Wim Sonneveld
Haal het doek maar op, doe het licht
maar an
Dan zal ik je eens even laten zien
wat ik kan
Ach, ik weet wel dat het allemaal
illusie is
But there is no business like
showbusiness
En of je nou jongleert of serieus
acteert
Een liedje staat te zingen of een
olifant dresseert
Je kunt er toch niet buiten en al is
het dan maar schijn
Nee, ik zou nooit, nooit, nooit
Nee nooit, nooit, nooit
Iets anders willen zijn
Conference Croquetten
(tekst: Simon Carmiggelt)
´In elk theater waar je speelt is er
een man die veel meer belang heeft
bij de pauze dan bij de
voorstelling. Overal waar je speelt,
altijd komt er om half acht, zo´n
half uur voor de voorstelling,
iemand op je kleedkamerdeur kloppen
om te vragen hoe laat het pauze is
in verband met de consumpties.
Voordat we hier in Amsterdam kwamen,
hebben we in de buurt van Amsterdam
een uitprobeer tournee gehad en we
speelden op een avond in een klein
dorpje waarvan ik de naam niet kan
noemen, omdat het Amstelveen was. Ik
speelde in een gymnastieklokaal met
vierhonderd stoelen. Ik zat in een
klein, in een heel klein kamertje
aan een klein tafeltje om me te
schminken toen er drie keer op de
deur geklopt werd.´
Tok, tok, tok! ´Er kwam een man
binnen…. Ongelóóflijk. Onmiskenbaar
een oververmoeide figuur uit het
horecabedrijf.´ "Meneer Sonnefelt?"
´Ik zei: Ja, meneer?´
"Ken u mij ook segge hoe laat ´t
pause is?"
´Ik zei: Mou meneer, half tien, vijf
over half tien, dat ligt aan het
enthousiasme van het publiek.´
"O dankuwel, meneer Sonnefelt. Nou…
´t sal me benieuwe…"
´Ik zei: Wát zal u benieuwen, de
voorstelling?´
"Nee, de voorstelling niet, dat is
prima voor mekaar as meneer ´t doet,
maar ik bedoel de cinsumpties…. Mag
ik effe van uw tijd rove, gaat-u
rustig door hoor met kleure, meneer
Sonnefelt, gaat-u rustig door.
Kijk´s meneer, ik sit aanstaande
juni zit ik vijfentwintig jaar in
dit vak meneer en je weet ´t nóóit!
Neem nou de toneelavende. Op
toneelavende dan hep ik hier
vierhonderd man in huis meneer
Sonnefelt, nou dan mag je toch
rekene op tweehonderd koppe koffie.
Nie´waar? Dat-is strijk en set,
toesjoer ´tselfde, viérhonderd man:
twééhonderd koppe koffie, of soas
dat in ´t bedrijf heet: één op twee.
Behalleve, meneer Sonnefekt, as-t-er
op ´t toneel iets gegete of gedronke
wordt, want dan set ik ´t dubbele
om. Ja meneer, hoe gaat dat, dat is
logisch, nie´waar, de mense in de
saal die sien op ´t toneel iets ete,
die krijge self ook trek, nie´waar,
en ´t wordt in de pause al direct
vrage om gevulde koeken, sprintsen,
kano´s… begrijp ie goed? En dat is
dan binne tien minute nee verkope
geblase. Maar nou sal je toevallig
tweehonderd spritse in huis neme,
meneer dan kè-je se de volgende dag
wel aan de poes opvoere als er een
drama geweest is. Want na iets
droevigs wordt-er namelijk niet
gegete, begrijpt-u! Mag ik nog effe
fan uw tijd rove, meneer, ik zou u
iets wille vrage meneer Sonnefelt,
zou u niet op ´t toneel iets wille
nuttige?" ´Meneer, doet u me ´n lól,
astublieft….´
"Nou eve goeie vriende hoor, Ma´k
nog effe fan uw tijd rove? Neem dan
de krokette meneer Sonnefeld".
´Ik zeg: Wat zegt-ie me nou….?´ "De
krokette! U weet niet voor wie u
vanavend optreedt? U treedt hier
vanavend op voor ´t Nút!"
´Ik zeg: Wat zegt u me dáár….?"
"Voor´t Nút! Maatschappij tot Nut
van ´t Algemeen! Wist-u dat niet?
Nou schrik dan niet meneer, want er
sit maar tweehonderd man in de saal,
meer lede hebben se niet. Maar een
publíék meneer! De fine fleur van
Amstelveen. O meneer hoofdsakelijk
notabéle. En u weet meneer, notaléle
dat sijn meestal kleine selfstandige
nie´waar, atfokate, doktore,
tandartse, begrijpt-u wel. Kijk´s
meneer, die mense die werke laat en
die ete vaak niet. Dus wat doe ik as
d´r notabéle sijn meneer? Dan laat
ik de slager honderd krokette brenge.
En die gaan dan grif op, begrijpt-u?
O dat sijn gesellige avende meneer.
Dan legge die krokette beneden in´t
vet te sputteren: Pfutte, pfutte,
pfutte, de slager laat ik de se
brenge, begrijpt-u? Honderd krokette
legge dan pfutte, pfutte, pfutte, de
notabéle sijn er weer denk ik bij
meself. Maat wát gebeurt mij - ma´k
nog effe fan uw tijd rove - wát
gebeurt mij, meneer Sonnefelt, acht
weke gelede met dieselfde notabéle
in de saal? D´r is geen
toneelvoorstelling, geen konsert,
soas gewoonlijk, maar een lésing. De
tweehonderd notabéle sijn d´r weer,
´k hep de honderd krokette weer late
brenge door de slager meneer
Sonnefelt en op ´t toneel neemt
plaats een dókter! En die man
meneer, die gaat me daar een lesing
houde over de meest afgrijselijke
siektes. En da´s nog niet eens ´t
ergste meneer, maar hij vertoont
daar lichtbeelde bij meneer. En daar
verschijne achtereenvolgens op het
witte doek afgrijselijke swere,
verschrikkelijke ope wonde….
Meneer ik staan achter in de saal te
kijke en ik denk bij me eigen: daar
gáán me krokette. Meneer ik rén naar
´t toneel en ik roep tegen die man:
Hee - pffft! Ja de ess wil ook niet
meer want ik ben de hoektande kwijt.
Meneer roep ik, ik roep tege de
dokter: denk-ie een klein beetje an
de krokette?! Maar ja, meneer wat
wilt-u meneer, een eigensinng tiep.
Gaat ijsereheinig doormeneer. Wéér
een sweer op ´t doek. Meneer ik ren
naar de koffiekamer en ik seg tegen
de ober: Jan, doe ´t vuur maar uit
onder de krokette, want dat wordt
niks vanavend. Nou meneer, ik hep-er
acht verkocht. Ja, vandaar…. Acht
krokette met dese beide hande
meneer. Ik bleef met tweeënnegentig
krokette site. En wat doet een man
met tweeënnegentig krokette meneer?
Se self opete? Ja kom nou! Nee
meneer, ik hep as kind al so geleje
meneer. Mijn vader sat ook in dit
vak meneer. Die was ook restorateur.
Die kon ook niet inkope meneer. Ach,
ik hep ´n jéugd gehad meneer….
Dáááge achter mekaar sate we
slaatjes te ete meneer. Wéééke
achter mekaar broodjes met rosbief,
het kwam je je strot uit! En die
tweeënnegentig krokette an me eige
kinderen opvoere….? Nee meneer, daar
waag ik me kindere niet an. Nee….
Daarom seg ik, meneer Sonnefelt, ´t
sal mij benieuwe vanavond!"
´Toen ik hem na de pauze even opzij
van het toneel zag staan en hem
aankeek, zei ik tegen hem: En?
Toen riep-ie terug: "Alle honderd
verkocht meneer Sonnefelt!"
´En toen slofte hij terug naar de
koffiekamer.´
'Foto's portret
Conference Opa
(tekst: Simon Carmiggelt)
Dit maak ik voor Anna. Het wordt een
aardigheidje voor d´r verjaardag.
Ja, ik doe er nog wel een royale
fles reukwater bij, hoor, want
anders zou het te schamel zijn. Niet
dat Anna veeleisend is of zo, hoor,
oh nee, helemaal niet. Anna is stil
en tevreden, dat merkte ik direct
toen ik in het huis kwam, zes jaar
terug. Zij zat er al twee jaar in.
Mijn vrouw was komen te sterven en
wat doe je dan als man alleen
zijnde? Je gaat lopen rommelen. En
je komt in een kroeg en dat is niks
waard. Ik ben in die kroeg ook nog
lid geworden van een
hengelvereniging, maar dat is
helemáál waardeloos. Want weet je
wat het is: als je met een
rijksdaalder naar de markt gaat, dan
koop je net zoveel vis dat ken je
niet weg trámmen! En bij zo´n
hengelvereniging kost elk scharretje
een daalder. Nou, dan ben ik maar
opgehouden met rommelen en ik ben in
het huis gegaan, rustig, ik hou van
rust. Anna ook, dat zag ik direct
toen ik in het huis kwam, zes jaar
terug. Ik dacht meteen dat is mijn
type. Zo zou Anna bijvoorbeeld ook
nooit klagen en er wordt wat
afgekankerd in dat huis hier. Neem
nou alleen dat eten maar eens. Van
de week waren de worteltjes niet
goed gaar. Had u ze eens moeten
hóren, het leek de Russische
revolutie wel! En de zaalwachter die
belde nog naar de keuken en die zei:
´De wortels staan overend en de
mannen óók.´ He, die ouwe kerels
worden sacherijnig. Ik ben helemaal
niet sacherijnig, ik ben zeer lustig
van aard. Anna ook, dat zag ik
direct toen ik in het huis kwam, zes
jaar terug. Anna houdt niet van
televisie. Want, weet je wat het is,
avonds na het eten dan kruipt de
hele rot troep bij de televisie en
dan vertonen ze altijd eerst een
film over een heel ver heet land met
zwarte mensen, die verrekken van de
honger. En dat laten ze allemaal
zien na het eten. Ja, dan komt er
daarna altijd een knul met een
gitaar of een meid met een
oekelullie en die doen dan net of er
niets aan de hand is in de wereld.
Nee, ik ga ver weg van de televisie
af zitten met een koppie thee en een
leesboek. Net als bij mijn vrouw
zalige. Ik ben 62 jaar getrouwd
geweest. Oh, dat was een brave
vrouw. Ik wil er dan ook niks van
zeggen. Mar ja… Als je zo lang
getrouwd bent, dan denk je wel eens
bij je eigen: Mijn vrouw, eh, mijn
vrouw, is een mooi boek, maar ik heb
het al uit.
Maar toch mis ik mijn vrouw af en
toe. Weet u waarin? Ik heb zestien
kinderen en tweeëndertig
kleinkinderen en zevenenveertig
achterkleinkinderen. O, er ken er
eentje bijgekomen wezen onderlaatst.
Ik ken het ook niet meer bijhouen.
Maar mijn vrouw was er zeer, zeer
behendig in. Die zei dan: ´Kom,
Willem, we moeten vanmiddag naar
Henk en Marie, want Jopie is jarig.
´Jopie is er een van die
zevenenveertig. Maar als ik alleen
ben dan ken ik het niet meer
onthouen, ze motten me waarschuwen.
Affijn, dat doenne ze dan ook. Van
de week werd er dan ook nog
opgetelefoneerd. Ik zeg in het
apparaat: ´Hallo!´ Toen hoor ik aan
de andere kant: ´Opa je spreekt met
Monique.´ Dan denk ik, verrek wie is
dat nou weer? Dat bleek dan mijn
kleinschoondochter te zijn. Ja, die
waarschuwde me voor een verjaardag.
Ze doen het allemaal. Ze kopen ook
het cadeautje voor Opa. Want die
rotzooi die ze tegenwoordig in de
speelgoedwinkels verkopen, daar ken
ik geen chocola van maken. Vroeger
gaf je een meid een pop en een
jongen een timmerdoos. Maar
tegenwoordig moet het allemaal
elektriek wezen. Het gaat mij te
hoog. Maar het cadeautje daar zorgen
de moeders dan voor. Die geven het
mij bij de deur in m´n hand. Ja, ik
hoef het alleen maar af te geven. Ik
weet niet eens wat er in zit. En als
ze het openmaken, dan weet ik
helemaal niet meer wat er inzit.
Maar mijn vrouw, mijn vrouw vroeger
geleidde mij daarin. Nou kom ik zo´n
kamer binnen, vol met nazaten., en
die kinderen veranderen ook elk
ogenblik. Dan denk ik wel eens: Wie
is nou Jopie en wie is nou Jaapie?
Ik zal doodvallen als ik het weet.
En ik heb nou een nieuwe methode
bedacht. Ik blijf met m´n pakkie in
de deur staan. En degene die dan op
me afkomt is de jarige. Je krijgt
dan een handje en een zoentje en dan
krijgt-ie z´n cadeautje. Maar vorige
week had ik een verkeerd kereltje te
pakken. Die was helemaal niet van
mij. Maar hij kwam nou eenmaal het
eerste op me af. Dus ik geef hem een
handje, ik geef hem nog een zoentje
en z´n cadeautje en hij verdomde het
om het terug te geven. En de échte
jarige huilen! M´n
kleinschoondochter nog aardig kwaad
ook. Ach, ik ben te oud voor die
rotzooi. Maar er is één verjaardag,
die ik nóóit zal vergeten, dat is de
verjaardag van Anna. Morgen. En wat
zal ze blij zijn als ze dit van mij
krijgt.
Conference Dienstmededelingen op
het Centraal Station
(tekst: Simon Carmiggelt)
En weet u wat ik nou doe? Ik ga 'smorgens
in Amsterdam naar het Centraal
Station, ik ga op het eerste perron
zitten, breeduit met een kopje
koffie en dan kijk ik naar de
vertrekkende treinen! En dan ben ik
zó blij dat ik niet mee hoef, hè. En
dan luister ik naar de
dienstmededelingen. Die zijn vaak zo
blijmoedig. 'Hallo, hallo, hier
volgt een dienstmededeling voor
wagenmeester Gerritsen, hallo, hallo
wagenmeester Gerrittsen u hoeft niet
naar het westelijk eiland.' Nou, dan
zit ik te genieten hè. Dan ben ik zó
blij voor meneer Gerritsen hè.
Trouwens ook voor mevrouw Gerritsen,
hoor! Dan zijn er ook
dienstmededelingen waar je niks van
snapt: 'Hallo, hallo hier volgt een
dienstmededeling voor rangeerder
Havermans. Rangeerder Havermans, het
plok is over.' En weet u dan dat ik
blijkbaar de enige ben, die denkt:
Hé, is het plok over? Weet u dat dat
niemand iets kan schelen, of het
plok over is? Weet u dat? Weet u dat
iedereen gewoon doorloopt met zijn
bagage? Trein in, trein uit. 'Plok
is over! Ach wat kan het jou ook
schelen!' Maar als zo'n luidspreker
nou eens zou roepen: 'Hier volgt een
mededeling voor de heer Van Dijk in
de tweede klas wachtkamer. Wil de
heer Van Dijk die in de tweede klas
wachtkamer nu al een half uur tegen
zijn vrouw zit te zaniken, eindelijk
zijn vervelende smoel houden.' Dan
zou je eens zien hoe ze opkeken.
Foto's Cabaret
Liedjes
Aan de Amsterdamse grachten
Aan de Amsterdamse grachten
Heb ik heel mijn hart voor altijd
verpand
Amsterdam vult mijn gedachten
Als de mooiste stad in ons land
Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes 's avonds laat op
het plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn
Er staat een huis aan de gracht in
oud Amsterdam
Waar ik als jochie van acht bij
grootmoeder kwam
Nu zit een vreemde meneer in 't
kamertje voor
En ook die heerlijke zolder werd tot
kantoor
Aleen de bomen, de bomen, hoog boven
het verkeer
En over het water gaat er een bootje
net als weleer
Aan de Amsterdamse grachten
Heb ik heel mijn hart voor altijd
verpand
Amsterdam vult mijn gedachten
Als de mooiste stad in ons land
Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes 's avonds laat op
het plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn
Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes 's avonds laat op
het plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn
Catootje
Ik ben met Catootje naar de
botermarkt gegaan
Naar de botermarkt gegaan
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
En ze maakte van boter een dominee
Een dominee pardoes
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En ze maakte van boter een
wafelvrouw
Een wafelvrouw pardoes
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En ze maakte van boter een toverheks
Een toverheks pardoes
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En ze maakte van boter een kastelijn
Een kastelijn pardoes
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En ze maakte van boter een barones
Een barones pardoes
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En ze maakte van boter een
lichtmatroos
Een lichtmatroos pardoes
"Mooie benen, mooie benen", zei de
lichtmatroos
"Mooie benen, mooie benen", zei de
lichtmatroos
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En ze maakte van boter een dikke
meid
Een dikke meid pardoes
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei
de dikke meid
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei
de dikke meid
"Mooie benen, mooie benen", zei de
lichtmatroos
"Mooie benen, mooie benen", zei de
lichtmatroos
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En ze maakte van boter een ouwe heer
Een ouwe heer pardoes
"Heel voorzichtig, heel
voorzichtig", zei de ouwe heer
"Heel voorzichtig, heel
voorzichtig", zei de ouwe heer
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei
de dikke meid
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei
de dikke meid
"Mooie benen, mooie benen", zei de
lichtmatroos
"Mooie benen, mooie benen", zei de
lichtmatroos
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
Ik ben met Catootje naar de
botermarkt gegaan
Naar de botermarkt gegaan
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
Ze kon maken wat ze wou
"Mooie benen, mooie benen", zei de
lichtmatroos
"Mooie benen, mooie benen", zei de
lichtmatroos
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"Kom maar binnen, kom maar binnen",
zei de wafelvrouw
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"'k Zal je pakken, 'k zal je
pakken", zei de toverheks
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"Eerst betalen, eerst betalen", zei
de kastelijn
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"In de suite, in de suite", zei de
barones
"Heel voorzichtig, heel
voorzichtig", zei de ouwe heer
"Heel voorzichtig, heel
voorzichtig", zei de ouwe heer
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei
de dikke meid
"Lekker zoenen, lekker zoenen", zei
de dikke meid
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
"In de kerk, in de kerk", zei de
dominee
Een domi-dominee, een domi-dominee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
En m'n zuster die heet Kee
Discografie
Huizen van Wim Sonneveld

Geboortehuis van Wim Sonneveld, waar
ook de kruidenierszaak van zijn
vader gevestigd was, de Jan
Pieterszn Coen straat 84 in Utrecht

Begin januari 1936 verhuist
Sonneveld naar Amsterdam,
waar hij een kamer vindt bij Els
Wielinga die op Westermarkt 9 woont.

Westermarkt 9, afgebroken

Een half jaar later, op 29 september
betrekt hij samen met Huub een etage
op de etage van de Prinsengracht
nummer 826. Volgens het archief van
Amsterdam is dat bij de heer
Gaalman, in andere bronnen wordt de
familie Berndsen genoemd.

In september 1939 verhuist Sonneveld
naar de Oudezijds Voorburgwal 57

Circa 1951 ging Wim met Huub op
Keizersgracht 744 wonen.
Bovenstaande foto laten de huizen
740-750 zien.

Circa 1956 ging Wim op de
Reguliersgracht 40 wonen.
Bovenstaande foto laten de huizen
52-40 zien.

Het huis van dichtbij. Het huis
rechts staat niet op de
Reguliersgracht. Het pand werd later
aan Alfred Heineken verkocht.

Wim voor Reguliersgracht 40
Foto's Begrafenis
Portretfoto's
Krantenknipsels over Wim Sonneveld