
verkondigden. De Duitse Arbeiderspartij
(DAP) was zo'n partij met radicale
antisemitische en
nationaalsocialistische denkbeelden. In
september 1919 besloot Adolf Hitler, een
korporaal uit de Eerste Wereldoorlog,
lid te worden van de DAP. Dankzij zijn
nationaal-socialistische toespraken werd
hij in 1921 een spilfiguur van de
partij, waarvan de naam in 1920
veranderde in NSDAP. Hitler en z'n
kompanen werden na de mislukte
staatsgreep in november 1923 tot een
milde gevangenisstraf veroordeeld, waar
hij tijdens zijn gevangenschap het boek
Mein Kampf schreef. In dit boek speelt
Hitler in op de Duitse lijdensweg na de
Vrede van Versailles, de theorieën over
de superioriteit van het Germaanse ras,
het antisemitisme en het
Duitsnationalistisch idee van de drang
naar het Oosten (Drang nach Osten).
De NSDAP zou tot 1929 nooit een grote
invloed hebben in de Duitse politiek en
was vooral gekend wegens de brutale
publieke optredens van de
NSDAP-beschermingsdienst, de zogenaamde
bruinhemden uit de Sturmabteilung (SA).
Doch, steeds meer mensen, die wegens de
aanhoudende economische recessie in de
armoede vielen, kwamen naar de
NSDAP-bijeenkomsten te Neurenberg.
Hitler sprak er voor enorme
massabijeenkomsten waarna het ledental
en populariteit van de NSDAP pijlsnel
groeide. Met de verkiezingen voor de
Rijksdag in september 1930 werd de NSDAP
de tweede partij van Duitsland, met 107
van de 577 zetels. In 1932 verloor
Hitler de presidentsverkiezingen van
Paul von Hindenburg maar in hetzelfde
jaar werd de NSDAP de grootste partij
van Duitsland met 230 zetels. Paul von
Hindenburg weigerde echter om Hitler te
benoemen als Rijkskanselier. Veel
kopstukken uit de politiek en het
bedrijfsleven wilden desondanks, of
wellicht dankzij dat feit, toch met
Hitler praten. Men zag een
communistische regering als een groter
kwaad dan een nazi-regering. De
NSDAP-partijschulden werden door het
bedrijfsleven betaald en men startte een
lobbygroep ter ondersteuning van Hitlers
aspiratie als Rijkskanselier. In januari
1933 raakte Duitsland door een serie
complotten bijna onbestuurbaar. Kurt von
Schleicher en de communisten loerden op
kansen een junta of een radenrepubliek
te vormen op legale of illegale wijze,
en ieder kabinet zonder de nazi's viel.
Na nieuwe verkiezingen werd Adolf Hitler
op 30 januari 1933 dan toch aangesteld
als Rijkskanselier en een werd er een
coalitie gevormd tussen de NSDAP en de
Deutschnationale Volkspartei. Hitlers
eerste politieke daad als Rijkskanselier
vond plaats op 31 januari 1933, toen hij
de Rijksdag ontbond en nieuwe
verkiezingen uitschreef. Door
intimidatie en het verbieden van
bepaalde politieke partijen behaalde
Hitler en de NSDAP de overwinning met
43,9% van de stemmen (~17 miljoen
stemmen). Vanaf dat moment heerste in
Duitsland de nationaal-socialistische
dictatuur en behoorde de Weimarrepubliek
definitief tot het verleden. In de
daaropvolgende jaren zou Hitler zijn
tegenstanders systematisch uitschakelen.
Zo zal Hitler de hele top van de SA
laten ombrengen door de SS en een groep
vertrouwelingen om zich heen bouwen. Het
verbieden van alle andere politieke
organisaties gebeurde door middel van
geweld, intimidatie of verbod. Op 14
juli 1933 werd de dictatuur een feit en
kon er nog maar op één partij gestemd
worden, de NSDAP. Op 30 juni 1934 stierf
president Paul von Hindenburg en werd de
NSDAP ingezet als een apparaat om de
bevolking in het gareel te houden via
een nationaal-socialistisch
propagandanetwerk, verdoken terreur en
georganiseerde sociale controle. In 1934
werden de eerste stappen ondernomen om
de militaire beperkingen in het Verdrag
van Versailles weg te werken; de
Luftwaffe werd in datzelfde jaar
opgericht en in 1935 werd de Deutsche
Wehrmacht uitgebouwd tot wat later het
beste leger ooit genoemd zal worden.
Rassenwetten kwamen er in 1935, waarbij
via wetteksten werd bepaald wie Duister
was en wie niet, wie met elkaar mocht
trouwen en wie niet. In 1937 ontsloeg
Hitler acht van de twaalf ministers en
werd zo steeds meer de alleenheerser of
Führer waarbij de initiële
NSDAP-partijrichtlijnen (vernietiging
van de Weimardemocratie, militarisme,
revanche op de oude vijanden,
antisemitisme, herziening van het
Verdrag van Versailles, afkeer van het
Bolsjewisme) reeds werden vervolmaakt of
strikt aangehouden.
Oprichting van de As en z'n veroveringen
In 1936 liet Adolf Hitler het Rijnland
opnieuw bezetten door Duitse leger
waarmee een eerste zet is gedaan in het
ongedaan maken van de Vrede van
Versailles. Italië, dat Abessinië
veroverde werd door de Volkenbond
veroordeeld en sloot met Nazi-Duitsland
in 1936 een alliantie via het verdrag as
Rome-Berlijn. Twee jaar later, in 1938,
bedreigde Hitler zijn buurland
Oostenrijk met een oorlog waarna de
toenmalige Oostenrijkse kanselier Kurt
von Schuschnigg op 11 maart 1938 aftrad
en nazileider Arthur Seyss-Inquart op 12
maart 1938 werd aangesteld. De nieuwe
nazi-kanselier Seyss-Inquart
proclameerde op 13 maart 1938 de
Anschluss van Oostenrijk bij
nazi-Duitsland en werd zo de
oostprovincie (Duits: Ostmark)
van het uitbreidende Derde Rijk.
Onder het voorwendsel dat de Tsjechische
regering de Duitse bevolking in het
Sudetenland mishandelde, bereidde Hitler
een invasie in Tsjechoslowakije voor.
Het Verenigd Koninkrijk had de
veiligheid van Tsjechoslowakije
gegarandeerd, met de dreigende inval van
Duitsland leek oorlog onvermijdelijk. De
Britse premier Neville Chamberlain en
z'n Franse tegenhanger Edouard Daladier
reisde in september 1938 naar München
voor een ontmoeting met Hitler en
Mussolini. Om een oorlog af te wenden
deden de Franse en Britse leiders
concessies waarbij het Sudetenland Duits
werd. Opmerkelijk was dat bij dit
overleg geen Tsjechoslowaakse
vertegenwoordigers aanwezig waren. Hun
regering was sterk gekant tegen het
akkoord, maar was machteloos tegen het
Duitse militaire overwicht zonder Franse
of Britse hulp. Chamberlain betitelde
het akkoord als de Vrede voor onze
tijd (Peace for our time).
Tsjechisch Sudetenland werd door
Duitsland 'bevrijd' en in november 1938
wezen Duitsland en Italië de zuidelijke
grensstrook van Slowakije toe aan
Hongarije via de Eerste toekenning van
Wenen, inclusief 20% van Roethenië.
Enkele maanden later, in maart 1939
annexeerde Hitler de rest van Tsjechië,
waarbij het kerngebied werd uitgeroepen
tot het Duits Rijksprotectoraat Bohemen
en Moravië. Slowakije werd een
vazalstaat van Nazi-Duitsland en verder
nam Hongarije de door hen begeerde delen
in, inclusief Roethenië. Het feit dat
Duitsland Tsjechië annexeerde heeft
Frankrijk en Groot-Brittannië wakker
geschud waarna ze Polen in bescherming
namen tegen de Duitse intentie om het te
annexeren. In mei 1939 vormden Italië en
Duitsland het Staalpact, wat hun
alliantie verstevigde en uitbreidde
Japan
Japan had weliswaar als lid van de
geallieerden tijdens de Eerste
Wereldoorlog gebied gewonnen, maar
kampte nog steeds met het probleem van
overbevolking, gecombineerd met een
dreigend grondstoffentekort. In de jaren
'20 en begin jaren '30 leidden
economische tegenvallers ertoe dat Japan
terechtkwam onder een steeds groter
wordende invloed van
ultranationalistische en
expansionistische militairen. De steeds
groter wordende Japanse bevolking woonde
op een relatief kleine oppervlakte die
men niet kon volledig kon voeden met de
Japanse landbouw. Japan wou de hand
leggen op gebieden die het land
grondstoffen kon leveren. Deze politiek
leidde in 1937 tot de invasie van
Mantsjoerije (en de stichting van
Mantsjoekwo), en een tweede Sino-Japanse
Oorlog, die later zal uitmondden in het
Aziatisch oorlogstheater van de Tweede
Wereldoorlog. In 1938 raakte Japan
slaags met Mongolië en de Sovjet-Unie,
maar deze landen behaalden onder
generaal Zjoekov een overwinning op de
Japanners in de Slag bij Halhin Gol dat
de Japanse uitbreiding naar het noorden
uitsloot en een status quo ante bellum
tot gevolg had. Door deze slag werd de
Noordelijke Aanvalsgroep, die het
Japanse Leger voorstond, vervangen door
de Zuidelijke Aanvalsgroep, die de
Japanse Marine prefereerde. In 1940
tekende Japan met Duitsland en Italië
het Driemogendhedenpact, dat wederzijdse
hulp beloofde bij een eventuele aanval.
Duitsland en Japan hadden elk andere
doelstellingen met hun veroveringsdrang.
Het waren de Japanners niet te doen om
een wereldrijk te bezitten zoals de
Duitsers. Vichy-Frankrijk werd door
Japan en Duitsland gedwongen Indo-China
af te staan. Met dit beleid wekte Japan
het wantrouwen van de Verenigde Staten
op, en de grootmachten kwamen op steeds
meer gespannen voet met elkaar te staan.
Een olie-embargo werd door de Amerikanen
in samenwerking met Nederlands-Indië
afgekondigd. Dit leidde tot een actie
van de Japanse militairen, die onder
leiding van admiraal Yamamoto het plan
opvatte om de Verenigde Staten van
Amerika uit de Pacific te drijven via
een militair offensief en zo de
alleenheerschappij in de regio op te
eisen. Andere gebieden konden dan
makkelijk worden bezet, daar de
koloniale mogendheden Nederland en
Engeland hun handen vol hadden aan de
nazi's. Op 7 december 1941 vielen de
Japanners de Amerikaanse vloot in Pearl
Harbor aan, wat leidde tot de deelname
van de Verenigde Staten aan de Tweede
Wereldoorlog.
De
oorlogstheaters
Europa 1939
Inval in Polen
Nazi-Duitsland stortte zich in een
algemene oorlog door een militaire
aanval te lanceren tegen Polen op 1
september 1939. Op 3 september
verklaarden het Verenigd Koninkrijk en
Frankrijk de oorlog aan Duitsland. Zoals
omschreven in het in augustus 1939
afgesloten Molotov-Ribbentroppact viel
de Sovjet-Unie op 17 september Polen
binnen vanuit het Oosten. Hiertegen
ondernamen de geallieerden echter geen
actie. Het Pools leger, slechts
gedeeltelijk gemotoriseerd, was niet
opgewassen tegen de militaire
superioriteit van de Wehrmacht met hun
Blitzkrieg vanuit het westen en de
overmacht van de Russen vanuit het
oosten. De laatste Poolse eenheden
capituleerden op 6 oktober. Een deel van
het Pools leger en de regering weken uit
naar Frankrijk en vervolgens naar het
Verenigd Koninkrijk. Het Poolse leger
groeide uit tot de op vier na grootste
geallieerde strijdmacht en speelde een
significante rol in het Europees
strijdtoneel.
Schemeroorlog
Na de aanval op Polen volgde in het
westen een rustige militaire periode,
doch met intense politieke spanningen
tussen Duitsland aan de ene kant en
Frankrijk en Groot-Brittannië aan de
andere zijde.
Winteroorlog
Nadat het Molotov-Ribbentroppact, van 28
september 1939 was gesloten, legde
Sovjet-Unie territoriale eisen op aan
Finland onder het motto van
‘overeenkomsten voor wederkerige
verdediging’ zoals deze eerder ook aan
Estland, Letland en Litouwen werden
opgelegd. De Finnen dienden een
tegenvoorstel in die de Russen
weigerden. De Sovjet-Unie viel op 30
november 1939 Finland binnen. Nadat de
Sovjets op 6 december een vruchteloze
aanval ondernamen op de Finse
Mannerheim-linie begon een langdurige
winteroorlog waarbij de Finnen
standhielden tot maart 1940. Op 12 maart
1940 werd in Moskou het Russisch-Fins
verdrag getekend met de voorwaarden die
de Russische afvaardiging had gesteld en
op 13 maart 1940 kwam er een
staakt-het-vuren. De Russen hadden
gekregen wat ze wilden, maar tegen een
hoge prijs. Duitse waarnemers zouden
mede naar aanleiding hiervan het Rode
Leger gevaarlijk onderschatten.

1940
Invasie
van Noorwegen en Denemarken
Op 9 april 1940 kwam er een eind aan de
schemeroorlog doordat Nazi-Duitsland
Noorwegen en Denemarken binnenviel. De
Duitse strijdkrachten vielen Oslo,
Bergen, Trondheim en Narvik aan. Een
geallieerde expeditiestrijdkracht,
bestaande uit Britse, Franse en Poolse
troepen landde op 15 april bij Narvik,
Namsos en Åndalsnes, doch moest begin
juni worden geëvacueerd toen het Noorse
leger op 9 juni capituleerde. Koning
Haakon week met de Noorse regering uit
naar Londen.
Invasie
van de Lage Landen en Frankrijk
Op 10 mei 1940 vielen de Duitse legers
de Lage Landen binnen: Nederland, België
en Luxemburg werden aangevallen. Het
eigenlijke doel van de Duitse aanval was
het veroveren van Frankrijk. De Duitse
legers bereikten op 12 mei via de
Ardennen de Franse grens. Het
Nederlandse leger capituleerde op 15
mei, maar in Zeeland, waar Franse
troepen bijstand verleenden, pas twee
dagen later. Nederland gaat de
bezettingstijd in. Door de aanval op
Frankrijk via België uit te voeren,
hoefde Duitsland niet dwars door de
Maginotlinie aan te vallen, maar kon ze
er om heen trekken. De Duitse opmars
door Frankrijk was bliksemsnel met hun
Blitzkrieg-tactiek, reeds op 20 mei
stonden de Duitse pantserdivisies aan de
Kanaalkust. Op 26 mei besloten de
Britten hun expeditieleger uit
Duinkerken te evacueren. Deze evacuatie
was pas op 2 juni voltooid. Deze
evacuatie deed de Brits-Franse relaties
geen goed en zou de Franse capitulatie
bespoedigen. België capituleerde op 28
mei en was vanaf dan eveneens onder
Duitse bezetting. Italië verklaarde op
10 juni aan Frankrijk en
Groot-Brittannië de oorlog en viel de
volgende dag Frankrijk in het zuidoosten
aan. Parijs werd door de Duitsers op 14
juni ingenomen. Op 22 juni ondertekent
Frankrijk met Duitsland een
wapenstilstand en op 24 juni met Italië.
Frankrijk wordt nu geleid vanuit Vichy
en komt terecht onder het Vichy-regime.
Het is in feite een marionettenregime
dat collaboreert met Nazi-Duitsland.
Vanuit Engeland zal Generaal De Gaulle
de strijd verder zetten onder de naam
"de vrije Fransen".
Invasie van de Baltische landen
In juni 1940 bezette de Sovjet-Unie de
Baltische landen; Litouwen, Letland en
Estland. Het annexeerde tevens
Bessarabië en Noord-Boekovina van
Roemenië.
Invasie
van de Balkan landen
In oktober 1940 viel Italië Griekenland
binnen. De Italiaanse troepen bleken
echter niet in staat om zonder Duitse
steun Griekenland te veroveren.
Integendeel: de Grieken, gesteund door
de Britten, drongen de Italianen terug
en namen zelfs delen van het door Italië
in 1939 veroverde Albanië in. Hitler gaf
zijn pantsertroepen opdracht om door
Joegoslavië op te rukken naar
Griekenland.
Slag om
Engeland
In West-Europa bleef het Verenigd
Koninkrijk als enige tegenstander van
Duitsland over. De slag om Engeland
(Engels: Battle of Britain) was
een feit toen de Duitse Luftwaffe op 10
juli 1940 met luchtaanvallen begon. De
RAF vocht boven eigen grond tegen de
numeriek sterkere Duitse luchtmacht.
Londen werd zwaar gebombardeerd om het
moreel van de Engelse bevolking te
breken. Ook industriële steden als
Birmingham en Coventry en strategisch
belangrijke plaatsen zoals de
marinehaven Plymouth kregen het zwaar te
verduren. De luchtgevechten duurden de
hele zomer door tot in oktober aan toe.
De Luftwaffe verloor echter meer
toestellen dan de RAF en eind oktober
verlegde Hitler zijn belangstelling naar
Rusland.


|