|
Geschiedenis van de Nederlandse televisie
De televisie in Nederland bestaat tegenwoordig uit drie publieke zenders en een
aantal commerciële zenders. De geschiedenis van de eerste tv-uitzending in
Nederland gaat terug tot de jaren '20, toen Philips experimenteerde met de
uitzending van filmbeelden. Commerciële zenders kwamen in Nederland op toen RTL
Veronique in 1989 begon met uitzenden.
Geschiedenis
De geschiedenis van de Nederlandse televisie is begonnen in de jaren 30 van de
20e eeuw toen de eerste Nederlandse experimenten met de televisie werden
uitgevoerd. Deze geschiedenis is nauw verbonden met die van Philips. De eerste
zenders werden gebouwd door televisiepionier Erik de Vries die werkzaam is bij
het Natuurkundig Laboratorium van Philips. Hij deed daarmee de eerste proeven en
uiteindelijk vonden de eerste uitzendingen in Nederland plaats. Dit was in 1930
vanaf het torentje van het Amsterdamse Carltonhotel. In het jaar 1935 zou de
eerste persoon op de Nederlandse televisie verschijnen. Het was een dochter van
Koos Speenhoff die werkte bij Philips op de administratie. Zij was presentatrice
tijdens een experimentele uitzending.
Philips bouwde in 1937-1938 4 wagens, twee materiaal/zender wagens en twee
techniekwagens met daarin een Filmscanner en een verrijdbare tv camerawas. In
1938 was de eerste karavaan klaar en werd getoond in de Jaarbeurs in Utrecht.
Later werden er in diverse landen demonstraties mee gegeven. Dit gebeurde door
Erik Klaas de Vries. Daarna werd door Erik Klaas de Vries in diverse landen
demonstraties gegeven. Eén van de karavaans werd vernietigd in de Tweede
Wereldoorlog. De karavaan bevond zich op 1 september 1939 in Warschau en op 3
september brak na de Duitse inval in Polen de Tweede Wereldoorlog uit. De mensen
konden nog net terug komen naar Nederland. De Tweede karavaan stond in Boekarest
bij Philips. Na terugkomst werd deze geparkeerd op de binnenplaats van het Nat
Lab van Philips in Eindhoven. De wagens werden door een luchtaanval van de
geallieerden op Eindhoven in 1942 vernietigd. De bombardementen werden
uitgevoerd door de Britse Royal Airforce op 6 december 1942.
Philips verzorgde tussen 1948 en 1951 264 experimentele televisieuitzendingen,
die werden geleid door Erik de Vries. Ze werden ontvangen door enkele honderden
toestellen die in Eindhoven stonden opgesteld, voornamelijk bij
Philipsmedewerkers. De presentatie van de eerste uitzendingen was in handen van
Fred Knol die ook bekend was van Radio Herrijzend Nederland.
De officiële introductie van de televisie in Nederland was op 12 december 1949.
De toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat gaf toen toestemming voor deze
introductie. Twee jaar later was de Nederlandse Televisie Stichting (NTS)
opgericht. Er is in die tijd veel geëxperimenteerd en gedebatteerd. In de NTS
waren de vier grote omroepverenigingen opgenomen (AVRO, KRO, VARA en NCRV), en
later kwam hier ook de VPRO nog bij. De eerste (zwart-wit) televisie-uitzending
was op 2 oktober 1951, 20.15 uur, vanuit de NTS-studio, studio Irene te Bussum.
Na de officiële opening door de staatssecretaris mr. Cals en de NTS-voorzitter
prof. J. B. Kors (KRO) volgde als hoofdschotel het spel de Toverspiegel. De
Amsterdamse journaliste Jeanne Roos was de omroepster van het eerste uur.
De beeldsignalen werden door de televisietoren in Bussum naar de zendmast bij
Lopik (tegenwoordig staand in de gemeente IJsselstein) verzonden, die ze na
ontvangst doorzond naar de toen nog zeer weinige ontvangsttoestellen in
Nederland. In 1952 werd de eerste Hilversumse zendmast in gebruik genomen, die
stond aan de Insulindelaan, nabij het latere Mediapark. In 1971 werd de huidige
zendmast gebouwd; de oude bleef nog staan tot 1976.
Vanaf het begin bleef vooral 'Hilversum' meer verbonden dan Bussum aan het
begrip 'omroep'. Dit kwam doordat de namen in 1985 werden gewijzigd van
‘Hilversum 1 t/m 5’ in 'Radio 1 t/m 5'.
Eerste televisiestation
In 1951 werd Nederland 1 het eerste Nederlandse televisiestation. In 1967 werd
kleurentelevisie officieel in Nederland geïntroduceerd. Het in Nederland
geadopteerde kleurensysteem was het door de Duitse Dr. Walter Bruch van
Telefunken uit het Amerikaanse NTSC systeem doorontwikkelde PAL-systeem.
Eveneens in het jaar 1967 werd reclame op de Nederlandse televisie toegelaten.
Televisie werd gezien als het medium voor informatieverspreiding en
nieuwsvoorziening. Het bioscoopjournaal, waarvan het Polygoon-journaal het
bekendste is, werd in de loop de jaren langzaam ingehaald door de
televisiejournaals. Het NTS Journaal was de grondlegger van het Nederlandse
televisiejournaal, dat voor het eerst werd uitgezonden in 1956. NTS staat voor
Nederlandse Televisie Stichting, de voorloper van de NOS. In 1989 kreeg het NOS
Journaal, de nieuwe naam van het NTS Journaal, concurrentie van het commerciële
RTL Nieuws. Commerciële concurrenten als Het Nieuws van SBS 6 en NSE Nieuws van
Talpa hielden het niet lang vol.
Televisie bleek eveneens een geschikt medium voor amusement. De meeste
Nederlanders huishoudens hadden rond 1985 een kleurentoestel aangeschaft en aan
publieke televisiezenders was in 1988 gestegen tot 3 en populaire
televisieprogramma's als Spel zonder grenzen, Swiebertje, de De lopende band en
een dramaserie als De glazen stad trokken vele miljoenen kijkers;
televisiekijken werd algemeen de belangrijkste vorm van vrijetijdsbesteding en
nam steeds meer de rol over van het traditionele gezelschapsspel of het lezen
van een boek. Critici begonnen zich te roeren en wezen op de bedenkelijke
invloeden van geweld en seks op de televisie, vooral op de jeugd. De Amerikaan
Neil Postman schreef het boek Wij amuseren ons kapot. Hij had veel commentaar op
het vluchtige karakter en de afstompende invloed van de televisie en andere
media. Hij was ook tegen de commercialisering van de media. Rond het begin van
de 90-er jaren veranderde er in Nederland in dat opzicht ook veel.
Eerste commerciële station
Tot dan toe was in Nederland televisie met zijn verzuilde zendgemachtigden een
uniek, open bestel met slechts drie televisiekanalen, comform de wetgeving voor
de Publieke omroep. Op 2 oktober 1989 werd de eerste buitenlandse, op Nederland
gerichte commerciële televisiezender (RTL Véronique, in 1990 gewijzigd in RTL4)
via nieuwe wetgeving toegelaten. Begin 1992 werd binnenlandse commerciële omroep
mogelijk. Op 30 augustus 1993 werd in Nederland het fenomeen dagtelevisie
geïntroduceerd. RTL5 begon in oktober 1993 met uitzenden. Het eerste commerciële
station begon op 1 september 1995 toen verliet de Veronica Omroep Organisatie
(VOO) de publieke omroep. Endemol en VOO gingen samen en begonnen het eerste
binnenlandse commerciële station. Sinds die tijd zijn er nog ettelijke
binnenlandse commerciële omroepen bijgekomen, die voornamelijk in handen zijn
van twee grote mediabedrijven. ProSiebenSat.1 Media introduceerde Veronica, SBS
6 en NET 5. RTL Nederland begon na RTL Veronique en RTL 5 met Veronica (later
Yorin), dat na een hervorming van de RTL-zenders werd hernoemd tot RTL 7) en RTL
8. Andere initiatieven, zoals TV10, Sport 7 en Tien sneuvelden.
Ook op het technische vlak veranderde er bijzonder veel. In de 90-er jaren van
de 20e eeuw werd massaal overgeschakeld van film naar video, van analoge naar
digitale televisie, kwam er kabeltelevisie en satelliettelevisie,
breedbeeldtelevisie, HDTV en integratie met internet en mobiele telefoon. Ook
veranderden opname-, montage- uitzend- en opslagtechnieken, niet alleen bij de
Nederlandse televisie, maar wereldwijd. De toename van het aantal buitenlandse
televisieproducties dat wordt uitgezonden op Nederlandse zenders, met name
Amerikaanse programma's, hangt samen met de veramerikanisering van de media.
Zo'n 70% van Nederlandse audiovisuele erfgoed, waarvan een groot deel bestaat
uit televisieuitzendingen, ligt tegenwoordig opgeslagen bij het Nederlands
Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum.
|